De Antwerpse Boerentoren, de eerste wolkenkrabber van Europa, werd gekocht door de schatrijke Vlaamse ondernemer Fernand Huts, die er een kunstmuseum van wil maken. Door zich terugtrekkende overheden komt kunstbeleid steeds vaker terecht in handen van vermogende particulieren.
schrijft voor de Volkskrant over politiek Den Haag, waar hij tot 2022 verslaggever was.
Werkelijk alles aan de Boerentoren is groot: de toren zelf, die zich met zijn 87,5 meter in 1930 de hoogste wolkenkrabber van Europa mocht noemen; de naam van de architect, Daniel Libeskind, die het ontwerp maakte dat dit voormalige bankgebouw tot kunstpaleis moet omvormen; de collectie van The Phoebus Foundation SON, met kunst van de oudheid tot nu die er straks te zien zal zijn; en Fernand Huts, de man die als eigenaar van de toren en de kunstcollectie achter dit alles schuilgaat en volgens Forbes met een vermogen van 3,4 miljard euro een van de rijkste Belgen is.
Ga met de trein naar Antwerpen, stijg op uit de kelders van Antwerpen Centraal en volg De Keyserlei en de Meir richting het centrum. In een knik in de weg zul je aan de rechterkant de Boerentoren zien staan. Alleen de kathedraal is hoger en dat moet volgens Antwerpenaren altijd zo blijven. Je moet een paar keer kijken om te zien dat het hier werkelijk om een bijzonder bouwwerk gaat. Een stukje Manhattan dat een kleine eeuw geleden is neergedaald in hartje Antwerpen, vooroorlogs vooruitgangsgeloof gestold in witgele natuursteen. New Yorkers zouden van laagbouw spreken, in Antwerpen geldt de toren als een icoon van de stad.
De toren staat er niet per se florissant bij. De gevel is verweerd, de beelden die in het front zijn verwerkt moeten nodig gepoetst en gerestaureerd, de ramen van de begane grond zijn afgeplakt met affiches en foto’s van arbeiders die de toren hebben gebouwd. Die affiches zijn een voorschot op de toekomst. The future of the Farmers’ Tower starts here, staat erop. Het gebouw werd in 2021 gekocht door de Vlaamse ondernemer Fernand Huts. Straks, als de renovatie voltooid is, moet de Boerentoren een centrum voor kunst en cultuur zijn met steeds wisselende tentoonstellingen, een plek om te zien en gezien te worden.
Achter een van de ramen is een etalage ingericht, gewijd aan een boek dat al even kolossaal is. De Boerentoren is de titel, gespeld in gouden letters. Het vertelt in veel paginagrote foto’s en een beetje tekst de geschiedenis van de torenbouwers, en later van het bankpersoneel dat in de toren werkte en de mensen die er woonden. Het was een toren voor gemengd gebruik. De naam komt van de spaarcenten van de boeren waarmee hier werd gebouwd. Het boek is ook in het Frans, Engels en Duits verkrijgbaar, want de verwachtingen zijn hooggespannen: de Boerentoren moet belangstelling van heinde en verre trekken. Of zoals Huts zegt: een plek waar Antwerpenaren en wereldburgers naartoe komen, en terugkeren.
Dat was in elk geval zo bij de oplevering in 1931. Het met art-deco-elementen verfraaide gebouw was een tijdje het meest bezochte gebouw van de stad, toeristen konden met een lift naar het panoramaterras of afdalen naar café de Torenkelder. Het hart van het gebouw kreeg licht door een indrukwekkende lichtkoepel, die bij een brutalistische verbouwing in 1970 werd gesloopt en vervangen door een betonstructuur.
In 2020 kon Huts melden dat hij de toren, die al even leeg stond wegens asbestvervuiling, ging kopen. De Boerentoren moest de kroon op zijn werk worden. Katoen Natie, zoals de onderneming van Huts heet, was in de 19de eeuw een coöperatief bedrijf van enkele Antwerpse ondernemers die handelden in onder andere textiel. Vanaf de jaren tachtig begon Fernand Huts alle andere vennoten uit te kopen. Dat is overweldigend gelukt, en hij kocht daaropvolgend bedrijven over de hele wereld. Het familiebedrijf Katoen Natie is nu actief in dertig landen en heeft 20 duizend man personeel. Het bedrijf is groot in logistiek, en via dochteronderneming Indaver in afvalverwerking. Met de toren zegt Huts iets terug te willen doen voor de stad waar hij rijk is geworden.
Fernand Huts (75) is er de man niet naar daarbij zelf in de luwte te blijven. Hij laat zich graag horen in het publieke debat, was een tijdje parlementslid namens de liberale partij Open VLD (onlangs omgedoopt tot ‘Anders’) en schreef boeken, soms onder de schuilnaam Jules Van Bochelt. Uit die boeken spreekt een hunkering naar de grandeur van Vlaanderen, naar de 16de eeuw, toen Antwerpen de grootste stad benoorden de Alpen was. De Vlaamse ziel wil hij doorgronden. ‘Hij is bijzonder ijverig en beschikt over een onuitputtelijke werkkracht’, schrijft hij over Vlamingen in Door het oog van een spijbelaar. In datzelfde boek stelde hij voor om Wallonië er weer bovenop te helpen. ‘Wij hebben er alle belang bij dat het Waalse volk zijn zelfvertrouwen [...] herwint.’
‘Vlamingen zijn collectioneurs, het zit in hun bloed’, schrijft Huts in datzelfde boek. Verzamelen, dat is precies wat hijzelf al zijn hele leven doet. Hij verzamelt bedrijven, maar ook kunst. Die kunst moet in de Boerentoren een plek krijgen, naast winkels, restaurants, filmzalen en een champagnebar. Op weg naar de bovenste verdieping zul je worden ondergedompeld in de geschiedenis van stad en gebouw en passeer je steeds wisselende exposities. Op de zevende verdieping staat dan het pronkstuk van de collectie: de in 2023 voor meer dan 6 miljoen euro in Zürich aangeschafte T-Rex met de naam Trinity, 4 meter hoog, 11,6 meter lang, 67 miljoen jaar oud en pas de derde van zijn soort die ooit op een veiling kwam. Daarna uitblazen in de daktuin, waar je door een glazen dakkoepel kunt kijken naar waar je vandaan kwam, om vervolgens verder te klimmen naar het panoramaplatform waar de oude stad en de fonkelende Schelde als decor wachten, met bij helder weer zicht tot aan het Atomium in Brussel.
Zo ver is het nog lang niet. Wel is het mogelijk alvast de toren te beklimmen. De zogeheten openwerfdagen zijn populair, sinds 1 mei vorig jaar werden vijftigduizend kaartjes verkocht. Dan ga je met een helm op, handschoenen aan (‘de tijdelijke trapleuningen kunnen splinteren’, zegt de gids) en een geel hesje met ‘Boerentoren’ op de rug in groepsverband door het staketsel van staal, beton en stenen, als voor een kijkoperatie door de ingewanden van een kolossaal dier. De ruimten, zo zonder muren, zijn immens; het vergt verbeeldingskracht om de contouren van een cultuurpaleis te herkennen. Als het gebouw klaar is, zal het hart een atrium zijn dat reikt van de derde tot de twaalfde verdieping. Het parcours van het werfbezoek hangt overigens af van de werkzaamheden, de bovenste verdiepingen zijn doorgaans niet te bereiken.
Zo’n werfbezoek begint een eindje verderop, in de 16de-eeuwse Keizerskapel, een verborgen parel in de oude binnenstad. Die kapel werkt sinds een decennium geregeld samen met The Phoebus Foundation, die de kunstcollectie van Huts conserveert, beheert, onderzoekt en internationaal tentoonstelt. Deze samenwerking geeft een voorproefje van de toekomstige invulling van de Boerentoren. Onder de titel Het komt allemaal goed is daar een tentoonstelling gemaakt met twaalf schilderijen, van de katholieke overdaad in de kapel afgescheiden door rode schotten. Het is een eclectisch geheel: Rik Wouters’ Nel in het bos (1912) hangt er, maar ook een portret van keizer Karel V uit 1530.
Die schilderijen zijn uit de collectie van The Phoebus Foundation gekozen door Rick de Leeuw, die in de jaren tachtig in Nederland naam maakte als zanger van newwaveband Tröckener Kecks. De Leeuw verkaste naar België en is daar nu bekend van radio en tv. Over zijn twaalf uitverkoren kunstwerken maakte hij liedjes die samen een album vormen. Rondlopend langs de schilderijen kun je ernaar luisteren.
De andere gids die je door de tentoonstelling leidt, is kunsthistorica Katharina Van Cauteren. Aan haar heeft Huts de sleutels tot zijn kunstcollectie overhandigd. Ze doceerde aan de Universiteit Antwerpen, promoveerde op de zeventiende-eeuwse schilder Hendrick de Clerck en maakte tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Sinds 2014 staat zij als stafchef aan het hoofd van The Phoebus Foundation, waarvan ze ook het uithangbord is. Haar aanpak: niet te moeilijk doen, kunst is iets om te vieren.
Op zowat alles wat de Phoebus Foundation uitbrengt, staat haar naam of is ze te zien. En dat is nogal wat. Talloze exposities, samengesteld uit kunst uit de collectie, reizen van Dallas tot Tallinn en van Utrecht tot Oman. Telkens wordt daarbij een lijvig boekwerk gemaakt. Dan is er nog de inmiddels 44 delen tellende Phoebus Focus-reeks met podcast, waarin wordt ingezoomd op een – soms weinig bekend – kunstwerk uit de collectie, doorgaans voorzien van een voorwoord van Van Cauteren. Altijd lichtjes door de knieën gezakt geschreven, zodat ook de niet-ingewijde kan aanhaken.
Bij die reizende exposities wordt zichtbaar hoe handel en kunst samengaan. In Dallas heeft Katoen Natie een overslagbedrijf, in Estland heeft Katoen Natie sinds 2009 een groeiende logistieke vestiging. Daar zijn in het Kadriorg Art Museum in Tallinn sinds 2021 al vier tentoonstellingen van The Phoebus Foundation te zien geweest. De laatste, Tuin der lusten, de zeventiende eeuw in bloei, met werk van Jan Brueghel De Oude, Clara Peeters en Jan Davidsz. de Heem, is vanaf september in de Lakenhal in Leiden te zien. ‘Vroeger vond ik bloemenschilderijen stiekem een duf genre’, schrijft Van Cauteren: ‘Tot ik beter keek. Plots bleken die boeketten pure rock-’n-roll.’
Huts legde bij de opening van de expositie in Tallinn nog eens uit hoe kunst en handel in Antwerpen al in de zestiende eeuw vervlochten waren. ‘Kunst was een enorme drijvende kracht van de economie, zoals kooplieden en burgers een enorme kracht waren achter de kunstmarkt.’ Kunst en handel hand in hand, ook op de hoofdvestiging van Katoen Natie in Antwerpen, waar permanente exposities voor Koptisch textiel, Vlaamse hedendaagse kunst en de grootste collectie Cobra ter wereld zijn ingericht. Elders in het havengebied is een beeldentuin met werk van landschapskunstenaars te bezoeken.
Huts is met die aanpak exponent van een beweging die in veel West-Europese landen zichtbaar is. Kunst is doorgaans een sluitpost op de overheidsbegroting. Pikant in dat verband: de Belgische minister van Cultuur maakte onlangs bekend M HKA, het Antwerpse museum voor hedendaagse kunst, af te willen schalen naar kunstencentrum, waardoor het geen eigen vaste collectie meer zal kunnen tonen en aanzienlijk aan prestige en mogelijkheden inboet. Vermogende privépersonen springen in het gat dat door de terugtrekkende overheden ontstaat. Zo maakte het Rijksmuseum 13 januari een schenking van 60 miljoen euro bekend, bedoeld voor een beeldentuin. Eind vorig jaar bleek chipfabrikant ASML mee te betalen aan een dependance van het Rijks in Eindhoven. De Hartwig Art Foundation wil in 2028 in Amsterdam een museum voor hedendaagse kunst openen.
Ook musea als Voorlinden in Wassenaar en het Moco in Amsterdam zijn een particulier initiatief. Groter nog is de impact van Stichting Droom en Daad van de Rotterdamse havenbaron Martijn van der Vorm, die accommodaties voor dans, muziek en schrijvers maakt en met het vorig jaar geopende migratiemuseum Fenix zijn eerste grote museale plek creëerde.
Dat kunstbeleid daarmee deels in particuliere handen komt, zorgt soms voor scheve ogen. Droom en Daad krijgt kritiek vanuit de Rotterdamse gemeenteraad, omdat die zijn zeggenschap over wat er op cultureel gebied in de stad gebeurt, uit zijn handen ziet glijden. Ook de Boerentoren kreeg de wind tegen. Het eerste ontwerp van Studio Libeskind stuitte op forse kritiek. Hij wilde een glanzende glazen uitbouw tegen de toren plakken, die in de verte iets van een zeil had. Veel te protserig, vonden ze in Antwerpen. Libeskind kon terug naar de tekentafel. Zijn nieuwe ontwerp is minder hemelbestormend, het gebouw zou nu moeten worden bekroond door een vier verdiepingen hoge glazen kubus. Het zou daarmee een hoogte van 103 meter krijgen – nog steeds flink lager dan de kathedraal.
Hoe het nu verder gaat met de toren? Projectdirecteur Kurt Dupon vertelt dat het gebouw niet alleen een asbestprobleem had, maar ook een stabiliteitsprobleem. ‘Dat is pas na de aankoop ontdekt. We hebben enorm veel beschadigingen aangetroffen aan de staalstructuur, ontstaan bij de verbouwing van 1970. Draagbalken zijn toen verplaatst of helemaal weggehaald.’ Om die reden wordt straks maar een op de twee vloeren herbouwd, waardoor de verdiepingen allemaal dubbele hoogte krijgen.
Een ander probleem vormt de ‘kroon’, een blinde vierkanten doos van beton, met daarop in grote letters de naam van de bank die de vorige eigenaar was: KBC. Van die kroon wil Huts af, formeel omdat die een stabiliteitsrisico vormt, maar ook om ruimte te maken voor het glazen panoramaplatform dat Libeskind tekende. ‘De bevoegde instanties zijn akkoord met wat we tot op heden op tafel hebben liggen’, zegt Dupon. Maar toestemming is er nog niet. De provincie Antwerpen oordeelde dat er ‘geen acuut veiligheidsrisico’ is en de kroon dus niet mag worden afgebroken, de Vlaamse Commissie Onroerend Erfgoed kwam met een negatief advies.
Een nieuwe domper voor Huts is dat het aanpalende Hilton Hotel 22 januari toestemming kreeg voor vier extra bouwlagen. ‘De erfgoedwaarde van de Boerentoren als eerste wolkenkrabber van het Europese vasteland – geaccentueerd door de lagere bebouwing in de omgeving – zal verloren gaan’, was de reactie van Huts in Het Laatste Nieuws. Hij noemt het besluit ‘onuitlegbaar’. Die verhoging zou de historische uitstraling van de Boerentoren en het uitzicht op de Schelde vanaf de daktuin belemmeren.
Dupon blijft intussen optimistisch. Als de toestemming snel komt, kan aansluitend met de bouw worden begonnen. De toren in zijn oerversie werd in minder dan drie jaar gebouwd. De projectdirecteur hoopt dat de kunsttoren in 2030 zijn eerste bezoekers kan ontvangen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant