‘Ah, de koffieman! Sesam…” De schuifdeur van Dorpshuis De Moriaan zwaait open als Peter Admiraal met een gracieus armgebaar langs de sensor zwaait. En terwijl z’n maatje Gerard Schellevis de leverancier met z’n steekwagen naar achteren begeleidt, werpt Admiraal nog even een hoopvolle blik naar de straat.
Alle bier moet nog geleverd. Zesmaal veertien kratten. Het is te hopen dat het spul er op tijd is, want al die rammelende stalen karren naar binnen rijden terwijl vierhonderd man straks geconcentreerd achter een schaakbord zit, dat doe je liever niet. „Voor twaalf uur ’s middags” – Admiraal is op weg naar de grote zaal van het Tata Steel Chess Tournament in Wijk aan Zee – „willen we alles in orde hebben”.
Dat betekent dat vrijwilliger Bertje Snijders (86) alle achtduizend schaakstukken op de borden naloopt. Want een enkeling, het kan zelfs een internationale grootmeester zijn, steekt nog weleens per ongeluk een veroverde pion ongemerkt in de zak. En Schellevis (80) heeft vanmorgen de koelkasten van de internationale topschakers bijgevuld. Vroeger met fris, nu vooral water. Véél water. En koude chocomel voor de Indiërs.
Peter Admiraal (74), vroeger plaatbankwerker van beroep, is er vooral voor de hand-en-spandiensten. De bierleidingen ontsmetten, alle toestellen verwijderen die zijn dorpsgenoten de rest van het jaar gebruiken voor handbal, volleybal, stoelgym. In deze zaal heeft ook Admiraal heel wat successen behaald. Met zijn zaalvoetbalteam De Moriaan Boys. Bertje op het middenveld, Gerard – „uitstekende keeper!” – op de goal.
En ieder jaar, als de internationale schaaktop neerstrijkt aan de Noord-Hollandse kust, helpen de dorpsbewoners een handje mee. Admiraal al sinds de komst van het toernooi in Wijk aan Zee, nu 47 jaar geleden. Toen was de organisator nog Hoogovens en op oude foto’s – hij toont er eentje – zie je de basketbalringen in de gymzaal hangen tijdens het schaken.
Het was de tijd dat Admiraal achter de bar stond in het deel van De Moriaan waar je mag praten. Je kon daar nog wel eens een internationale grootmeester treffen aan een Straffe Hendrik. Zeker halverwege de week, als-ie er niet zo lekker in zat. En aan het toernooi doen ook amateurs mee, uit de hele wereld, inclusief vriendengroepen, dus de sfeer zit er altijd goed in. Het schaken ging destijds zó lang door, tot in de nacht, dat Admiraal het licht uitdeed om ze eruit te krijgen. „Pakten ze een aansteker en gingen ze gewoon verder.”
Inmiddels is de grote zaal in De Moriaan ontdaan van elke verwijzing naar een gymzaal. Na een partij gaan de meeste internationale grootmeesters, zowat allemaal jonger dan dertig, naar hun hotelkamer voor analyse op de laptop en ook de amateurs maken het niet meer zo laat.
„Alles is geprofessionaliseerd”, zegt Admiraal terwijl we in de grote zaal plaatsnemen achter de bar waar hij ook vaak heeft gestaan. Hier is het stil, op één schoonmaker na, die de laatste broodkruimels uit het dempend tapijt zuigt voordat de volgende toernooidag gaat beginnen.
Alleen die stilte, zegt Admiraal, is onveranderd gebleven. Het bestellen – hij begint te fluisteren – gaat hier in de zaal heel zachtjes: „Eén broodje kaas, één water graag.” Geen alcohol, in de grote zaal. En graag vóóraf betalen. Want elke schaker is zó met zijn partij bezig, die vergeet z’n eigen bestelling. „Zelfs zijn eigen wisselgeld!”
Nee, dat heeft Admiraal bij het zaalvoetbal nooit meegemaakt.
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag
Source: NRC