Home

Als het honderd sessies kost om suïcide te voorkomen, dan moet dat maar

Psychologie Het is moeilijk om de effecten van psychotherapie te bewijzen, schrijft Ad Kerkhof, maar ervaring leert dat het werkt.

Met grote zorgen heb ik het interview met Flip Jan van Oenen gelezen (Psychotherapie? Wie het krijgt knapt er meestal niet van op, 22/1). Flip Jan van Oenen is een gewaardeerde collega-hulpverlener. Hij heeft in de praktijk door zijn persoonlijke inzet veel suïcides voorkomen. Daar ben ik van overtuigd. Dat is echter niet wetenschappelijk aantoonbaar, zoals hij zelf ook zegt.

Ad Kerkhof is emiritus hoogleraar Klinische Psychologie, Psychopathologie en Suicidepreventie aan de Vrije Universiteit.

Nu lijkt hij het effect van zijn handelen en dat van collega-hulpverleners in de ggz toch wel erg naar beneden te halen en lijkt hij gedemoraliseerd over wat psychotherapie nog vermag te doen, vooral als het gaat om suïcide. Ik ben het echter hartgrondig oneens met zijn beschouwingen, terwijl ik toch in dezelfde ggz werk en met grotendeels dezelfde patiënten te maken had en heb.

Pijler van zijn betoog is dat de wetenschappelijke literatuur zou uitwijzen dat psychotherapieën weinig effect hebben. Op de eerste plaats: het is onmogelijk psychotherapieën te onderzoeken op effectiviteit waar het gaat om de preventie van suïcides. Dat kan gewoon niet. De effectmetingen zoals die in de wetenschap worden gedaan, betreffen noodgedwongen afgeleiden van het suïciderisco, zoals de mate van depressie, hopeloosheid, suïcide-ideatie (het denken aan suïcide), suïcidepogingen, paniek, angst, et cetera.

Op die afgeleiden zijn 147 psychotherapie-effectonderzoeken gedaan, bij in totaal 11.000 patiënten. Dat leidde tot de conclusie dat alle psychotherapieën het suïciderisico verlagen. De grootte van het effect is beperkt, maar significant.

Nu staat of valt dit wetenschappelijke bewijs bij de mate waarin de vragenlijsten die worden gebruikt om alle bovengenoemde factoren te meten, een goede samenhang vertonen met het suïciderisico. En die mate is helaas beperkt. Ik heb gewerkt met alle bestaande vragenlijsten en ik bleef er steeds ontevreden over, omdat de kern van de suïcidaliteit niet in deze vragenlijsten aan bod kwam. Die kern is het dwangmatige karakter van suïcidaliteit en het imaginaire aspect. Suïcidale patiënten hebben vaak last van repeterende angstaanjagende dwangmatige visuele voorstellingen van hun eigen suïcide en de gevolgen ervan, de zogenaamde suïcidale intrusies.

Patiënten die aan suïcide denken willen helemaal niet dood, ze willen van hun intrusies af. Als je dat dwangmatige imaginaire aspect van suïcidaliteit behandelt met de traumatherapie EMDR, en vervolgens meet, dan komt er opeens wel een groot psychotherapie-effect naar voren. Dat hebben we onlangs aangetoond in een gerandomiseerd wetenschappelijk onderzoek.

Maar ook dat is nog geen bewijs dat het hiermee het aantal suïcides te verminderen is, het geeft alleen nog meer hoop op psychotherapeutische effecten. Na de EMDR-behandeling is het dwangmatige karakter van het suïcideverlangen namelijk verdwenen. Deze behandeling wordt nu sinds kort toegepast in de praktijk van de ggz, met veel succes in de ogen van de behandelaren.

De toekomst weer terug

Maar hoe kan ik dan zeker weten dat psychotherapie effect heeft op het suïciderisico? Op de eerste plaats: omdat ik in veertig jaar tijd honderden ernstig suïcidale patiënten psychotherapeutisch heb behandeld. En ik heb maar drie patiënten tijdens de behandeling aan suïcide verloren, terwijl dat er statistisch gezien veel meer hadden kunnen zijn. En ook: omdat veel patiënten nog lang leefden, en mij zeiden dat ze dankzij mijn psychotherapie geen suïcidepoging meer hoefden te ondernemen. Omdat zij zeiden dankzij de psychotherapie weer een toekomst gekregen te hebben, en regelmatig omdat zij hebben geleerd hun depressie te verdragen. Omdat ze geen intrusies meer hadden. En omdat familieleden zeiden dat hun dierbaren zienderogen waren opgeknapt.

En diezelfde ervaringen hebben de psychotherapeuten die ik heb opgeleid in suïcidepreventie. Die werden betere psychotherapeuten door door meer kennis van de kern van de suïcidaliteit en door betere psychotherapeutische vaardigheden.

En ja: sommige mensen moeten leren verdragen dat ze met depressie, angsten, psychosen, ocd of anderszins door het leven zullen gaan. Dat lukt alleen wanneer ze beseffen dat het geen ramp hoeft te zijn dat ze zo door moeten modderen. Maar zolang ze hun aandoening nog als een ramp beschouwen, blijven ze suïcidaal en extreem ongelukkig. Veel mensen kunnen dat niet op eigen gelegenheid, daarom juist hebben ze psychotherapeuten nodig om dat te leren verdragen. En therapeuten doen dat heel goed. De ggz doet dat heel goed.

Zonder de ggz hadden we veel meer suïcides gehad. Maar wetenschappelijk bewijsbaar is dat allemaal niet. En als het honderd psychotherapiesessies of meer kost om één suïcide te voorkomen, dan moet dat maar.

Praten over zelfdoding kan 24/7 anoniem en gratis via 0800-0113, de landelijke hulplijn van 113 Zelfmoordpreventie, of via chat op www.113.nl.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next