Burgerprotest VS Minneapolis komt onder druk van Trumps razzia’s niet alleen samen in verzet tegen zijn deportatiepolitie, maar ook in actie voor hun geëmigreerde buren. „We zijn machteloos. Het enige wat we kunnen doen is ons hier samen doorheen slaan.”
Federale agenten gebruiken pepper spray tegen betogers in Minneapolis.
Onderweg naar haar werk stuitte Gina Christ vorige week woensdag op een actie van de vreemdelingenpolitie. Agenten hadden een straat afgesloten en waren, zoals vaak wanneer ICE op migranten jaagt in Minneapolis, omringd door filmende demonstranten. „Ik stopte en iemand vroeg of ik om de actie heen kon rijden om aan de andere kant de situatie in de gaten te houden.” Toen ICE begin december op haar stad neerdaalde, had de 55-jarige Christ zich „voorgenomen elke dag een goede daad te verrichten voor mijn buren: geld doneren, voedsel rondbrengen, iemand anders aanmoedigen. Die dag was het ICE-watchen”.
Haar inbreng in het volgen en documenteren van de gemaskerde agenten was van korte duur. Zodra ze de blokkade van de andere kant tegemoetkwam, gingen ze los. „Ik was doodsbang en bevroor. Ze sloegen mijn ruit in, sneden mijn gordel door, trokken me uit de auto en voerden me af.” Met geziptiede polsen en geboeide enkels werd ze vier uur lang vastgehouden. „Ze namen foto’s, vingerafdrukken, een DNA-monster. Pure intimidatie, want het is echt niet ingewikkeld om uit te vinden wie ik ben.”
Haar lichtgroene Ford Escape, met ingeslagen zijraam en haar tas en telefoon er nog in, bleef midden op een kruispunt achter, zo is te zien op beelden die gemaakt zijn. Die dag werden twee minderjarigen opgepakt — „wat sowieso niet legaal kán zijn”, volgens Christ. En het eindigde met, de intussen verbannen, grenscommandant Greg Bovino die traangasgranaten naar tientallen fluitende en joelende demonstranten gooit.
Gina Christ in haar restaurant, direct om de hoek waar Alex Pretti werd doodgeschoten.
Het was precies twee weken nadat Renee Good in een vergelijkbare situatie was doodgeschoten. Vier dagen na Christs gewelddadige aanhouding, werd direct om de hoek van het restaurant dat zij runt Alex Pretti doodgeschoten. Sindsdien is haar dagelijkse goede daad dat iedereen die — bij de huidige -15 graden Celsius — Pretti’s gedenkplek bezoekt, in haar Black Forest Inn een kopje thee, koffie of soep krijgt. „Een warme plek. Kom binnen”, staat er geschreven op A4-tjes die aan de houten deur zijn geplakt.
„Ik voel me zo machteloos tegen wat de regering hier doet. Ze hebben de [neofascistische groepering] Proud Boys uniformen aangetrokken en wapens gegeven die ze gretig gebruiken. Ik geloof niks van de aankondiging dat ze de operatie hier na de laatste moord gaan terugschalen. Hooguit dat ze van tactiek veranderen. Het enige wat wij ondertussen kunnen doen is ons op onze buren richten. Ons hier samen doorheen slaan. En ik ben er extreem trots op hoe we dat doen.”
In Minneapolis is een nieuw jargon ontstaan voor de golf van protest, verzet, toewijding en zorg die over de stad spoelt. De hele wereld ziet de inwoners die ICE achtervolgen, tarten, filmen en het werk moeilijk maken. Ze worden commuters of observers genoemd, in de Signal-apps die elke buurt inmiddels heeft. Twee van hen zijn doodgeschoten.
Buiten Minneapolis, veel minder zichtbaar, zijn er mensen die elke dag stadsgenoten helpen die, zolang federale agenten op ze jagen, niet naar buiten durven. Neighborism, is het gaan heten. Een activisme waarbij mensen niet op gezette tijden met een bordje tegen Donald Trump protesteren, maar kinderen naar school brengen, eten bezorgen en honden uitlaten. Burenliefde die eveneens risicovol is, want elke interactie kan verraden waar migranten zich bevinden. Vaak weten vrijwilligers niet wie ze precies helpen.
Betogers proberen zich te beschermen tegen traangas.
Een kapotgeschoten raam bij een geïmproviseerde herdenkingsplek voor Alex Pretti.
Een betoger wordt aangehouden tijdens een poging van agenten om een wegblokkade ongedaan te maken.
In de evangelische Dios Habla Hoy (‘God Spreekt Vandaag’)-kerk worden per dag ruim duizend voedselpakketten samengesteld. Vrouwen gieten kookolie en wasmiddel uit grote flessen over in kleinere dosering. Mannen sjouwen met kisten zoete aardappelen, wortels, rijst en pindakaas. Buiten blijft het vlees koud. In de kelder staan dozen luiers tot aan het plafond opgestapeld. Gedoneerd door mensen uit de hele stad. Alle aanwezigen zijn wit, behalve pastoor Sergio Amezcua en zijn moeder Maria, die „op vakantie” is uit Mexico. Hij is een lokale bekendheid geworden: dankzij de voedseldistributie in zijn kerk, maar ook omdat hij toegeeft „gigantische spijt” te hebben van zijn stem op Trump.
„Sorry, we registreren op dit moment geen vrijwilligers meer”, zegt Naimh Mee (22) wanneer twee jonge vrouwen zich willen aanmelden. De studente is hier sinds twee weken bijna elke dag in de weer. Ze is niet lid van de kerk, maar was „vol ontzag” over wat hier in korte tijd is opgezet. „Andere mensen proberen allerlei activisme tegelijk te doen, maar ik weet dat ik hier het nuttigst kan zijn. Het voelt zo belangrijk om hier nu te zijn, met anderen in mijn gemeenschap en voor de mensen. Er is vrijdag weer een demonstratie, maar die laat ik even aan mij voorbij gaan. Daar zijn anderen vast beter in.”
De saamhorigheid is hartverwarmend, zegt studente Naimh Mee.
„Het nieuws laat goed zien hoe gigantisch de invasie en bezetting van onze stad is, maar niet de omvang van de hartverwarmende respons van de gemeenschap. De saamhorigheid.” Die is, zeggen zowel Mee als Christ, anders dan na de dood van George Floyd en vooral de protesten en uiteindelijk rellen die daarop volgden. „Nu is het hier iedereen tegen de staat”, zegt Christ.
Een andere onzichtbare taak vervult Nick Upton (42). Tijdens een gesprek van bijna een uur komen er ruim vijftig notificaties binnen op zijn telefoon. Een paar nieuwsalerts, een update van het watersysteem van zijn kamerplanten, en 49 berichten in de app ‘Central Rapid Response’ die hij beheert. In die Signal-groep houden inmiddels zeshonderd bewoners van het centrum van Minneapolis elkaar op de hoogte wanneer ze ICE hebben gespot. Het zijn donderdagmiddag vooral berichten van buurtbewoners die vragen of ze nog ergens nodig zijn om ICE te observeren en te verstoren. „Nadat ze Alex doodden was het een paar dagen rustiger. Er zijn minder grote acties zoals met hun zieke tactieken van door de buurt rennen, tegen het verkeer inrijden en moeders en kinderen peppersprayen, maar overal worden weer op volle kracht mensen meegenomen.”
Nick Upton beheert een Signal-groep met zeshonderd bewoners in Minneapolis.
Al ruim voordat Trump ‘Operation Metro Surge’ begon in Minneapolis, zag Upton hoe Los Angeles en Chicago behandeld werden. Hij had er, ouderwets offline, gesprekken over met zijn buren wat ze zouden kunnen dóén. Hij was in eerste instantie sceptisch. „Wat kunnen wij uitrichten tegen de onuitputtelijke middelen van de federale overheid? Maar toen het aantal agenten hier werd opgevoerd, groeide onze chatgroep steeds verder en heb ik gezegd dat die wel wilde beheren.” Dat beheer bestaat uit zorgen dat iedereen weet hoe ze observeren of dat iemands grondrechten worden geschonden en hoe ze dat documenteren. Maar vooral uit het screenen van nieuwe leden. Zeker sinds rechtse activisten en influencers zulke groepen „geïnfiltreerd” bleken te hebben en publiceerden wat erin gezegd werd.
„Het is grappig hoe er nu wordt gedaan alsof deze appgroeps allemaal onderdeel zijn van een groot, links, centraal geleid complot. Dit is geen Antifa of Black Block [gewelddadige anarchisten]. We zijn geen activisten. We zijn buren die op een fluitje blazen voor de plaatselijke tacotent. Het is hyperlokaal.” Dat is ook opmerkelijk aan de maatschappelijke beweging in Minneapolis: er zijn geen leiders, woordvoerders of evidente interne machtsstrijd. „Iedereen is doodziek van wat er in onze stad gebeurt. Het is overweldigend en we doen wat we kunnen behappen. We werken voltijds en daarnaast bestrijden we momenteel het fascisme.”
Upton nam de rol als coördinator, zegt hij met lichte schroom, omdat hij, als jonge vader niet de „risicocapiciteit” heeft om de confrontatie met ICE-agenten aan te gaan – zeker niet nadat er twee slachtoffers zijn gevallen. „Ik steek wel mijn middelvinger op, blaas op mijn fluitje en meldt het in de app als ik ze zie, maar ga niet de confrontatie aan. Het is ongelooflijk om te zien hoeveel mensen bij incidenten recht op het gevaar afrennen.”
Nadat Good was doodgeschoten, dacht Upton „dat iedereen zich in z’n kelder zou verschansen en zou wachten tot het overwaait. Maar we kregen in plaats van vijf soms wel dertig nieuwe aanmeldingen per dag. Deze situatie verandert fundamenteel hoe wij over gemeenschap denken. In de digitale wereld lijkt dat soms verloren te gaan, maar hierdoor voelen wij ons allemaal verbonden”, zegt hij. „Ik word er emotioneel van als ik er over praat.”
Gina Christ voelde dat ook nadat ze was vrijgelaten en een halve dag te laat bij het Duitse restaurant verscheen. Daar werden, kort daarna, haar tas en haar telefoon bezorgd. Actievoerders hadden zich over haar verlaten auto ontfermd en op basis van haar rijbewijs ontdekt dat ze hier werkte. „Minneapolis heeft de gelederen gesloten.”
Inwoners van Minneapolis zijn sceptisch dat de dood van demonstrant Alex Pretti afgelopen week een werkelijk kantelpunt zal zijn in Trumps agressieve deportatiebeleid. Maar zeker is dat de president, onder politieke en maatschappelijke druk, het beeld van de operatie in Minneapolis wil bijstellen. Hij zei dinsdag „een beetje te deëscaleren” en trok officieus commandant Greg Bovino terug uit de stad en stuurde de meer ervaren ‘grenstsaar’ Tom Homan er naartoe.
Homan zei woensdag op een persconferentie „enorme veranderingen” te zullen aanbrengen. En: „Ik ben hier niet gekomen voor de fotomomenten en de nieuwskoppen” – een klaarblijkelijke sneer naar Kristi Noem, de minister van Binnenlandse Veiligheid die de media graag opzoekt. Er worden niet regelmatig cijfers gegeven van het aantal arrestaties in Minneapolis (het totaal zou medio januari drieduizend zijn geweest). Daarom is niet te zeggen of sprake is van een afname.
Er is geen zicht op dat de vreemdelingenpolitie (ICE) en de grenspolitie (CBP) de noordelijke, overwegend progressieve stad zullen verlaten. „Ik wil duidelijk zijn: we geven de missie van de president op het gebied van immigratiehandhaving niet op”, zei Homan. „We gaan het alleen slimmer doen.”
Acht Republikeinse senatoren stemden donderdag met de Democraten tegen een begrotingswet die de financiering van Binnenlandse Veiligheid regelt. Kort daarna bereikten de partijen een akkoord om een volledige shutdown, die zonder deal komend weekend zou ingaan, te voorkomen. Maar over het budget en beleid van ICE en CBP moet de komende twee weken verder onderhandeld worden.
Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet
Source: NRC