Home

Overheid faalt met inburgering; arbeidspotentieel statushouders onbenut

De ambities van de overheid om statushouders sneller aan het werk te krijgen in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten sluiten totaal niet aan op de realiteit. In een kritisch rapport concludeert de Algemene Rekenkamer dat tegenstrijdige regels en een gebrek aan regie ervoor zorgen dat talent verloren gaat. De instantie spreekt zelfs van 'wensdenken'.

Hoewel de nieuwe inburgeringswet uit 2022 heeft gezorgd voor intensievere begeleiding en meer taallessen, blijven de resultaten achter. De overheid hoopt dat nieuwkomers de gaten vullen in de bouw, zorg en techniek, maar de praktijk is weerbarstig: inburgering duurt langer dan gepland, het taalniveau is lager dan gehoopt en de gewenste sectoren worden nauwelijks bereikt.

Volgens de Rekenkamer wordt de inburgering door diverse factoren vertraagd. De trage afhandeling van asielaanvragen en het tekort aan vaste woonruimte vormen de eerste drempels. Daarnaast kampen gemeenten met een tekort aan taaldocenten en plekken in de kinderopvang.

Een opvallend knelpunt is de combinatie van werk en school. Statushouders moeten verplichte taallessen volgen, wat in de praktijk vaak onmogelijk blijkt te combineren met een betaalde baan. Bovendien heeft de overheid geen inzicht in de aanwezige expertise: van veel statushouders wordt de werkervaring en het opleidingsniveau simpelweg niet geregistreerd.

De cijfers over arbeidsparticipatie schetsen een somber beeld. 

Slechts 28% van de statushouders die drie jaar geleden startten, heeft een vorm van betaald werk gevonden. Het gaat hierbij bijna uitsluitend om laagbetaalde flexbanen. Er is nauwelijks sprake van werk 'op niveau'. "Zo werkt de verpleegkundige in de horeca en de universitair docent informatica als flitsbezorger," aldus de Rekenkamer.

Nederland loopt achter op buurlanden

De Rekenkamer wijst erop dat de huidige Participatiewet — die focust op een zo snel mogelijke uitstroom uit de bijstand — duurzame scholing in de weg staat. In landen als Duitsland en het Verenigd Koninkrijk worden vluchtelingen met een medische achtergrond sneller bijgeschoold. De Rekenkamer meldt zelfs dat Syrische artsen vanuit Nederland naar Duitsland vertrekken omdat zij daar wel hun beroep mogen uitoefenen.

Reactie ministerie

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laat in een reactie weten de aanbevelingen te onderzoeken. Zo wordt er gekeken naar het versoepelen van taaleisen, waarbij taalontwikkeling op de werkvloer zwaarder mee kan tellen voor het inburgeringsdiploma. Ook wil het ministerie met gemeenten in gesprek om te voorkomen dat inburgeraars te snel op een te laag taalniveau worden ingeschat.

Source: Fok frontpage

Previous

Next