De bitcoin ging deze week opnieuw hard onderuit. De timing is opvallend: het Amerikaanse Congres wil juist meer grip krijgen op deze ‘cowboymarkt’, om cryptobeleggers zo beter te beschermen. Botst die roep om toezicht met de pro-crypto beloftes van president Donald Trump, die bij zijn aantreden gouden bergen beloofde?
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Hoe kan het dat de bitcoin en andere cryptomunten deze week fors inleveren?
Sinds vorige week vrijdag daalde de bitcoinkoers bijna 9 procent, tot een waarde rond de 69 duizend euro. Ook andere grote cryptomunten, zoals ethereum en XRP, daalden stevig.
Zulke schommelingen zijn niet ongewoon, maar bitcoin dreigt voor de vierde maand op rij in het rood te eindigen, iets wat sinds 2018 niet meer is voorgekomen. Dat voedt onder cryptobeleggers de vrees voor een zogeheten ‘bear market’, een langere periode van dalende koersen die vaak volgt op sterke stijgingen (‘bull market’).
De directe aanleiding is de onrust op de financiële markten. Vooral technologieaandelen zijn hier gevoelig voor, omdat beleggers bij aanhoudend hoge rentes voorzichtiger worden en na eerdere stijgingen van de aandelen winst nemen. De hoge rente maakt lenen duur en zorgt ervoor dat beleggers relatief veilige beleggingen, zoals staatsobligaties of goud, verkiezen boven risicovolle investeringen in technologieaandelen of cryptomunten.
De Amerikaanse president Donald Trump is toch uitgesproken pro-crypto? Hoe kan de koers onder zijn gezag zo wegzakken?
Dat Trump zich nadrukkelijk pro-crypto opstelt, beschermt bitcoin niet tegen koersdalingen. Zijn beloftes – minder regels, ruimte voor innovatie en bitcoin als onderdeel van de nationale reserve – scheppen verwachtingen voor de lange termijn. Voorlopig blijft het vooral bij woorden: concrete wetgeving laat op zich wachten.
Op korte termijn weegt vooral het wereldwijde marktsentiment. Dat staat onder druk door geopolitieke spanningen en Trumps dreiging met nieuwe importheffingen, die de inflatie kunnen opdrijven en de economische groei afremmen. Hoewel bitcoin ooit werd gepresenteerd als alternatief voor het traditionele financiële systeem, blijkt de munt in de praktijk – zeker de afgelopen jaren – mee te bewegen met datzelfde systeem en uiterst gevoelig te zijn voor politieke en economische gebeurtenissen.
Trumps optimistische toon over crypto botst bovendien met de politieke realiteit in Washington. Deze week boog het Congres zich opnieuw over voorstellen voor strengere regels voor de sector en bescherming van cryptobeleggers, waarbij Republikeinen inzetten op duidelijke maar beperkte regels, en Democraten aandringen op strengere bescherming van beleggers.
Die discussies vergroten de onzekerheid: beleggers weten nog niet hoe streng de uiteindelijke regels worden en wie daarvan de winnaars en verliezers zullen zijn.
Wat houdt die bescherming in?
De overheid wil meer grip op wat nu nog vaak een ‘cowboymarkt’ is. In de Verenigde Staten richt de discussie zich vooral op grote handelsplatforms zoals Coinbase en Binance, waar nu vaak meerdere rollen samenkomen: zij faciliteren de handel en bewaren tegelijk de tegoeden van klanten. In tegenstelling tot traditionele beleggingsinstellingen is de juridische scheiding tussen die functies vaak minder strikt vastgelegd, wat volgens toezichthouders het risico op belangenverstrengeling vergroot.
Het Congres wil daar verandering in brengen. Platforms zouden klantentegoeden beter moeten afschermen tegen misbruik en faillissementen, en transparanter moeten zijn over de risico’s. Ook wordt gewerkt aan duidelijkere afbakening van welke cryptomunten als belegging gelden en dus onder financiële wetgeving vallen. Het doel is nadrukkelijk niet om beleggers te compenseren voor koersverliezen, maar om misbruik en ondoorzichtige praktijken te beperken.
Tegelijk ligt strengere regulering gevoelig binnen de cryptosector. Crypto ontstond na de financiële crisis van 2008, met de introductie van bitcoin in 2009, uit wantrouwen tegen banken en overheden. Voor veel aanhangers draait crypto juist om vrijheid, decentralisatie en het omzeilen van gevestigde financiële macht. Meer regels botsen met het oorspronkelijke ideaal, maar moeten volgens beleidsmakers voorkomen dat beleggers in een grotendeels ongereguleerde markt vogelvrij blijven.
Hoe is het toezicht op crypto in Nederland geregeld?
In Nederland valt de bescherming van cryptobeleggers sinds eind 2024 onder strengere Europese regels. Die zijn vastgelegd in de MiCAR-wetgeving (Markets in Crypto-Assets Regulation), die in de hele EU geldt en bedoeld is om de cryptomarkt transparanter en eerlijker te maken.
Het toezicht ligt in Nederland bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Een belangrijke nieuwe maatregel is dat praktijken als pump-and-dump nu expliciet verboden zijn. Het kunstmatig opdrijven van koersen om daarna snel met winst te verkopen viel eerder in een grijs gebied, maar kan nu leiden tot ingrijpen en sancties door de toezichthouder.
Dat toezicht is geen overbodige luxe, want crypto is wijdverbreid. Volgens onderzoek van Centerdata, uitgevoerd in opdracht van de AFM, bezit ongeveer 10 procent van de volwassen Nederlanders (1,5 miljoen mensen) cryptovaluta. Onder jongeren ligt dat aandeel aanzienlijk hoger: in de leeftijdsgroep 18 tot 34 jaar bezit ongeveer 17 procent crypto. De AFM waarschuwt dat juist jonge beleggers extra kwetsbaar zijn, omdat zij – niet zelden beïnvloed door influencers – vaker geld steken in zeer speculatieve cryptomunten zonder de risico’s volledig te overzien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant