Home

Blijf met je gore poten van het schaatsen af, Donald J. Trump

Het is nog tot daaraan toe dat die Amerikaanse non-valeurs het WK voetbal hebben gekaapt, dat toch al gecorrumpeerde en ultrakapitalistische olielandenfestijn dat zichzelf onmogelijk nog volkssport kan noemen, aangezien een simpel finalekaartje deze zomer minstens 3.500 euro kost.

Maar van het schaatsen – geen sport van gesoigneerde godenzonen in Porsches, maar eentje van goudeerlijke boerenzonen wier ouders spruitjes telen; de sport van Jorrit Bergsma uit Oldeboorn en Marijke Groenewoud uit Grou, beiden bijgestaan door Jillert Anema uit Harlingen – daar blijf je met je gore, opgezwollen poten van af, Donald J. Trump.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Over precies een week vindt de openingsceremonie plaats van de Olympische Winterspelen in Milaan en Cortina d’Ampezzo. Onder normale omstandigheden zou dat een heugelijke gebeurtenis zijn die bij iedereen in een straal van 1.000 meter rond Heerenveen tot vlinders in de buik leidt.

Maar deze week kwam er een fikse grauwsluier over het evenement te liggen, toen bekend werd dat tien agenten van de Amerikaanse immigratiepolitie ICE samen met JD Vance en Marco Rubio afreizen naar Milaan. Formeel om ‘de risico’s van transnationale criminele organisaties te onderzoeken en te beperken’, maar waarschijnlijk omdat ze de taak hebben een gouden bobsleemedaille achterover te drukken voor in de prijzenkast van Trump.

‘Het is niet alsof de SS naar Milaan komt’, probeerde de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken de furie nog te beteugelen, maar het was al te laat, want van links tot rechts werd er gescholden en getierd. En geheel terecht bovendien, want we hebben het porca miseria wel over een politie-eenheid die met haar executies een toekomst aan het inluiden is die de meesten van ons zich nooit hadden kunnen voorstellen.

De burgemeester van Milaan brieste op de radio dat er in zijn stad geen plek is voor ‘een militie die moordt’, een petitie om dat gespuis de toegang tot Italië te ontzeggen was donderdagavond al bijna zestigduizend keer ondertekend.

Via via begreep ik dat er ook een serieus protest in de maak is, georganiseerd door een groep bonkige, zwaar getatoeëerde antifa’s die in lachen zouden uitbarsten als je ze vertelt dat wij Nederlanders Jesse Klaver al extreemlinks noemen. Daarna zouden ze je trouwens uitschelden voor vuile fascist om vervolgens een stoeptegel naar je harses te sodemieteren, net zoals hun vader dat deed in 1968 en hun grootvader in 1945.

Uiteraard juich ik al die tegenstand enorm toe, want er is natuurlijk maar één ICE waar onze aandacht de komende weken op gericht moet zijn, namelijk het Milano Ice Park in het noordwesten van de stad, alwaar we dienen te bidden voor een rondje zesentwintig laag van Jutta Leerdam.

Nederland kan nu eenmaal niet zonder ongestoord schaatsgenot, zo simpel is het. De Gouden Eeuw van de Nederlandse schilderkunst begon pas goed en wel toen Hendrick Avercamp schaatsende landgenoten begon af te beelden. Een van de beroemdste dichtregels uit onze taal kreeg pas echt lading toen de bedenker ervan, G.A. Bredero, in 1617 door het ijs zakte op de Haarlemmertrekvaart (‘’t Kan verkeren’, staat nog altijd op zijn grafsteen).

En dan heb ik het nog niet eens gehad over koek, zopie, Kleintje Pils en Ireen Wüst. Laat staan over pap in de benen van de Beer uit Lemmer, Ard, Keessie, W.A. van Buren en de koude tegenwind tussen Sleat en Starum tijdens de hel van ’63.

Het ijs behoort ons toe, niet de fascisten van ICE, laat dat duidelijk zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next