In Afghanistan hebben de Taliban een eigen wetboek van strafrecht opgesteld. Daarin worden slavernij en klassenjustitie feitelijk gelegaliseerd. De VN-rapporteur noemt het ‘uiterst zorgwekkend’.
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant.
Afghanistan is al decennia een van de instabielste landen ter wereld. Het was meermaals het strijdtoneel voor de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en regionale machten, die in de Afghaanse bergen en valleien proxyoorlogen uitvochten.
Te midden van geweld en wetteloosheid werd in de jaren negentig de Taliban geboren. De streng-islamistische militie was tussen 1996 en 2001 aan de macht. De Taliban regeerde met harde hand, onderdrukte vrouwen en bood onderdak aan terreurgroep Al Qaida.
Een paar weken na de aanslagen van 11 september 2001 vielen de Amerikanen het land binnen, in de hoop dat dit de Taliban zou verzwakken. Dat bleek niet het geval. Twintig jaar lang vochten de Taliban terug, en toen de Amerikanen in 2021 weer vertrokken, namen de strijders hun oude posities weer in. Sindsdien zijn ze in Afghanistan de facto de baas.
De Taliban schoven na de machtsovername een groot deel van de bestaande wetgeving terzijde. Ze introduceerden nieuwe decreten die werden verspreid via bijvoorbeeld tweets van de opperste leider Hibatullah Akhundzada (vermoedelijk 58). Dat leidde niet zelden tot verwarring, omdat rechters – vrijwel uitsluitend aan Taliban gelieerde mannen, vaak zonder formele juridische opleiding – de uitspraken ieder op hun eigen manier interpreteerden.
Om die willekeur te beperken, heeft de Taliban zijn strafrechtsysteem nu op schrift gesteld. Het 59-pagina’s tellende, in Pashto geschreven wetboek, is in januari aangenomen en onlangs gepubliceerd door de Afghaanse ngo Rawadari.
De vertaalde passages bieden opnieuw een inkijkje in het repressieve regime dat de Taliban heeft opgetuigd. Zo is het verboden om te dansen of te kijken naar iemand die danst. Op het beledigen van Talibanleiders staat 20 zweepslagen en 6 maanden gevangenisstraf. Op het ‘ridiculiseren’ van de islam staat 2 jaar cel. Wie ideeën verspreidt die in strijd zijn met de islam, kan volgens de tekst met de dood worden bestraft. Dat geldt ook voor iedereen die wordt aangemerkt als baghi, oftewel rebel.
Vanwege de nijpende armoede kampt Afghanistan met moderne slavernij. Van de ongeveer 45 miljoen inwoners leeft naar schatting een half miljoen Afghanen in vormen van moderne slavernij, becijferde de Australische ngo Walk Free al eerder.
In het wetboek wordt de slavernij expliciet erkend en genormaliseerd. Zo wordt er op meerdere plekken in de tekst onderscheid gemaakt tussen mensen die ‘vrij’ en ‘slaaf’ zijn. Sommige lijfstraffen mogen dan ook worden uitgedeeld door de slavenmeester.
Hoewel de Taliban iedere inwoner aanspoort om vroom te leven, geldt opmerkelijk genoeg bij overtreding niet voor iedereen dezelfde straf. De bevolking wordt volgens de wet opgedeeld in vier categorieën: religieuze geleerden (ulama), de elite (ashraf), een middenklasse en onderklasse. Volgens mensenrechtenorganisatie Rawadari zal bij hetzelfde vergrijp een geleerde slechts een berisping krijgen, terwijl iemand uit de laagste klasse kan worden veroordeeld tot een celstraf én lijfstraffen.
Opvallend is dat het wetboek op enkele punten ook grenzen formuleert, zij het beperkt. Zo wordt het docenten verboden om fysiek geweld tegen kinderen te gebruiken voor zover dat leidt tot botbreuken, kneuzingen of een ‘gescheurde huid’. Ook echtgenoten mogen hun vrouw niet zó hard met een stok slaan dat dit ‘een wond of lichamelijke kneuzing’ oplevert. In dat geval volgen er 15 dagen cel op.
De verontwaardiging onder mensenrechtenorganisaties is groot. De speciale VN-rapporteur voor Afghanistan, Richard Bennet, noemt het wetboek ‘uiterst zorgwekkend’.
Ook wordt gewezen op de vage bewoordingen in de wettekst. Dat creëert volgens Rawadari ‘een systeem waarin de staat iedereen, op elk moment en zonder uitleg kan straffen’. De organisatie vreest een toename van mensenrechtenschendingen en een ‘wijdverbreide onderdrukking van de fundamentele vrijheden van burgers’.
De Taliban zelf reageert gelaten op de kritiek. ‘Mensen in de samenleving hebben een verschillende status,’, zo citeert The Kabul Tribune een woordvoerder. ‘Sommigen hebben een lichtere straf nodig om te worden gecorrigeerd, terwijl anderen een zwaardere straf nodig hebben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant