Home

Tientallen Nederlanders krijgen jaarlijks alsnog een onderscheiding voor hun hulp aan Joodse onderduikers

Dinsdag worden internationaal de zes miljoen Joden herdacht die tijdens de Holocaust zijn vermoord. In Nederland krijgen jaarlijks nog altijd tientallen Jodenredders een Yad Vashem-onderscheiding. ‘Er was tijd nodig om in te zien hoe dapper veel mensen zijn geweest.’

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft geregeld over de Tweede Wereldoorlog

Rijwielhandelaar Gerrit Leijte doorstond zware martelingen en redde daarmee het leven van tientallen Joodse onderduikers en hun helpers. Leijte wist veel, zijn woning boven de fietsenwinkel aan de 2e Dorpsstraat in Zeist was een doorgangshuis, hij ving er Joden op, regelde onderduikplekken en voedselbonnen. Toen hij in de zomer van 1943 na verraad werd opgepakt, stond hij aan het hoofd van een illegale organisatie van zo’n twintig man. Op het bureau van de Haagse Sicherheitsdienst werd hij dagenlang zo afgeranseld dat hij er nooit van zou herstellen. Maar hij hield zijn mond.

Met een briljante list blufte Leijte zich naar de vrijheid. Hij beweerde geen namen en adressen te kennen, maar als de nazi’s hem nou vrijlieten, opperde hij, dan konden ze hem volgen en zelf de mensen arresteren die bij hem de Joden kwamen halen en brengen. Eenmaal thuis liet hij zich onmiddellijk door zijn huisarts zenuwziek verklaren, waarna hij werd opgenomen in een inrichting. Daar vertrok hij snel, dook onder en vervolgde zijn illegale werk.

Na de oorlog kwamen er dankbrieven en cadeaus van de onderduikers die het hadden overleefd. Bestemd voor Gerrit, zijn zoon Marinus en schoondochter Maria, die hem jarenlang hadden bijgestaan. Ook Marinus was opgepakt, mishandeld en na vrijlating ondergedoken. Maria regelde tot het einde van de oorlog kleding- en voedselbonnen voor de onderduikers.

Daar bleef het verder bij. Gerrit Leijte was altijd een prominente Zeistenaar geweest, toch raakte het verzetswerk van de familie al snel in de vergetelheid. Totdat Gert en Cees Leijte, zoons van Marinus en kleinzoons van Gerrit, zich in de familiegeschiedenis verdiepten en een verzoekschrift naar Jeruzalem stuurden. Naar Yad Vashem, het herinneringscentrum voor de Joodse slachtoffers van de Holocaust.

Nu nemen ze op een woensdagmiddag in de eeuwenoude trouwzaal van het gemeentehuis van Zeist een doosje van rubberhout in ontvangst met daarin een verzilverde medaille. De vice-ambassadeur van Israël leest een tekst voor in het Ivriet. Ze noemt de namen van Gerrit, Marinus en Maria en vertelt dat die voor altijd gegraveerd staan in de Muur van de Rechtvaardigen in Jeruzalem.

Toekenningen

Rechtvaardige onder de Volkeren: het is een eretitel die de staat Israël toekent aan niet-Joden die tijdens de Holocaust hun leven riskeerden om Joden te redden. Sinds de invoering van die Yad Vashem-onderscheiding, in 1963, zijn er zo’n dertigduizend uitgereikt, aan Jodenhelpers uit 51 landen.

Dinsdag worden internationaal de zes miljoen Joden herdacht die tijdens de Holocaust zijn vermoord. Zelfs nu, ruim tachtig jaar na de bevrijding, bestaat er in Nederland nog altijd grote behoefte om eer te betonen aan wie toen goed deed.

Op de Israëlische ambassade in Den Haag heeft André Diepenbroek zeventig medailles liggen, die allemaal nog in aparte ceremonies moeten worden uitgereikt, aan bij elkaar 144 Nederlanders. Ze zijn per diplomatieke post toegestuurd uit Jeruzalem, waar een juridische commissie de aanvragen heeft goedgekeurd. Vorig jaar kregen 45 Nederlanders een postume onderscheiding, het jaar ervoor waren dat er 32, zo blijkt uit cijfers. Bijna altijd gaat het om mensen die onderduikers hebben geholpen.

Op de lijst die Yad Vashem bijhoudt, staat Nederland met het aantal toekenningen op de tweede plek. Inclusief de recentste cijfers, aangeleverd door de Israëlische ambassade, gaat het om 6.358 geëerde Jodenhelpers. Alleen Polen telt er meer. Dat wekt op het eerste oog bevreemding. Want in Nederland zijn, van alle West-Europese landen, procentueel de meeste Joden vermoord: driekwart overleefde de oorlog niet.

Diepenbroek citeert de Joodse historicus Jacques Presser die in zijn boek Ondergang de houding van de Nederlanders in de bezettingsjaren karakteriseerde: ‘5 procent was dapper, 5 procent heel fout en 90 procent keek de andere kant op.’ Tegelijkertijd zijn er wel heldendaden verricht, zegt hij. ‘Het eervolle aan dit werk is dat wij dat zichtbaar maken. Een van de vorige ambassadeurs zei bij de uitreiking altijd: hoe donkerder de lucht ’s nachts is, hoe helderder je de sterren ziet stralen.’

Het aantal toegekende onderscheidingen zegt niets over de heldenmoed van een land, zegt David Simon, voorzitter van de Nederlandse Vriendenstichting van Yad Vashem. Het laat alleen maar zien dat veel geredde Joden of familie van onderduikgevers de moeite hebben genomen om een aanvraag in te dienen. In de Nederlandse archieven is ook nog eens veel bewijsmateriaal bewaard gebleven, wat de kans op toekenning groter maakt.

‘Er was tijd nodig om in te zien hoe bijzonder het gedrag van al die dappere mensen is geweest’, zegt Diepenbroek over het grote aantal recente aanvragen. Na de oorlog is lang gezwegen. Kinderen en kleinkinderen van onderduikers en onderduikgevers gaan nu vragen stellen en op zoek naar informatie over wat er tijdens de oorlog is gebeurd. Diepenbroek: ‘Het komt ook voor dat oma of opa overlijdt en familieleden op zolder dozen vol brieven vinden waar ze niets van wisten.’

Bij David Simon komen geregeld telefoontjes binnen van nabestaanden die een onderscheiding willen aanvragen. Als voorzitter van de Vriendenstichting helpt hij waar nodig. Er melden zich zelfs nog onderduikkinderen van toen die zich nu, op hoge leeftijd, realiseren dat hun onderduikouders niet minder dan verzetshelden waren.

De 91-jarige Maurits Cohen bijvoorbeeld, een van de initiatiefnemers van het Dankteken in de tuin van het Holocaustmuseum in Amsterdam. Met dat monument, een 3 meter hoge ladder die door een luik steekt, wilde hij de duizenden dappere onderduikgevers eren, en toen opeens, vorig jaar tijdens een lezing in het kerkje van Sassenheim, realiseerde hij zich dat hij een aantal van zijn eigen onderduikouders nooit de ultieme eer had betoond.

In dat kerkje hield hij de jaarlijkse 4 mei-lezing en vertelde hij over de weduwe Ien van der Neut en haar zoon Ton uit Sassenheim en over oom Barend en tante Katrien Uythoven uit Lisse. Mede dankzij hen overleefde Cohen de oorlog, zijn ouders en twee broertjes werden vermoord in Sobibor en Auschwitz. In de kerkbanken luisterden de families van zijn onderduikouders naar zijn verhaal. ‘Daar, in dat kerkje, merkte ik hoe het allemaal nog leeft’, vertelt hij.

‘Ien had zelf drie kinderen en ving nog drie Joodse kindertjes op, met gevaar voor eigen leven. Haar zoon Ton was 16 toen hij midden in de nacht met ons de polder in vluchtte omdat een razzia dreigde. 16 jaar oud, en dan zo’n heldenrol spelen.’ Onlangs heeft hij zijn aanvragen naar Israël gestuurd. ‘Ik weet niet waarom ik dat niet eerder heb gedaan’, zegt hij, ‘ik was er lange tijd niet zo mee bezig.’

Thuis in Amstelveen pakt David Simon de lijst met alle goedgekeurde aanvragen: samen met Diepenbroek van de ambassade regelt hij de bijeenkomsten. Samen moeten ze er honderden hebben georganiseerd.

In zijn achterhoofd heeft hij altijd oom Diederik en tante Aaltje, de onderduikouders van zijn vader, die tot aan hun dood deel van de familie waren. In april 1982 werden zij benoemd tot Rechtvaardigen onder de Volkeren. Met hun kleindochter, die in Noorwegen woont, heeft hij nog altijd contact.

Steunbewijs

De kleinzoons van de Zeister rijwielhandelaar en verzetsman Gerrit Leijte kregen bij hun Yad Vashem-aanvraag hulp van twee doorgewinterde plaatselijke onderzoekers. Gerrit van der Vorst en Heleen bij ’t Vuur schreven een vuistdik boek over Joodse onderduikers in Zeist en zochten mee naar bewijs dat het verzoek van hun plaatsgenoten kon ondersteunen. Van de onderduikers die het gezin Leijte langere of kortere tijd in huis had, kon geen familie worden opgespoord, vertellen ze.

De processtukken tegen de beruchte Jodenjager Kees Kaptein, die Leijte een week lang ernstig mishandelde, leverden wel bewijsmateriaal op. De gewelddadige Haagse politieagent, die in 1949 de doodstraf zou krijgen, was blijkbaar zo geïmponeerd door de onwrikbare houding van Leijte dat hij in de rechtszaal alleen die mishandeling wilde toegeven.

Dergelijk steunbewijs is noodzakelijk, zegt David Simon, om fouten en discussies te voorkomen. Een boek of een krantenartikel waarin de onderduik wordt genoemd, een politieverklaring, een document waaruit blijkt dat het verzet op een adres extra bonkaarten afleverde: dat alles kan het relaas van de aanvragers stutten. In Israël wordt een uitvoerige feitencontrole gedaan die lang kan duren. Zo nam de aanvraag voor de Utrechtse kardinaal De Jong vijf jaar in beslag, weet Simon, omdat er gaandeweg twijfels waren gerezen, die pas na onderzoek werden weggenomen.

Nu er steeds minder getuigen zijn, worden aanvragen vaker afgewezen, ziet Diepenbroek van de ambassade. ‘Dat is voor de nabestaanden teleurstellend, maar Yad Vashem laat altijd weten dat een afwijzing niet betekent dat de onderduik niet is gebeurd. Er is alleen niet voldoende bewijs voor een onderscheiding.’

Lastig onderdeel bij de aanvraag: het moet gaan om hulp van niet-Joden aan Joden zonder dat daar geld aan is verdiend. Maar onderduikgevers hadden vaak weinig geld, zegt onderzoeker Gerrit van der Vorst, dus ze konden een extraatje goed gebruiken. ‘Er is vaak betaald, de vraag is wanneer dat overging in geldelijk gewin. Dat is moeilijk te controleren. Er gebeurden ook heel lelijke dingen, het bleef mensenwerk.’

Niet alle onderduikgevers waren helden, zegt ook David Simon. ‘Een vriendin van mijn vrouw zat met haar ouders ondergedoken in Friesland en zij hebben daar zwaar voor moeten betalen. Toen het geld op was, gaven de onderduikgevers hen aan bij de politie. Kregen ze daar ook nog geld voor.’

Ook genoegdoening

De kinderen Leijte betaalden een hoge tol voor het verzetswerk van hun ouders. Vader Marinus en moeder Maria kregen last van wat nu PTSS zou worden genoemd, vertelt Gert tijdens de ceremonie in het gemeentehuis. ‘Toen ging het faliekant fout.’ De fietsenwinkel sloot, er volgde een scheiding, hun vader vertrok naar Den Haag, hun moeder moest tijdelijk naar een inrichting, de kinderen kwamen in een kindertehuis terecht.

Na afloop vertelt hij dat hij zijn vader na de oorlog nog slechts een enkele keer heeft gezien. Eenmaal hersteld voedde zijn moeder de kinderen alleen op, in armoede. Ze werden ‘outcast’, zegt Gert, bespot door buurtgenoten: ‘We zaten achter in de klas.’ Dat hij hier nu staat met zijn broer, met vrienden en familie en zelfs de burgemeester in de zaal, betekent meer dan alleen een eerbetoon, het is ook genoegdoening voor heel veel naoorlogs onrecht.

Hij leest de tekst die op de Yad Vashem-medaille staat: ‘Wie een mens redt, redt de hele wereld’. In een wereld van moreel verval brachten zijn ouders en opa het op om het juiste te doen. Dat maakt hem, zegt hij, ondanks de verdrietige gevolgen voor het gezin, ongelooflijk trots.

Teruggestuurde medailles

Twee families van gedecoreerde Nederlandse verzetsmensen hebben vorig jaar de Yad Vashem-medaille teruggestuurd, omdat ze vanwege het geweld in Gaza geen onderscheiding meer in huis wilden hebben van de staat Israël. Een is teruggestuurd naar de ambassade, de tweede kwam per post binnen bij David Simon, met een brief erbij. Die medaille was vijftig jaar geleden uitgereikt aan een moeder en een dochter die bij het helpen van Joodse onderduikers grote risico’s hadden genomen. De onderduikers hadden de onderscheiding aangevraagd.

Diepenbroek van de ambassade heeft begrip voor de emoties van de families, maar het is belangrijk om toen en nu van elkaar te scheiden, zegt hij. ‘De Yad Vashem-onderscheiding is een erkenning voor iets wat ruim tachtig jaar geleden plaatsvond.’

Simon: ‘Ik heb vaker dan vroeger discussies met familie. Dan zeg ik: wat er in Israël en Gaza gebeurt, vind ik minstens zo erg als u, maar dat laat onverlet dat uw familie moedig was. En die moed wordt beloond.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next