Het aantal mensen met een Museumkaart is afgelopen jaar gestegen naar een recordhoogte. Eind vorig jaar waren er ruim 1,54 miljoen kaarthouders, een groei van 3,2 procent ten opzichte van 2024. Dat meldt de Museumvereniging. Vooral de introductie van de digitale Museumkaart droeg bij aan de groei.
De Museumkaart is sinds vorig jaar ook beschikbaar als app. Inmiddels maken zo'n 500.000 mensen gebruik van een digitale kaart, ongeveer een derde van het totaal. Volgens de Museumvereniging verlaagt dat de drempel voor museumbezoek. "Je telefoon heb je immers altijd bij je", zegt directeur Vera Carasso.
Museumkaarthouders brachten in 2025 samen ruim 9,7 miljoen bezoeken aan deelnemende musea. Ook dat is een record: in 2024 lag dat aantal nog op 9,5 miljoen. Gemiddeld bezocht een kaarthouder vorig jaar 6,46 keer een museum.
Uit onderzoek in opdracht van de Museumvereniging blijkt dat kaarthouders bijna drie keer zo vaak een museum bezoeken als mensen zonder kaart. Daarnaast geven zij meer geld uit in musea, bijvoorbeeld in de horeca en museumwinkels. Ook nemen kaarthouders regelmatig niet-kaarthouders mee, wat volgens de vereniging jaarlijks goed is voor ongeveer 700.000 extra bezoeken.
De positieve effecten zijn volgens de Museumvereniging zichtbaar bij alle typen musea, groot en klein. Vooral musea buiten de grote steden profiteren relatief sterk van de Museumkaart. Ook onder jongvolwassenen tussen de 19 en 35 jaar is de kaart populair; zij nemen bovendien relatief vaak mensen mee die geen kaart hebben.
Met de Museumkaart krijgen houders een jaar lang toegang tot meer dan 500 musea in Nederland, in verreweg de meeste gevallen gratis. De kaart kost 75 euro voor volwassenen en 39 euro voor jongeren tot en met 18 jaar. De opbrengsten worden verdeeld over de aangesloten musea op basis van het aantal bezoeken.
Binnenland
Cultuur & Media
Source: NOS nieuws