Home

Hoe Mathieu al molenwiekend op één been de tegenstanders zal vernederen

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Zondag zal wielrenner Mathieu van der Poel proberen voor de achtste keer wereldkampioen veldrijden te worden. Het staat vast dat dit hem zal lukken, waarmee hij de recordhouders Erik De Vlaeminck (7) en zichzelf (7) zal passeren. Ik heb op deze plek weleens beweerd dat het saai begint te worden, met Van der Poel die elke cross wint waaraan hij deelneemt, maar daar kom ik bij nader inzien op terug. Het is helemaal niet saai, het is prachtig en opwindend.

Nu ik toch bezig ben: ik heb in deze column ook weleens geschreven dat ik veldrijden een rare sport vind. Dat is nog steeds zo en ik verwacht dat dat altijd zo zal blijven. Fietsen door de modder heeft iets overbodigs en over dwars over het parkoers geplaatste planken springen lijkt me tegennatuurlijk, dat is meer iets voor springpaarden. Bovendien zijn fietspaden niet voor niets uitgevonden.

Maar het veldrijden is er en sinds 1950 staat er een wereldkampioenschap op het spel. De winnaar wordt beloond met een regenboogtrui en, dit jaar tenminste, met een prijs van 5.000 euro – een van de charmes van het wielrennen is dat de winnaars in deze profsport nog altijd worden afgescheept met een fooi en dat ze daar dan dolblij mee zijn.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Er zijn veel compleet overbodige sporten waarvan je je afvraagt waarom ze eigenlijk bestaan. Sterker: bij de komende Winterspelen zal blijken dat het er steeds meer worden. En toch ga je, als je er eenmaal aan gewend bent, ook het knobbelskiën of het ruggelings ijsdribbelen heel anders bekijken wanneer er iemand voorbijkomt die vele malen getalenteerder is dan de concurrentie. Die niet zomaar een klein beetje beter is, maar wiens genadeloze onverslaanbaarheid de tegenstanders tot weerloze slampampers degradeert.

Dan kan het gebeuren dat je jezelf opeens hoort zeggen: dit is zeker de meest geniale ijskantklosser die we ooit hebben gezien, iedereen staat paf, wat een genot dat ik dit vertoon van totale overheersing live mag meemaken!

Op dat moment heb je de veldrijder-Mathieu van der Poel-vibe te pakken, en zijn we aanbeland in het domein van de ultieme prestatie. Het doet er feitelijk niet toe welke prestatie, laat staan in welke sport. Het gaat niet eens meer om winnen, maar om de zoektocht naar het onbenaderbare, het onevenaarbare, het allerhoogste; misschien moet je zeggen: de queeste naar het bovenmenselijke, ja, het goddelijke. We bevinden ons op het terrein van de volkomen dominantie, de overmacht.

De voormalige wereldkampioen veldrijden Sven Nys zei in een voorbeschouwing op het WK dat zelfs twee lekke banden Van der Poel niet van de titel zouden kunnen afhouden. Hij ging zelfs nog een stapje verder: ‘Ze moeten hem al een been afzetten, wil hij dit WK verliezen.’

En zelfs dan is het de vraag of Mathieu de tegenstanders niet al molenwiekend op één been alsnog zou vernederen.

Onoverwinnelijkheid gaat gepaard met vernedering. Zo is het nu eenmaal, in de sport. De andere inschrijvers maken zich geen illusies: nog voor ze van start gaan is de nederlaag een feit. Je kunt de tv uitzetten ‘omdat elke vorm van spanning ontbreekt’. Maar dat is onverstandig. Want wat je gaat zien, morgen met Van der Poel, straks met Jordan Stolz, over een tijdje met Tadej Pogacar, is de schoonheid van de absolute superioriteit.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next