Home

Wat is nog cutting edge elektronische muziek, nu iedereen een studio in z’n broekzak heeft?

Elektronische muziek Iedereen met een telefoon kan tegenwoordig elektronische muziek maken, maar dat resulteert niet vanzelf in boeiende kunst. Wat gebeurt er in de voorhoede van het genre? NRC sprak drie componisten en geluidskunstenaars over hun werk. Twee van hen zijn dinsdag te bewonderen tijdens het Electronic Extravaganza in Tilburg.

De handen van dj Ji Youn Kang tijdens Electronic extravaganza in 2025.

Bij elektronische muziek denk je misschien vooral aan dansen in een club, maar het genre heeft ‘klassieke’ wortels: het ontstond in de jaren rondom de Tweede Wereldoorlog, toen componisten met experimenteerdrift nieuwe geluidstechnologieën omarmden. Die experimenteerdrift is sindsdien nooit gestopt. Dinsdagavond vindt in Het Cenakel in Tilburg het jaarlijkse Electronic Extravaganza plaats, met live-sets van Floris Vanhoof, Fani Konstantinidou en Wouter van Veldhoven.

Wat bedoelen we eigenlijk met ‘elektronische muziek’? En hoe belangrijk zijn technologische ontwikkelingen voor het genre? Een telefonische rondgang langs drie elektronische componisten leert: technologie is slechts een middel, net als een akoestisch instrument. „Uiteindelijk gaat het om het verhaal dat je vertelt”, zegt componist en kunstenaar Jochem van Tol (zie kader onderin), die vorig jaar optrad tijdens het Electronic Extravaganza. „Een pianist is ook niet bezig met het mechaniek van het hamertje dat op een snaar slaat. Als iemand een goed verhaal vertelt, zou je de techniek moeten kunnen vergeten.”

Je kunt op twee manieren elektronische muziek maken: door een akoestisch geluid op te nemen en dat elektronisch te bewerken, zoals in de musique concrète uit de jaren 40 van pionier Pierre Schaeffer; of op basis van elektronische geluidssynthese. Karlheinz Stockhausen creëerde met zijn Studie I (1953) het eerste muziekstuk dat uitsluitend bestond uit sinustonen (elektronisch gegenereerde ‘pure’ tonen zonder boventonen). Beide richtingen hebben veel navolging gekregen, maar de tweedeling lijkt inmiddels achterhaald.

Wie het aanbod van elektronische muziek in Nederland in ogenschouw neemt, ziet vooral mengvormen en diversiteit. Nyokabi Kariuki en Aurélie Nyirabikali Lierman maakten indruk met hun verhalende, documentaire-achtige werk. Componist en slagwerker Binkbeats construeerde op het album Ohm met ‘organische’ geluiden een gelaagd en ruimtelijk werk van over elkaar schuivende ritmes. Mathijs Leeuwis c.s. van het Tilburgse studiocollectief Het Concreet committeren zich aan de interactie met analoge elektronische instrumenten. Producer Jameszoo omarmde juist digitale techniek door een live ritmesectie te combineren met een algoritmisch aangedreven ‘virtuele solist’ in computerjazzproject Blind.

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag: elektronische muziek verschilt per stad

Opleidingen in Nederland hebben een duidelijke signatuur, constateert Van Tol. Verschillende conservatoria bieden een opleiding elektronische compositie of muziektechnologie aan. In Den Haag, waar Van Tol zelf studeerde, ligt de focus op de „materialiteit” van het geluid en een „radicale” werkwijze. Amsterdam kenmerkt zich door verwevenheid met de sterke improvisatie- en jazzscene. In Rotterdam is juist een heel goede wereldmuziekafdeling én veel avontuurlijke popmuziek, wat je vaak terughoort in de benadering van elektronica.

De Grieks-Nederlandse componist Fani Konstantinidou (zie kader onderin) combineert vrijelijk benaderingen: digitaal en analoog, ‘pure’ elektronica en akoestische geluidsbronnen. Vorig jaar verscheen haar album Undertones, met een gelijknamig vierdelig werk voor idiofonen (zelfklinkende percussie-instrumenten), elektronica en variabele field recordings, die ze voor elke uitvoering ter plekke maakt. Undertones voltrekt zich als een reeks stekelige, langzaam evoluerende klankwolken, opgetrokken rond scherpe en concrete tik- en schraapgeluiden van de percussie.

„De vorm van het werk ligt ongeveer vast, maar binnen de structuur is er veel vrijheid. Ik vind het belangrijk dat het iedere keer een beetje anders klinkt, ook om het voor mezelf interessant te houden. Het materiaal neemt me mee”, zegt ze. Omdat ze dinsdag in Het Cenakel solo optreedt, zonder slagwerker, speelt ze alleen fragmenten van Undertones, die ze combineert met ander materiaal.

Konstantinidou geeft les aan verschillende instituten. In het algemeen ziet ze dat haar studenten meer dan zijzelf gefascineerd zijn door nieuwe technologieën, van apparatuur en software tot de mogelijkheden van AI. „Muziek ontwikkelt zich in lijn met de samenleving en technologie is daar onderdeel van. Zelf ben ik primair geïnteresseerd in geluid. Geluid is mijn motivatie, de technologie is een medium. De technologische mogelijkheden zijn nu vrijwel onbegrensd, maar muziek gaat erom hoe je dingen samenbrengt, hoe je iets eigens kunt maken.”

Konstantinidou en Van Tol hebben beiden een conservatoriumachtergrond, maar in de elektronische muziek zijn, anders dan bij jazz en klassiek, ook veel makers actief zonder formele muziekopleiding. Konstantinidou: „De achtergrond van een kunstenaar is irrelevant, het gaat erom wat iemand maakt. De toegankelijkheid maakt elektronische muziek aantrekkelijk. Ik speel veel op informele plekken en daar gebeuren de leukste dingen.”

Vooroordelen over elektronische muziek

De Belgische duizendpoot Floris Vanhoof (zie kader onderin) is zo iemand zonder conservatoriumdiploma – hij studeerde experimentele film. Hij kent de vooroordelen die over elektronische muziek bestaan en neemt ze graag weg: „Mensen denken: dat is vast abstract en moeilijk en academisch. Maar nee! Elektronische componisten voeren hun werk zelf uit, ze willen gehoord worden en iets overbrengen. Het is juist heel direct.”

Vanhoof maakt behalve muziek ook beeldend werk en 16mm-film-projecties, vaak samengebald in een nieuwe vorm. In Het Cenakel presenteert hij onder meer de experimentele film The Mirror Egg. Live speelt hij op een analoge synthesizer de elektronische soundtrack: „Een aantal muzikale bewegingen ligt vast, maar in de kleur van de klank ben ik heel vrij. Dat maakt het voor mij leuk om live te spelen, al is het wel werken.”

Voor Vanhoof is het medium vooraf niet altijd duidelijk: „Iets kan een cd worden, of een installatie. Uiteindelijk zijn licht en geluid allemaal golven in een gigantisch elektromagnetisch spectrum.” Voor zijn performance Soap Bubbles ontwikkelde hij een speciale microfoon die lichtgolven hoorbaar maakt door ze om te zetten in elektrische stroom. De microfoon ‘luistert’ naar het schouwspel van een laserstraal die door zeepbellen schijnt, wat klinkt als een swoesjend en ploppend klankveld.

Drie hedendaagse componisten van elektronische muziek:

Fani Konstantinidou.

Fani Konstantinidou (1980) is een Griekse componist en geluidskunstenaar die sinds 2009 in Nederland woont en werkt. Aanvankelijk studeerde ze in Griekenland klassiek gitaar, maar ze stapte over op muziektechnologie, omdat ze dat „creatiever” vond. Ze behaalde masters in elektronische compositie aan de Ionische Universiteit en aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, doet nu promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam en is verbonden aan het Haagse Instituut voor Sonologie en aan Music & Technology bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.„Elektronische compositie bevrijdde me van het geluid dat ik wilde maken”, zegt Konstantinidou enigszins cryptisch. Bij akoestische instrumenten gaat de klankvoorstelling vooraf aan het spelen – je weet wat je wilt horen. Bij elektronische muziek is dat, zeker in het begin, niet altijd het geval. „De vrijheid die dat gaf was mijn grootste fascinatie: ik kan alles doen wat ik maar wil, en niemand houdt me tegen!”Elektronische muziek is lang een door mannen gedomineerde wereld geweest, zegt Konstantinidou: „Ik was in de klas bijna altijd de enige vrouw. Ik stond daar niet bij stil toen ik jonger was, maar het was erg prettig dat ik in Nederland andere vrouwen trof met wie we onze eigen ruimte creëerden. We reisden samen, organiseerden samen concerten, deden dingen die mannen ook doen.” Ze noemt componisten als Ji Youn Kang (die vorig jaar optrad tijdens het Electronic Extravaganza), Jasna Veličković en Barbara Ellison en slagwerker Mei-Yi Lee. „Als wij rolmodellen kunnen zijn voor jongere generaties vrouwelijke muziekstudenten zou dat me blij maken.”

Jochem van Tol.

Kunstenaar en componist Jochem van Tol (1983) is gefascineerd door het idee dat alles geluid maakt. Al sinds zijn studietijd aan de toenmalige Interfaculteit voor Beeld en Geluid (nu ArtScience) aan het conservatorium in Den Haag doet hij onderzoek naar de klankmogelijkheden van papier, wat leidde tot de oprichting van The Paper Ensemble, waarmee hij al bijna twintig jaar optreedt. Vorig jaar was Van Tol in het Electronic Extravaganza met zijn soloproject T’IJU T’IJU (‘tichoe tichoe’).Met o.a. vocalist en multimediakunstenaar Ibelisse Guardia Ferragutti en drummer Frank Rosaly vormt Van Tol het sextet Awichas, een akoestisch-elektronisch project gebaseerd op Boliviaanse volksmuziek en rituelen. Ook componeerde hij de soundtrack voor de bioscoopfilm Pacifica (2024) van Jan-Willem van Ewijk.Hoewel hij in Den Haag les had van de legendarische pionier Dick Raaijmakers raakte Van Tol pas na zijn studie echt geïnteresseerd in elektronische muziek. Hij gebruikt graag analoge apparaten, zoals bandrecorders en modulaire synthesizers. Van Tol: „Een synth leren bespelen is simpelweg heel veel studeren, net als bij een akoestisch instrument. In het begin weet je niet wat er gaat gebeuren als je ergens een kabel in prikt. Maar als ik nu een geluid hoor, dan weet ik hoe ik het moet maken. Je kunt het vergelijken met koken, op een gegeven moment ga je smaken herkennen.”

Floris Vanhoof.

Floris Vanhoof (1982) is een Belgisch elektronisch musicus, experimenteel filmmaker en beeldend kunstenaar. „Als artiest heb je het recht om dat allemaal als één ding te zien. Die grenzen tussen disciplines zijn toch bepaald door instituten: een concert vindt plaats in een concertzaal, een tentoonstelling in een museum. Maar soms is het beter om live muziek te maken in een cinema.” Vanhoof treedt op en exposeert van Tokio tot New York.Vanhoof ontdekte zijn fascinatie voor de wisselwerking tussen licht, beeld en geluid in de doka waar hij als tiener foto’s ontwikkelde: „De beelden veranderden als ik muziek opzette, dat vond ik interessant.” Hij was geïnteresseerd in experimentele elektronische muziek en was vaste klant van label annex muziekzaak Staalplaat in Amsterdam. Hij overwoog de leergang ‘experimentele instrumentenbouw’ aan het conservatorium, maar daarvoor moest je eerst de klassieke opleiding doorlopen. Dat stond hem tegen: „We zijn in de muziek nu toch zo ver gekomen dat we die noten niet meer nodig hebben?”Hij koos voor de opleiding audiovisuele vorming aan kunsthogeschool Sint-Lukas in Brussel. Film was een andere passie sinds hij Fellini’s 8½ had gezien: „Ik had nooit gedacht dat een film zo uit de hand kon lopen. Het narratief was ondergeschikt aan het ritme en de beelden. Ik herkende erin wat me aantrok in experimentele muziek.” Vanhoof ontwikkelde zijn 16mm-films zelf bij de Filmwerkplaats in Rotterdam, gevestigd in het undergroundkunstcentrum Worm. Terwijl de films droogden, ontdekte hij in de muziekstudio in hetzelfde gebouw de EMS Synthi, een analoge modulaire synthesizer, waarmee hij zijn eerste opnames maakte.

Electronic extravaganza is een samenwerking tussen De Link in Tilburg en Willem Twee Studio’s in ‘s-Hertogenbosch. 27 januari met Floris Vanhoof, Fani Konstantinidou & Wouter van Veldhoven in Het Cenakel, Tilburg. 29 januari met Wouter van Veldhoven, Clôture Électronique en Oğuz Büyükberber in de Willem Twee Studio’s in ‘s-Hertogenbosch. Info: delink.nl en willem-twee.nl

Van 5 feb t/m 29 maart is in Amsterdam de Sonic Acts Biënnale, multidisciplinair festival voor elektronische en digitale kunst. Info: sonicacts.com

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next