Home

‘Na de berichtgeving over DWDD ben ik naar Matthijs toegegaan. Dat was een indrukwekkend gesprek’

Wat zijn dit voor vragen? Acht dilemma’s voor presentator en schrijver Wilfried de Jong (68) die, net als het hoofdpersonage van zijn nieuwe roman Mist, graag mensen het hemd van het lijf vraagt. ‘Sorry, ik ben gewoon nieuwsgierig.’

is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Hoog of laag wonen?

‘Het fijne van laag wonen, wat ik nu doe, is dat je letterlijk met je poten in de klei staat. In onze tuin zie ik vogels voorbijkomen, van boomklevers tot spechten tot zeer agressieve duiven. Maar een straat kan ook benauwen. Als ik mijn auto parkeer, kom ik weleens buren tegen van wie ik denk: hm, heb ik niet veel mee. Dan zet ik mijn lage stem op en zeg ik: hoi. Punt.

‘Het hoogste waar ik ooit heb gewoond is zeven hoog, hier in Rotterdam op de Kop van Zuid. Als ik ’s nachts thuiskwam en Anneloek (Sollart, red.) op de benedenverdieping lag te slapen, pakte ik mijn contrabas, deed ik de schuifdeur open naar het dakterras, dan rook ik de zilte lucht van de Maas en ging ik daar staan bassen. Dat mis ik nu weleens.

‘Ik kies hoog wonen, ook omdat dat zo’n nadrukkelijk thema is in Mist.

Mist gaat over een man die altijd op de begane grond heeft gewoond, eens wat anders wil en een appartement koopt op de 48ste verdieping van een wolkenkrabber. Hij komt daar ’s avonds aan, loopt naar het balkon om van het uitzicht te genieten, en ja hoor: mist. Die blijft dagenlang hangen, waarna hij besluit contact met zijn buren te zoeken.

‘Hij brengt pakketjes naar ze, maakt praatjes, helpt ze verhuizen. Door zijn reacties op hen leer je hem kennen. Hij heeft compassie – misschien kleeft dat in al mijn boeken aan mijn personages. Er wordt hem weinig gevraagd, maar hij vraagt iedereen van alles. Daar zit een journalistieke component van mezelf in. Als ik in mijn vrije tijd mensen spreek, zeggen ze na een tijdje vaak: joh, is dit een interview? Sorry, zeg ik dan, ik ben gewoon nieuwsgierig.’

Rotterdam of New York?

‘Rotterdam.

‘De eerste keer ging ik als koerier naar New York. Ik weet nog dat ik op JFK uitstapte en van een man, hij heette Joe en was een zenuwpees met een kapotgerookte huid, acht manshoge postzakken kreeg, die we samen in zijn busje stopten. Die laadden we uit in Queens, daarna húp de Queensboro Bridge over en uitstappen op 8th Avenue. Daar was Milford Plaza, mijn hotel.

‘Mijn kleine kamer, ook zo’n beetje de 48ste verdieping, had een typisch New York-ruitje, zo’n schuifding. Ik liep meteen daarheen, het was al ’s avonds, en zag die avenues.

‘Dat was zo overweldigend dat ik naar mijn bed ben gelopen en heel hard in mijn kussen heb geschreeuwd (maakt oerkreet, red.). Eindelijk was ik in mijn droomstad.

‘De hele nacht heb ik door de stad gelopen, onder meer door het Meatpacking District. Daar werd toen nog echt meat gepackt en hingen travestieten rond. ‘Wat ben je aan het doen?’, vroegen agenten me vanuit hun auto. ‘Strollin’ man, I’m strollin’!’, zei ik. ‘Wegwezen, levensgevaarlijk hier!’

‘Daarna ben ik jazztenten afgegaan om de volgende ochtend – zonder te slapen – weer terug te reizen naar Nederland.

‘In Rotterdam ben ik geboren en woon ik al mijn hele leven. De stad ontwikkelt zich zo mooi en grillig. Als ik vanuit theater Walhalla naar de overkant van de Maas kijk en die hoge gebouwen zie, droom ik dat ik in een wereldstad ben.

‘Ik ben geen Rotterdammer met een hekel aan Amsterdam. Ik verbaas me er altijd over hoe mooi stil het daar kan zijn, bijvoorbeeld op delen van de Keizersgracht. Alles klinkt er gedempt, alsof het elke dag sneeuwt. Rotterdam bromt als een oude koelkast, heeft een permanente grondtoon, een basisruis. Daar leef ik heerlijk op.

Schrijver, theatermaker, presentator, interviewer, acteur of muzikant?

‘Veel mensen maken keuzes in het leven, maar dat hoeft helemaal niet – oké, behalve dan bij deze rubriek.

‘Ik heb maar één opleiding gedaan, de sociale academie, waar ik met weggelopen jongens en meisjes heb gewerkt. Daarna ontstond gewoon ander werk. Toen ik in het Oude Noorden woonde in een pand dat werd gerenoveerd, werd me gevraagd of ik daar een nieuwsbrief over wilde schrijven.

‘Daardoor kwam ik bij een wijkkrantje, en dat werd weer opgemerkt door Het Vrije Volk. Daarna ging ik radiomaken bij Rijnmond en stapte ik het toneel op met Martin van Waardenberg. Weer later kwam de tv.

‘Ik vind het onzinnig om te vragen wat ik het liefste doe. Ik bepaal mijn keuze als ik opsta. Als het morgen een kraakheldere dag is, ga ik fotograferen. Als het slechter weer is, ga ik lekker schrijven.’

Introvert of extravert?

‘Dat moeten andere mensen zeggen. Mensen noemen mij weleens brutaal of uitgesproken maar deep down vind ik mezelf... Ik weet nog dat ik op mijn 16de rood werd als iemand mij aankeek. Er zit verlegenheid in me waardoor ik nogal eens stuntel, bijvoorbeeld bij Met het oog op morgen.

‘Op de radio, bij De taalstaat, had taalwetenschapper René Appel me eens onderzocht. ‘We horen hier Wilfried de Jong’, zei hij, waarna je me ‘Hoe, hoe, hoe, wat, wat, waar woon je?’ hoorde zeggen. Zeg nou gewoon ‘waar woon je’, zei Appel. Maar mijn vragen komen zoekend tot stand en ik vraag me vaak af of ze wel goed genoeg zijn. Ik vind het vreselijk om mezelf terug te luisteren. Het fijne aan schrijven is dat je al die rotzooi kunt schrappen.’

Hoedje op of hoedje af?

‘Hoedje op – en dat heeft met kaalheid niks te maken. Vanaf mijn 20ste heb ik een tijd hoeden gekocht in alle grote steden waar ik was. Een porkpie hat kocht ik bij de JJ Hat Center in New York, een Borsalino in de Galleria in Milaan, een Panizza in Venetië. O ja, en een groene Stetson bij H. Witting & Zn in Groningen.

‘Ik word melancholisch van zwart-witfoto’s waar je op basis van hoofddeksels ziet of iemand arm was of rijk: een arbeider droeg een pet, een havenbaron een hoed. Een hoed is sierlijk en kan dat armzalige hoofdje dat we van god hebben gekregen mooi afmaken. Een tijdlang hield ik, ook als ik in een café kwam, mijn hoed op. Nu doe ik dat niet meer. O god, zie je ze denken, daar heb je hem weer, de artistiekeling.’

Martin van Waardenberg of Matthijs van Nieuwkerk?

‘Martin en ik zien elkaar alleen als we samenwerken, maar hij is zo authentiek, zo one of a kind. Ik kwam uit de wereld van de cultuur en wilde het bij Waardenberg en De Jong niet te ordinair maken, terwijl Martin echt schaamteloos kon zijn. We vullen elkaar aan.

‘Eigenlijk heb je het over twee perfecte duo’s. Ook Matthijs en ik waren complementair aan elkaar, bij Holland sport. Ik heb mijn gestotter, hij heeft zijn – hij zou het op zijn Frans zeggen – flux de bouche. Matthijs heeft veel haar, ik geen. Hij Amsterdam, ik Rotterdam.

‘Ik heb Matthijs weleens geïnterviewd voor een glossy. Toen zei hij dingen die gek genoeg nooit zijn opgepikt door andere media. Het ging over zijn tics, over spontaan flauwvallen in de stad, over angsten voor bruggen en tunnels. We hadden het ook over vriendschap en daar kwam uit dat Matthijs eigenlijk niet veel echte vrienden had.

‘‘Zijn wij nou vrienden?’, vroeg Rob Kemps hem tijdens een aflevering van Chansons. ‘Ja natuurlijk’, zei Matthijs, ‘al zie je elkaar maar een keer per jaar. Neem Wilfried de Jong, dat is ook een vriend van me.’ Ik zat te kijken en dacht: jezus, ik heb negen maanden geen appje van je gehad. Ik heb hem gestuurd: ‘Matthijs, we hebben nog drie maanden, daarin moet je me echt zien, anders zijn we geen vrienden.’ Daar kon hij wel om lachen.

‘Onlangs interviewde hij me trouwens in een Haagse boekhandel over Mist, samen met Bart Chabot. Dat was leuk.

‘Bij Holland sport hebben we nooit toestanden gehad. Na de berichtgeving over De wereld draait door ben ik naar hem toegegaan. Dat was een indrukwekkend gesprek. Hij had het zwaar. Ik vond dat hij het beest in de bek moest kijken, en dat vond hij zelf ook wel.’

Zomergasten: stoppen of doorgaan?

‘Mijn impulsieve reactie is: ga nou door. Ik heb het drie jaar gedaan, ik weet ook wel hoe duur die fragmenten zijn. In mijn tijd vroeg de helft van de mensen een uppercut van Muhammad Ali in Kinshasa aan. Daar ben je zo 5.000 euro per minuut aan kwijt – en dan moet je nog vijftien fragmenten.

‘Toen het besluit om te stoppen naar buiten kwam, zag ik de VPRO, mijn lievelingsomroep, geen verzet plegen. Dat verbaasde me wel.

‘Misschien moeten ze doorgaan op YouTube, of tegen gasten zeggen dat ze een beperkt budget hebben. Want het blijft mooi om naar aanleiding van beeldmateriaal iemands gedachtegoed te leren kennen.’

Leven zonder muziek of sport?

‘Dan maar geen fiets, geen voetbal. Ik ben totaal verslaafd aan muziek en zou niet zonder kunnen. Daardoor zijn mijn oren inmiddels wel een beetje aangetast, maar dat vind ik niet erg.

‘Onlangs had ik een gaatje in mijn netvlies. Na een laserbehandeling zei de arts: ‘U kunt gerust zijn, u kunt Het oog weer doen’ – hij kende me van de radio. ‘Dit is ouderdom, meneer De Jong’, zei hij toen, ‘ik heb dezelfde leeftijd als u en wij gaan met veel plezier het degeneratieproces meemaken.’ Dat vond ik zo’n schitterende opmerking. Toen dacht ik: ja, mijn ogen en oren worden meetbaar minder, maar waarvoor ik ze gebruikt heb, daar heb ik zo ontzéttend van genoten. Ik ga ze hélemaal opgebruiken.’

Wilfried de Jong: Mist. Zwartjes & Labović; 200 pagina’s; € 22,99.

Wilfried de Jong

1957 Geboren in Rotterdam
1976 Sociale Academie in Den Haag
1986-1996 Theaterduo Van Waardenberg en De Jong
1998-2001 Tv-programma Pakhuis De Jong
2000 Aal (verhalenbundel)
2003-2011 Tv-programma Holland sport
2003-2021 Columnist NRC Handelsblad
2005 Zilveren Nipkow-schijf voor Holland Sport
2008-2013 Tv-programma 24 uur met…
2012 Winnaar Nico Scheepmaker Beker voor verhalenbundel Kop in de wind
2013-2016 Tv-programma Zomergasten
2014-nu Radioprogramma Met het oog op morgen
2014-2015 Tv-programma Fotostudio De Jong
2017 Dansvoorstelling We Free Kings met Wim Opbrouck
2020 De man en zijn wielerverhalen (verhalen over wielersport)
2021-2022 Tv-programma Brommer op zee
2023 Schwung (verhalenbundel)
2026 Mist (roman)

Wilfried de Jong woont met zijn vrouw Anneloek Sollart in Rotterdam. Ze hebben twee volwassen kinderen.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next