We moeten onze solidariteit met de demonstranten in Iran niet laten gijzelen door geopolitieke nuances of angst voor de ‘verkeerde’ medestanders. Wees liever een echo voor hun gesmoorde stemmen.
In Iran fungeert de duisternis momenteel als een mantel voor de executies van burgers wiens enige misdaad de roep om vrijheid is. Sinds 8 januari is de digitale verbinding met de buitenwereld nagenoeg verbroken, een bewuste ingreep van het Iraanse regime om het zicht op de gruwelen te ontnemen. Wij in de diaspora kennen dit mechanisme: totale informatie-blackout is het startsein voor totale terreur. Zodra de schermen op zwart gaan, kleuren de straten rood.
De cijfers die nu naar buiten sijpelen via kanalen als Time Magazine zijn onbevattelijk: binnen slechts twee dagen, op 8 en 9 januari, zijn er mogelijk 30 duizend mensen vermoord.
Moedige mensen met dromen zijn in 48 uur weggevaagd. Wat we horen als er eindelijk even verbinding is met familie, is steevast hetzelfde: ‘de beelden die jullie zien, zijn niets vergeleken met de werkelijkheid hier.’
Die woorden breken me op. Want de fragmenten die door de kieren van de digitale muur heen glippen, zijn ondraaglijk. We zien mortuaria die zo overvol zijn, dat de lijkzakken buiten in de straten zijn opgestapeld. We zien ouders die in blinde paniek tussen het plastic zoeken naar hun kinderen. We zien hoe de Revolutionaire Garde ziekenhuizen binnenvalt om gewonden van de operatietafel naar de cel te slepen.
En wie de straat mijdt, is alsnog niet veilig. De terreur klopt niet aan, maar trapt de deur in. Zelfs in de vermeende geborgenheid van je eigen woonkamer, tussen je eigen spullen, ben je een doelwit.
Over de auteur
Sara Khosdelazad is psycholoog in opleiding tot gz-psycholoog, postdoctoraal onderzoeker en Dolle Mina.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Ik merk dat ik voortdurend ‘aan’ sta. Ik scroll tot mijn vingers verkrampen, gedreven door een schuldgevoel dat groter is dan mijn vermoeidheid. Hoewel ik hier geboren ben, ligt mijn fundament daar. Elke minuut waarin ik geen informatie deel, voelt als verraad. Zodra ik zie dat de media-aandacht verslapt, bekruipt me de angst dat hun strijd in de vergetelheid verdwijnt. Maar mijn vermoeidheid is een luxe-emotie vergeleken met de doodsangst op de barricades. Zij hebben geen tijd voor moedeloosheid; de mensen daar vechten voor hun leven.
In deze totale wanhoop richten Iraanse demonstranten en hun medestanders hun ogen op Donald Trump. Terwijl Trump een vloot van oorlogsschepen richting de Iraanse kust stuurt, speelt hij een wreed psychologisch spel met miljoenen levens. De ene dag voedt hij bij de demonstranten hoop via zijn sociale media-platform Truth Social met beloftes van bevrijding, de andere dag spreekt hij zijn ‘grote respect’ uit voor het regime omdat ze executies zouden hebben gestaakt.
Terwijl Trump de moordenaars publiekelijk schouderklopjes geeft voor hun vermeende terughoudendheid, gaan de slachtingen achter de digitale blackout onverminderd door. Je kunt een volk geen hoop bieden en vervolgens hun beul legitimiteit schenken aan de onderhandelingstafel. Het is grillige, bijna sadistische geopolitiek. Maar een uitgeput volk in een wurggreep kan het zich niet veroorloven om de hand die belooft om de strop losser te maken, direct weg te slaan. Hoe besmeurd die hand ook is.
Terwijl men in Iran naar elk denkbaar redmiddel grijpt, blijven veel bondgenoten zich soms blindstaren op hun eigen principes. Ik merk dat de steun hapert, juist in de progressieve kringen waar ik me thuis voel. De angst voor Amerikaans imperialisme zit diep en als linkse, feministische activist deel ik die scepsis. Ik zie in Trump geen verlosser, verre van. Maar onze ideologische zuiverheid is een luxe die men in Iran niet heeft.
Want wie zijn wij om, vanuit onze veilige huiskamers, de strohalm te bekritiseren van een volk dat wordt uitgeroeid? Wanneer je decennia bent vertrapt, wanneer je landgenoten bij de tienduizenden worden afgeslacht en wereldleiders nauwelijks in actie komen, vervalt de luxe van de ‘juiste’ bondgenoot. Dus vraag jezelf af: met welk moreel gezag veroordeel jij hun wanhoop, terwijl je zelf de andere kant op kijkt? De geschiedenis zal ons niet vragen of we de juiste ideologische bondgenoten hadden, maar of we aan de kant van de menselijkheid stonden toen het erop aankwam.
Aan mijn landgenoten in de diaspora wil ik zeggen: we mogen niet opgeven. Nu de stemmen daar zijn gesmoord, moeten wij hier juist de echo van die stemmen zijn. We moeten elkaar vinden in deze gedeelde pijn en blijven doorzetten. En aan de rest: laat je solidariteit niet gijzelen door geopolitieke nuances of angst voor de ‘verkeerde’ medestanders.
Terwijl hier wordt gedebatteerd over de ideologische zuiverheid van een mogelijke oplossing, sterven daar duizenden mensen in de straten. De strijd in Iran gaat over universele vrijheid. Een droom waarvoor men daar bereid is te sterven. Het minste wat wij hier kunnen doen, is de moed opbrengen om niet weg te kijken en hen te steunen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant