Home

Een goed kabinet

Het aanstaande regeerakkoord van de minderheidscoalitie tussen D66, VVD en CDA verdient een kans. In Den Haag zijn ze er bijna uit. Als mijn informatie klopt, gaan de strubbelingen alleen nog maar over geld. Dat zal wel lukken; het koninkrijk is relatief rijk. Met een beetje goede wil presenteert Rob Jetten volgende week zijn eerste kabinet. 

Makkelijk zal het niet zijn. De twee liberale partijen D66 en VVD zijn behoorlijk uit elkaar gegroeid. In Amsterdam was die verwijdering zichtbaar. In de hoofdstad hebben de VVD en de SP gezamenlijk hun coalitiepartner D66 publiekelijk aan de schandpaal genageld met aanhoudende verwijten van onbetrouwbaarheid. Eerder verloor Sigrid Kaag de machtsstrijd tegen Mark Rutte. Dit soort incidenten zet kwaad bloed, zelfs tussen partijen die ideologisch verwant zijn. 

Desondanks verschijnt de VVD dit jaar opnieuw als onmisbare partner voor een nieuwe regering. Dat is goed nieuws. Toch blijft het de vraag hoelang deze ‘magere’ coalitie het zal volhouden; er heerst scepsis, en terecht. Een kabinet zonder steun haalt de eindstreep waarschijnlijk niet. Daarom is het cruciaal dat de regeringsploeg die straks op de bordestrap zal staan een hecht team vormt. Dat gaat niet alleen over competenties, maar ook over persoonlijkheid en karakters.

Er worden al namen genoemd voor nieuwe ministers. Ze moeten wat mij betreft in ieder geval in hun werk dagelijks de onderlinge relaties versterken. Ze moeten leren van elkaar te houden om te zorgen dat ze de stresstest doorstaan van de eerste netelige kwesties waarvoor ze een meerderheid moeten zien te organiseren in de Tweede Kamer – en voorkomen dat ze om de haverklap met elkaar botsen. 

Onenigheden uitvergroten, ruzie maken zoals we dat in het verleden vaak hebben gezien: dat zijn gedragingen die voortkomen uit onveiligheid, ongemak, persoonlijk belang of zelfs door een slecht karakter – als minachtende opmerkingen domineren. Om zulke taferelen te voorkomen, moet het kabinet-Jetten bestaan uit mensen met rondere, gelaagde karakters, die weten wat veerkracht betekent in moeilijke tijden. En die mensen moeten dat aangetoond hebben in hun bestuurlijke ervaring. Ze laten zich niet gek maken als ze een ongemakkelijk gevoel krijgen door afwijkende standpunten van de ander en hebben niet direct tegenaanvallen voorhanden zonder enige vorm van empathie te tonen. 

Als Jetten wil slagen, kijkt hij hoe hij alle moeilijke onderwerpen in het komende kabinet zal behandelen (zonder weer uit te stellen) en met wie hij dat gaat doen. Natuurlijk moet je soms hard onderhandelen, voor je eigen belangen opkomen en je niet volledig verliezen in de belangen van de ander. En steeds oplossingen zoeken, en dat betekent blijvend werken aan vertrouwen.

Maar er zijn ook mensen nodig die zich niet snel in een hoek gedrukt voelen, en niet vanuit een vermeende benadeelde positie onderhandelingen voeren. Daar kun je niet mee samenwerken. De rupsjes-nooit-genoeg moet je dus buiten de samenwerking zien te houden. Ervaren bestuurders die tegengestelde belangen en de daaruit voortkomende conflicten als echte uitdagingen beschouwen maar ook het oog op de bal houden hebben kans op succes. Daadwerkelijk plezier beleven aan leren, reflecteren en kalm blijven onder alle omstandigheden is een vereiste. 

Stapje voor stapje vertrouwen opbouwen en dat onderhouden is pure noodzaak bij dit kabinet. Kansen zien om samen tot oplossingen te komen is makkelijker gezegd dan gedaan. Lukt dat wel dan zien we hopelijk een regeringsperiode van vier jaar en bereiken ze resultaten, en wie weet volgt Jetten II.

Jetten zou daarom mensen om zich heen moeten verzamelen die primair goed kunnen omgaan met (dreigende) conflicten, een combinatie hebben van ervaring, leiderschap, communicatieve vaardigheden en emotionele intelligentie, maar die bovenal onder alle omstandigheden een oplossingsgerichte grondhouding hebben. De ministers moeten meer dan ooit aantonen dat ze kunnen samenwerken en tegelijk grote beslissingen kunnen nemen de komende jaren, in plaats van in hun eigen silootjes oplossingen te scoren voor de bühne en in (sociale) media.  

Strategisch denken en inhoudelijk problemen oplossen komt vanzelf als ministers zich primair richten op de goede onderlinge relatie. Je verloochent jezelf en je partij echt niet door maximaal te focussen op het versterken van die relatie. Op deze manier groeit niet alleen de betrokkenheid van de drie partijen onderling (en van de oppositiepartijen die samenwerkingsgericht zijn) maar ook de betrokkenheid van de bevolking. Hoop ik. We hebben allemaal dergelijke (onderlinge) betrokkenheid nodig. Straatvechters, ego’s en mensen die menen uitsluitend onrechtvaardigheid hoog op de agenda te hebben (Omtzigt), hebben we genoeg gezien. Resultaat door samenwerking: dat is het enige wat overblijft. 

Source: NRC

Previous

Next