De Syrische regering in Damascus heeft een politieke overeenkomst gesloten met de Koerdische strijdgroep SDF. Na dagen van vrees voor een mogelijk bloedbad is er nu vooral opluchting. Wel kan er bij de implementatie nog veel misgaan.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman en is momenteel in het Koedische noordoosten van Syrië
Na drie weken van zware gevechten ligt er een politiek akkoord in Damascus. De Syrische regering van president Ahmad al-Sharaa en de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) zijn tot overeenstemming gekomen over de ‘gefaseerde’ integratie van het Koerdische noordoosten in het nieuwe Syrië, zo werd vrijdagochtend bekend. Een grote en bloedige confrontatie tussen beide strijdende partijen lijkt daarmee afgewend.
In de krachtmeting tussen de twee partijen komt Sharaas regering duidelijk als winnaar uit de bus. De Koerdische wens van autonomie gaat van tafel. De SDF houdt op te bestaan en zal zijn zware wapentuig moeten opgeven, om vervolgens op te gaan in drie afzonderlijke divisies van het Syrische leger, ieder met een Koerdische commandant aan het hoofd. Ook komt er een aparte, vierde divisie voor de troepen uit Kobani, een stad die een decennium geleden beroemd werd tijdens de veldslag tegen terreurgroep Islamitische Staat (IS).
Hoewel er nog van alles kan misgaan in de implementatie van de deal (eerdere bestandsakkoorden verkruimelden binnen luttele dagen), halen veel Syriërs aan beide kanten van de frontlinies opgelucht adem. De Amerikaanse gezant Thomas Barrack, samen met Frankrijk betrokken als bemiddelaar, sprak in een reactie van een ‘historische mijlpaal op Syrië’s pad naar nationale verzoening, eenheid en duurzame stabiliteit’.
Sharaa’s regering krijgt volgens de deal het recht om politietroepen naar de twee (overwegend) Koerdische steden Qamishli en Hasakah te sturen. Van alle bepalingen is deze in potentie het meest explosief, gezien het diep gevoelde wantrouwen aan beide kanten. Tot voor kort was het voor Koerden ondenkbaar dat hun straten bewaakt zouden worden door Arabische agenten die in Damascus op de loonlijst staan. Veel inwoners beschouwen Sharaa als de Al Qaida-terrorist die hij een decennium geleden was. Wanneer de agenten precies zullen worden ingezet, is onduidelijk, maar het akkoord geldt ‘per direct’.
Afgesproken is ook dat de legertroepen aan beide kanten van het front zich zullen terugtrekken. De instituties van het Koerdische ‘semi-autonome’ gebied in het noordoosten (feitelijk een soort schaduwregering) zullen worden samengevoegd met die van Damascus – een proces dat vermoedelijk maanden in beslag zal nemen. Koerdische taal- en onderwijsrechten zullen worden geëerbiedigd, al is onduidelijk hoe precies.
Grote vraagtekens zijn er ook, bijvoorbeeld over het lot van de Vrouwelijke Verdedigingseenheden (YPJ), een militie die onder de SDF valt, bestaande uit naar schatting 12 duizend Koerdische vrouwen. In de eerste persverklaringen wordt over hen gezwegen. Gaan de vrouwen dienen onder de vlag van hun voormalige vijand, de islamistische regering in Damascus?
Onmogelijk is het niet, ingewikkeld wel, gezien de immense verschillen in wereldbeeld en politiek-religieuze overtuigingen. ‘De Syrische regering is IS’, zei YPJ-commandant Chevre (een militair pseudoniem) donderdag nog tegen de Volkskrant. ‘We zullen tegen hen vechten tot onze laatste druppel bloed.’
Toen het onderwerp recentelijk werd aangesneden in Damascus, zou de Syrische minister Asaad al-Shaibani (Buitenlandse Zaken) hebben gezegd dat de vrouwen wat hem betreft ‘terug kunnen keren’ naar hun rol van ‘vrouwen en moeders.’
Onduidelijk is bovendien wat er gaat gebeuren met het detentiekamp al-Roj, waar zo’n 2.200 vrouwen (onder wie een handvol uit Nederland) en kinderen zitten uit het voormalige IS-kalifaat. Het kamp staat onder Koerdische controle, maar daar zal Damascus een einde aan willen maken. Tijdens een bezoek van de Volkskrant, afgelopen week, bezwoer directeur Hukmiyeh Ibrahim nog dat de SDF het kamp met hand en tand zou verdedigen.
In de noordoostelijke stad Qamishli, vlakbij de grens met Turkije, was vrijdagmiddag weinig te merken van feestvreugde. Toch zullen veel Koerden opgelucht ademhalen. Velen vreesden voor een sektarisch bloedbad, naar het voorbeeld van de moordpartijen van afgelopen jaar op achtereenvolgens de alawieten (in maart) en de druzen (juli), twee andere Syrische minderheden.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant