Home

‘Het verspillen van je talent is het ergste wat je in je leven kan overkomen’

‘Je hebt op een school wel individualiteit nodig, maar geen individualisme – wel collectiviteit, geen collectivisme.’ Onderwijssocioloog Iliass El Hadioui strijdt met De Transformatieve School voor een verandering van de schoolcultuur in Nederland.

‘We horen vaak over het probleem van onderadvisering: biculturele jongeren die door hun docenten een lager schooltype aangeraden krijgen dan ze aankunnen. Bij mij was het omgekeerde het geval: ik zat op het vwo, maar had een sterke behoefte naar de havo te gaan, omdat mijn vrienden daar zaten. Maar mijn leraren op het vwo hebben me met een collectieve inspanning op het vwo gehouden. ‘Het verspillen van je talent is het ergste wat je in je leven kan overkomen’, zei een van hen. Achteraf moet ik ze gelijk geven, cognitief hoorde ik op het vwo. Ik ben dankbaar dat ze me erop hebben gehouden.’

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Als onderwijssocioloog, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, heeft de 42-jarige Iliass El Hadioui naam gemaakt in de onderwijswereld. Met de door hem opgerichte De Transformatieve School, waarvan hij de programmaleider is, strijdt hij voor kansengelijkheid en een hoge onderwijskwaliteit voor alle leerlingen. Een ‘cultuur van hoge verwachtingen’ op scholen is het streven. Vooralsnog weten niet meer dan een op de tien basisscholen en een op de twintig middelbare scholen volledig aan die criteria te voldoen, een select gezelschap dat hij de ‘Zwarte Zwanen-scholen’ noemt. ‘Mijn ideaal is dat de helft van alle scholen daartoe gaat behoren. Dan bereiken we een omslagpunt, waarna de andere zullen volgen.’

Op weg daarheen ontmoet De Transformatieve School de nodige weerstand, onder meer van wat El Hadioui ‘kapitaalkrachtige omgevingen’ noemt. Hij doelt daarmee op alle belanghebbenden bij scholen die traditioneel gezien bovenaan de lijstjes staan met de hoogste Cito-scores in het primair onderwijs of met de meeste geslaagde eindexamenkandidaten in het middelbaar onderwijs.

Voor de rangschikking van scholen stelt El Hadioui een andere maatstaf voor. ‘In mijn ogen horen die scholen bovenaan te staan die voor hun leerlingen de grootste relatieve vooruitgang weten te boeken. Een voorbeeld: in een achterstandswijk in Arnhem staat een basisschool die in groep 1 vrijwel alleen maar kinderen van kapitaalarme ouders binnenkrijgt. In groep 8 hebben die leerlingen een hogere leesvaardigheid dan het gemiddelde op de basisscholen in kapitaalkrachtige wijken.’

De sleutel voor dat soort opmerkelijke prestaties ligt wat hem betreft in het veranderen van de schoolcultuur, ‘waaraan iedereen een bijdrage kan leveren: de schoolleiding, de docenten, de leerlingen, de conciërge’. De verandering ervan moet gericht zijn op wat hij de ‘ik-we-balans’ noemt en omvat in grote steden nog een andere balans, gelegen in ‘de pedagogische driehoek’ van ‘schoolcultuur, jeugdcultuur en thuiscultuur’.

El Hadioui, van 2019 tot 2022 lid van de Onderwijsraad, het hoogste adviesorgaan op onderwijsgebied, schreef erover in zijn boeken Hoe de straat de school binnendringt (2015), Switchen en klimmen (2019) en Grip op de mini-samenleving (2022). Met de laatste term duidt hij de schoolklas aan. De wetenschapper in hem theoretiseert graag, maar ‘voeding’ door de onderwijspraktijk ziet hij als onmisbaar. ‘Ik pleit voor het theoretiseren van de praktijk en het praktiseren van de theorie.’ Een essentiële schakel daarin vormen de ongeveer twintig trainers van De Transformatieve School die het collectief ontwikkelde trainingsprogramma sinds 2012 jaarlijks op circa honderd scholen in de praktijk brengen.

U heeft een islamitische achtergrond, maar zat op een katholieke school in Maassluis en op een protestants-christelijke school in Vlaardingen. Hoe ervoer u die mix van religies?

‘Ik had een gedisciplineerde jeugd, als zesde kind in een groot gezin, pendelend tussen thuis, school, de voetbalvereniging en de moskee, met in de weekeinden veel familiebezoek. Op school kon ik goed gedijen. De traditioneel christelijke familiecodes liggen verrassend dicht bij de traditioneel islamitische familiecodes, met gedeelde waarden als eerlijkheid, bescheidenheid, beleefdheid en solidariteit. Die waarden staan nogal ver af van de vrijzinnige samenleving die nu de boventoon voert.

‘Dat wil niet zeggen dat er destijds geen botsende meningen waren. Van de middelbare school herinner ik me scherpe debatten met docenten. Die waren gelovig en hadden andere opvattingen over bijvoorbeeld het Midden-Oosten en de multiculturele samenleving. Het was in de tijd van de opkomst van Pim Fortuyn. Maar die controversiële thema’s konden worden besproken binnen een cultuur van geborgenheid en vertrouwen. Mensen konden fouten maken – soms verontschuldigde een docent zich over een al te scherpe uitspraak, waarna we weer overgingen tot de orde van de dag. Als leerling dacht je niet: ik ga hem beschadigen. Dat is nu anders, elk wissewasje kan worden gefilmd en op sociale media worden gezet.’

U prijst de schoolcultuur van wat u Zwarte Zwanen-scholen noemt. Wat doen zij zo goed?

‘Hun cultuur is inderdaad cruciaal. Die scholen hebben niet betere docenten of betere leerlingen, geen ander onderwijstype of andere schoolboeken, nee, het verschil zit in wat we de ‘ik-we-balans’ noemen. Dat betekent dat de ‘ikjes’, de docenten in de klas, zich gesteund weten door een ‘we’, het professioneel collectief van leraren en schoolleiding. Dat geeft hun rugdekking wanneer ze voor hun klas staan. Wanneer er voor de hele school geldende afspraken worden gemaakt, vormt die ‘we’ de spil, die de ‘ikjes’ in staat stelt de afspraken in de praktijk te brengen.’

Hoe moet ik me dat concreet voorstellen?

‘Een concreet voorbeeld daarvan is het gemeenschappelijk normatief kader: wat mag er wel en wat niet in klaslokalen? Dat gaat over telefoons, oordopjes, croissantjes, dat soort zaken, maar ook over waarden en omgangsvormen: over respect, een basisrust die er in de klas moet zijn, een manier van elkaar begroeten. Dat ondersteunt het kweken van een cultuur van hoge verwachtingen. Zwarte Zwanen-scholen zijn er goed in dat soort afspraken collectief na te komen.’

Is dat voor andere scholen zo moeilijk?

‘Veel scholen krijgen dit inderdaad minder goed voor elkaar. Dat heeft te maken met een verstoorde ik-we-balans. Als er op een school een individualistisch doorgeschoten cultuur is, heb je een groep docenten die zegt: ‘Prachtig hoor, dit schoolbeleid, maar ik ga over mijn eigen leerlingen, in mijn lokaal gelden andere regels.’ Als 30 procent van de docenten zo denkt, komt er van de beoogde uniformiteit niets terecht. Je hebt op een school wel individualiteit nodig, maar geen individualisme – wel collectiviteit, geen collectivisme.’

Hoe bedoelt u dat?

‘De eigenheid en de autonomie van de professional zijn essentieel, anders krijg je robots die lesgeven. Een van de grote problemen momenteel is de dominantie van lesmethoden, waardoor een docent zich niet meer emotioneel eigenaar over de lesstof voelt. Dat gaat ten koste van zijn spelgevoel – een goede docent weet hoe en in welk tempo hij de lesstof op leerlingen kan overbrengen. Zijn individualiteit is dan ook essentieel. Alleen moet die niet doorschieten in individualisme, dan wordt de ik-we-balans verstoord.

‘De collectiviteit van professionals stelt je als docent in staat te leren met en via je collega’s. Controversiële thema’s en kwesties worden dan niet uit de weg gegaan, maar als team gedragen. Alleen moet dat niet ontaarden in collectivisme, waarbij er van groepsdenken sprake is. Professionals krijgen dan opgelegd hoe ze moeten denken, ‘zo doen we dat hier nu eenmaal’ wordt dan de verstarrende schoolcultuur. Die is bedreigend voor de professionele ontwikkeling van alle docenten. Alle Zwarte Zwanen-schoolleiders snappen het belang van zowel collectiviteit als individualiteit.’

Ziet u uw ideeën als progressief of conservatief?

‘Beide. Dat blijkt ook wel uit het brede spectrum van scholen die ervoor openstaan, variërend van reformatorisch en islamitisch tot progressief Amsterdams. Het behoudende element is het gemeenschappelijk normatief kader. Maar we zijn ook radicaal progressief door onze nadruk op kansengelijkheid voor álle leerlingen, dus niet alleen die uit een kapitaalarme omgeving. Je hebt ook kinderen uit kapitaalkrachtige omgevingen die op een school belanden met een cultuur van lage verwachtingen. Hun kansen nemen daardoor ook af, hoe dik de portemonnee van hun ouders ook is. Dat ligt niet aan die leerlingen of hun docenten, maar aan de schoolcultuur.’

Welke weerstand komt u zoal tegen?

‘Het succes van de Zwarte Zwanen-scholen verdient een groter podium, maar het is niet eenvoudig ze dat te geven. Deels heeft dat te maken met de Zwarte Zwanen-schoolleiders, die vaak bescheiden van aard zijn. Maar er speelt soms ook een gebrek aan nieuwsgierigheid bij kapitaalkrachtige omgevingen. ‘Dit is niet iets voor ons, maar voor scholen met arme kinderen’, is nogal eens hun redenering. Terwijl het juist van belang voor alle scholen is.

‘We hebben een alternatieve rangschikking voor scholen gemaakt, met bovenaan de Zwarte Zwanen-scholen, omdat die relatief de grootste vooruitgang met hun leerlingen boeken. Daarop heb ik nogal wat reacties gekregen van mensen met gezagsposities in het onderwijs die me zeiden: ‘Heel goed dat je de aandacht op kansenongelijkheid vestigt, maar kun je voor die alternatieve ranking niet wat minder aandacht vragen?’ Dat heeft alles met belangen en imago te maken. Professionals in een kapitaalkrachtige omgeving zien hun school daarop lager scoren, ze zijn bang dat dat hen schaadt. Overigens reageren de meeste scholen wel positief op ons gedachtegoed.’

Welke weerstand is er binnen scholen zelf?

‘Een schoolleider die de schoolcultuur wil veranderen, bevindt zich in een complexe dynamiek – hij heeft te maken met zijn schoolbestuur, met de inspectie, met een docententeam. In dat krachtenveld moet hij een diplomatieke rol vervullen om iedereen de goede kant op te krijgen. Gelukkig kunnen onze trainers hem daarbij helpen. Een uitdaging die we geregeld tegenkomen zijn oudere docenten die zich in hun klaslokaal vereenzaamd zijn gaan voelen. Gesprekken met deze groep kunnen emotioneel pittig verlopen. Ze zijn geneigd te klagen over het gedrag van leerlingen, omdat de wereld die ze kenden aan het verdwijnen is, terwijl ze de nieuwe werkelijkheid waarin ze zijn terechtgekomen als een verslechtering ervaren. Soms zitten ze alleen nog in het onderwijs vanwege hun hypotheek. Om hen in een cultuurverandering mee te krijgen, is een hele kunst.’

Waar heeft u uw hoop op gevestigd?

‘Op de komende generaties, ik kan niet uit de voeten met pessimistische verhalen over de jeugd van tegenwoordig. Ik zie hen als spiegels van ons, de ouderen: als wij hun minder aandacht en waardering geven, krijgen we dat terug in de vorm van hun calculerend gedrag. We moeten ze het gevoel geven deel van de school uit te maken. Vaak voelen ze dat niet zo, omdat wat hen bezighoudt, zoals de jeugdcultuur, vooral uit de school wordt geweerd. Terwijl je jeugdcultuur ook kunt ontrafelen als een pakketje sociale codes over gedrag, kleding en taal, waarvan je met elkaar kunt bedenken wat wel en niet een rol op school kan spelen – de maatschappijkritische teksten van spoken word wel, de rapteksten die meiden tot lustobject reduceren niet.

‘We moeten zien te voorkomen dat leerlingen zich in hun eigen wereld terugtrekken, wat onder invloed van sociale media maar al te gemakkelijk gebeurt. Maar ik ben optimistisch, want ik zie een jongere generatie die veel creativiteit en talent heeft. De kunst is hen op te voeden conform hun eigen tijdgeest, niet conform die van ons. We moeten erover nadenken hoe ze kunnen floreren in een wereld waarin AI de norm wordt. Dat is ingewikkeld voor docenten – veel van wat ze gewend waren, raken ze kwijt. Maar mijn hoop is dat ze zich gaan realiseren: het gaat niet om mij, het gaat om hen.’

Boektip: Transforming School Culture van Anthony Muhammad

‘Anthony Muhammad werkte als docent en schoolleider en werd later wetenschapper in Detroit en Chicago. Voor mij staat hij voor een wetenschap met geweten. In dit boek slaat hij de brug tussen theorie en praktijk. Dit meesterwerk bevat de meest adequate beschrijving van de universele principes van een Zwarte Zwanen-schoolcultuur.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next