Demografie Van een babybonus in Griekenland tot een hogere btw op condooms in China; op veel plekken in de wereld proberen overheden het kindertal omhoog te krikken. Maar wat helpt echt om de bevolkingssamenstelling bij te sturen? En bestaat er zoiets als een ‘ideale demografie’?
Vrouw en kind in Beijing, China. De Chinese bevolking is voor het vierde jaar op rij gekrompen.
De demografische verschuiving in Nederland bereikte vorig jaar een kantelpunt: voor het eerst telde Nederland meer ouderen dan jongeren. In 2025 woonden er 3,72 miljoen jongeren (0-20 jaar) op Nederlandse bodem, ten opzichte van 3,76 miljoen ouderen (65+), zo berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Die aantallen gaan de komende jaren alleen maar verder uit elkaar lopen, verwacht het statistiekbureau.
Die vergrijzing is geen typisch Nederlands probleem. Er is wereldwijd sprake van een forse stijging van de levensverwachting. In 1973 lag die nog op gemiddeld 59 jaar, in de vijftig jaar daarna nam de levensverwachting toe tot 73, al zijn de verschillen tussen landen groot. En terwijl de mensen steeds ouder worden, neemt het aantal geboortes af. Waar vrouwen over de hele wereld in 1973 nog gemiddeld 4,4 kinderen kregen, is het geboortecijfer gehalveerd tot 2,2 kinderen per vrouw in 2023.
Dat geboortecijfer is heel ongelijk verdeeld. In Sub-Sahara-Afrika ligt het gemiddelde nog steeds hoog: Somalië, Tsjaad, Niger en Congo voeren de lijst aan met een gemiddelde van 6,1 kinderen per vrouw. Zuid-Korea noteert met 0,75 het laagste geboortecijfer en heeft al jaren een krimpende bevolking. Europa zit er tussenin. Het kindertal per vrouw ligt op 1,38, in Nederland is het 1,49. Er zijn uitschieters omhoog (Bulgarije, 1,81) en omlaag (Malta, 1,06) maar geen enkel land komt in de buurt van de vervangingswaarde van 2,1, waarbij de bevolking zichzelf in stand houdt. Het Franse statistiekbureau INSEE noteerde vorig jaar voor het eerst sinds 1944 zelfs meer sterftes dan geboortes.
Die veranderingen in de bevolkingssamenstelling hebben een economisch gevolg, maar hoe groot het probleem is, hangt af van wie je het vraagt. Aan de uiterst linkerzijde van het politieke spectrum zien sommigen de afname van het geboortecijfer als iets positiefs: minder mensen om de aarde uit te putten. Aan de rechterzijde bestaan bij sommigen zorgen over de daling van het aantal geboortes omdat daardoor de ‘eigen’ bevolking krimpt.
De veelbesproken HJ Schoo-lezing van Pieter Omtzigt in september 2024 is daar een voorbeeld van. De voormalige NSC-leider sprak toen over „de geopolitieke implicaties” van het feit dat het geboortecijfer in Europa harder daalt dan op andere plekken. „Om een beeld te geven: in Ethiopië worden dit jaar meer kinderen geboren dan in alle 27 lidstaten van de EU samen. (…) Ik laat u raden wat dat betekent over twintig, dertig jaar.” Daarmee raakte hij aan de omvolkingstheorie, een uiterst-rechtse complottheorie: het idee dat het witte, Europese volk wordt verdrongen door vreemden, bijvoorbeeld door niet-westerse migranten en vluchtelingen.
Maar wat betekenen de demografische veranderingen als we voorbij deze politieke tegenstelling kijken? Hoe erg is de vergrijzing? Wat kunnen landen doen om het lage geboortecijfer omhoog te krijgen? En bestaat er zoiets als een ideale bevolkingssamenstelling? In deze serie gaat NRC op zoek naar de antwoorden.
Een oudere vrouw rijdt in een elektrische rolstoel langs de kersenbloesems in Tokio.
Twee vrouwen duwen kinderwagens door Hoboken, New Jersey, met op de achtergrond de skyline van Manhattan
Demografie, dat van het Griekse woord voor bevolkingsbeschrijving komt, werd vroeger eenvoudig bekeken, zegt econoom en demografie-onderzoeker Harry van Dalen tijdens een videogesprek. „Een grote bevolking werd in het verre verleden gezien als een goed teken. Meer mensen betekende namelijk meer belastinginkomsten en een groter leger.”
Tegenwoordig kijken demografen anders naar de studie van de omvang, structuur en spreiding van de bevolking, zegt Van Dalen, die verbonden is aan de Tilburg University en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). „De ideale situatie is voor sommige demografen een stationaire bevolking. Dat betekent dat het aantal geboortes gelijk is aan het aantal sterfgevallen en dat er verder niets verandert: geen bevolkingsgroei, geen migratie en geen toename van de levensverwachting. Dat is stabiel en voorspelbaar.” Dat was ook de aanbeveling van de commissie Muntendam, die in de jaren zeventig de bevolkingsgroei onderzocht: voor de lange termijn kon de regering het beste streven naar een „nagenoeg stationaire bevolking”.
Dat stationaire beeld vertaalt zich naar een bevolkingsgrafiek met een pilaarvorm en een smalle top, waarin alle leeftijdscohorten redelijk gelijk zijn, met uitzondering van de hoge leeftijden. Maar zo’n grafiek zien we zelden. Eerder komen bevolkingsgroepen in ruwweg twee vormen voor: de piramidevorm met een zeer brede basis, die duidt op een jonge bevolking, zoals bijvoorbeeld het geval is in Niger. En de vorm die – met een beetje fantasie – doet denken aan een ui: een breed midden en een smallere top en basis, die duidt op een vergrijzende bevolking en een teruglopend geboortecijfer.
Demografen zien dus het liefst zo’n pilaarvormige grafiek, maar de praktijk in Nederland en omliggende landen zag er de afgelopen decennia anders uit. De opkomst en uitbreiding van de verzorgingsstaat in de periode na de Tweede Wereldoorlog nam voor een deel de rol over van de familie als sociaal vangnet. Dankzij voorzieningen als de AOW droegen kinderen niet langer de verantwoordelijkheid voor de oude dag van hun ouders. Daardoor verminderde de druk om een groot gezin te hebben, legt Van Dalen uit. Maar nog invloedrijker was de introductie van de anticonceptiepil in de jaren zestig en de verbetering van de positie van vrouwen in de maatschappij.
Tegelijkertijd ging de levensverwachting in grote delen van de wereld rap vooruit. In Nederland worden mensen nu gemiddeld bijna 82, in Japan zelfs 85. Met de oudste bevolking ter wereld is Japan inmiddels het schoolvoorbeeld van de vergrijzing. Dat is ingewikkeld, omdat een hoger percentage ouderen de druk op de zorg en de pensioenen opvoert, terwijl er door de slinkende beroepsbevolking minder handen zijn, én minder mensen om die pensioenen te betalen. In de jaren zestig betaalden negen werkenden in Japan voor één gepensioneerde, tegenwoordig zijn dat er slechts twee.
Toch is het lastig om het effect van de vergrijzing tussen landen te vergelijken, merkt Van Dalen op, omdat landen er anders mee omgaan. De Japanse regering merkte de grijze golf twintig jaar geleden al op en probeert sindsdien ouderen onder meer via subsidies te stimuleren om tot latere leeftijd te werken. Ook het beperkte pensioen, de norm om tot hoge leeftijd productief te blijven en het feit dat mensen gezonder oud worden, maken volgens Van Dalen dat het land procentueel meer werkende 65-plussers telt dan Nederland.
Het stationaire ideaalbeeld is dus ver weg. En de bevolkingssamenstelling in die richting bewegen, is geen eenvoudige opgave. De eerste ‘knop’ waaraan overheden kunnen draaien in een poging de demografie bij te sturen, is migratie. Zo kondigde de Spaanse regering eind 2024 aan de migratieregels te versoepelen, in de hoop arbeidsmigranten aan te trekken die de tekorten op de arbeidsmarkt kunnen vullen en meehelpen de pensioenen te betalen. „Migratie lijkt heel effectief, omdat je relatief jonge mensen binnenkrijgt die de verzorgingsstaat kunnen stutten”, zegt Van Dalen.
Daar komen wel meteen de politieke verhoudingen om de hoek kijken. De linkse regering van Spanje sprak veel openlijker over die versoepeling van de regels voor migranten dan de regering-Meloni, die de afgelopen drie jaar ook een recordaantal van 450.000 arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie naar Italië probeerde te halen. Om een confrontatie met haar radicaal-rechtse achterban te voorkomen deed premier Meloni dat zo stilletjes mogelijk.
Een vrouw staat met haar baby in een kinderwagen bij een door Rusland gebombardeerd gebouw en een door granaatscherven verwoeste auto in Kyiv
In Beijing, China, duwt een persoon een oudere voort in een rolstoel
Toch is migratie geen wondermiddel dat je aan en uit kunt zetten, zegt Van Dalen. Door het vrije verkeer van personen hebben landen binnen de Europese Unie weinig vat op (arbeids)migratie. „Nederland is een klein land, het risico bestaat dat voorzieningen in de knel komen, bijvoorbeeld op de woningmarkt”, zegt Van Dalen. Die onvoorspelbaarheid zit het ideaal van een stationaire bevolking in de weg.
Bovendien veroorzaakt migratie een probleem in het land van herkomst. In verschillende Oost-Europese landen, zoals Roemenië, Polen en Bulgarije, lopen dorpen op het platteland leeg door emigratie. Van Dalen: „Die plekken hebben te maken met een combinatie van bevolkingskrimp en vergrijzing”. De bevolkingsgrafiek van de Verenigde Arabische Emiraten laat ook duidelijk zien dat migratie grote verstoringen kan brengen: de economie leunt op voornamelijk mannelijke arbeidsmigranten, waardoor er in de leeftijdscategorie 30-34 ruim twee keer zoveel mannen als vrouwen zijn.
Het geboortecijfer doen stijgen tot de vervangingswaarde is effectiever om dat stationaire model te bereiken, maar dat laat zich niet zomaar sturen, ook omdat het gaat over de vrijheid van vrouwen en koppels om te kiezen voor een kind. Toch wagen veel (lokale) overheden een poging. Sardinië, dat met gemiddeld 0,91 kinderen per vrouw het laagste geboortecijfer van Italië telt, biedt gezinnen die naar een kleine gemeente op het eiland verhuizen 600 euro per maand voor het eerste kind en 400 euro voor alle volgende kinderen, tot ze vijf jaar zijn.
De Griekse regering kondigde vorig jaar aan een belastinghervorming in te voeren met een belastingkorting voor gezinnen, nadat het land al in 2020 een eenmalige babybonus en een maandelijkse kinderbijslag invoerde. Het Kremlin biedt Russische gezinnen hypotheken met lagere rentes, Donald Trump introduceerde een eenmalige bijdrage van duizend dollar per kind, gestort op een spaarrekening met belastingvoordelen. De Amerikaanse president wil zo graag meer geboortes, dat hij zichzelf vorig jaar de „bevruchtingspresident” noemde.
Zussen Tukummeq (1) en Eva-Vera (2) zitten samen in een kinderwagen in Nuuk, Groenland.
De Hongaarse premier Viktor Orbán – die sinds 2015 iedere twee jaar de Boedapest Demografische Top organiseert – heeft maatregelen ingevoerd die nog verder gaan: moeders van drie of meer kinderen zijn voor de rest van hun leven vrijgesteld van inkomstenbelasting. Orbán stelt zich hierin overigens ideologisch op, oplossingen met betrekking tot migratie zijn voor hem uitgesloten. „We hebben geen aantallen nodig, we willen Hongaarse kinderen”, zei hij in 2019 in een controversiële toespraak.
„Demografen zijn sceptisch over dit soort economische prikkels”, zegt Van Dalen. „In het beste geval zorgt het voor een tijdelijke opleving van het geboortecijfer, maar het zorgt niet voor een structurele verandering.” Zij zien volgens hem meer heil in stabiel langetermijnbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van verlofregelingen en kinderopvang. Dat geldt bijvoorbeeld in Scandinavische landen. Van Dalen: „Zij hebben hun verlofregelingen en de relatie werk-privé beter voor elkaar, maar ook dat is geen garantie voor succes.”
De bevolkingsgrafieken van Denemarken en Zweden komen aardig in de buurt van het pilaarvormige ideaal, maar zijn ondanks hun langetermijnbeleid niet immuun voor de demografische problemen. Ook zij kampen met vergrijzing en een dalend kindertal. In Noorwegen, waar het geboortecijfer van 1,98 in 2009 naar 1,40 in 2023 daalde, lijkt de grafiek al meer op een ui.
Pogingen om het geboortecijfer te beïnvloeden kunnen ook te ver gaan. „Bevolkingsbeleid via de weg van dwang mag natuurlijk nooit”, zegt Van Dalen. China’s jarenlange eenkindpolitiek is daar het bekendste voorbeeld van. „Een menselijk drama”, noemt Van Dalen het. En nu de Chinese bevolking voor het vierde jaar op rij gekrompen is, neemt de regering opnieuw vergaande maatregelen. In de hoop het geboortecijfer omhoog te krijgen, moeten Chinezen sinds 1 januari 13 procent btw betalen over condooms en andere voorbehoedsmiddelen.
Invloed uitoefenen op het geboortecijfer is dus vaak ingewikkeld, weinig effectief en als er dwang aan te pas komt onwenselijk. Maar dat het geboortecijfer moeilijk te beïnvloeden is, betekent niet dat het nooit meer zal veranderen, zegt Van Dalen. Hij wijst erop dat vijftig jaar geleden nog werd gevreesd voor een exploderende wereldbevolking. „Misschien kijken we over vijftig jaar ook weer heel anders naar de zorgen over bevolkingskrimp en vergrijzing.”
Vijftig jaar geleden werd nog gewaarschuwd voor een exploderende wereldbevolking, nu kampen veel landen met bevolkingskrimp en vergrijzing, al zijn de regionale verschillen groot. Hoe gaan landen om met een steeds ouder wordende bevolking? En waarom is het zo moeilijk om het geboortecijfer omhoog te krijgen? In deze serie gaat NRC op zoek naar de problemen en oplossingen rondom demografische verschuivingen.
Vrouwen duwen hondenbuggy’s over de stoep in Seoul. Zuid-Korea heeft het laagste geboortecijfer ter wereld.
Source: NRC