Home

Waarom moeten vrouwen zich aanpassen, terwijl de wetenschap zelf niet verandert?

is hoogleraar Informatica.

‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.’ Kent u die slogan nog? Van eind jaren tachtig, maar vaak gehoord toen ik studeerde in de zero’s. De vibe was duidelijk: je hebt als vrouw succes in eigen hand, niks houdt je tegen. En dat gedachtegoed is nog springlevend.

Zo spreek ik binnenkort op een event voor vrouwen in de bèta-wetenschap dat belooft de deelnemers naar huis te sturen met ‘een sterker netwerk en hernieuwd zelfvertrouwen’. Met workshops over onderhandelen en leiderschap komen jullie er wel, ladies!

En hoewel ik de wens om vrouwen te ondersteunen echt begrijp (ik zie ze ook vaak genoeg worstelen om goed te aarden in de wetenschap), na een jaar of twintig dit soort events te hebben moeten doorstaan ben ik er klaar mee. Ik wil geen presentatieworkshops meer met goedbedoelde tips, zoals ‘kleed je maar niet al te vrouwelijk’. Een collega kreeg bij zo’n sessie ooit te horen dat ze, om haar kansen op een beurs te vergroten, beter met een lagere stem kon praten.

Het probleem van dit ‘Amerikaanse droomfeminisme’ – jij kunt het ook als je maar hard genoeg werkt – is dat het de focus legt op succes. Niet voor niets is het groot gemaakt in Silicon Valley door Yahoo-baas Marissa Mayer (naar eigen zeggen geen feminist) en Sheryl Sandberg van Facebook (die vrouwen in haar bestseller Lean In vooral de tip gaf om meer te werken).

Maar zo komt de verantwoordelijkheid steeds weer eenzijdig bij vrouwen te liggen. Als het jou niet lukt, heb je het dan wel hard genoeg geprobeerd? Het lukte Mayer en Sandberg toch ook?

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

De verantwoordelijkheid ligt dan, conveniently, niet bij twee andere actoren: mannen en de organisaties zelf. Geen wonder dat deze lijn van argumenteren zo populair werd, het vergt namelijk geen werk van degenen die al in het voordeel waren.

Mijn mannelijke collega’s bijvoorbeeld hoefden niet naar workshops om te leren hoe ze met collega’s met oorbellen, nagellak of hoge stemmen moesten omgaan; die mochten gewoon in alle rust doorwerken aan hun papers, terwijl wij dames voor de zoveelste keer in panels mochten praten over ‘de vrouwelijke wetenschapper’, of op speciale open dagen voor meiden moesten komen opdraven; wij waren immers de rolmodellen.

En dat denkbeeld zorgt er ook voor dat wetenschappelijke organisaties niet ingrijpend hoefden te veranderen, het zijn immers de vrouwen die zelf de heavy lifting doen. Je wordt zo driedubbel gestraft: je wordt al gediscrimineerd, jij moet je tijd besteden aan het oplossen ervan, én het denkbeeld dat het je eigen schuld is viert overal hoogtij.

Het moment dat het kwartje bij mij echt viel, was toen ik onderzoek zag waaruit bleek dat vrouwelijke docenten door studenten systematisch slechter beoordeeld worden dan mannelijke; vooral voor jonge vrouwen in wiskundige vakken is die bias sterk. Bovendien toont ander onderzoek aan dat student-evaluaties niet (ik herhaal, niet!) correleren met leeropbrengst; studenten hebben namelijk de neiging om makkelijkere vakken beter te beoordelen. Het doen van die evaluaties an sich is dus al onwetenschappelijk, en vrouwen lijden daaronder.

Dan moet je je toch gaan afvragen of de wetenschap eigenlijk wel in de wetenschap gelooft. Of zijn ze het misschien diep in hun hart niet eens met de doelstelling dat er meer vrouwen in de wetenschap horen? Het feit dat zo’n simpele barrière als bevooroordeelde evaluaties niet gewoon wordt weggehaald – we kunnen zonder enige moeite morgen ophouden met die evaluaties, en het zou nog geld besparen ook – terwijl de ‘slimme meid’-workshops al veertig jaar doorgaan, zegt eigenlijk genoeg.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next