De lezersbrieven! Over geluidsoverlast, goudstaven, capibara’s, de onvermijdelijkheid van verandering en dat de ene democratie de andere nog niet is.
Je zit in krappe stoelen. De trein heeft vertraging. Reisinformatie is vaag of komt te laat. En alsof dat niet genoeg is, komt de geluidsoverlast van de smartphones van medereizigers er bovenop. Ik word figurant van complete Instagramvideo’s en luister in de stiltecoupé ongevraagd mee met telefoongesprekken.
Deze geluidsoverlast is genormaliseerd. Om rust te vinden, zijn noisecancelling koptelefoons bittere noodzaak. Maar wat me daarbij opvalt, is een bredere maatschappelijke verschuiving: niet de veroorzaker van overlast past zich aan, maar de omgeving. Wie last heeft, wordt geacht het zelf op te lossen. We houden geen rekening meer met elkaar – we negeren elkaar.
Noisecancelling koptelefoons onderdrukken het symptoom, niet het gedrag. Maar oorzaak en gevolg zijn hier lastig te scheiden: drijft technologie het individualisme? Of hebben we geaccepteerd dat gezamenlijke normen verdwijnen? Dat niet iedereen dit als een probleem zal zien, toont juist hoe ver die normen al zijn verschoven.
Halil Çikmazkara, Rotterdam
Terecht zijn er grote zorgen over de veiligheid van onze DigiD’s. Het idee dat deze in handen van de Amerikaanse overheid kunnen vallen, is vreeswekkend. Gelukkig dat dit de aandacht van Den Haag heeft.
Niet minder urgent lijkt me de veiligheid van onze nationale goudreserve. Op de website van De Nederlandsche Bank lees ik dat maar liefst 31 procent van de Nederlandse goudvoorraad in New York ligt. Dit goud is opgeslagen in de kluizen van de Federal Reserve Bank, op de granieten rotsen van Manhattan.
Wordt hier ook actie op ondernomen? Ik denk namelijk niet dat Trump en zijn roversbende verschil zien tussen het recht op het innemen van Groenland en het stelen van ons goud.
Nou kan ik me voorstellen dat je de logistiek van een eventuele verplaatsing van deze rijkdom niet aan de grote klok hangt, maar ik kijk toch uit naar een sprankje iets van een geruststelling.
Mirjam Sweijd, Deventer
Met plezier las ik uw artikel ‘Oppassen is goed voor het brein van opa en oma’. Als mannelijke partner van een oppas-oma kan ik bevestigen: het houdt je scherp. Zeker als je in een halve minuut een boterham moet smeren, een jas moet dichtkrijgen en tegelijk moet uitleggen waarom schoenen toch echt aan moeten.
Maar ik bleef haken aan een van de twee testjes: in één minuut zoveel mogelijk dieren noemen. Wie regelmatig oppast, wordt namelijk onvermijdelijk ondergedompeld in dieren: prentenboeken vol beesten, liedjes over boerderijen, en uitstapjes naar kinderboerderij of dierentuin. Dan is zo’n dierentest niet alleen ‘breinfitheid’, maar ook: recent geoefend.
Dat maakt de uitkomst kwetsbaar. Want wat meten we dan precies? Een fitter brein, of een huishouden waarin het woord ‘capibara’ vaker valt dan ‘renteaftrek’?
Ik gun oppassende grootouders alle lof, maar bij zulke conclusies past misschien wat meer voorzichtigheid. Of de keuze voor een meer universeel testje dat niet meewaait met het prentenboekenrepertoire. Dan weten we tenminste zeker dat we meten wat we meten.
Jaap Karsten, Dokkum
Regisseur Eddy Terstall keert zich tegen het het identiteitsdenken dat volgens hem mensen in hokjes zou stoppen en ‘dat schiet niet op’.
Volgens mij schiet het juist enorm op dat minderheden, vaker dan vroeger, hun zeggenschap durven op te eisen. Dat is voor sommige mensen gewoon even wennen. Maar zoals Terstall zelf zegt: verandering, je doet er niets tegen. Dus het komt vast wel goed.
Jaap Friso, Huis ter Heide
‘Europa vindt nieuwe partner in India’, schrijft de krant. Dat India en Europa elkaar nodig hebben in de huidige tijd, lijkt me prima. Maar om nu te stellen dat ‘India net als de EU democratisch is’, daar valt wel iets op af te dingen.
De Democratie Index van The Economist labelt India als een ‘flawed democracy’. De ngo Freedom House categoriseert India als ‘partly free’ en het V-dem instituut heeft het sinds 2017 over een ‘electoral autocracy’. Met name religieuze minderheden en journalisten hebben het zwaar te verduren
Heleen Schrooyen, Den Haag
Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.
Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant