Turbo-Mahler Gustav Mahler schreef machtige, verhalende symfonieën waarin hij je meeneemt op een grote reis. Pynarello propt ze nu alle tien in een uurtje. Maar waarom?
Het Pynarello-collectief tijdens hun ‘Mahler Marathon’ in TivoliVredenburg, Utrecht.
Mahler Marathon door Pynarello. Gehoord: 27/1, TivoliVredenburg, Utrecht. Tournee t/m 1/2. Info: pynarello.com
Sportkleding aan, rugnummers op, stretchend met een strijkstok op het podium – het is dan ook een atletische prestatie die Pynarello met hun Mahler Marathon wil leveren. In één uur passeren alle tien van Gustav Mahlers machtige megasymfonieën. Langzaam drommen de musici samen in TivoliVredenburg. Daar komt de trompettist al hijgend aangehold, voor het begin van de Vijfde symfonie. Klaar voor de start? Af!
Voor de marathon knipte artistiek leider Julian Schneemann een selectie hoogtepunten uit Mahlers oeuvre bij elkaar, door altviolist Gijs Kramers bewerkt voor de typische Pynarello-bezetting van vijfentwintig musici. De muziek klinkt kleurrijk en wordt vol overgave gespeeld, zeker. Maar één vraag blijft de hele avond onbeantwoord… waarom?
Mahler componeerde lange, verhalende symfonieën, waarin je als luisteraar wordt meegenomen op een ontzagwekkende reis. Het live bijwonen van zo’n Mahler-symfonie kan je bij de lurven grijpen, in vervoering brengen, kortom: het is een belevenis die je van A tot Z wil meemaken. Geen wonder dat zijn muziek zo ongekend populair is.
Maar als je uit elke symfonie een paar stukjes knipt, wat blijft er van zo’n reis dan over? Pynarello’s marathon klinkt als een reisbrochure vol leuke plaatjes: kijk, een stukje Mahler Vier, hier een flardje ‘Scherzo’ uit de Zevende, en zó begint het laatste deel uit de Negende. Maar net wanneer je ergens een gevoel bij krijgt, wacht er op de volgende bladzijde al weer een andere trekpleister. En zoals ook in een reisbrochure: plaatjes zijn maar klein, en doen geen recht aan het echie.
Neem de opening van de Vijfde symfonie – na die eenzame trompetsolo moet het orkest er zinderend, verschroeiend overheen vallen. Dat krijg je met z’n vijfentwintigen gewoon niet voor elkaar. Het klinkt zelfs een beetje melig hier, met saxofoon en accordeon.
Een concert van het tegendraadse Pynarello betekent ook: alles uit het hoofd gespeeld, staand, en zonder dirigent. Dat is knap, zeker in de hyperspecifieke partituren van Mahler. Het samenspel is niet altijd even strak, maar de inzet is voelbaar. Pynarello’s drang om het publiek mee te nemen in hun liefde voor Mahler werkt aanstekelijk, bijvoorbeeld als de hoorn en trompet virtuoos boven het ensemble uit toeteren. Een mooie vondst is om het betoverende ‘Adagietto’ uit de Vijfde symfonie heel even terug te brengen tot alleen een cello en een klarinet.
Maar de waarom-vraag blijft de hele avond boven de magertjes gevulde zaal hangen. Waarom tien symfonieën in een uurtje? Als laagdrempelige, korte kennismaking met Mahler voor nieuwsgierig publiek? Volgens mij is de lengte het probleem niet. Pas nog hoorde ik in de Rotterdamse Doelen een complete uitvoering van de Tweede symfonie – Mahlers één-na-langste. Enorme zaal, afgeladen vol, met opvallend veel jong publiek.
Misschien schuilt het waarom dan wel in die reisbrochure: de voorpret. Al bladerend kun je je helemaal verkneukelen hoe het zijn zal als je echt op reis bent. Dus ga vooral een hele symfonie beluisteren, van begin tot eind! Want dat er aan Mahlers muziek een hoop lol te beleven valt, ja, dat spat er bij Pynarello wel vanaf.
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC