Home

Een schietende non en liters nepbloed: het IFFR eert de Japanse videofilm, waarin alles kon en mocht

Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) brengt Japanse ‘V-Cinema’ naar het grote scherm. Hoe heeft een genre dat bedoeld was voor snelle consumptie in videotheken de hedendaagse filmcultuur blijvend beïnvloed?

schrijft voor de Volkskrant over film, met speciale aandacht voor filmmuziek en horror.

Een van de beste ideeën uit de Japanse cinema ontstond in de videotheek. Filmproducent Tatsu Yoshida struinde eind jaren tachtig door de videotheken van Tokio, op zoek naar inspiratie. Herhaaldelijk zag hij hoe klanten alle vijf delen van de pas op video uitgebrachte misdaadcyclus Battles Without Honor and Humanity huurden: achtenhalf uur speeltijd in totaal, terwijl de cassettes de volgende dag moesten worden ingeleverd. Wat waren ze ermee van plan?

Desgevraagd vertelden de klanten aan Yoshida dat ze de films thuis zouden gaan doorspoelen – van de ene actiescène naar de andere. Dat kon beter, concludeerde Yoshida. Hij nam zich voor om een actievehikel te produceren dat zo snel van hoogtepunt naar hoogtepunt zou racen dat vooruitspoelen simpelweg was uitgesloten.

Zo geschiedde. Met het direct op video uitgebrachte Crime Hunter: Bullets of Rage (1989) destilleerden Yoshida en regisseur Toshimichi Okawa de misdaadfilmformule tot een 58 minuten durend spektakel met evenveel clichés als karakter, inclusief Sylvester Stallone-kloon, schietende non en liters nepbloed.

Het flinterdunne verhaal, over een agent die op wraak zint nadat zijn collega door criminelen is omgelegd, functioneert slechts als kapstok voor een stortvloed aan stunts, gevechten en explosies die inderdaad niet te stoppen valt. Crime Hunter: Bullets of Rage betekende een gigantisch commercieel succes voor studio Toei en luidde een periode in die de Japanse cinema blijvend zou beïnvloeden, tot op de dag van vandaag.

Een hommage

Het International Film Festival Rotterdam Focusprogramma V-Cinema brengt een hommage aan dit overzees weinig bekende, maar cruciale hoofdstuk uit de Japanse filmgeschiedenis. ‘V-Cinema’ was oorspronkelijk de naam van het direct-to-videolabel van Toei, maar duidt tegenwoordig op het gouden tijdperk van de Japanse, speciaal voor video gemaakte, genrefilm.

Het IFFR-programma omvat achttien V-Cinemapareltjes, waaronder ook de ultracoole misdaadkomedie The King of Minami (1992), de stijlvaste mix van misdaad en erotica uit XX Beautiful Weapon (1993) en de sterke spookfilm Haunted School (1996). De selectie reikt tot de vroege jaren nul, toen de Japanse videofilmindustrie over zijn hoogtepunt was.

Samensteller van het IFFR V-Cinemaprogramma is de Nederlandse, in Japan gevestigde filmcriticus Tom Mes, als geen ander thuis in het fenomeen van de Japanse videofilm. Enkele jaren geleden verscheen zijn boek Japanese Film and the Challenge of Video, en ook met blu-rayuitgaven en talrijke onlinepublicaties maakt Mes zich hard voor een wereldwijde waardering van de Japanse videofilm. ‘V-Cinema was uitsluitend bedoeld voor snelle consumptie in de Japanse videotheken, maar heeft een wereldwijde impact gehad’, aldus Mes. ‘Die paradox maakt het een geweldig fascinerend fenomeen.’

Eind jaren tachtig maakte de Japanse filmindustrie een grote crisis door. Het bioscoopbezoek was in de voorgaande decennia drastisch gedaald, mensen keken liever thuis films. Logisch dat Toei op deze markt inspeelde.

Nieuw verdienmodel

De studio verkocht zijn officiële V-Cinemadebuut Crime Hunter aan alle 16.000 Japanse videotheken tegelijk, voor 10.000 tot 15.000 yen per cassette. Geen gekke deal voor een film die was gemaakt met een budget van 60 miljoen yen (ongeveer 450.000 dollar). Het verdienmodel werd meteen opgepikt door concurrerende filmstudio’s als Shochiku, Nikkatsu, Daiei en Toho.

Dat laatste is een groot verschil met de direct-to-videofilms (DTV) die in diezelfde periode in het Westen verschenen: die werden gemaakt door bedrijven die niets te maken hadden met de gevestigde filmindustrie en die vooral wilden cashen met snel geproduceerd junkfood. ‘Omdat de oude Japanse studio’s dit soort films produceerden, konden getalenteerde regisseurs zonder stigma DTV maken’, zegt Mes. ‘Er was veel ruimte om te experimenteren. Zo lang een film genoeg materiaal opleverde voor een trailer en een videohoes, kon een regisseur min of meer doen wat hij (vrijwel altijd een hij) wilde.’

De eerste Crime Hunter-film was zo succesvol dat studio Toei binnen een jaar met twee vervolgen kwam, die beide op het IFFR worden vertoond. The King of Minami kreeg in twaalf jaar 49 (!) vervolgen, zoals de jubileumeditie Special Ver. 50 (2004) – óók te zien op het IFFR.

In twee weken gemaakt

Het was niet ongebruikelijk dat een voor video bedoelde film in twee weken tijd werd geconcipieerd én gemaakt. Dat moordende productietempo kwam de films vaak alleen maar ten goede, getuige de IFFR-selectie: je proeft het aan de zorgeloosheid van hun scripts, de speeldrift van hun stijl, de spontaniteit van hun camerawerk en montage. Films die ernaar snakten om gemaakt te worden, liefst zo snel, ongeremd en direct mogelijk, dat is hoe V-Cinema op zijn best aanvoelt.

Uitgaande van een mannelijke doelgroep lag de nadruk op actie en misdaad, maar V-Cinema bood ook ruimte aan andere genres en wat meer verstilling. Zo vertoont het IFFR de griezelproducties Psychic Vision: Jaganrei (1988) en Scary True Stories: Second Night (1992), die met hun focus op sfeer en suggestie de weg plaveiden voor latere Japanse horrorhits als Ring (1998) en The Grudge (2002). Films die op hun beurt een enorme internationale invloed zouden hebben en die werden gemaakt door regisseurs die zelf het vak in het videocircuit hadden geleerd.

Alles kon en mocht

Talrijke Japanse cineasten van latere wereldfaam kwamen in de V-Cinema tot wasdom. Een van hen is Takashi Miike, die vele edities van het IFFR opluisterde met zijn vaak krankzinnige films. Miikes Fudoh: The New Generation (1996) is mogelijk de extreemste titel van het V-Cinema Focusprogramma: een uiterst bloederig geweldsfestijn waarin scholier en gangsterzoon Riki Fudoh zijn eigen syndicaat opricht, volledig bestaand uit moordende kinderen. Onder hen bevindt zich een minderjarige hermafrodiete stripper die dodelijke pijltjes afschiet vanuit het bekkengebied. Bijna alles kon en mocht, in het grotendeels van censuur gevrijwaarde videocircuit.

Ook de legendarische regisseur Kiyoshi Kurosawa duikt op in de V-Cinemaselectie. Net als Miike bekwaamde hij zich als veelfilmer voor video, en net als Miike bewoog hij aan het begin van zijn carrière vloeiend heen en weer tussen video en bioscoop, tussen videotheek en festivalcircuit. Dat kruisverkeer was mogelijk omdat de V-Cinemaproducenten graag ‘eerder te zien in de bioscoop’ op de videohoezen wilden kunnen vermelden, vanwege het prestige dat een bioscooprelease genoot.

Vlak voordat hij internationaal doorbrak met de hallucinante psychothriller Cure (1997), draaide Kurosawa de misdaadkomediereeks Suit Yourself or Shoot Yourself!!. Op het IFFR is het briljante, droogkomische slotstuk The Hero (1996) te zien, waarin kruimelcriminelen Yuji en Kosaku onverhoopt iets goeds gaan betekenen voor hun door gentrificatie, corrupte politici en would-begangsters opgeschrikte woonwijk.

Heimwee naar die tijd

Onvoorstelbaar is het, dat een aanstekelijk en elegant gefotografeerd schelmenverhaal als The Hero in feite haastwerk was – de zesde Suit Yourself-film in één jaar. Kurosawa, die later wereldwijd gelauwerd zou worden vanwege arthousemeesterwerken als Tokyo Sonata (2008), zou altijd met weemoed terugkijken naar die tijd.

In 2024 maakte hij een Franstalige remake van zijn eigen videothriller Serpent’s Path (1998), om iets van de oude vrijbuitersenergie terug te vinden. ‘Het enige resultaat dat destijds van mij werd verwacht’, zei Kurosawa in een interview, ‘was het voltooien van de film.’

55ste editie van IFFR

De 55ste editie van International Film Festival Rotterdam (onder leiding van artistiek directeur Vanja Kaludjercic) vindt plaats van donderdag 29 januari t/m 8 februari. De openingsfilm is Providence and the Guitar, van de Portugese filmmaker João Nicolau. Er worden in totaal meer dan 400 films vertoond. Ook zijn er installaties en audiovisuele werken te zien en vinden er gesprekken plaats (‘big talks’) met filmmakers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next