Maandag debatteert de Kamer over de bezuinigingen op de NPO en de compensatie door meer reclamezendtijd. Kamerlid Mohammed Mohandis (GL-PvdA) gaat er dwars tegenin en wil dat het aandeel reclame juist verlaagd wordt.
is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
De slachtoffers van de bezuinigingen op de publieke omroep werden de afgelopen maanden bekend. Onder meer van Zomergasten, Kassa, Rail Away, NOS Studio Voetbal, Andere tijden, 3 op reis, Van Roosmalen & Groenteman, Metropolis, Draadstaal, Opium op Oerol, Man en kunst zullen na 2026 geen nieuwe tv-afleveringen worden gemaakt. Het schrappen van de programma’s levert volgens de NPO een bezuiniging van zo’n 90 miljoen euro op.
Is de gifbeker voor de NPO nu zo’n beetje leeg? Of sneuvelt straks nog een reeks titels? Die vragen hangen boven het mediadebat van maandag, het eerste met de nieuwe Tweede Kamer.
Een van de twistpunten zal het zogenaamde ‘amendement-Bontenbal’ zijn. Eind 2024 diende CDA-leider Henri Bontenbal een amendement in waardoor de NPO, bovenop de eerder door het kabinet-Schoof opgelegde 106 miljoen euro, nog eens 50 miljoen euro wordt gekort, op een totale begroting van 980 miljoen euro. De betrokken partijen spraken af dat de NPO de extra bezuiniging mocht opvangen door meer reclame te genereren.
Gouke Moes, de minister van Onderwijs, Cultuur en Media (BBB), heeft nu toegestaan dat de NPO van de 50 miljoen euro er zo’n 12 miljoen mag terugverdienen door het maximale aandeel reclame op televisie te verhogen: dat gaat van 8 procent van de totale zendtijd naar 10 procent. Moes wil de reclamemogelijkheden van de NPO niet verder verruimen, omdat dat ten koste zou gaan van de inkomsten van private mediapartijen.
‘Een flutuitkomst’, zegt Mohammed Mohandis, Kamerlid van GroenLinks-PvdA, in zijn kantoor. ‘Dit leidt alleen maar tot een verdere commercialisering van de publieke omroep.’
De partij van Mohandis staat buitenspel bij de onderhandelingen over de vorming van het nieuwe kabinet, die worden gevoerd door D66, CDA en VVD. Maar die partijen hebben in zowel de Tweede als Eerste Kamer lang niet genoeg zetels om hun plannen goedgekeurd te krijgen. Deals met GroenLinks-PvdA, dat twintig zetels heeft in de Tweede Kamer en veertien in de Eerste, liggen voor de hand.
Maandag gaat Mohandis, met acht jaar naast PVV’er Martin Bosma de langstzittende mediawoordvoerder van de Kamer, bepleiten dat het aandeel reclame op de publieke omroep juist omláág moet, naar 5 procent van de totale zendtijd. ‘En ik ga voorstellen dat het amendement-Bontenbal, een visieloze bezuiniging, wordt teruggedraaid. Die 50 miljoen moet terug naar de publieke omroep, anders verdwijnen nog meer belangrijke programma’s.’
Hoe realistisch is het dat u daar een meerderheid voor vindt? Henri Bontenbal, indiener van het amendement, speelt een cruciale rol bij de vorming van het nieuwe kabinet.
‘Het amendement-Bontenbal koppelt de bezuiniging expliciet aan extra reclamemogelijkheden voor de NPO. Nu blijkt dat de belofte aan de NPO niet wordt nagekomen – de NPO mag slechts een fractie van de bezuiniging compenseren – ga ik ervan uit dat Bontenbal zijn amendement zal terugdraaien.
‘Ik mag toch ook hopen dat de partijen die nu aan het onderhandelen zijn (D66, CDA, VVD, red.) een groter hart hebben voor de publieke omroep dan de partijen die in het laatste kabinet hebben gezeten (PVV, VVD, NSC, BBB, red.). Het zou toch gek zijn als het nieuwe kabinet het beleid van het vorige omarmt?
‘Zeker bij het CDA en bij D66 heb ik het gevoel dat ze weer bereid zijn te bouwen aan de publieke omroep en er weer op een positieve manier over te spreken. Wie de rechtse partijen er de laatste jaren over hoorde, hoorde vooral platte wrok.’
De publieke omroep wil tientallen miljoenen bezuinigen door onder meer omroepen samen te laten gaan in omroephuizen. Maar doordat de huidige omroepvergunningen tot 31 december 2028 lopen, kan die hervorming pas in 2029 ingaan, terwijl al vanaf 2027 bezuinigd moet worden.
‘De volgorde is totaal ondoordacht en verkeerd. De NPO wordt nu gedwongen om meer programma’s te slopen dan noodzakelijk is, alleen maar omdat ze die besparing nog niet kunnen realiseren. Dit is afbraakbeleid zonder oog voor hoe moeilijk het is om dingen te repareren nadat ze zijn afgebroken – ook door de moordende concurrentie van big tech. De NPO dreigt irrelevant te worden en dat is altijd slecht nieuws, maar zeker in een tijd waarin de democratie onder druk staat.
‘Dus zeg ik: ga niet plat 156 miljoen euro bezuinigen maar bespaar wel fors, en dan niet vanaf 2027 maar 2029, onder meer door via hervormingen het aantal bestuurders en toezichthouders te halveren en de bureaucratie te verminderen.’
Sommige omroepen lijken de noodzaak van die hervormingen niet echt in te zien. Tot ergernis van minister Moes konden ze het niet eens worden over de vraag hoeveel omroephuizen er moesten komen en welke omroepen daarin zouden samenwerken. Sommige vrezen hun identiteit te verliezen.
‘Ik hoop dat Hilversum ook doorheeft dat het centraal stellen van je eigen omroep een achterhoedegevecht is. De kijker interesseert de kwaliteit van de programmering.
‘Ik geloof in de noodzaak van een breed medialandschap met een sterke NPO en ben bereid mijn nek uit te steken om daar samen met omroepen aan te bouwen. Maar als ze er in Hilversum niet zelf uitkomen over de hervorming, gaat de Tweede Kamer de knopen doorhakken en worden ze een speelbal van de politiek. De tijd van het navelstaren is voorbij.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant