Home

De strijd om het land van boer Kloppers: wat zijn tragische dood vertelt over onhaalbare natuurdoelen

De aanleg van nieuwe natuur in Nederland gaat niet snel genoeg. Het tragische verhaal van boer Derk Kloppers (85) uit Voorstonden, en wat na diens dood met zijn grond in beschermd natuurgebied gebeurde, laat zien waarom het stokt. ‘Ik zit niet te wachten op zakendoen met Natuurmonumenten.’

is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.

Na de tragische dood van boer Derk Kloppers uit Voorstonden, zo gaat het verhaal in de buurtschap, hadden de erfgenamen één vurige wens. De 10,8 hectare grond, al generaties in de familie, en waar Derk tot zijn noodlottige dood op 85-jarige leeftijd nog altijd acht koetjes hield, mocht niet worden verkocht aan een natuurorganisatie.

En zo geschiedde.

Zijn drie zusjes – Kloppers had partner noch kinderen – verkochten de gronden en de volledig verwaarloosde boerderij met ingestorte opstallen nabij het Gelderse Brummen vorig jaar níét aan buur Natuurmonumenten. Wel aan een boer met tweehonderd koeien, die verlegen zat om meer grond voor zijn mest. Over bedragen laat niemand zich uit, maar betrokkenen zeggen dat Natuurmonumenten bij de inschrijving ‘zwaar is overboden’.

Dat de natuurorganisatie, die samen optrok met de provincie Gelderland, bij de verkoop van Kloppers grond misgreep, staat niet op zichzelf. Terreinbeheerders leggen het geregeld af tegen boeren die naarstig op zoek zijn naar land en daarvoor soms astronomische bedragen neertellen. Helemaal nadat Europa de regels voor Nederland heeft aangescherpt en boeren sinds 1 januari per hectare minder mogen bemesten.

De verder aangewakkerde boerengrondhonger is niet zonder gevolgen. De concurrentie op de grondmarkt is een belangrijke reden dat de Nederlandse natuurdoelen niet worden gehaald, zeggen deskundigen.

Onhaalbare doelen

Afgelopen december maakten de provincies en het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur bekend dat de beloofde aanleg van nieuwe natuur praktisch onhaalbaar is. In 2013 werd in het Natuurpact afgesproken dat er eind 2027 80 duizend hectare bij moet zijn gekomen. Met name om bestaande gebieden beter met elkaar te verbinden, het zogeheten Natuurnetwerk Nederland (NNN). De teller stond eind 2024 op 53 duizend hectare. Trek de trend door en Nederland zal over twee jaar 17 duizend hectare ‘NNN’ tekortkomen.

Woensdag kwam Natuurmonumenten in actie om de aandacht te vestigen op dit gat van ruim 20 procent minder nieuwe natuur dan beloofd. Vanachter een ‘formatietafel in de natuur’, in het Gelderse gebied rond de Posbank, werden de formerende partijen in Den Haag verzocht met een nieuw natuurpact te komen voor de periode na 2027. Ook sloegen zij ‘met de vuist op tafel’ om de politici aan te zetten de komende twee jaar 500 miljoen euro extra uit te trekken voor het alsnog halen van het NNN-doel van 80 duizend hectare.

Maar kan dit wel? Laat het voorbeeld van Kloppers niet juist zien dat natuurontwikkelaars kansloos zijn op de grondmarkt? Waar boeren geregeld veel meer betalen dan de landelijke hectareprijs van ruim 90 duizend euro – wat al een recordgemiddelde is. Binnen die constellatie lijkt het halen van natuurdoelen onmogelijk als provincies blijven weigeren het zwaarste instrument in te zetten: onteigening.

Verstild leven

Het verhaal van Derk Kloppers gaat over meer dan een grondtransactie. Het vertelt ook over het verstilde, eenzame leven op het platteland, waar de tijd rustig decennia kan stilstaan. Want kijk bij de rietgedekte boerderij langs de scheefhangende, bladderende luiken door de ramen in verrotte sponningen, en men stapt een ander tijdperk binnen. Met lage deurposten tussen lambrisering, een eiken tafel onder een groen kleed en houten stoelen met een vervaagd bloemmotief op de kussens. Op de gaskachel staat nog een fluitketel.

Over hoe Kloppers zijn dagen doorbracht op deze plek, waar hij – net als zijn vader – werd geboren en stierf, laat de tekst op de rouwkaart weinig onduidelijkheid bestaan: ‘Nooit vragen, nooit klagen, altijd alles zelf dragen’.

Midden in het bosrijke Natura 2000-gebied valt de bijna 11 hectare weidegrond uit de toon. Natuurminnende buurtgenoten wisten wel wat ermee moest gebeuren, mocht Kloppers’ grond op een dag beschikbaar komen. Henk Beije woont ernaast. De ecoloog die vroeger voor het ministerie van Landbouw werkte, had graag gezien dat het, net als zijn riante tuin, zou worden teruggegeven aan de natuur. Een mooie verbinding zou het zijn tussen het parkbos van Huis Voorstonden en Landgoederen Brummen (Natura 2000).

Vanuit zijn tuin hoorde Beije wekelijks het uitkloppen van kleedjes, een teken dat zijn buurman weer hulp kreeg van een Kloppers-zusje. Hij had ook meermaals zicht op hoe zijn eigenzinnige buurman doodleuk voor zijn boerderij, aan de weg voor het oog van passanten, een afwerkplek voor zijn koeien maakte. Lachend: ‘Hij wisselde geregeld van stier, maar noemde ze iedere keer Sjors.’

Tijdens een wandeling door zijn tuin vertelt Beije dat hij geregeld het boerenerf van zijn buurman betrad voor een praatje. Niet ongevaarlijk met Kloppers afgekeurde politiehond Kyra – die zo ‘vals’ leek als wat. ‘Ik ben in het begin een paar keer door dat beest gebeten.’ Een gesprek met Kloppers ging nooit vanzelf, memoreert Beije. ‘Je moest het een beetje op gang houden, maar ik had toch het idee dat hij het elke keer erg waardeerde.’

Op 1 augustus 2024 kwam Beije niet voor een praatje, maar vanwege een rookpluim Kloppers erf op gesneld. Hij moet wat wegslikken als hij over die hete zomerdag anderhalf jaar geleden vertelt. Kloppers tractor stond in lichterlaaie, de voorwielen in de Voorstondense Beek. ‘Toen ik aankwam, ontploften de achterbanden van de hitte’, zegt Beije, die in afwachting van de hulpdiensten de tractor tot een meter of vijftien wist te naderen. Vanaf daar zag hij zijn buurman in de cabine verbranden.

Het ‘o-woord’

Het wekte in de nasleep van het ongeval verbazing bij omwonenden dat Kloppers’ grond, midden in beschermde natuur, zomaar op de markt kwam. ‘Je zou in tijden van schaarse grond, natuurdoelen en een stikstofopgave verwachten dat er beleid is om de natuur voorrang te geven.’

Dat is er ook wel, maar het instrumentarium wordt niet ingezet. Provincies zijn verantwoordelijk voor het halen van de NNN-doelstellingen. Zij kunnen boeren onteigenen, maar uit angst vijanden te maken doen ze dit zelden en hebben ze bewust gekozen voor ‘een vrijwillige aanpak’, zegt een woordvoerder van het Interprovinciaal Overleg (IPO). De provincie Gelderland bevestigt dat bij het land van Kloppers en andere gronden ‘de provincie ervoor heeft gekozen om middelen als onteigening en voorkeursrecht (recht van eerste koop, red.) niet in te zetten voor de realisatie van natuurdoelen’.

Dat zou wel moeten, reageren meerdere deskundigen desgevraagd. ‘Als je als overheid natuur belangrijk vindt, dan ontkom je niet aan onteigening’, zegt Wiebren Kuindersma, onderzoeker natuurbeleid van de Wageningen Universiteit (WUR). Hij wijst op 2.250 hectare nieuwe natuur bij de Krimpenerwaard. Een project dat van de jaren negentig tot kort geleden voortsleepte. ‘Vrijwillige verkoop’, leverde ‘onvoldoende resultaat op’, concludeerde de WUR recentelijk.

Een groep boeren hield de boel daar op. Zolang zij daar nog zaten, konden de natuurplannen met een hogere grondwaterstand niet worden uitgevoerd. In 2019 werd alsnog overgegaan op onteigening, een proces dat pas vorig jaar werd afgerond. ‘Voor betrokkenen een zwaar en ingrijpend middel’, schrijven de Wageningse onderzoekers in hun evaluatie. ‘Toch heeft dit instrument gezorgd voor duidelijkheid en voortgang in een lang en ingewikkeld proces.’

Om de NNN-doelen de komende twee jaar te halen, is Kuindersma voorstander om onteigening alsnog vaker in te zetten. ‘Dan maar een paar jaar later, maar het aanleggen van nieuwe natuur gaat dan wel gestaag door.’ En dat is nodig, zegt hij met verwijzing naar een recent rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarin staat een scenario waarin, om het probleem met biodiversiteit, stikstof, klimaat en waterkwaliteit aan te pakken, tot 2050 nog eens 150 duizend hectare nieuwe natuur nodig is. Een gebied zo groot als de provincie Utrecht.

Voor nu heeft Nederland de handen nog vol aan de oude afspraken om Natuurnetwerk Nederland uit te breiden met 80 duizend hectare. Maar met in vrijwel elke provincie de BBB aan de macht, valt ‘het o-woord’ überhaupt niet meer en ligt het volgens de IPO-woordvoerder ‘niet voor de hand’ dat onteigenen alsnog wordt ingezet ‘nu de realisatie van de NNN-restopgave moeilijk wordt’.

Daarmee lijken de nieuwe natuurdoelen onhaalbaar. Terwijl het NNN-streven uit 2013 al een afgeslankte versie is van een idee uit 1990, de Ecologische Hoofdstructuur. Toenmalig landbouwminister Henk Bleker (CDA) maakte in 2011 een einde aan die plannen, waarna zijn opvolger Sharon Dijksma (PvdA) met NNN kwam.

Emeritus hoogleraar landschapsecologie Paul Opdam (WUR) verdiepte zich als een van de eersten in het nut van verbonden natuurgebieden en was betrokken bij de rijksplannen rond de hoofdstructuur en NNN. ‘Natuurgebieden kunnen heel geschikt zijn voor bepaalde soorten’, zegt hij. ‘Maar door omstandigheden, bijvoorbeeld extreme droogte of natte perioden, kunnen ze daar toch uitsterven.’

Om dan terug te kunnen keren, zijn aansluitingen met andere gebieden nodig, legt hij uit. ‘Door de opkomst van de intensieve landbouw – vaak zonder houtwallen en bloemrijke randen – zijn de verbindingen op veel plekken in het Nederlandse landschap alleen maar minder geworden.’

Oude patronen

Behalve als verbindingsstrook, had de natuurorganisatie nog andere plannen met Kloppers’ land, vertelt landschapsecoloog bij Natuurmonumenten Robert Ketelaar. ‘In het verleden liep in dit zandlandschap water door slenken’, zegt hij. ‘Bij de ontginning zijn sloten en beken gegraven om het snel af te voeren. In heel Nederland zijn we op die manier de oude patronen kwijtgeraakt waarbij water over het maaiveld door slenkstructuren stroomt.’

Laat in tijden van klimaatverandering, met steeds heviger regen en extreme droogte, precies dit soort landschappen nodig zijn. ‘Het is zo jammer dat het niet is doorgegaan’, zegt Ketelaar van Natuurmonumenten. ‘Wij hadden de sloten en beken dan gedempt. Bij een piekbui gaat het water vervolgens weer over het maaiveld stromen, blijft het langer in het landschap, waardoor wateroverlast in lager gelegen gebieden wordt voorkomen. Was de grond van ons geweest, dan hadden we een gebied van drie keer zo groot natter kunnen maken en een bijdrage kunnen leveren aan het nieuwe watersysteem dat hier zo nodig is.’

De boer die Natuurmonumenten aftroefde, heeft weinig op met dergelijke plannen om vruchtbare grond terug te geven aan de natuur. Hij wil de krant wel te woord staan, maar zijn naam wenst de veehouder er niet in terug te lezen. Hij zegt ook te weten dat de zussen Kloppers liever niet wilden verkopen aan Natuurmonumenten, en snapt dat wel. ‘Dan zijn we als landbouw die grond kwijt.’

Hennie Kloppers, de middelste zus van Derk, zegt aan de telefoon dat hun eis niet zo hard was als wordt beweerd in de buurt. ‘We zijn niet tegen natuur, maar deze fijne mensen’, zegt ze over de kopers, ‘hebben een goed bod gedaan.’

De boer zelf vertelt dat hij voor de mest van zijn tweehonderd koeien des te meer op zoek was naar extra grond, omdat hij elders pachtgronden kwijtraakt aan een zonnepark. De veehouder is zich bewust van de beperkingen van het land, te midden van beschermde natuur. Hij mag er niet ploegen, waardoor akkerbouw onmogelijk is en hij de grasmat niet opnieuw kan inzaaien met een mengsel naar keuze.

De hoop bij Natuurmonumenten en omwonenden is dat de boer openstaat voor grondruil, zodat het alsnog natuur kan worden. ‘Nee, ik zit niet te wachten op zakendoen met Natuurmonumenten’, zegt de boer daar zelf over, en benadrukt dat als het er toch van komt, hij er zeker niet op achteruit wil gaan. Uitsluiten doet hij niets: ‘Want dat is ook het boerenleven, soms moet je schuiven en kneden als mogelijkheden zich voordoen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next