Het College voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat een openbare middelbare school in Hoofddorp islamitische leerlingen heeft gediscrimineerd. Een leerling van het Haarlemmermeer Lyceum TTO vroeg om een ruimte op school waar hij tussendoor kon bidden. De school weigerde dat en zegt dat dit besluit past bij het eigen beleid om neutraal te blijven. Volgens het College is die weigering in strijd met het recht op gelijke behandeling.
De school voerde aan dat zij alle leerlingen gelijk wil behandelen en daarom geen speciale voorzieningen voor geloof wil bieden. De directie stelde dat een stilteruimte in de praktijk bijna alleen door islamitische leerlingen gebruikt zou worden. De school vond dat zo’n ruimte dan voelt als een extra voordeel voor één groep, en zag dat als een oneerlijk privilege ten opzichte van andere leerlingen die geen behoefte hebben aan zo’n ruimte.
Het College gaat daar niet in mee. Volgens het oordeel is bidden geen luxe of extraatje, maar een vorm van het uiten van een geloofsovertuiging. Dat valt onder fundamentele mensenrechten. Ook als vooral islamitische leerlingen van een stilteruimte gebruik zouden maken, maakt dat het volgens het College nog steeds geen privilege. De school heeft bij de weigering expliciet naar islamitische leerlingen verwezen en maakt daarmee direct onderscheid op grond van godsdienst, zegt het College.
De zaak raakt aan een bredere discussie over religie in het onderwijs. Nederland kent al lange tijd zowel openbare als religieuze scholen. Sommige mensen vinden het vreemd dat religie een vaste plek in het onderwijs heeft. Zij vinden dat geloof iets voor thuis of de eigen gemeenschap is. Vanuit dat standpunt past het niet dat openbare scholen voorzieningen voor gebed regelen, omdat die scholen juist iedereen op dezelfde, levensbeschouwelijk neutrale manier willen benaderen.
Tegelijk speelt voor gelovige leerlingen dat hun geloof niet ophoudt bij de schooldeur. Voor hen is bidden op vaste tijden een vaste plicht en geen losse keuze. Het besluit van het College geeft hun positie meer gewicht. Openbare scholen zullen bij verzoeken voor een stilteruimte of gebedsruimte beter moeten uitleggen waarom zij iets wel of niet toestaan, en mogen een verzoek niet afwijzen enkel vanwege de religie van de aanvragers.
Het oordeel wakkert ook de roep aan om de relatie tussen kerk en school opnieuw te bekijken. Voorstanders van een strikte scheiding willen dat onderwijs volledig losstaat van religie, dus geen religieuze scholen en geen religieuze voorzieningen in openbare scholen. Tegenstanders wijzen erop dat vrijheid van onderwijs en godsdienst diep in de Nederlandse regels zitten en veel ouders juist kiezen voor onderwijs dat aansluit bij hun geloof.
Deze uitspraak van het College legt in ieder geval de spanning bloot tussen twee uitgangspunten: neutrale, seculiere scholen aan de ene kant, en ruimte voor geloofsuitingen van leerlingen aan de andere kant. Hoe scholen daar in de praktijk mee omgaan, zal na dit oordeel waarschijnlijk vaker ter discussie staan.
Source: Fok frontpage