Mensensmokkel Ook moet de Eritrese veertiger een schadevergoeding van circa 30.000 euro betalen aan slachtoffers.
Rechtbanktekening van Amanuel W. (r.) tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen hem.
De rechtbank in Overijssel heeft Amanuel W. (42) dinsdag conform de eis van het Openbaar Ministerie veroordeeld tot twintig jaar celstraf voor het leiden van een groep afpersende mensensmokkelaars. Ook moet hij bijna 30.000 euro betalen aan slachtoffers. De Eritreeër beloofde vluchtelingen over te brengen van zijn thuisland naar Europa.
De strafbare feiten vonden niet in Nederland plaats, maar omdat sommige slachtoffers uiteindelijk in Nederland terechtkwamen én W. enkele familieleden van slachtoffers afperste die in Nederland verbleven, achtte de rechtbank zich bevoegd.
In een loods in de Libische woestijn gaf W. handlangers de opdracht om vluchtelingen te mishandelen, vertelden getuigen. De slachtoffers werden opgedragen om familieleden „huilend en schreeuwend” op te bellen met het verzoek om duizenden euro’s over te maken naar W.
W. ving de migranten intussen op onder erbarmelijke omstandigheden. Zo mochten migranten maar een keer per week douchen, kregen ze amper te eten („enkele lepels macaroni” per dag) en beschikten de 1.500 aanwezigen over slechts twee wc’s.
Als de familie betaalde, moesten vluchtelingen met tientallen lotgenoten aan boord klimmen van kleine gammele bootjes. Vervolgens werden migranten midden op zee achtergelaten, waarna de Italiaanse kustwacht te hulp schoot.
De verdachte ontkende dat hij ooit in Libië was geweest. Dat een Ethiopische rechtbank hem eerder tot achttien jaar celstraf veroordeelde voor mensensmokkel, zou volgens hem berusten op een persoonsverwisseling. Bij zijn aanhouding in Ethiopië trof de politie echter het paspoort van W. aan, evenals een visum voor Libië en betaalbewijzen voor verblijf in het Noord-Afrikaanse land. Eind 2022 werd hij aan Nederland overgedragen.
De Nederlandse rechtbank twijfelt niet aan de schuld van W. Verschillende getuigenverklaringen ondersteunen elkaar. Ook werkt het in W.’s nadeel dat hij getuigen probeerde over te halen om niet te praten met de politie, bleek uit onderzoek van het OM.
De zaak is van „uitzonderlijke ernst”, oordeelt de rechtbank, omdat het Nederlandse en Europese vreemdelingenbeleid wordt „ondermijnd”. Maar de rechter hekelt met name „de bijzonder wrede, gewelddadige en mensonterende behandeling waaraan de verdachte en zijn mededaders de migranten hebben blootgesteld”. De rechter noemt W. en de andere daders „gewetenloos” en geldbelust. De daders leken enkel bezig met „zoveel mogelijk” geld afpersen van kwetsbare, hulpeloze mensen.
Source: NRC