is televisierecensent voor de Volkskrant.
De sultan van Sulu is allergisch voor zijn paleis. Hij moet snotteren van de bamboe waarmee het wordt gebouwd en blijft daarom op een veilige afstand van zijn gloednieuwe optrekje.
‘Dat is niet zo handig’, zegt Ruben Terlou verbaasd. ‘Hoe gaat u dat doen bij ceremonies? Gaat u dan oogdruppels en neusspray gebruiken?’ ‘Ja’, grinnikt de sultan.
Ruben langs de Zuid-Chinese Zee (VPRO), elke zondagavond op NPO 2, zit vol met zulke momenten, die soms bijna te mooi of te veelzeggend lijken om waar te zijn.
Het is kenmerkend voor het werk van documentairemaker en fotograaf Terlou, die in bejubelde programma’s als Langs de oevers van de Yangtze China doorkruiste. Ditmaal reist hij rond ‘misschien wel de belangrijkste zee ter wereld’, waar omliggende landen vrijwel elke zandbank betwisten.
Afgelopen zondag, in de derde aflevering, trok Terlou naar de Filipijnse Sulu-eilanden. Daar ontmoette hij de allergische sultan: erfgenaam van een groot maritiem rijk, dat al decennialang niet meer bestaat. Toch heeft zijn titel nog steeds gewicht – zoveel zelfs, dat hij nooit buitenshuis eet, uit angst dat ambitieuze familieleden hem willen vergiftigen.
Vanuit een wat armetierig, maar tenminste bamboeloos kantoortje claimt de sultan forse delen van de Filipijnen en Maleisië. Omdat zijn voorouders daar ooit de scepter zwaaiden, maar ook vanwege de olie- en aardgasvoorraden die hij wil gebruiken om de Sulu-eilanden te ontwikkelen. Vastberaden zegt hij te blijven strijden voor wat hem toebehoort.
Die plannen hebben echter weinig kans van slagen. De sultan moet het opnemen tegen grotere spelers, met China voorop. Tegelijk laat Ruben langs de Zuid-Chinese Zee zien dat het te eenvoudig is om de Chinezen als enigen met expansiedrift aan te wijzen. ‘Het begint me te duizelen: deze regio is een wirwar van religies, talen, volkeren en grenzen die je niet ziet’, verzucht Terlou na een bezoek aan een ander Filipijns eiland.
Die geopolitieke chaos maakt Terlou indrukwekkend tastbaar, met bijzondere ontmoetingen, ongetwijfeld het resultaat van knap uitzoekwerk van zijn team. Wel zijn die soms minder indringend dan in zijn eerdere programma’s. Het onderwerp is zo politiek geladen dat geïnterviewden niet altijd het achterste van hun tong durven te laten zien. En anders dan in zijn programma’s over China stuit Terlou, die Mandarijn spreekt, geregeld op een taalbarrière.
Dat neemt niet weg dat Ruben langs de Zuid-Chinese Zee een zeldzaam goede documentairereeks is, met verfijnd filmwerk, een onweerstaanbaar sympathieke interviewer en onvergetelijke personages.
Daarvan is de sultan zonder twijfel een van de meest tragische figuren, in wie de machtsdromen die de regio ontwrichten samenkomen. Daartegenover staat de politiechef op een ander eiland. Terlou vraagt hem of zijn woonplaats een paradijs op aarde zou kunnen zijn. ‘Dat kan’, antwoordt hij. ‘Maar dat is een mentale kwestie. Als we problemen opzoeken, vinden we geen vrede. We moeten accepteren wat we hebben en de Almachtige dankbaar zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant