Geneeskunde Emma Bruns voelde zich als arts steeds meer een poppetje in een computerspel waar de muren van alle kanten op je af komen. Dus ze stopte.
De meeste successen gaan ongemerkt voorbij. De meeste mislukkingen ook. Perfect inparkeren in een te kleine plek aan de gracht, zonder hulp van je kleinkinderen de nieuwe software installeren, een bijzonder geslaagd roerei. Koffie op een schone broek, verdwalen onderweg naar het vakantiehuisje, de komkommer weer over de datum laten gaan. Het zal de rest van Nederland een zorg zijn. Als we er maar geen last van hebben.
Emma Bruns werkte als chirurg en is schrijver.
In oktober 2025, na zo’n twintig jaar studie, promotie, opleiding en vooral vele uren in het ziekenhuis, was het moment daar. Mijn supervisor en ik zaten voor een computerscherm. Hij klikte en daar stond het: ik was chirurg. „Zestig bitterballen alstublieft.” Net voor de overdracht stond ik die middag in mijn witte pak en klompen bij een snackbar in Holendrecht, Amsterdam-Zuidoost. De dag dat je chirurg wordt, eindigt net zoals de overige twintig jaar die het pad ernaartoe kosten: hard werken, weinig glamour. Ook wel mooi. Twee maanden later besloot ik, ondanks een mooie baan in het verschiet, niet als chirurg verder te gaan. Succes of mislukking? Dapper of ondankbaar?
„Let op: bij langdurig gebruik kans op zeven jaar eerder overlijden; een ongelukkig huwelijk of zelfs een echtscheiding, een significante hoeveelheid gemiste verjaardagen, schoolvoorstellingen en bedverhaaltjes; in geval van specialisatie geen zekerheid op een baan, partner dient rekening te houden met verhuizen naar de andere kant van het land of zelfs emigreren voor een jaarcontract; lange dagen, geen uitbetaling van overuren, weinig daglicht, bijzonder veel inefficiënte processen onder het mom van privacy, grensoverschrijdend gedrag (dader of slachtoffer), nachten piekeren over mogelijke complicaties, ouderwetse hiërarchie en een reële kans dat na significante investeringen zoals jaren als basisarts en een promotie alsnog geen opleidingsplek te krijgen.”
Wie zou er eigenlijk nog chirurg worden als je een bijsluiter bij het vak zou meegeven?
Zo pessimistisch je kansen afwegen, leidt tot volledige verlamming. Wat zou je nog doen als je overal een bijsluiter bij kreeg? Een bijsluiter voor mensen met een kinderwens? Een bijsluiter voor het worden van minister-president? Een bijsluiter voor het leven? Je zou er niet aan beginnen. Blijkbaar zijn we als mensen bereid het erop te wagen. Om de illusie te hebben dat wij het anders gaan doen. Dat we kunnen dromen. Heeft u ergens dat gevoel? Kijkend naar Dr. McDreamy of Dr. House die met wapperende haren en een stoïcijnse blik een leven redt of een zeldzame diagnose stelt. Was ik maar arts geworden? En als iemand dan eindelijk arts of zelfs chirurg wordt en besluit iets anders te gaan doen, dan is dat toch een schande voor de maatschappij? Tonnen belastinggeld verkwist. Laat ze dat dan op z’n minst een deel terugbetalen. Geen zin? Dan maak je maar zin.
Maar even uitzoomen en de feiten liegen er niet om. In 2019 bleek al uit cijfers van het CBS dat een derde van de medisch specialisten risico loopt op een burn-out, in 2022 wees een enquête van de Vereniging voor Praktijkhoudende Huisartsen (VPH) uit dat twee derde van de huisartsen overweegt te stoppen vanwege de werkdruk. Zou het zo kunnen zijn dat het meer is dan verwend egocentrisme? Dat het systeem meer het probleem is dan het individu? En dat niemand anders dan de zorgverleners uit dat systeem dit probleem kunnen agenderen en kunnen bijdragen aan de oplossing?
Wist ik waar ik aan begon? Natuurlijk niet. De eerste 120.000 euro (volgens VSNU kost de studie geneeskunde ongeveer 30.000 euro per jaar) geven we uit aan het in stand houden van de droom. Vier jaar colleges vol met cellen, botten, bloedvaten, onvoorstelbare ziektes en spectaculaire verhalen van bevlogen artsen. Het menselijk lichaam is eindeloos fascinerend en als het iets mankeert, vergaar jij de kennis om een ander te helpen. Je hoort weleens iets over de kosten of over de vergrijzing, maar die abstracte onderwerpen vallen in het niet bij de beelden van een openhartoperatie of een eerste practicum op de snijzaal. En het is een bubbel. Je zit samen in de metro onderweg naar een ziekenhuis dat ver weg van alle andere faculteiten ligt; het ziekenhuis is een wereld op zichzelf.
Na vier jaar is het zover. Een te grote witte jas, te zwaar beladen met stethoscoop, reflexhamer en allerlei kaartjes waarmee ik mijn kennishiaten probeerde te ondervangen. Coschappen, gemiddeld zo’n twee jaar. Nooit geweten dat die eerste onhandige gesprekken met ‘een echte patiënt’, een hele dag op een krukje zitten, soms een stukje mogen hechten en eindeloos om feedback vragen nog zo’n 100.000 euro kosten (50.000 euro per jaar). Ik vond het een geweldige tijd, omdat je al best veel verantwoordelijkheden krijgt en onderdeel uit kan maken van een groep die zorg draagt. Het enige dat je daarvoor nodig hebt, is enige lucht in het systeem, zodat er tijd is voor oud om jong mee te nemen in het vak. De lucht die langzaam leek te verdwijnen naarmate ik verder kwam.
De kosten gaan pas echt oplopen als je medisch specialist wordt. De bedragen staan ter discussie alsook de hoeveelheid die een aios (assistent in opleiding) terugverdient op basis van productie. Want die lever je. Vanaf dag één draai je volle poli’s, voer je operaties uit en draai je diensten. Gemiddeld wordt bij een zesjarige opleiding tot chirurg uitgegaan van een investering van 700.000 euro, waarvan ongeveer 30 procent tijdens die opleiding wordt terugverdiend. Nu zou je zeggen, na zes jaar geneeskunde kan je op je 24ste aan de opleiding beginnen, ben je op je 30ste specialist en heb je nog alle tijd om die investering terug te verdienen, en eventueel tien of vijftien jaar later een carrièreswitch te maken. Helaas ligt de gemiddelde leeftijd waarop mensen worden aangenomen voor de opleiding tot chirurg, rond de dertig. Het cv moet gespekt zijn, het liefst met een promotie en een aantal jaar ervaring. Maakt dat je een betere chirurg? En haken niet juist de mensen die het meest geschikt zijn af?
Ondanks de buitengewoon pessimistische bijsluiter heb ik met bijzonder veel plezier de afgelopen twintig jaar een groot deel van mijn tijd in ziekenhuizen doorgebracht. Natuurlijk is het hard werken en vraagt het vak offers. Maar dat geldt voor alles wat je goed wilt doen. Je mist misschien een kerstdiner maar als je die avond een doodziek kind helpt door zijn blindedarm eruit te halen, maakt dat echt niet uit. Je wordt af en toe uitgescholden of onheus bejegend maar even vaak word je verrast door een bevlogen mentor, een dankbare patiënt of een lieve verpleegkundige. En ja, de computersystemen zijn vrij matig en de organisatie is niet altijd even strak, maar vergeleken met de andere landen waar ik heb gewerkt, is Nederland een toonbeeld van sociale en toegankelijke zorg van zeer hoge kwaliteit.
Waarom dan toch het mes aan de wilgen? Je kan toch juist het systeem het best van binnenuit veranderen? Er zijn al genoeg mensen met een mening, vuistdikke rapporten en verandercoaches. Sterker nog, ze staan vaak enorm in de weg om gewoon het werk te doen dat gedaan moet worden. Toch is het nu belangrijker dan ooit dat zorgverleners zelf onderdeel worden van dit gesprek. En dan niet op een heidag of een goedbedoelde meedenksessie waarvan de grote flipovers met handgeschreven post-its aan het eind van de dag de prullenbak in gaan, maar serieus en structureel.
Ik voelde me de laatste jaren als arts, en ik weet dat ik niet de enige ben, steeds meer als een poppetje in een computerspel waar de muren van alle kanten op je af komen. Van bovenaf bezuinigingen en politieke bemoeienissen; van onderaf de mondige patiënt die met ChatGPT onder de arm en toegang tot elk detail van het dossier steeds meer denkt dat informatie hetzelfde is als kennis; vanaf de zijkanten andere specialismen en ziekenhuizen die gedreven door marktwerking vooral hun eigen belangen proberen te dienen. Dit alles in een samenleving die steeds minder vertrouwen heeft en steeds meer controle wil. Controle die zich vertaalt in bizarre hoeveelheden onnodige administratie en communicatie. Hoeveel keer moet je aan een patiënt vragen hoe hij heet voordat hij geopereerd kan worden? Vanaf binnenkomst minimaal vijf keer. Is dat goede zorg?
Dit kan en moet anders. De komende jaren zal er fors bezuinigd moeten worden. Dat vraagt om duidelijke en dappere keuzes. En als er iets is wat je als geen ander leert in de opleiding tot chirurg, is het keuzes maken. Soms over leven en dood, soms over wel of niet vijf minuten extra operatietijd gebruiken om de coassistent te leren hechten en ondertussen de knuffel van de patiënt ook te voorzien van een pleister. Dat we kiezen voor dat wat van waarde is, dat zorgverleners een stem krijgen. Succes of mislukking? U mag het zeggen.
Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken