Home

Hij had een groot vleesmes en riep: ‘Geef je geld!’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Inge Aarden (56) stond als agent ineens aan de andere kant, toen een straatrover haar bedreigde met een groot mes.

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Bij deze melding was ik zelf het slachtoffer. Dat is heel raar om mee te maken. Ik liep ’s avonds tegen tien uur in het donker van de Albert Heijn naar huis, met een rugzak van zo’n 10 kilo aan boodschappen op mijn rug. Ik had geen dienst en was dus niet in uniform. En, niet onbelangrijk: ik was zwanger.

‘Ik vermeed bewust een verlaten plein en liep ietsje om, langs een huizenrij met straatverlichting. Plotseling kreeg ik het gevoel: hier klopt iets niet. Ik keek achterom en zag een gozer op een fiets heel langzaam achter me aan fietsen.

‘Ik liep door totdat er meer verlichting was, hij bleef me volgen. Dus ik draaide me om, ging wijdbeens staan met mijn armen over elkaar en zei: ‘Ik heb je in de gaten.’

‘Zoef! Weg was hij. Maar ik had hem goed gezien, een joch van een jaar of 14, witte huidskleur, blond haar, zwart-witte jas op een herenfiets. Niks bijzonders.

‘Ik liep door, ging de hoek om, stak de straat over en kreeg weer dat unheimische gevoel. Ja hoor, daar was hij weer. Ik liep in zijn richting en zei: ‘Je bent me aan het achtervolgen, hè?’ Hij reageerde niet, dus ik vroeg: ‘Ben je je tong verloren?’ Ineens hield hij een groot vleesmes op mij gericht en schreeuwde: ‘Jij moet je grote bek dichthouden! Geef je geld!’

‘Op dat moment schiet er van alles door je hoofd. Er is verder niemand op straat. Langs de weg staan allemaal bedrijven, die zijn nu gesloten. Daarboven wonen mensen, maar de voordeuren zitten aan de achterkant, dus om hulp roepen heeft geen zin. Mijn huis is net iets te ver weg. Hij is sneller dan ik, met 10 kilo op mijn rug. Als er iets misgaat, wat gebeurt er dan met mijn ongeboren kind?

‘Ik greep mijn telefoon en begon 112 in te toetsen. Meteen riep hij: ‘Doe weg of ik doe je wat!’ Je leert bij de politie dat je bij zo’n mes niet in de aanval gaat, dat overleef je niet. Hij was dichtbij, dus ik deed mijn telefoon weer omlaag. Op dat moment viel er heel kort een stilte. Hij stond daar, zei niks, ik zei niks. Dat duurde maar een fractie van een seconde, waarin ik me realiseerde: hij weet even niet wat hij moet doen. Meteen greep ik mijn legitimatie uit mijn tas en riep: ‘Politie! Je bent aangehouden!’

‘Daarop vluchtte hij weg. Met bonkend hart belde ik alsnog 112, meldde een poging straatroof en het signalement. Al snel kwamen collega’s aanrijden. Ik stapte in en we reden rond op zoek naar de dader.

‘Na een kwartier tevergeefs rondrijden, brachten ze me thuis. Terwijl ik mijn boodschappen in de koelkast zette, ging de bel. Er stonden andere collega’s voor de deur die vroegen: ‘Is dit de jas van jouw verdachte?’ Dat was hem. ‘We hebben het mes gevonden’, zeiden ze, ‘en we hebben zijn moeder verteld dat hij zich op het bureau moet melden.’ Ze hadden hem aan het signalement herkend, die jongen was een bekende van de politie.

‘De volgende ochtend moest ik het proces-verbaal van de aanhouding komen schrijven, want ik had hem immers aangehouden voordat hij was gevlucht. Dat bleek verdomd moeilijk, want ik was aanhouder en slachtoffer tegelijk. Als slachtoffer redeneer je niet zoals de politie gewoonlijk doet: dit is poging straatroof – ga ik hem aanhouden?

‘Een collega hielp me het verhaal op papier te zetten, en liet me door het luikje van een cel kijken. Ja, dat was hem. Zijn moeder had een drugsverleden en was al jong zwanger geworden, de Raad voor de Kinderbescherming zat al op meerdere kinderen van het gezin. Deze 14-jarige had winkeldiefstal, heling en inbraakjes gepleegd – de klassieke criminele carrière voordat het echt ernstig wordt. Dit was zijn eerste straatroof.

‘Die collega gaf ook informatie die ik liever niet had willen weten: de verdachte woonde slechts twee straten bij mij vandaan. De impact van zo’n dreiging is groot. De eerste vijf jaar na dit incident fietste ik niet meer door zijn straat, hoewel dat de kortste route was naar mijn huisarts. Je bent toch bang dat hij je herkent en wraak neemt.

‘Het enige voordeel is dat ik me daarna als agent heel goed in slachtoffers kon inleven. En ik heb ervan geleerd dat je goed op lichaamstaal en nonverbale communicatie moet letten. Doordat ik zijn moment van twijfel zag, kon ik de regie overnemen.

‘Kort na dat incident belde mijn moeder. Ze had een hilarisch krantenartikeltje gelezen met de kop: ‘Straatrover kiest verkeerde slachtoffer’. Ze las me voor dat het slachtoffer van die overvaller een politieagent bleek te zijn. Ik weet nog precies hoe ze schrok en stilviel, toen ik antwoordde: ‘Mam, dat was ik.’’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next