Mist en sneeuw of niet, klimaatwetenschappers breken zich het hoofd over een merkwaardige kwestie: in ons land schijnt de zon te veel. Vorig jaar ging de zon voor de tweede keer in korte tijd door het dak: een slordige 350 uur zonneschijn méér dan de modellen hadden voorzien.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
2025 was het op één na zonnigste jaar sinds de metingen in 1965 begonnen, een haarlengte achter het jaar 2022. Vooral de lente was belachelijk zonnig: haast een kwart meer zon dan gebruikelijk. Dat blijkt uit het klimatologische jaaroverzicht van 2025, dat het KNMI donderdagochtend uitbrengt.
Volgens de klimaatmodellen zal het tot het jaar 2100 geleidelijk iets zonniger worden in ons land, vooral doordat er in de lente en ’s zomers wat meer zon schijnt. Maar al een jaar of tien drijven de waarnemingen steeds nadrukkelijker de spot met de prognoses. Zo’n 120 watt aan zonlicht hoort er momenteel in een gemiddeld jaar op elke vierkante meter Nederland te schijnen. Vorig jaar werd het 137 watt, in 2022 zelfs 138 watt.
Wat er aan de hand is? ‘Daar hebben we nog niet genoeg verklaring voor’, zegt KNMI-klimaatwetenschapper Peter Siegmund. Een voor de hand liggende oorzaak kan zijn dat er minder luchtvervuiling is dan voorzien. Als de lucht schoner is, ontstaan er ook minder wolken. Maar dan zou er ook minder mist moeten zijn dan er in werkelijkheid is, legt Siegmund uit.
Een andere mogelijkheid waaraan wetenschappers denken, is dat het opwarmende klimaat een subtiele draai geeft aan de weerpatronen boven Europa. Zo kan de extra warmte van de Middellandse Zee ter plaatse leiden tot meer lagedrukgebieden, die vervolgens zorgen voor meer droge oostelijke lucht bij ons, oppert Siegmund.
Een andere kandidaat is de afzwakking van de Golfstroom op de Atlantische Oceaan. ‘Dat kan via een omweg zorgen voor meer aanvoer van zuidelijke wind’, schetst Siegmund. Een mogelijkheid is overigens ook dat de overvloedige hoeveelheid zon gewoon toeval is. In 2021 en 2024 scheen de zon wél keurig zoals verwacht.
Honderden uren extra zon is weliswaar aangenaam, maar heeft ook keerzijden. Zoals meer verdamping, met als gevolg droogte, zet het KNMI uiteen in zijn jaarrapport. Afgelopen voorjaar en zomer hoorden tot de 5 procent droogste jaren ooit in ons land. Waarbij de verschillen per plek overigens groot zijn: in Zeeland kwam het jaar in de top drie van droogste jaren ooit (na 2022 en 1976), in Groningen was het nauwelijks droger dan anders.
Dat heeft ook te maken met de geringe hoeveelheid neerslag: 673 millimeter vorig jaar, tegenover 851 millimeter gemiddeld. De lage hoeveelheid neerslag van vorig jaar is opvallend, omdat in een warmer klimaat doorgaans ook meer regen valt, vooral in de winter.
Prettige bijkomstigheid van de zon is dat de zonnepanelen volop stroom opwekten. In ons land werd afgelopen jaar liefst een kwart meer zonne-energie opgewekt dan het jaar ervoor, uiteraard deels ook gewoon doordat er meer panelen bijkwamen. De hoeveelheid zonne-energie die in Nederland wordt opgewekt is in nog geen tien jaar tijd omhooggeschoten van nagenoeg niets naar meer dan dertig miljard kilowattuur vorig jaar.
Intussen loopt de temperatuur verder op. In Nederland was het vorig jaar gemiddeld 11,4 graden, een volle graad warmer dan rond het jaar 2000. De top tien van warmste jaren ooit in ons land gemeten, bestaat nu volledig uit jaren na 2005. Het jaar 2025 komt op plek zes van warmste jaren, na respectievelijk 2023, 2024, 2014, 2020 en 2022.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Source: Volkskrant