Coalitieakkoord Het regeerakkoord van D66, VVD en CDA bevat talloze voorstellen. NRC selecteerde per thema de belangrijkste plannen.
De drie formerende partijen willen in 2030 een schaalbare krijgsmacht van minimaal 122.000 manschappen paraat hebben. Afgelopen september telde de Nederlandse krijgsmacht 74.000 personeelsleden, volgens Defensie en de NAVO veel te weinig.
Het aanstaande kabinet is voornemens om het dienjaar fors op te schalen en introduceert als eerste stap een „verplichte enquête” voor jongeren. Nu krijgen zeventienjarigen al een vragenlijst om te polsen of ze belangstelling hebben voor een baan bij Defensie. Als de opschaling van de krijgsmacht onvoldoende vordert, wil het kabinet een selectieve opkomstplicht invoeren.
Zoals ook het kabinet-Schoof wilde, gaat de coalitie het defensiebudget opschroeven naar de verhoogde NAVO-norm van 3,5 procent van het bbp. D66, CDA en VVD willen die procentnorm wettelijk verankeren om continuïteit te garanderen. In 2035 moet de NAVO-norm zijn gehaald en zal 19,3 miljard euro extra aan defensie worden uitgegeven.
Nederland voldoet pas sinds kort aan de NAVO-afspraak om 2 procent uit te geven aan defensie. Om dat mogelijk te maken, wordt de defensiebegroting verdubbeld van 11 miljard in 2020 tot 22 miljard euro dit jaar.
De zogeheten ‘vrijheidsbijdrage’, een idee van het CDA, komt niet voor in het coalitieakkoord maar staat wél in de financiële bijlage. Via een verhoging van de belastingen zal er in totaal jaarlijks structureel 5,1 miljard euro bij moeten komen voor Defensie. Dat geld moet komen uit belastingen die deels bij de burger worden neergelegd en deels bij het bedrijfsleven. Voor burgers betekent dat een verhoging van de inkomstenbelasting, wat vanaf 2028 ruim 3,4 miljard euro per jaar moet opleveren. Voor bedrijven is dat 1,7 miljard per jaar.
Het aanstaande kabinet wil verder minder afhankelijk worden van landen buiten de NAVO voor de levering van wapensystemen. Er was de afgelopen tijd veel discussie over de aankoop van wapens uit Israël. Maar liefst 40 procent van de aanstaande defensieaankopen en productie zal met Europese partners worden gedaan.graaf
Van de bijna dertigduizendwoorden uit het regeerakkoord worden er 102 gewijd aan cultuur. De grootste verandering is de herziening van de financiële basisinfrastructuur (BIS), waarvan de termijn moet worden verlengd om culturele instellingen langjarige zekerheid te bieden en de regeldruk in de sector te verminderen. De BIS kent op dit moment een subsidietermijn van vier jaar. In haar partijprogramma zette CDA eerder in op een verlenging naar acht jaar, in het regeerakkoord wordt nog geen termijn genoemd.
Het lijkt erop dat het partijprogramma van het CDA de leidraad is geweest voor de overeenstemming op het gebied van cultuur. In haar programma zette de partij in op regionale spreiding en het behoud van culturele tradities, streektalen en dialecten, wat direct terug te zien is in de vier punten die de culturele sector behandelen. Dat D66, VVD en CDA elkaar op deze punten kunnen vinden, is niet verrassend, deze thema’s komen in ieders verkiezingsprogramma terug. Van meer culturele innovatie, waar D66 tijdens haar campagne voor stond of de wens van de VVD voor meer ondernemerschap in het culturele veld, lijkt geen sprake meer.
Verder raakt de paragraaf over politie aan het culturele veld: grote festivals moeten verplicht worden om een drugspreventieplan te maken.
In de budgettaire tabel, waarin financiële verschuivingen worden benoemd, komt cultuur niet voor.
De nieuwe coalitie wil dat „de operationele slagkracht en organisatie van de politie” wordt verbeterd. Er moeten meer wijkagenten, cyber- en zedenrechercheurs opgeleid worden. Ook wordt extra geld uitgetrokken om de „gewelds- en verdedigingsmiddelen van de ME uit te breiden”.
De wensen van de politie voor meer financiële middelen worden gehonoreerd. „Voor de aanpak van de problematiek en versterking van de (nationale) veiligheid wordt 300 miljoen euro beschikbaar gesteld in 2027 oplopend naar structureel 600 miljoen euro vanaf 2030”. Ruim 500 miljoen euro is voor de politie en 50 miljoen voor het OM.
De regering wil ook de werklast van de politie die door verwarde personen wordt veroorzaakt, beperken. Om de overlast te verminderen en mensen beter te kunnen opvangen, komen er meer crisisplekken.
Om de druk op de „overvolle justitiële keten” te verlichten wil de regering „effectiever straffen én snellere sancties”. Het plan is om de politie delicten als winkeldiefstal en vernieling zelf te laten afdoen door bijvoorbeeld een politietransactie of politiestrafbeschikking.
In het regeerakkoord is ook aandacht voor de IT-problemen waarmee het Openbaar Ministerie kampt. OM-baas Rinus Otte zei deze week op LinkedIn dat er de komende vijf jaar 400 miljoen euro extra nodig is om de „zwaar verouderde” ict-omgeving van het OM „toekomstbestendig” te maken. De regering schrijft dat er „goede afspraken” zullen worden gemaakt „om de digitale bedrijfsvoering duurzaam op orde te brengen”.
De coalitiepartijen willen dat de overheid op klimaat „de regie” weer in handen neemt. Ze zien dat „de verduurzaming van Nederland stokt”. De partijen houden vast aan het idee van „groene groei” en willen investeringen uit het bedrijfsleven loswrikken. Economische ontwikkeling en „innovatief klimaatbeleid” zijn volgens de partijen „twee kanten van dezelfde medaille”.De partijen kiezen voor zowel windparken op zee als kernenergie. De afspraak uit het kabinet-Schoof om vier kerncentrales te bouwen, houden de partijen formeel overeind, maar nu blijken dat ook SMR’s (kleine modulaire kernreactoren) in plaats van reguliere kerncentrales tot de opties behoren. De coalitie houdt vast aan de deze zomer naar beneden bijgestelde doelen voor wind op zee in 2040.Verder wil de coalitie met een ‘crisiswet’ makkelijker kunnen ingrijpen bij de vergunningsverlening en aanleg van nieuwe elektriciteitskabels. Ook moeten stroomprijzen meer variëren om het net te ontlasten.
In de begroting maken de partijen relatief weinig geld vrij voor klimaat. De grootste uitgave is een hogere compensatie voor de elektriciteitskosten van de industrie (zo’n 200 tot 500 miljoen euro per jaar). Zo moet het bedrijfsleven warm worden gemaakt voor verduurzaming. Tegelijkertijd zwijgen de partijen over de gigantische investeringen die nodig zijn om het stroomnet te verbeteren en over hoe ze denken dat te financieren.De coalitie maakt alleen voor windparken op zee structureel 139 miljoen euro vrij en houdt een belangrijke verduurzamingssubsidie overeind. Het aankomende kabinet zet de deur open voor het opkopen van private warmtebedrijven – die warmtenetten moeten aanleggen –, maar zet daar geen geld voor apart.
De partijen zeggen vast te willen houden aan het klimaatdoel van 2030, maar stellen dat dit „lastig” wordt en richten hun blik op 2040. Dan moeten Europese landen 90 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990.Anders dan het kabinet-Schoof wil de coalitie zich inzetten voor „ambitieuze” Europese afspraken over verduurzaming. Als stok achter de deur is afgesproken dat in 2027 „indien nodig” extra nationale maatregelen genomen worden om het 2040-doel te halen.
Geen halvering van het eigen risico zoals het kabinet-Schoof nog van plan was, maar juist een verhoging van 75 euro. Vanaf 2027 bedraagt het eigen risico dan 460 euro in plaats van de huidige 385 euro. Vanaf dat jaar wordt het bedrag ook steeds geïndexeerd. Het is voor het eerst sinds 2016 dat de hoogte verandert.
Tegelijkertijd met de verhoging wordt het eigen risico vanaf 2028 ‘in stukjes geknipt’. Verzekerden betalen vanaf dan maximaal 150 euro per behandeling; op die manier zijn ze niet direct hun hele eigen risico kwijt, maar denken ze wel na of ze dat jaar nogmaals een specialist bezoeken. Dat is een oud idee, dat ook al in het regeerakkoord van de kabinetten-Schoof en -Rutte IV stond. Om chronisch zieken tegemoet te komen, is 350 miljoen euro gereserveerd, dat via gemeenten wordt uitbetaald.
Het plan om het eigen risico te halveren, was vanaf het begin omstreden. Volgens economen gaan mensen meer gebruikmaken van zorg, en dat moet worden betaald uit hogere zorgpremies en hogere belastingen. Dat voelt iedereen in zijn portemonnee, ook mensen die weinig tot geen gebruikmaken van zorg. Dat het in het regeerakkoord van het kabinet-Schoof terechtkwam, was een geste aan de PVV, die er in de verkiezingscampagne een groot punt van had gemaakt.
Het terugdraaien van de halvering van het eigen risico levert de formerende partijen in 2027 zo’n 3,7 miljard euro op, oplopend tot 4,7 miljard structureel vanaf 2031. De extra verhoging levert ook nog eens structureel 1 miljard op; het ‘opknippen’ volgens de berekeningen van de coalitie zo’n 200 miljoen. Bij elkaar dus zo’n 6 miljard per jaar. Dat geld heeft het minderheidskabinet nodig voor bijvoorbeeld defensie.
Tegelijkertijd lijkt steun vinden voor deze zorgbezuinigingen ingewikkeld. In de Tweede Kamer lijkt de minderheidscoalitie te kunnen rekenen op steun van in elk geval JA21 en Volt, maar in de Eerste Kamer komt de coalitie 16 zetels tekort. Steun van GroenLinks-PvdA (14 zetels) is niet te verwachten, die partij wil het eigen risico juist stapsgewijs afbouwen. Steun van BBB (12 zetels) ligt ook gevoelig – die partij zal dan ongetwijfeld concessies op stikstofgebied willen.
De zorgparagraaf leest als één grote bezuinigingsopgave: zo’n 10 miljard structureel vanaf 2031. Al komen bezuinigingen bij de zorg altijd neer op ‘minder meer’: de kosten stijgen door, maar minder hard. Een grote klapper is het terugdraaien van de (nog niet ingevoerde) halvering en vervolgens ophoging van het eigen risico, dat van 385 euro naar 460 euro (vanaf 2027) stijgt.
Maar er is veel meer. Zo gaat het mes in het basispakket. Medicijnen die zonder recept gekocht kunnen worden bij een apotheek, drogist of supermarkt worden uit het pakket gehaald. Er wordt scherper gekeken of dure medicijnen en medisch-specialistische zorg in het pakket thuishoren. De verplichte vergoeding van ongecontracteerde zorg verdwijnt vanaf 2029.
Aan langdurige zorg (ouderenzorg, gehandicaptenzorg, ggz) wordt honderden miljoenen minder uitgegeven, oplopend tot een miljard euro vanaf 2031. Verder gaan mensen die dat kunnen voortaan zelf weer betalen voor hun huishoudelijke hulp en komt er een eigen bijdrage in de wijkverpleging. De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (een aftrekpost bij de inkomstenbelasting) worden volledig afgeschaft. Ook komt er minder geld voor vervolgopleidingen van medisch-specialisten en voor academische ziekenhuizen, onder andere voor onderzoek. Er wordt afscheid genomen van het plan om de verzorgingshuizen te laten terugkeren; het daarvoor gereserveerde geld (structureel 500 miljoen) gaat normaalgesproken terug naar de schatkist.
Wordt er dan geen extra geld uitgegeven? Niet veel, wel iets. Zo komt er 35 miljoen structureel extra voor medische preventie en wordt de wijkgerichte aanpak vaccinatie uitgebreid. En voor chronisch zieken wordt 350 miljoen per jaar beschikbaar gesteld om ze tegemoet te komen in hun zorgkosten.
De minimale leeftijd om nicotineproducten te mogen kopen, gaat omhoog naar 21 jaar. Nu ligt de leeftijd voor het aanschaffen van onder meer sigaretten, tabak en vapes op 18 jaar. Daarnaast wordt het in voorraad houden van illegale vapes strafbaar. Het minderheidskabinet schrijft zo te willen „bouwen aan de gezondste generatie ooit”. Vapes met een smaakje zijn sinds 1 januari 2024 al verboden.
Het aantal rokende scholieren daalde jarenlang, maar stabiliseerde vanaf 2017. Het kabinet-Rutte III en maatschappelijke organisaties sloten daarop het Nationaal Preventieakkoord, waarin werd afgesproken dat in 2040 geen enkele jongere meer mag roken. Maar dat wordt niet gehaald.
Oud-staatssecretaris Karremans (Volksgezondheid, VVD) kwam vorig jaar al met een actieplan tegen vapen. Dat bestaat uit maatregelen die moet voorkomen dat kinderen en jongeren beginnen met vapen, ze helpen met stoppen als ze toch begonnen zijn, en de illegale handel in vapes tegengaan.
De Verenigde Staten zijn, schrijven de drie partijen, de wereldmacht „met wie wij de meeste belangen delen”. Tegelijk doet de nieuwe coalitie voorstellen om de Europese Unie onafhankelijker te maken, en wil het daarin een leidende rol nemen. Op defensie, software en belangrijke grondstoffen moet de EU zelfstandiger worden. De coalitie stelt voor: bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO, meer samenwerking tussen Europese inlichtingendiensten, een mogelijk Europees Defensiemechanisme voor aankopen, waarbij ook NAVO-partners buiten de EU als het Verenigd Koninkrijk, Canada en Noorwegen betrokken kunnen worden.
De partijen staan positief tegenover bestaande instrumenten voor gezamenlijke Europese investeringen, en willen verdere investeringen in defensie via het SAFE-instrument doen, waarbij de Europese Commissie geld leent waarmee de Europese landen die investeringen kunnen doen.
In ontwikkelingssamenwerking (die term is terug, het heette onder kabinet-Schoof ontwikkelingshulp) investeert de coalitie vanaf 2027 structureel 257 miljoen euro, maar de halvering van het budget met 2,4 miljard door kabinet-Schoof wordt niet ongedaan gemaakt. De partijen willen per 2027 ook structureel 35 miljoen euro investeren in het postennetwerk van ambassades en consulaten.
De financiële steun aan Oekraïne wordt voortgezet met 3 miljard euro per jaar. Voor toetreding tot de EU moet Oekraïne aan alle standaardvoorwaarden voldoen, schrijft de coalitie. Geen snelle route, kortom. CDA en D66 gaven eerder deze week in de Tweede Kamer evenwel geen steun aan een motie die vroeg „geen enkele versoepeling” bij EU-toetreding te accepteren. De VVD steunde die motie wel.
De nieuwe coalitie staat achter een tweestaten-oplossing, waaronder het verstaat: een „democratische en levensvatbare Palestijnse staat, naast een veilig Israël”.
De drie coalitiepartijen willen investeren in een sterke en onafhankelijke Nederlandse en Europese techsector. Verantwoorde innovatie van eigen bodem is goed voor de economie, maar belangrijker nog: voor onze democratie en nationale veiligheid, schrijven de partijen. Het gaat om digitale weerbaarheid en dus om ‘afbouw van strategische technologieafhankelijkheden’ en om ‘ontvlechting’. Oftewel: minder Amerikaans en Chinees, meer Europees. „Digitale autonomie moet het uitgangspunt zijn.”
Daarvoor trekt de landelijke overheid de regie naar zich toe en gaat zij digitale producten en diensten meer centraal inkopen. Grote projecten worden opgesplitst, zodat het Nederlandse en Europese midden- en kleinbedrijf kan meedoen. Bij die inkoop wordt weerbaarheid nadrukkelijk meegewogen en staan het gebruik van privacyvriendelijke technologieën, open source-oplossingen en cyberveiligheid voorop. Om het aantrekkelijker te maken om voor de publieke zaak te werken, komen er mogelijkheden om ICT-ambtenaren beter te betalen.
Betere online bescherming van kinderen wil de coalitie vooral Europees regelen, onder meer door zich hard te maken voor een Europese minimumleeftijd van vijftien jaar voor sociale media en voor een privacyvriendelijke manier om aan leeftijdsverificatie te doen.
Innovatie betekent natuurlijk ook investeren in „sleuteltechnologie AI”. Nederland moet niet alleen een ‘pilotland’ zijn, maar ook een ‘opschaalland’ worden.
Of er ook een minister van of voor digitale zaken komt – waarop de technologiesector hoopt – staat niet in het akkoord. De investeringen in innovatie moeten via het ministerie van Economische Zaken gaan lopen. Voor een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie wordt eenmalig 500 miljoen uitgetrokken.
De nieuwe coalitie van D66, CDA en VVD blijft zich verbaal verzetten tegen het gezamenlijk aangaan van Europese leningen (eurobonds). Tegelijkertijd zet het kabinet-in-wording wel de deur open voor meer Europese financiering op het gebied van defensie, steun aan Oekraïne en via bijvoorbeeld de Europese Investeringsbank. Per saldo kiest het kabinet daarmee voor een meer pro-Europese manier van begroten dan vorige kabinetten deden.
De coalitie neemt het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte van afgelopen zomer over en stuurt de komende jaren op een maximaal tekort van 2 procent van het bbp. Dat is 1 procentpunt verwijderd van de Europese grens van 3 procent. Mochten er de komende jaren structurele meevallers zijn, dan moeten die evenredig verdeeld worden over lastenverlichting, meer uitgaven en aflossing van de staatsschuld zolang de grens van 2 procent nog niet is gehaald. Als al het beleid dat vandaag is aangekondigd daadwerkelijk uitgevoerd wordt, eindigt de coalitie in 2030 met een tekort van 2,1 procent van het bbp.
Een noviteit is dat in de begrotingen die deze coalitie zal gaan opstellen er een onderscheid gemaakt zal worden tussen uitgaven aan consumptie en aan investeringen. Ook moet de horizon van investeringen naar acht jaar (nu vier jaar). Daarmee kunnen de langjarige baten van investeringen duidelijker worden afgezet tegen korte termijn-uitgaven.
In de financiële bijlage bij het coalitieakkoord staat tot in detail welke concrete maatregelen de partijen nemen. Opvallend zijn de grote investeringen in Defensie (in totaal 19 miljard euro, bedoeld om de NAVO-norm van 3,5 procent bbp te halen). In 2030 is daarvan 9,5 miljard in de begroting opgenomen. Verder wordt er geïnvesteerd in de woningmarkt en het onderwijs. Om de begroting toch sluitend te krijgen wordt er vooral bezuinigd op de zorg (structureel 10 miljard euro, waarvan de helft het toch niet halveren van het eigen risico in de zorg), de sociale zekerheid (ruim 6 miljard, waarvan 1,3 op de werkloosheidswet, die naar één jaar gaat en 2,7 miljard op de AOW (door die later te laten ingaan).
De drie formerende partijen willen duidelijk de relatie met provincies en gemeenten verbeteren. Eind vorig jaar adviseerde de onafhankelijke studiegroep ‘interbestuurlijke verhoudingen’ dat het kabinet een overzicht moet maken van de taken die gemeenten in opdracht van het Rijk uitvoeren en het geld dat zij daarvoor krijgen. Volgens gemeenten zijn taken en middelen niet in balans en komen zij structureel geld te kort. Het kabinet-Schoof legde het advies naast zich neer, het maken van een overzicht zou te veel administratie vergen.
D66, VVD en CDA schrijven nu dat ze de medeoverheden „eerder” zullen betrekken als er nieuw beleid wordt gemaakt, en op basis van de aanbevelingen „de samenwerking tussen overheden onderling” gaan verbeteren.
En áls gemeenten en provincies een nieuwe taak krijgen van de landelijke overheid moet „standaard een uitvoeringstoets” worden uitgevoerd. Die zogenoemde Uitvoering Decentrale Overheid (UDO) betekent dat wordt gekeken of beleid lokaal wel uit te voeren is, of er genoeg lokale ambtenaren zijn én er voldoende geld is, en of rijksbeleid niet tegenstrijdig is met lokale bevoegdheden.
Donderdag werd bekend dat gemeenten 161 miljoen euro besteedden aan het uitvoeren van de inburgeringswet, terwijl ze slechts 114 miljoen euro ontvingen van het Rijk. Dat kwam niet alleen doordat er meer inburgeraars waren dan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid had ingeschat, maar ook dat de kosten per persoon hoger lagen dan verwacht.
Op het gebied van asiel en migratie lijken D66, VVD en CDA goed te hebben geluisterd naar de noodkreten die uitvoerende organisaties onder het vorige kabinet slaakten. Zo waren er zorgen over het afschaffen van de Spreidingswet, maar die blijft „voorlopig in stand”. Gemeenten en asielopvangorganisatie COA klaagden erover dat statushouders geen voorrang meer zouden kunnen krijgen op sociale huurwoningen: hierdoor kunnen zij nauwelijks nog worden gehuisvest en blijven zij azc-plekken bezet houden – een belangrijke oorzaak van de opvangproblemen. De coalitiepartijen zetten nu een voorlopige streep door dat verbod.
Ook nummer één op het wensenlijstje van het COA wordt vervuld: het orgaan wordt stabiele financiering beloofd. Voorheen werd de opvangorganisatie steevast te laag begroot; de nieuwe coalitie wil het COA over meerdere jaren geld geven op basis van de aantallen asielzoekers die worden verwacht. Hierdoor kan het COA een vaste voorraad aan opvangplekken aanhouden.
De coalitiepartijen nemen ook maatregelen voor het „terugdringen van de asielinstroom”, maar veel van de genoemde plannen zijn in feite al in gang gezet. Een deel komt uit de Asielnoodmaatregelenwet van het vorige kabinet, die nu voorligt in de Eerste Kamer. Een ander deel staat in het Europese migratiepact, dat in juni ingaat. Onderdeel daarvan is het plan om ‘terugkeerhubs’ buiten Europa te openen, waar afgewezen asielzoekers naartoe worden gestuurd. Nederland was al met Oeganda in gesprek over zo’n hub, maar die samenwerking wordt „on hold gezet in de nasleep van de verkiezingen in dat land.”
Met andere Europese landen willen de drie partijen werken aan een „nieuw modern, streng en menswaardig migratiemodel”, waarbij asielaanvragen in het geheel buiten de EU worden behandeld. De coalitiepartijen willen dat Nederland hierin „de leiding” neemt.
Daarnaast zet de coalitie in op het aan het werk krijgen van asielzoekers. Met ingang van het migratiepact mogen asielzoekers al na drie maanden aan de slag. Daarom komt er budget om in alle grote azc’s „meedoenbalies” te openen, waar asielzoekers worden gekoppeld aan werkgevers. Het plan is ook om ze gelijk vanaf de start van hun procedure te laten beginnen met taalles.
De vangnetten voor werklozen en arbeidsongeschikten wil de aanstaande coalitie fors versoberen. En Nederlanders moeten langer doorwerken: vanaf 2033 gaat de AOW-leeftijd harder meestijgen met de levensverwachting. De aanstaande coalitie wil bijna 6,5 miljard euro bezuinigen op de sociale zekerheid.
Het kabinet-Schoof wilde de maximale duur van de werkloosheidsuitkering WW al inkorten van maximaal twee naar anderhalf jaar. De nieuwe coalitie maakt daar nu maximaal één jaar van.Ook gaat het langer duren voordat werknemers recht krijgen op dat volledige WW-jaar, want de coalitie wil de opbouw van WW-rechten vertragen. Een werknemer die tien jaar gewerkt heeft, krijgt nu 10 maanden WW. In de coalitieplannen wordt dat de helft: vijf maanden.
Wel wordt de WW-uitkering in de eerste twee maanden iets hoger: 80 in plaats van 75 procent van het oude loon. Daarna blijft het 70 procent.
Door de inkorting van de WW, krijgen ook gedeeltelijk arbeidsongeschikten in de WIA straks maar één jaar recht op 70 procent van hun oude loon. Daarna kunnen zij in een zeer sober uitkeringsregime terechtkomen, de zogenoemde ‘Vervolguitkering’ in de WIA, met bedragen tot ver onder het bestaansminimum. Deskundigen hebben gepleit voor afschaffing, maar dat is de nieuwe coalitie niet van plan.
Wel willen D66, CDA en VVD een aantrekkelijkere uitkeringsvariant in de WIA schrappen: die voor mensen die volledig én voor altijd arbeidsongeschikt worden verklaard. Nu krijgen zij 75 procent van hun laatste loon, voor nieuwe gevallen wordt dat 70 procent.
Met het plan om de AOW-leeftijd harder te laten stijgen, breekt het kabinet-Jetten met een afspraak uit het pensioenakkoord van 2019. Vakbonden spraken toen met de overheid af om een pensioenhervorming te steunen, in ruil voor een tragere stijging van de AOW-leeftijd. Voor ieder jaar dat de gemiddelde levensverwachting stijgt, zou men voortaan niet een jaar, maar acht maanden langer moeten werken. Dat moet nu tóch weer een jaar worden.
De aanpak van de woningnood is door de coalitie uitgeroepen als „onze topprioriteit”. Dat de „gewenste” 100.000 nieuwe huizen per jaar steeds niet worden gehaald, komt vooral door de hoge regeldruk. Opvallend is dat het realiseren van 100.000 nieuwe woningen niet meer expliciet als jaarlijks doel wordt genoemd. Nu wordt als doel genoemd om „de hoeveelheid beschikbare betaalbare huur- en koopwoningen fors te verhogen”, door snel te bouwen.
Met name de vele bezwaarprocedures vertragen de bouw. Dat gebeurt bijvoorbeeld door omwonenden die vrezen dat hun uitzicht wordt beperkt. De coalitie wil het minder gemakkelijk maken om zo’n bezwaar te starten, waarbij ook de beroepsmogelijkheden worden beperkt. Voorafgaande aan de bouw moeten er al afspraken komen over eventuele financiële compensatie achteraf, zodat de bouw in elk geval niet vertraagd wordt.
Ook wil de coalitie via een wettelijke verplichting de regels rond het wonen jaarlijks vereenvoudigen. Daardoor wordt het bijvoorbeeld gemakkelijker om huizen te splitsen en op te toppen (verhogen met een bouwlaag). Dat geldt ook voor nieuwe mantelzorgwoningen op eigen terrein. Vanwege de woningnood moet permanente bewoning van recreatiewoning toegestaan worden.
Grootschalige nieuwbouw moet „ruim baan” krijgen, waarbij het Rijk „een sterkere regierol krijgt”. Plan van het komende kabinet is om minstens dertig grootschalige nieuwbouwlocaties te ontwikkelen. Dat kunnen nieuwe wijken worden maar ook volledig nieuwe steden. In zijn verkiezingsprogramma trok D66 de aandacht met zijn plan om tien nieuwe steden te ontwikkelen.
Het beperken van de aftrek van hypotheekrente speelde in de verkiezingscampagne een belangrijke rol. D66 pleitte er zelfs voor om deze subsidie voor woningbezitters (jaarlijks 11 miljard euro) volledig af te schaffen. Maar een beperking van de aftrek komt in het coalitieakkoord niet aan de orde, wat voor de VVD een serieus onderhandelingsresultaat is. In het eerdere tussenakkoord van D66 en CDA werd nog gesproken van „een geleidelijke afbouw van de hypotheekrenteaftrek”. Nu blijft de aftrek ongemoeid „om het eigen huis betaalbaar te houden en de rust op de woningmarkt te bewaren”.
Als het aan de coalitiepartijen ligt, blijft de hypotheekrenteaftrek zoals die is. Dat staat in het regeerakkoord van de partijen D66, VVD en CDA. Het is een van de concessies die D66 en CDA aan de VVD hebben gedaan. „Om het eigen huis betaalbaar te houden en rust op de woningmarkt te bewaren blijft de fiscale behandeling van de eigen woning ongewijzigd”, staat er in het regeerakkoord.
Sinds de verkiezingen van afgelopen oktober is er een meerderheid in de Tweede Kamer voor het afbouwen of aanpassen van de hypotheekrenteaftrek. Het is een van de punten waar VVD veel belang aan hechtte tijdens de Tweede Kamerverkiezingen, die fel tegen het schrappen is.
De hypotheekrenteaftrek is de voorbije jaren al enigszins versoberd. Ook zijn woningbezitters verplicht om af te lossen op hun hypotheek om in aanmerking te komen voor renteaftrek.
De arbeidsmarkt van de toekomst, zoals de drie coalitiepartijen die voor zich zien, is flexibel. Het vaste contract moet minder vast worden. Tegelijkertijd moet flexwerk, waar nodig, minder flexibel worden.
Enkele opvallende zaken waar het nieuwe kabinet mee ‘aan de slag’ gaat.
Er komt een Zelfstandigenwet, waarmee de situatie rond schijnzelfstandigheid opgelost moet worden. De drie coalitiepartijen dienden die wet afgelopen voorjaar zelf in. Het zal nog wel even duren voordat de Zelfstandigenwet er is. Daarom wordt een ‘rechtsvermoeden’ uit een ander wetsvoorstel vast ingevoerd: Als een zzp’er minder dan 36 euro per uur verdient, is hij in principe werknemer, en moet een werkgever bewijzen dat dat niet zo is.
Collectieve arbeidsovereenkomsten blijven „een belangrijke pijler”, die het kabinet wil moderniseren. Dat is nodig, want het draagvlak voor cao’s is tanende. Daarnaast wil het kabinet „innovatieve bedrijfstakken” helpen om uitgezonderd te worden van cao-afspraken, als de huidige mogelijkheid daartoe „knelt”. Een bekend voorbeeld is boodschappenbezorger Picnic. Vakbonden vinden dat die zich bij de supermarkt-cao moet voegen.
De transitievergoeding gaat veranderen. Het bedrag dat werknemers krijgen bij ontslag is nu een vrij besteedbaar bedrag, straks niet meer. Het wordt gekoppeld aan plannen van werkgevers omtrent bij- of omscholing. Als werkgevers zich daarnaar voegen, hoeven ze geen of alleen een hele lage ontslagvergoeding te betalen. Zo hoopt het nieuwe kabinet werkgevers en werkenden te stimuleren makkelijker van ‘werk naar werk’ te komen.
Voor de „toekomstbestendige en wendbare” arbeidsmarkt waar het aanstaande kabinet-Jetten aan wil werken, kijkt het nadrukkelijk naar de polder. In het coalitieakkoord wordt veelvuldig verwezen naar de Sociaal-Economische Raad, waarin werkgevers en vakbonden samenkomen. Via samenwerkingen zou ook de broodnodige steun in het parlement verworven kunnen worden. Eenvoudig om de vakbonden mee te krijgen zal het niet zijn, gezien de aanzienlijke bezuinigingen op de zorg en sociale zekerheid.
Op het Mediapark in Hilversum wordt opgelucht gereageerd op het regeerakkoord. Daaruit blijkt dat de 156 miljoen euro die het vorige kabinet bezuinigde op de publieke omroep, deels wordt teruggedraaid. „Voor intensiveringen in de media is structureel 50 miljoen euro beschikbaar”, staat in de financiële paragraaf van het regeerakkoord. Of dit ook betekent dat een derde van de bezuinigingen wordt geschrapt, is nog niet duidelijk. Want een deel van dat bedrag zal volgens het akkoord worden „geïnvesteerd in persveiligheid en journalistieke vrijheid”.
Het nieuwe kabinet trekt niet alleen meer geld uit voor de publieke omroep, maar wil ook doorgaan met de ingezette hervormingen, zoals het samenvoegen van omroepen in omroephuizen. Waar het vorige kabinet het aantal omroephuizen en wie met wie samengaat aan de omroepen zelf liet, stelt dit kabinet duidelijkere kaders. „De omroepen gaan samenwerken in vier omroephuizen met daarnaast één apart omroephuis voor [de taakomroepen] NOS/NTR”, aldus het akkoord.
In reactie op het dalende aantal lineaire tv-kijkers moet de publieke omroep vol inzetten op digitalisering om jongeren te bereiken.
Het regeerakkoord besteedt ook een aparte paragraaf aan internet en sociale media. Want „in de huidige online wereld zorgen verslavende algoritmes, schadelijke content en gebrekkige moderatie voor risico’s als verslaving, intimidatie, misbruik en fraude”. Daarom wil het nieuwe kabinet grenzen stellen. In navolging van Australië moet er een verbod komen op sociale media voor jongeren onder de 15 jaar. Het regeerakkoord pleit voor „een handhaafbare Europese minimumleeftijd” voor sociale media „met privacyvriendelijke leeftijdsverificatie voor jongeren”.
Het nieuwe kabinet wil Lelystad Airport openen voor vakantievluchten. Naast de F-35-straaljagers die een derde uitvalsbasis in Nederland krijgen, wil het kabinet minimaal 10.000 vliegbewegingen toestaan voor het zogeheten groothandelsverkeer. Dat is tegen de wens van de Tweede Kamer die de afgelopen jaren meerdere moties heeft aangenomen om Lelystad Airport definitief te sluiten.
Maar, stellen D66, CDA en VVD, voorwaarde is wel dat Lelystad Airport voldoet aan alle wettelijke vereisten, waaronder het beschikken over een natuurvergunning. Die heeft Lelystad Airport nu niet. En zo’n natuurvergunning blijkt al jaren een forse hobbel voor het openen van het vliegveld (vooral vanwege stikstofproblemen).
Tegenover het voornemen om Lelystad Airport te openen, staat het plan van het nieuwe kabinet om een nachtsluiting op Schiphol te onderzoeken. Schiphol moet in 2030 50 procent stiller zijn, aldus het regeerakkoord, en daartoe moet een sluiting tussen 0.00 en 5.00 uur worden onderzocht. „De totale CO2-uutstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport moet in 2030 lager zijn dan in 2024 op Schiphol.”
Op het gebied van infrastructuur legt het kabinet – net als vorige regeringen – de nadruk op de relatie tussen woningbouw en bereikbaarheid. De drie coalitiepartijen willen met name investeren in het grootonderhoud van autowegen, spoor en vaarwegen, maar willen ook de zeventien infrastructurele projecten herstarten die voormalig minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) op pauze heeft gezet (vanwege tekort aan geld, personeel en stikstofruimte).
Hoe zij daarvoor het budget willen vrijmaken, is onduidelijk. Rijkswaterstaat komt de komende jaren zeker 34,5 miljard euro tekort voor noodzakelijk onderhoud, spoorbeheerder ProRail heeft nog minstens 1,8 miljard euro extra nodig.
Het nieuwe kabinet zegt niets over een invoering van rekeningrijden, ofwel betalen naar gebruik. Dat werd wel verwacht, gezien de verkiezingsprogramma’s van vooral D66. Autorijden dreigt voor een grote groep Nederlanders steeds duurder te worden, aldus de coalitie (waarin je de wensen van de VVD kan lezen). „We verlengen daarom de verlaging van de brandstofaccijns” (benzine). Wel willen de drie partijen onderzoek doen naar „een toekomstbestendige hervorming van de autobelasting” binnen de motorrijtuigenbelasting.
Verder komt er een aparte voertuigcategorie voor fatbikes, „waarmee we een minimumleeftijd en helmplicht instellen en krijgen gemeenten de mogelijkheid om fatbike-vrije zones in te voeren”.
Wat het ov betreft, schrijven de drie partijen: „We zorgen dat het openbaar vervoer een serieus alternatief blijft voor de auto.” Over investeringen in nieuw spoor (Lelylijn) zegt het kabinet weinig tot niks. De drie lijken vooralsnog een rem te zetten op meer marktwerking op het spoor. Nieuwe spooraanbieders, naast NS, krijgen slechts de kans om nieuwe treinen te rijden „aan de randen van het hoofdrailnet”, de belangrijkste intercity- en stoptreinen.
„Hoopvol”, zo reageerden ze bij Natuurmonumenten begin december op het toen net gepresenteerde tussenakkoord: er was onder meer enthousiasme over de plannen voor brede overgangszones rondom kwetsbare Natura2000-gebieden. In die zones zal extensivering van landbouw plaatsvinden, bijvoorbeeld door minder dieren per hectare te houden. „Essentieel om niet alleen stikstof, maar ook biodiversiteit, verdroging en slechte waterkwaliteit aan te pakken”, aldus Natuurmonumenten. Ook Natuur & Milieu noemde het tussenakkoord „winst voor natuur en klimaat”.
In het coalitieakkoord wordt de zonering rondom de (op basis van Europese regelgeving beschermde) Natura2000-gebieden eveneens genoemd. Maar in de huidige tekst is een opvallende zin toegevoegd: „We evalueren de doelen voor Natura2000-gebieden om te zien of deze redelijkerwijs haalbaar zijn.” Daarmee lijkt de coalitie de deur op een kier te willen zetten voor het afzwakken van de natuurdoelstellingen.
En zo lijkt het akkoord wat natuurbeheer betreft steeds op twee gedachten te hinken: enerzijds zegt de coalitie de (vanuit Europa opgelegde) Natuurherstelverordening uit te voeren door zich onder andere te richten op natuurherstel in de Noordzee en de Waddenzee en vergroening van stedelijk gebied. Tegelijkertijd wordt óók benadrukt dat een „bredere afweging” wordt gemaakt met belangen als economie en ruimte. En „waar het kan” zal worden gekozen voor landbouw én natuur, in de vorm van agrarisch natuurbeheer.
Toch lijkt al met al meer ruimte te zijn voor natuurbehoud dan in het hoofdlijnenakkoord dat PVV, VVD, NSC en BBB in 2024 presenteerden. Daarin werd onder andere gesproken over een „herijking van de Natura2000-gebieden, gericht op een hoofdstructuur van robuuste natuurgebieden (geen „snippernatuur”)”. Over die zin vielen diverse natuurbeschermers, omdat het zou impliceren dat kleine natuurgebieden, de ”snippers”, het veld zouden moeten ruimen.
In het huidige coalitieakkoord lijkt meer oog te zijn voor instandhouding van natuurgebieden, groot én klein: „Door natuurgebieden beter met elkaar te verbinden, kunnen we de biodiversiteit van (versnipperde) natuur sterker maken. Met structurele financiering en heldere verantwoording voor effectief natuurbeheer houden we gebieden beter in stand en breiden we waar nodig natuurgebieden uit.”
Na de grote bezuinigingen van het vorige kabinet op onderwijs en wetenschap is er nu goed nieuws voor de sector: het nieuwe kabinet trekt hiervoor extra geld uit, oplopend tot 1,5 miljard euro per jaar vanaf 2031. Dat begint al met 1 miljard euro volgend jaar. Het kabinet ziet onderwijs als „de basis voor een leven in vrijheid en verbondenheid”, staat in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA. Goed onderwijs is bovendien „noodzakelijk om onze welvaart te behouden en het verdienvermogen te verbeteren”.
Vooral op universiteiten zal opgelucht adem gehaald worden. Het hoger onderwijs demonstreerde sinds 2024 tegen de bezuinigingen van het kabinet-Schoof op onder meer onderzoeksbeurzen voor jonge academici. Het nieuwe kabinet wil juist weer meer investeren in onderzoek. Ook komt er een „talentstrategie” om ervoor te zorgen dat internationaal toptalent naar Nederland komt én hier blijft.
De beurs voor uitwonende studenten gaat omhoog en de rente wordt gemaximeerd op 2,5 procent. Voor studenten die stagelopen, komt er een wettelijke vergoeding.
Het plan om opleidingen in het Engels, Duits of een andere taal te schrappen is van de baan, maar het kabinet wil wel grip houden op de komst van internationale studenten en gaat daarover bindende afspraken maken met onderwijsinstellingen. Voor studenten buiten de EER (Europese Economische Ruimte) kunnen universiteiten een numerus fixus instellen.
Met het extra geld kan geïnvesteerd worden in verbetering van de basisvaardigheden taal en rekenen, in het aanpakken van leerachterstanden en het opleiden van meer goede leraren. Het kabinet wil de administratieve last waar het onderwijs onder gebukt gaat verlagen. Subsidies (die veel tijd kosten om aan te vragen en te verantwoorden) worden omgezet in structurele financiering.
Omdat er al langere tijd zorgen zijn over de tegenvallende leerprestaties van leerlingen, stelt het nieuwe kabinet een staatscommissie in die hier onderzoek naar gaat doen. Voor lerarenopleidingen komt er een landelijk curriculum en ook de toetsing wordt centraal geregeld, zodat elke beginnende leraar straks dezelfde basiskennis heeft.
De financiering van het mbo en hbo wordt aangepast, zodat deze scholen minder kwetsbaar worden als er een plotselinge daling is in de instroom van nieuwe studenten.
Boeren hadden de pijn voelen aankomen. De BBB is voorlopig uitgespeeld in Den Haag, en duidelijk was dat harde maatregelen nodig zouden zijn om van het ‘stikstofslot’ te komen. Nu kunnen er nauwelijks huizen gebouwd worden, stokt de energietransitie en kunnen ook boeren niet vernieuwen of uitbreiden. Rechterlijke uitspraken zijn glashelder: de natuur moet worden hersteld en stikstofuitstoot omlaag.
De pijn komt er. Voor boeren rond beschermde natuurgebieden wordt het lastig: daar is volgens het kabinet „een hoge emissiereductie nodig”. Er komen ‘zones’ rond die gebieden – de Veluwe en de Peel als eerste – waarin nauwelijks nog stikstof uitgestoten kan worden. Voor veel boeren die daar werken, zal dat het einde betekenen. Vaak weten ze dat al: veel provincies hebben zulke zones al in de planning, en juist de provincies krijgen van het kabinet weer een hoofdrol.
Terug van weggeweest: het ‘stikstoffonds’, door het kabinet-Schoof juist afgeschaft. Voor stikstofaanpak, landbouw en natuurherstel is 20 miljard euro beschikbaar. Ooit noemde de BBB dat een ‘boeren-oprotfonds’, bang dat boeren daar gedwongen mee zouden worden uitgekocht. Maar de BBB-bewindslieden zijn weg en de partij moet dolksteekjes incasseren. Van een oude BBB-parel, rode diesel als goedkope brandstof voor boeren, wordt straks onder meer natuurherstel betaald. Uitkoopregelingen blijven bestaan en, zo is de bedoeling, worden meer gericht op boerenbedrijven die de natuur het meest belasten.
Het kabinet gaat voor een reductie van 42 tot 46 procent in 2035 (het laatste kabinet-Rutte wilde dat vijf jaar eerder) ten opzichte van 2019 voor de landbouw, maar – en dat juichen boeren toe – er zal minder met modellen worden gerekend en meer gekeken naar de feitelijke situatie in de natuur en per bedrijf. Wel komt er een norm voor het aantal dieren per hectare, al is nog onbekend hoe hoog die is. Worden normen niet gehaald? Dan wil dit kabinet best kijken naar gedwongen uitkoop, wat onder het kabinet-Schoof een taboe was.
Veel afspraken zijn nog niet rond, blijkt uit het akkoord. Er komen ‘generieke reductieplafonds’ (maximum uitstoot voor álle boerenbedrijven), maar onduidelijk is hoe die eruitzien. Er moeten nog ‘convenanten’ worden gesloten over het gebruik van, soms schadelijke, gewasbescherming. Jonge boeren en tuinders worden geholpen om vergrijzing tegen te gaan. Maar hoe precies is nog niet glashelder. Op duidelijkheid, waar boeren, tuinders en ook natuurorganisaties al zo lang om roepen, is het nog even wachten.
In het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD valt op rechtsstatelijk gebied op dat de partijen het demonstratierecht willen wijzigen. Ze zien dat grondwettelijke recht weliswaar als „een fundamenteel onderdeel van onze democratie”, maar constateren ook dat demonstreren soms „doorslaat in grootschalige verstoring van de openbare orde”.
Hoewel onderzoekers stellen dat de huidige wetgeving voldoende mogelijkheden biedt om demonstraties te beperken, willen de drie coalitiepartijen meer instrumenten om dat te doen. Zo moet de Wet openbare manifestaties worden aangepast om burgemeesters meer bevoegdheden te geven voor „bestuursrechtelijke handhaving of verplaatsing”. Ook moeten „strafbare feiten die tijdens een demonstratie worden gepleegd”, zwaarder door een strafrechter worden gewogen.
In het akkoord is verder te lezen dat het toetsingsverbod, het verbod van rechters om wetten aan de Grondwet te toetsen, deels op de schop gaat. Rechters moeten volgens de coalitiepartijen gaan toetsen aan klassieke grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, godsdienst en privacy, wat moet leiden tot het versterken van de rechtsbescherming. Een constitutioneel hof, een gekoesterde wens van het kabinet-Schoof, komt er niet.
Ander opvallend punt is dat de drie partijen „gaan schrappen” in bezwaarprocedures die door burgers tegen de overheid kunnen worden ingesteld. „Geen stapeling meer” van procedures, en de drempels om bezwaar of beroep in te stellen gaan omhoog.
Ook staat in het akkoord dat politieke beïnvloeding van rechters moet worden ingedamd door de rechtspraak een eigen begroting te geven en de minister van Justitie en Veiligheid geen rol meer te geven in de benoeming van leden van de Raad voor de Rechtspraak. Daarnaast moet worden geïnvesteerd in de sociale advocatuur.
De drie partijen willen ook de Wet op de politieke partijen invoeren, die al in 2019 door toenmalig minister van Binnenlandse Zaken (Kajsa Ollongren, D66) werd ingediend. Ook wordt de invoering van een kiesdrempel en nieuw kiesstelsel voor de Tweede Kamer onderzocht, en wordt een aantal voorstellen van de staatscommissie-Remkes (2018) uitgevoerd. D66, VVD en CDA willen verder „het democratisch ethos in de hele samenleving” verbeteren.
Het nieuwe kabinet wil onder meer een uitzendverbod inzetten om uitbuiting van arbeidsmigranten tegen te gaan. Ze doet dat als „stok achter de deur” als misstanden in een specifieke sector blijven bestaan. Een uitzendverbod is de meest vergaande maatregel tot nu toe om misstanden rondom arbeidsmigranten terug te dringen. Het zou betekenen dat werkgevers geen medewerkers meer mogen inhuren via uitzendbureaus. In de uitzendbranche is er veel weerstand tegen.
De vleessector maakt kans op een uitzendverbod. Voormalig minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken, NSC) liet tijdens zijn ministerschap zo’n verbod voorbereiden. Vooral in de vleessector, maar ook in de schoonmaak-, transport- en teeltsector is sprake van „wijdverspreide misstanden”, zo bleek uit een verkenning die Van Hijum liet uitvoeren. In de vleessector bleken de misstanden „stelselmatig”.
Uitzendbureaus moeten van het nieuwe kabinet arbeidsmigranten ook aantoonbaar gaan helpen om zich in te schrijven in de Basisregistratie Personen. Arbeidsmigranten die langer dan vier maanden in Nederland verblijven zijn daartoe verplicht. In de praktijk gebeurt dit vaak niet. Arbeidsmigranten kunnen hierdoor in de problemen komen met onder meer hun zorgverzekering.
Ook moeten werkgevers zorgen voor „voldoende huisvesting” voor arbeidsmigranten. Tegelijkertijd wil het nieuwe kabinet een einde maken aan de afhankelijkheidsrelatie met de werkgever, waarbij de arbeidsmigrant op straat komt te staan als het werk ophoudt.
Deze voornemens staan op gespannen voet met elkaar. Het is niet duidelijk hoe het nieuwe kabinet deze afhankelijkheidsrelatie wil doorbreken. Deskundigen benadrukken dat arbeidsmigranten het meest weerbaar zijn als zij hun eigen huisvesting geregeld hebben, los van de werkgever.
Het nieuwe kabinet wil tenslotte „actief en gericht” goed geschoolde krachten naar Nederland halen die „toegevoegde waarde in vooraf afgebakende sectoren hebben”. Welke sectoren dat zijn, noemen de coalitiepartijen niet. Voor dit plan komen in ieder geval kandidaat-lidstaten van de Europese Unie in aanmerking. Dat zijn bijvoorbeeld Servië, Oekraïne en Albanië.
Het aanbod van arbeidskrachten uit EU-landen als Polen, droogt langzaam op. In Polen, waarvandaan van oudsher veel arbeidsmigranten naar Nederland komen, zijn de lonen gestegen waardoor het minder aantrekkelijk is geworden om naar Nederland te komen. Ook vergrijst de lokale bevolking. In een recent verschenen rapport benadrukt de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid dat Nederland in zijn beleid moet anticiperen op dit soort demografische ontwikkelingen in het buitenland.
De laatste ontwikkelingen rond klimaat, natuur en duurzaamheid
Source: NRC