Cabaret In zijn cabaretdebuut ‘Striptease Van De Dood’ schiet de expressieve en onrustige David Linszen bijna koortsachtig van het ene naar het andere onherkenbare verhaal. Doeltreffend toont hij dat de realiteit leuker fantaseren een verdedigingsmechanisme is met voor- én nadelen.
David Linszen in zijn cabaretdebuut 'Striptease Van De Dood'.
David Linszen – Striptease Van De Dood. Gezien: 22/1, De Kleine Komedie, Amsterdam. Info: bunkertheaterzaken.nl
Zomaar uit het niets kan comedian David Linszen (34) een onderwerp aansnijden door bijvoorbeeld te verkondigen dat hij zich goed kan voorstellen dat iedereen zich al de hele tijd afvraagt of we „de Cliniclowns moeten uitrusten met een wapenstok?” Waarna een verhaal volgt over een ziekenhuisclown, verstopt achter de hartritmemonitor, klaar voor zijn „wat edgy openingsgrap”.
De winnaar van het Leids Cabaret Festival 2024 is bedreven in het expressief vertellen van ‘onherkenbare’ verhalen. Zoiets heet al snel absurdisme. Je begrijpt niet helemaal wat je zojuist gezien hebt, maar het zal wel iets te betekenen hebben. „Het was erg absurdistisch”, zeg je dan. Zoiets is wellicht verrassend, maar niet intrinsiek gewaagd, grappig of interessant. Dat wordt het pas zodra er iets zichtbaar wordt van de mens die schuilgaat achter zo’n façade vol opgeklopte lariekoek. Precies daarom is Linszens debuutvoorstelling zo goed gelukt: er sijpelt precies genoeg door uit zijn wonderlijke verhalen en liedjes.
Linszen serveert tekst en uitleg niet bepaald in overdosis (saai en vervelend), maar ook niet te zuinig (ook saai en vervelend). Wanneer hij opmerkt dat cabaret in tweede instantie een kunstvorm is en in eerste instantie een vorm van ouderenzorg, lijkt dat een losse grap. Later begrijp je beter waarom het hem „een wrang gevoel” bezorgt dat vanavond „voor een heleboel van jullie mijn afscheidsvoorstelling” is.
David Linszen in zijn cabaretdebuut ‘Striptease Van De Dood’.
Hij is namelijk doodsbang opnieuw verlaten te worden. Geleidelijk wordt duidelijk wie dat eerder hebben gedaan. Op verschillende grappige manieren laat Linszen het publiek voelen hoe sociale groepen functioneren. Zo meent hij in een man op rij twee plots een geestverwant te herkennen: „Wíj zijn mensen die helemaal niet snappen wat andere mensen normaal vinden.” Het hierop volgende voorbeeld is op zichzelf grappig, maar vooral een leuke en slimme demonstratie van groepsvorming en uitsluiting.
Uit Striptease van de dood kan je leren dat de realiteit leuker fantaseren een verdedigingsmechanisme is met voor- en nadelen. Enerzijds oogst je onbegrip en houd je mensen op afstand met een schild vol leuk vertelde vreemde fantasieën, waardoor ze je ook niet echt kunnen verlaten. Keerzijde: je krijgt aandacht, maar het contact is het niet echt.
Uiteindelijk blijkt het niet zo’n houdbare overlevingsstrategie. Tot zijn gespeelde wanhoop lukt het Linszen steeds slechter om zijn voornemen om het uitsluitend „gezellie” te houden, vol te houden. Het wordt steeds duidelijker dat grappige en gekke fantasieën toch zeker ook nauwkeurig gestileerde en vormgegeven emoties zijn. Wanneer hij bijvoorbeeld „opeens” begint over „het sprookje van de schandknaap en de slak”, is het zonneklaar dat dit naast een leuk verteld verhaaltje, vooral gedeeltelijk verwerkt verdriet over een vertrokken liefde is.
Het grootste verdriet blijft lang verborgen achter een absurde façade. Linszens overleden vader kwam gewoon uit Amsterdam, maar krijgt voortdurend een zwaar Limburgs accent. Uiteindelijk blijkt: gevoelens komen toch wel naar buiten. Eerst via omwegen zoals een Limburgs accent. Uiteindelijk lukt het ook zonder. Dat is aangrijpend, een emotie waarvan je aanvankelijk niet direct dacht dat Linszen dat bij je zou opwekken.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC