Home

Na 49 jaar zoekt Zuid-Afrika gerechtigheid voor ‘very brave man’ Steve Biko

Steve Biko, held van de anti-apartheidsbeweging in Zuid-Afrika, stierf in 1977 op 30-jarige leeftijd in een politiecel. Vrijdag heropent een rechtbank het strafrechtelijke onderzoek tegen twee inmiddels hoogbejaarde agenten. Krijgt Biko’s familie nu eindelijk antwoorden?

is buitenlandverslaggever voor de Volkskrant.

Naakt, vol verwondingen, stierf de jonge zwarte studentenleider en anti-apartheidsvoorman Steve Biko op 12 september 1977 in een ziekenhuiscel in Pretoria, de hoofdstad van Zuid-Afrika. Biko werd postuum wereldberoemd dankzij de op zijn leven gebaseerde film Cry Freedom met Denzel Washington en een lied van Peter Gabriel, die Biko bezong als ‘a very brave man’.

Vrijdag zal een onderzoeksrechter na 49 jaar het vooronderzoek heropenen naar zijn dood. Hoewel Biko stierf in gevangenschap, is er tot nu toe nooit iemand vervolgd voor zijn dood. Maar nu wil het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie ‘afsluiting bieden’ aan ‘de familie en de samenleving’ en ‘wreedheden uit het verleden’ niet onbestraft laten.

In de dagen voor zijn dood werd Biko ondervraagd door vijf agenten van de special branch, in het Zuid-Afrika van die tijd een beruchte politiedienst, waar het martelen van zwarte activisten gewoon was. Van dit vijftal leven er nog twee: Daniel S. en Jacobus B., beiden in de tachtig. Zij moeten zich voor de rechter verantwoorden. Formeel zijn S. en B. nog geen verdachten, maar dat kunnen ze wel worden.

Studentenleider

Steve Bantu Biko verkreeg vanaf de jaren zestig bekendheid als charismatische studentenleider in de zogenaamde ‘black consciousness’ beweging, die nauw gelieerd was aan de kerk. Met slogans als ‘black is beautiful’ en ‘black man, you are on your own’ bracht hij jeugdige menigtes op de been tegen het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, waar zwarten werden gesegregeerd en behandeld als tweederangsburgers.

De latere Afrikaanse president en Nobelprijswinaar Nelson Mandela, die in die jaren in de gevangenis zat vanwege zijn eigen anti-apartheidsactivisme, noemde Biko achteraf de ‘vonk die een veenbrand deed ontstaan in Zuid-Afrika’.

De Zuid-Afrikaanse regering betitelde Biko afwisselend als communistische agitator en handlanger van de Verenigde Staten. Men vreesde dat hij een staatsgreep zou plegen. Biko’s beweging, de Black People’s Convention, werd verboden. Vanaf 1972 mocht hij zijn thuisstad King William’s (tegenwoordig Qonce) niet meer verlaten. Dat deed hij stiekem toch, om af te spreken met andere aanvoerders van het verzet. Meerdere keren werd hij gearresteerd.

‘Stoeipartij’

In 1977, het jaar van Biko’s dood, bereikte de apartheid in Zuid-Afrika een gewelddadig hoogtepunt. Honderden demonstranten vonden de dood. Een jaar eerder waren 176 zwarte schoolkinderen doodgeschoten tijdens een protest in Soweto, een wijk van Johannesburg.

Op 18 augustus 1977 werd Biko gearresteerd toen hij na een clandestiene bijeenkomst terugreed naar huis. Na dagenlange ondervragingen door special branch-agenten werd Biko met hersenletsel en ‘schuim’ op de mond naar een gevangenisziekenhuis gebracht. Hij overleed op 12 september 1977.

Hersenletsel, andere verwondingen? Daar hebben wij niets mee te maken, betoogden vijf agenten die bij hem in de verhoorkamer waren geweest. Biko, naakt en geboeid, viel hen plotseling aan, zo beweerden ze. Bij de ‘stoeipartij’ die volgde om de gevangene in bedwang te krijgen, viel hij per ongeluk met zijn hoofd tegen de muur. Een geloofwaardige uitleg, zaak gesloten, oordeelde een onderzoeksrechter in 1978, een jaar na Biko’s dood.

Een nieuw verhaal

Na het einde van de apartheid onderzocht de Waarheidscommissie de dood van Biko als mogelijke mensenrechtenschending. Bij een verhoor in 1997 kwamen de vijf agenten met een nieuw verhaal. Bij nader inzien hadden zij Biko zelf met zijn hoofd tegen de muur geramd. Zijn dood was het gevolg van een ‘ondervraging die verkeerd liep’.

De agenten vroegen om amnestie, maar dat weigerde de Waarheidscommissie. Toch kwam het vervolgens nooit tot vervolging. Het bewijs tegen de agenten is te dun, oordeelde een rechter in 2003.

In 2017 koos het Zuid-Afrikaanse rechtssysteem voor een andere koers: politiemensen die mogelijk gevangenen hebben gedood in de apartheidsjaren, worden nu indien mogelijk alsnog vervolgd. Tussen 1963 en 1990 stierven tientallen zwarte anti-apartheidsactivisten in gevangenschap.

‘Verbijsterd’

Dat de zaak-Biko nu eindelijk wordt heropend, valt niet goed bij alle nabestaanden. ‘Ik ben eerlijk gezegd verbijsterd’, zegt zijn jongste zoon Hlumelo (48), vier maanden na Biko’s dood geboren en een bekende zakenman, tegen The Africa Report. ‘Ik begrijp niet wat het doel hiervan is.’

Maar een andere zoon, Nkosinathi (54), die een stichting runt ter nagedachtenis aan zijn vader, vertelt de Arabische tv-zender Al Jazeera dat het vervolgen van de agenten een ‘nationale plicht’ is. Hij gaat ervan uit dat zijn vader doelbewust is vermoord.

Daniel S., één van de oud-agenten die zich voor de rechter moet verantwoorden, is lid van de Nederlandse Gereformeerde Kerk in Zuid-Afrika. In een interview verklaarde hij dat hij de apartheid indertijd als ‘noodzakelijk’ zag voor het waarborgen van de ‘overleving’ van witte Zuid-Afrikaners.

Als S. en B. als verdachten worden aangemerkt, kan het nog jaren duren voordat vonnis wordt gewezen tegen beide tachtigers. De eerste zitting in het vooronderzoek zou eigenlijk al plaatsvinden in september vorig jaar, maar werd uitgesteld om een advocaat voor het tweetal te regelen.

Een schrikbeeld is de strafzaak tegen de politieagenten die toegaven dat ze de anti-apartheidsactivist Ahmed Timol in 1971 uit een raam op de tiende verdieping van een politiebureau gooiden, waarna hij overleed. Die zaak, heropend in 2017, is nog steeds niet afgerond.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next