Verdrinking Bij zwemschool Silvester in Voorschoten leren kinderen hoe ze moeten handelen in noodsituaties in en om het water. Wat als je bootje omslaat of als je met je rugzak om in het water valt? „Dit is een veilige plek om enge dingen te leren.”
Een survivalzwemles van zwemschool Silvester in Voorschoten.
Stel: je fietst naar school met een zware rugzak op je rug, je slipt, valt en belandt in het water. Wat doe je dan? Hoe red je jezelf? „Probeer rustig te blijven en doe je rugzak pas onder water af, als je stabiel ligt”, zegt Tygo van der Klugt (23) van zwemschool Silvester. Hij staat langs de rand van zwembad Het Wedde in Voorschoten en geeft survivalzwemles aan een groep kinderen. „Als je de rugzak eerder afdoet, kan die blijven haken aan takken of andere obstakels onder water. Dat wil je voorkomen.”
De jongens en meisjes knikken. „Kom”, zegt hij. „We gaan weer oefenen.” Isa (10) klimt in doorweekte kleding het startblok op; haar lange broek, trui en sokken plakken aan haar lijf. Op haar rug draagt ze een rugzak, verzwaard met negen kilo aan gewichten. „We willen de situatie zo realistisch mogelijk nabootsen”, zegt Van der Klugt. Het meisje springt het water in. Het extra gewicht trekt haar in rap tempo twee meter omlaag. Een andere zwemleraar duikt met haar mee. Op de bodem doet ze haar rugzak af en zwemt rustig omhoog.
In drieënhalve maand leren de kinderen elke zaterdag hoe ze moeten handelen in noodsituaties in en rond het water. Wat doe je als je onder het ijs belandt, hoe kom je terug in een omgeslagen bootje, welke zwemslagen gebruik je in welke situatie en hoe red je iemand anders zonder zelf in gevaar te komen?
Survivalzwemles bij zwemschool Silvester in Voorschoten. Wat je als je bootje omslaat?
Survivalzwemmen bestaat al langer, maar wordt de laatste jaren door steeds meer zwemscholen aangeboden, ziet directeur Richard van den Berg van de Eerste Nederlandse Vak Opleiding Zwemonderwijs (ENVOZ). De organisatie geeft internationaal erkende zwemdiploma’s uit en biedt opleidingen voor zwemdocenten, onder meer om zomer- en wintersurvivallessen te geven. Alle ruim zeshonderd aangesloten zwemscholen hebben survivaloefeningen in hun reguliere programma en zo’n vijftig scholen bieden het als aparte cursus aan, vertelt Van den Berg.
Hoeveel zwemscholen in het land precies survivallessen geven, is onbekend; er bestaat geen centraal registratiesysteem. Maar een snelle online zoektocht levert al gauw tal van aanbieders op. Sommige zwemscholen verwerken survivalvaardigheden in de A-, B- en C-lessen; andere, zoals zwemschool Silvester, bieden trainingen aan met een bijbehorend diploma. De meeste cursussen zijn bedoeld voor basisschoolkinderen, maar er zijn ook lessen voor baby’s vanaf negen maanden, die leren drijven en naar de kant spartelen. Aan de andere kant van het spectrum zijn er survivalcursussen voor zestigplussers, maar dat zijn er niet heel veel.
Nederland is een waterrijk land en zwemmen is cultureel diep ingebed. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat de meeste basisschoolleerlingen (circa 86 procent) minstens één zwemdiploma hebben. Tegelijkertijd groeit de groep zonder diploma: in 2018 had 6 procent van de kinderen geen diploma, in 2022 was dat 13 procent en in 2024 om 14 procent. Vooral kinderen uit gezinnen met een laag inkomen en kinderen met een migratieachtergrond blijven achter. Deskundigen pleiten daarom voor de herinvoering van schoolzwemmen, maar het kabinet liet vorig jaar weten dat niet te willen vanwege de kosten die zouden oplopen tot circa 145 miljoen euro.
De Nederlandse zwemtraditie, waarbij kinderen al jong leren zwemmen, draagt bij aan relatief lage verdrinkingscijfers vergeleken met veel andere landen. Volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn in 2024 146 mensen verdronken. Van hen woonden 107 mensen in Nederland; de overige 39 slachtoffers waren vooral toeristen en arbeidsmigranten. Het totale aantal verdrinkingen blijft van jaar tot jaar ongeveer gelijk. Uit de CBS-statistieken blijkt dat tussen 2015 en 2024 in totaal 61 kinderen onder de tien jaar en 48 jongeren tussen de tien en twintig jaar verdronken. Bij de jongsten gaat het vaak om een val in een vijver of sloot, terwijl tieners vooral overlijden tijdens zwemmen in open water. Kinderen met een migratieachtergrond lopen aanzienlijk meer risico op verdrinking, blijkt uit de cijfers.
Met een zwemdiploma op zak kun je zwemmen, maar een onverwachte val in koud, donker en troebel buitenwater vraagt om extra vaardigheden, zegt Richard van den Berg van de ENVOZ. In een zwembad zijn die omstandigheden anders, erkent hij, „maar het is wel een veilige plek om bepaalde situaties te oefenen”. Volgens hem laten sommige zwemscholen kinderen met een geblindeerde bril het water in. „Zodat ze ervaren hoe het is als je nauwelijks iets ziet.” Andere scholen laten kinderen met een echte fiets het water in vallen. „Veel mensen blijven instinctief hun fiets vasthouden”, vertelt Van den Berg. „Terwijl je juist meteen moet loslaten, anders trekt de fiets je verder onder water.”
Een van de belangrijkste lessen van survivalzwemmen: drijven kan levens redden. Wie rustig blijft en zich laat dragen door het water, raakt minder snel uitgeput, koelt minder af en vergroot zo de kans op hulp. Bovendien houd je dat langer vol dan zwemmen. „Dus eerst drijven en daarna ga je je pas oriënteren: waar ben ik, wat zie ik en waar kan ik veilig naartoe?”, zegt Tygo van der Klugt van Silvester. „En dán pas ga je zwemmen.”
De kinderen in Voorschoten gaan weer oefenen. Nu met winterjas en stevige schoenen aan. Om de beurt springen ze het water in. Eerst moeten ze vijf tellen stil blijven liggen, als een zeester, met armen en benen wijd. Daarna moeten ze een paar meter zwemmen en onder water door een gat in een zeil. „Het is zwaar hoor, met al die kleren aan”, zegt Shemar (11) hijgend terwijl hij zich de kant op hijst.
Sommige kinderen blijven met hun winterjas, die zich in het water vult met lucht, haken aan de rand van het gat. „Ook leerzaam”, zegt Van der Klugt. „Je kunt de jas als een soort drijfkussen gebruiken, maar duiken wordt lastig, dat weten jullie nu.”
Langs de kant van het bad zitten ouders toe te kijken. Katerina Matyashina (43) uit Benthuizen heeft haar zevenjarige dochter in de groep. „We wonen in een waterrijke omgeving”, zegt ze. „Ik wil dat ze weet wat ze moet doen in een crisissituatie, ook later als ze ouder is en alleen op pad gaat.” De lessen zijn niet altijd makkelijk. De dochter van Matyashina vond het in het begin „best wel spannend” om met een zware rugzak het water in te gaan. Een vader (46) uit Den Haag, die niet met zijn naam in de krant wil, vertelt dat zijn dochter de eerste keer moest huilen. „Maar nu gaat het goed. Dit is een veilige plek om enge dingen te leren.”
Oefening reddend zwemmen van zwemschool Silvester in Voorschoten.
Bij survivalzwemmen leren kinderen op veel zwemscholen ook wat ze moeten doen als ze onder het ijs terechtkomen. Ligt er sneeuw op het ijs, dan is het advies: zwem naar de lichtste plek onder het ijs. Sneeuw laat weinig licht door, dus waar het lichter is, is de kans groter dat het ijs open is. Ligt er géén sneeuw, dan komt het licht overal ongeveer gelijk door het ijs en is juist de donkerste vlek het wak of de open plek.
In Het Wedde zijn de kinderen inmiddels in oranje opblaasbootjes gestapt. Ze laten de boot omslaan en leren dat ze onder de boot kunnen ademhalen. Daarna oefenen ze hoe ze weer in het bootje klimmen zonder dat dat opnieuw omslaat. Daar is een techniek voor: je trekt jezelf niet recht omhoog, maar schuift eerst met je borst over de rand van de boot en beweegt dan laag en rustig naar binnen, zodat de boot niet weer kantelt. Maar Tygo van der Klugt laat de kinderen het zelf ontdekken. „Daar leren ze het meeste van.”
Volgens Richard van den Berg zouden niet alleen kinderen moeten oefenen in het water. Uit cijfers van het CBS blijkt dat zestigplussers de grootste groep verdrinkingsslachtoffers vormen: bijna de helft van alle verdrinkingen. „Vaak gaat het om een val in het water, dat kan iedereen overkomen.” Het zou goed zijn als ook ouderen meer zwemmen en onverwachte situaties oefenen, zegt hij. „Het is als met autorijden: als je tien jaar niet rijdt, ben je ook geen goede chauffeur meer.”
Source: NRC