Home

Trump haat ze, maar Europa betuigt met een nieuw verdrag in Hamburg opnieuw zijn liefde voor windparken op zee

In Hamburg kwamen maandag de energieministers van negen landen rond de Noordzee bijeen om een verdrag te ondertekenen dat windenergie op zee nieuw leven moet inblazen. Noviteit: de Navo doet ook mee.

is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.

Op het podium van de majestueuze hal van de Hamburgse Kamer van Koophandel is het druk. Bewindslieden uit maar liefst negen landen rond de Noordzee zetten er hun handtekening onder wéér een verdrag om van hun zee de grootste groene energiecentrale ter wereld te maken. Meest concrete belofte: tussen 2031 en 2040 zal jaarlijks 15 gigawatt aan nieuwe windparken bijgebouwd worden.

Ook aangeschoven is nieuwkomer Navo. Voor wie zich afvraagt wat de militaire verdragsorganisatie doet op een ceremonie voor groene stroom: veiligheid rond energie wordt steeds belangrijker. Klimaat en daarna energiezekerheid waren het hoofdingrediënt van Europa’s groene menukaart. Nu is daar, in een onrustige wereld, ‘veiligheid’ aan toegevoegd.

Niet dat Navo direct nieuwe oorlogsschepen de Noordzee op stuurt. Haar rol is vooralsnog adviserend van aard. Bijvoorbeeld over de vraag hoe je kwetsbare energiekabels op de zeebodem beschermt tegen aanvallen door energiesnoodaards.

Pesthekel

‘Hamburg’ moet laten zien dat Europa volop blijft inzetten op windenergie. Waar de Amerikaanse president Donald Trump een pesthekel heeft aan windmolens, bloeit de liefde onder Noordwest-Europese energieministers juist als nooit tevoren. Die liefde is deels een moetje. Europa heeft nauwelijks andere energiebronnen. Het is sterk afhankelijk van de import van fossiele energie, zoals vloeibaar aardgas uit het land van de wispelturige president.

Vaandeldrager

Nieuw zijn de duurzame ambities ook niet. De eerste conferentie over noordzeewind, bijna vier jaar geleden, viel midden in de energiecrisis die volgde op de Russische inval in Oekraïne. In in het Deense Esbjerg (met een kleiner groepje landen en nog zonder de Navo) werd windenergie van zee gebombardeerd tot vandeldrager van de Europese energiezekerheid.

Een jaar later ging de volumeknop nog verder open. In het Belgische Oostende werd afgesproken dat in 2050 maar liefst 300 gigawatt aan vermogen op de Noordzee zou komen. Een duizelingwekkend getal: als al die turbines op volle kracht draaien, is hun energieproductie net zo groot als die van dik zeshonderd Borsselse kerncentrales.

Te duur

Ambities te over dus. Maar de Europese praktijk blijkt zoals immer ingewikkeld. Vergunningen, stikstof, files op het stroomnet, inflatie, stijgende rente, een kwakkelende stroomvraag; het afgelopen jaar sneefde het ene na het andere plan voor nieuwe offshore windparken. Wind op zee was na jaren van prijsdalingen ineens te duur geworden.

Ook in Nederland ging het mis: tijdens de laatste tender voor de bouw van een windpark op de Noordzee, afgelopen oktober, meldden zich welgeteld nul gegadigden. Ook verlaagde het demissionaire kabinet de doelen voor wind op zee. In plaats van de beoogde 50 gigawatt in 2040, wordt nu ‘een meer realistische’ 30 tot 40 gigawatt nagestreefd.

Europees verstandshuwelijk

Ook tussen landen onderling loopt niet alles op rolletjes. Als het gaat om de kosten rond offshore windenergie lijkt er soms sprake van een Europees verstandshuwelijk, inclusief huiselijke ruzietjes over wie de vuilnis buiten zet.

Neem de vraag wie betaalt voor de peperdure aansluitingen van windparken op zee. Tennet heeft hiervoor tot 2034 een bedrag van 37 miljard euro gereserveerd, 45 procent van de totale investeringsplannen van de hoogspanningsbeheerder. Maar veel van de elektriciteit die straks op het Nederlandse deel van de Noordzee wordt geproduceerd, zal naar Duitsland vloeien. Dus speelt de kwestie wie er voor de kosten opdraait voor de aansluitingen op land.

Kostenverdeling is inderdaad een heet hangijzer, ziet klimaat- en energieminister Sophie Hermans, namens Nederland de ondertekenaar van de Hamburgse overeenkomst. Maar ook hier wordt belangrijke voortgang geboekt. Kijk naar de deal die Nederland eerder sloot met het Verenigd Koninkrijk over Lionlink, zegt ze.

Lionlink is een onderzeese stroomkabel die een offshore windpark van 2 gigawatt verbindt met beide landen. Hij maakt het bovendien mogelijk om in tijden van tekorten (bijvoorbeeld als er geen wind is) een sloot aan Britse nucleaire stroom naar Nederland te transporteren. Hermans: ‘Je kunt daarmee veel huishoudens van elektriciteit voorzien.’

Nederland heeft in Hamburg ook een voorlopig akkoord getekend met onder meer Duitsland over toekomstige kostenverdelingen. De lessen van Lionlink kunnen hierbij helpen, aldus de minister. Er is dus wel degelijk voortgang, zegt Hermans, al erkent ze dat het soms langzaam gaat. ‘Ik ben hier al heel lang mee bezig. Gelukkig gaan we het nu echt doen.’

Snelle ingreep

Lof is er namens de sector voor de snelle ingreep door Hermans toen de jongste tender afgelopen oktober mislukte. Razendsnel tuigde ze een tijdelijke subsidie op. ‘Dit maakt de volgende aanbesteding, die in september wordt uitgeschreven, ineens weer aantrekkelijk’, zegt Joël Meggelaars van het Deense Orsted, ’s werelds grootste ontwikkelaar van windenergie op zee. Dat verdient volgens hem een pluim.

Wel zegt Meggelaars te hopen dat een volgend kabinet serieus werk maakt van een nieuw subsidiesysteem voor windenergie op zee. Bij deze zogenoemde contracts for difference worden marktpartijen beschermd tegen lage stroomprijzen, en wordt er geld teruggestort als de elektriciteitsprijs hoger wordt dan verwacht.

Een mooi systeem, vindt bijna iedereen. Maar zorg alsjeblieft ook voor een structureel subsidiebudget, benadrukt Meggelaars van Orsted. Want als de markt kan rekenen op financiële- en beleidsstabiliteit, kunnen de kosten voor windenergie met een derde omlaag, belooft de sector. Dat scheelt subsidie-uitgaven.

Vanuit de windsector klinkt nog een laatste wens: zorg dan ook hier een beetje stabiliteit. De hele keten heeft baat bij een constante stroom aan opdrachten, zegt Meggelaars. ‘Dus niet het ene jaar 5 gigawatt erbij en het volgende jaar 25. Als dat lukt, zijn we tevreden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next