Home

De architect als tragische filmheld: hoe een Deense dromer ten onder ging in de Franse politiek

Stéphane Demoustier en Claes Bang | regisseur en acteur Regisseur Demoustier en acteur Bang over ‘La Grande Arche’, waarin de Deense architect Johan Otto von Spreckelsen worstelt en ondergaat in de Franse politiek. „Hij nam liever afstand dan zijn droom te zien verwateren.”

Otto von Spreckelsen (Claes Bang) keurt de 'historische as' van het Louvre naar La Grande Arche, achter zijn rug de Arc de Triomphe.

De Deense acteur Claes Bang  was indertijd nog maar een tiener, vertelt hij, „maar ik herinner me het heel goed, het was een sensatie. Zo’n onbekende Deen die uit het niets de grootste architectuurcompetitie ter wereld wint.”

Speelfilm La Grande Arche, deze week in de bioscoop, gaat over architect Johan Otto von Spreckelsen (1929-1987), een geliefd docent architectuur uit Kopenhagen die alleen zijn eigen huis en vier charmante kerkjes had ontworpen toen hij in 1982 onverwachts uit 424 inzendingen een zeer prestigieuze opdracht in de wacht sleepte: het ontwerp van La Grande Arche in de nieuwe Parijse zakenwijk La Défense.

Bang, bekend als de louche museumdirecteur uit Gouden Palm-winnaar The Square (2017): „Al zijn kerken waren samengesteld uit vierkanten en kubussen. Ik denk dat Von Spreckelsen een inval had: waarom dat in Parijs niet in het groot doen, de Arc de Triomphe is in feite toch ook een kubus? Het bleek de ideale oplossing.”

Controlfreak

Claes Bang is met de Franse regisseur Stéphane Demoustier in Rotterdam te gast bij architectuurfilmfestival AFFR. Hun held Otto von Spreckelsen is een tragische figuur die in La Grande Arche vastloopt in het drijfzand van de Franse politiek, bureaucratie en zakenwereld. Een idealistische, gedoemde representant van een beroepsgroep die er in de film niet altijd goed van afkomt. Daar is de architect vaak een geobsedeerde controlfreak met een te groot ego die zijn stempel op de wereld wil drukken en vindt dat mensen zich in zijn keurslijf moeten schikken. Zie ‘The Architect’ in scifi-trilogie The Matrix: een AI die emoties vergeefs tracht te reduceren tot binaire code.

Er zijn ook heroïsche versies van de architect, vaak gemodelleerd naar de dwarse, integere visionair Howard Roark uit Ayn Rands The Fountainhead, die zich niet aanpast aan kleindenkers en na jaren van compromisloos sappelen het meisje én de opdracht voor de hoogste wolkenkrabber van New York krijgt. Naar zijn model overwint de geniale Cesar Catilina alle obstructie tegen zijn urbane Utopia in Francis Ford Coppola’s oubollige Megalopolis. Adrien Brody won vorig jaar een Oscar als bezeten architect László Tóth, een Holocaust-overlever die zijn banale opdrachtgever in The Brutalist bij de neus neemt.

Met die laatste heeft Von Spreckelsen wel wat gemeen. „De opnames van La Grande Arche waren net voorbij toen ik van The Brutalist hoorde”, zegt regisseur Stéphane Demoustier in Rotterdam. „Die film zou gaan over een architect die weigert compromissen te sluiten. ‘Mijn god, nee toch’, dacht ik. Ze maken bijna nooit films over architecten, en nu opeens dit?” Het viel mee, zag hij. „Het zijn beiden kunstenaars die staan voor hun visie, maar The Brutalist heeft met de Shoah een andere context en maakt totaal andere stilistische keuzes.” Al dacht hij bij één identieke scène nog wel even ‘fuck’: als de architect op bezoek in het Italiaanse marmerstadje Carrara zijn wang in vervoering tegen een koele plaat marmer drukt. Die scène tref je in beide films.

President François Mitterrand (Michel Fau) keurt de zichtlijn in ‘La Grande Arche’

Witte kubus

Otto von Spreckelsen won in 1981 een opdracht om de ‘historische as’ – de zichtlijn van het Louvre via de ‘Petite Arche’ en de grote Arc de Triomphe – door te trekken naar de nieuwe zakenwijk La Défense. Hij stelde een derde, modernistische triomfboog voor: een holle, met wit marmer beklede kubus van 110 meter hoog, 108 breed en 112 diep – twee keer de Arc de Triomphe, vier keer de kleine triomfboog. Zelfs zijn rivalen erkenden dat zijn plan superieur was, aldus Demoustier. „Dat was uniek, want de winnaar van zo’n competitie is bijna per definitie controversieel. Iedereen vindt zijn eigen plan het beste.”

Een sprookje dus, maar Von Spreckelsen leefde lang noch gelukkig. Drie jaar voor de opening van La Grande Arche wierp hij de handdoek in de ring, een jaar later overleed hij aan kanker. Demoustier: „Von Spreckelsens verhaal is verbazingwekkend. Uit het niets zo’n opdracht binnenhalen, waarna zijn droom stukslaat op de politieke realiteit en een veranderende tijdgeest.”

Ook in Frankrijk maakte medio jaren tachtig etatisme – de staat centraal – namelijk plaats voor zakelijk neoliberalisme. Al hielp Von Spreckelsens onervarenheid met grote publieke werken niet mee, denk Demoustier. „Bij zo’n project sluit je altijd compromissen. Hij ging nog wel akkoord toen een aantal kleinere kubussen rond de grote Arche sneuvelden, maar was niet altijd realistisch. Zo wilde hij een zwevend wolkendek onder de kubus, zijn ‘wolkenlijn’. Kijk je naar de plannen, dan denk je: ‘Hoe dan?’ Hij miste souplesse, maar ik denk dat hij de strijd uiteindelijk opgaf omdat hij ziek was. De Grande Arche zag hij als zijn levenswerk, hij nam er liever afstand van dan zijn droom te zien verwateren.”

V.l.n.r.: Projectmanager Paul Andreu (Swann Arlaud), topambtenaar Jean-Louis Subileau (Xavier Dolan) en architect Otto von Spreckelsen (Claes Bang) in de wandelgangen.

Architectuur lijkt best op film, stel ik. Een regisseur vertelde me ooit dat het begin van de opnames „de dag is dat je droom sterft”. Demoustier: „Het zijn beide dure, collectieve kunstvormen, al ligt er als het goed is altijd een individueel idee aan ten grondslag. Maar dat idee botst op de realiteit, en de kunst is water bij de wijn te doen zonder dat idee uit het oog verliezen. Dat is lastig.”

Claes Bang: „Al kan een compromis juist ook weer betere ideeën opleveren. Neem die scène waar Von Spreckelsen het plaveisel afkeurt omdat het niet volledig recht ligt. Het goot van de regen, weet je nog? We zouden die hele dag buiten filmen en dachten: fuck, wat nu? Jij omhelsde toen de regen, wat visueel heel sterke scènes oplevert. Een parade van paraplu’s die uiteen wijkt en daar staat Von Spreckelsen, helemaal alleen.”

Gaapte er misschien ook een cultuurkloof? Scandinavisch perfectionisme dat zich ergert aan ‘de Franse slag’? Demoustier: „Deze film is ook een portret van Frankrijk, hoe bestuurlijke processen daar werken. Zo ben je, zeker in onze politiek, een loser als je op een compromis aanstuurt. Daarom is ons huidige parlement ook niet in staat tot samenwerken. Dat ontdekt Von Spreckelsen wanneer Chirac als de nieuwe premier meteen zijn budget reduceert: een politieke wraakactie op Mitterrand.”

Maar kleefde er niet iets megalomaans aan Mitterrands Grote Werken? Een socialistische farao die zijn eigen piramide en Arc de Triomphe bouwt. Demoustier: „Mitterrand had de visie om grote dingen te bouwen en het idealisme om serieus in cultuur te investeren. Uiteraard school daar ook ijdelheid in. En was het niet alleen ondermijning dat Chirac vond dat het best wat minder grandioos kon. Iedereen heeft zijn motieven. Maar Von Spreckelsen haakte af.”

La Grande Arche Hoe een ‘Grand Projet’ werd uitgekleed

La Grande Arche de la Défense is een van de ‘Grands Projets’ in Parijs van de socialistische president François Mitterrand, die regeerde van 1981 tot 1995. Geïnspireerd door het succes van het Centre Pompidou onder voorganger Giscard d’Estaing verrijkte hij zijn hoofdstad met acht moderne monumenten. De bekendste is I.M. Pei’s piramide in het Louvre, maar ook het Musée D’Orsay, het Parc de la Villette en de Opéra Bastille behoren ertoe.

Het meest zichtbare ‘Grote Werk’ is evenwel La Grande Arche, een transparante witte kubus van 110 meter hoog met bijna 7,5 duizend m2 kantoorruimte: de poort naar La Défense, de Zuidas van Parijs. De kolos werd met militaire fanfare geopend bij de viering van twee eeuwen Franse Revolutie in 1989, de Deense architect Otto von Spreckelsen was toen al overleden. Over diens worsteling met Franse bureaucraten, zakenlui en politici gaat La Grande Arche. Het project werd financieel uitgekleed toen Mitterand in 1986 tot ‘cohabitation’ met de rechtse premier Jacques Chirac werd gedwongen. Zo werd de binnenkant met goedkoper Italiaans marmer belegd dan Von Spreckelsen wilde.

Na de opening werd het panoramadak van La Grande Arche een publieksattractie. Renovatie van de liften was de toenmalige beheerder – het ministerie voor Ecologie – in 2010 evenwel te duur, waarna het dak dicht ging. Vijf jaar later brokkelde het witte marmer aan de binnenkant af door regenwater dat in de poriën bevroor. Het werd in 2017 vervangen door meer duurzaam graniet, een operatie van 192 miljoen euro. Topambtenaar Jean-Louis Subileau, wiens ambtelijk realisme in de film soms naar obstructie neigt, vertelde regisseur Demoustier dat hij in tranen was toen dat marmer weg moest. „Hij zag dat als het definitieve verraad aan Von Spreckelsen. Maar ook diens veel duurdere marmer was vermoedelijk ongeschikt geweest.”

Na de renovatie van de Grande Arche ging ook het dak weer open in 2017, met restaurant, belvedère, filmvertoningen en yogaklassen bij zonsopgang. In april 2023 bleek dat onvoldoende publiek te trekken en sloot het dak weer.

Source: NRC

Previous

Next