Harry Styles staat dit voorjaar in de Johann Cruijff ArenA met zijn tournee Together, Together. De reeks in Amsterdam levert naar schatting meer honderden miljoenen op, maar wie deelt er eigenlijk mee in dat financiële succes?
Tien keer staat hij in de ArenA in Amsterdam. Daarmee breekt Together, Together nu al een record. De 31-jarige Styles stoot met gemak René Froger (vier optredens) van de troon als soloartiest met de meeste optredens in één reeks in het Amsterdamse stadion.
Dat betekent dat de ArenA in minder dan een maand tijd 700.000 Styles-fans verwelkomt. Met tickets die voor honderden euro's over de toonbank vliegen, zijn er honderden miljoenen met de concertreeks gemoeid. Maar naar wie gaat dat geld eigenlijk?
In de regel gaat verreweg het grootste gedeelte van dat bedrag naar de artiest. "Of het nu over de kleinste kroegen of de grootste arena's gaat: over het algemeen geldt dat de ticketomzet voor de artiest is", zegt Martijn Mulder tegen NU.nl. Hij is als expert op het gebied van livemuziek en concerten verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
"Normaal gesproken komt het grootste gedeelte van dat bedrag - bijna 100 procent dus - bij de bv Harry Styles terecht", vervolgt Mulder. Daarnaast delen Mojo - de organisator van het concert - en Ticketmaster - het platform dat tickets verkoopt - mee in het succes. Zij verdienen per ticket de servicekosten, wat een bepaald percentage van de ticketprijs is (bijvoorbeeld 8 procent). Wordt het ticket doorverkocht via hun platform, dan innen ze nogmaals servicekosten.
De grootste winnaar van de concertreeks is dus Styles. Maar dat betekent niet dat de Britse superster al die miljoenen automatisch kan bijschrijven. Aan het organiseren van zo'n groot concert zijn ook gigantische kosten verbonden.
"Een van de grotere kostenposten is personeel", zegt Berend Schans, directeur van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals. "Voor zo'n concert is gigantisch veel personeel nodig waarvoor ook hotels en catering geregeld moet worden."
Denk bijvoorbeeld aan technici, bandleden, managers en stylisten. Bij een concert ter grootte van Together, Together gaat het al snel om honderden mensen die allemaal op de loonlijst van Styles staan.
Daarnaast zijn er hoge kosten voor logistiek, opbouw en design van het podium en stadionhuur. Die variëren per concert en per artiest, zegt Schans. Over het algemeen geldt dat een artiest onder aan de streep ongeveer twee derde van de omzet overhoudt.
Ook de ArenA pikt een graantje mee door tien keer de stadionhuur op te strijken. Hoeveel daaraan verdient wordt, is niet duidelijk. Mojo, het management van Styles en de ArenA spreken een prijs af die voor alle partijen acceptabel is, zegt Schans.
Dit jaar zijn er veel grote artiesten die op tournee gaan. Bruno Mars staat kort na Styles ook met vier shows in de ArenA. Meer grote concerten betekent meer vraag naar grote concertlocaties, dus dat zal de ArenA incalculeren in de prijs, verwacht Mulder. "Tegelijkertijd is het zo dat de macht vaak bij de artiest ligt. Ze vergelijken de huurprijs van verschillende stadions, en pakken de beste deal." Daar zal de ArenA rekening mee moeten houden.
Tot slot is er nog één winnaar die profiteert van een grote concertreeks als Together, Together, en dat is de economie. De komst van honderdduizenden fans naar Amsterdam geeft een enorme boost aan de lokale economie. Mulder zegt dat bij de Eras-tour van Taylor Swift bleek dat fans gemiddeld vier tot vijf keer zo veel aan overnachting, vervoer en restaurants uitgaven als aan hun concertticket. Dat zou in het geval van Styles betekenen dat Amsterdamse economie met honderden miljoenen euro's wordt gespekt.
Omdat Styles meer shows doet op minder locaties (zeven steden in totaal) profiteert Amsterdam daar extra van. Niet alleen is er een recordaantal optredens in de ArenA, maar bij gebrek aan shows in bijvoorbeeld Duitsland en België trekt het concert in Amsterdam ook fans uit het buitenland.
Toch is er ondanks de grote vraag naar tickets ook kritiek op de tour van Styles. De zanger doet namelijk 'slechts' zeven steden aan, relatief weinig voor een wereldtournee. Niet de zanger zelf, maar zijn fans moeten daardoor de hele wereld over reizen, luidt de kritiek. Daarnaast is er commentaar op de hoge prijzen van tickets.
Dat heeft volgens Mulder te maken met een grotere verandering in de muziekindustrie. Supersterren als Styles kunnen veel geld besparen door niet heel Europa door te trekken, maar meerdere shows op één locatie te doen, zegt hij. Gezien de stijgende kosten van tours kiezen artiesten vaker voor die opzet.
Dat je voor een Harry Styles-ticket algauw 140 euro betaalt, heeft te maken met de enorme vraag die er is, vervolgt Mulder. "De muzieksector is een typische 'winner-takes-all-markt'", zegt hij over de stijgende ticketprijzen. "Artiesten vertegenwoordigen een enorme symbolische waarde. Je kan iemand op het podium zetten die net zo knap is als Harry Styles, net zo goed kan zingen en net zulke goede liedjes heeft, en toch komt er niemand op af."
Mensen betalen ervoor om Styles in het echt te zien, legt Mulder uit. Daar komt nog eens bij dat livemuziek veel meer waard is geworden. "Via Spotify hebben we non-stop toegang tot muziek voor relatief weinig geld. Om een artiest live te kunnen zien, zijn mensen bereid heel veel geld te betalen."
Jarenlang waren tickets vanuit economisch perspectief juist veel te goedkoop. Artiesten zochten lange tijd naar een balans: het behouden van een goed imago - waarbij concerten financieel toegankelijk zouden blijven - en een winstoogmerk. De laatste jaren is er meer nadruk komen te liggen op dat laatste.
De verwachting is dat ook de tien concerten van Styles binnen no time zullen worden uitverkocht. "In dat opzicht is het logisch dat je deze prijs vraagt", zegt Mulder. Dat betekent dat de vraag zelfs met tickets van honderden euro's nog altijd groter is dan het aanbod.
Source: Nu.nl algemeen