Home

Wat de machthebbers ook proberen, Iran zal de helden die strijden en sterven voor vrijheid nooit vergeten

Het Iraanse regime probeert het verhaal van de vrijheidsstrijders, vroeger én nu, te verdraaien, en zich de symbolen van verzet toe te eigenen. Volkskrant-journalist Mina Etemad ziet dat dat niet lukt. Half februari verschijnt haar persoonlijke boek De zangvogel, waaruit dit een bewerkte passage is.

schrijft voor de Volkskrant over theater en podcasts.

Op mijn netvlies staan beelden van plassen bloed op de straten van Teheran. Sinds een aantal weken vermoorden de troepen van het islamitische regime talloze burgers die demonstreren voor hun rechten. De grootste slachtingen vonden plaats op 8 en 9 januari, waarna mensenrechtenorganisatie HRANA bijna 5.500 doden heeft kunnen vaststellen, met daarnaast 17 duizend namen die ze nog moeten verifiëren. Het zijn niet te bevatten cijfers, maar voor mij zijn de slachtoffers allemaal individuen: ik reken de vrijheidsstrijders van het land waar ik geboren ben tot mijn naasten.

Het islamitische regime probeert de beeldvorming over de massamoorden naar zich toe te trekken: niet hun troepen, maar gewelddadige relschoppers en terroristen hebben burgers gedood, en Amerikaanse en Israëlische spionnen storten het land in chaos.

Als mensen de lichamen van hun geliefden terug willen krijgen, moeten ze vaak rond de 5.000 euro – het equivalent van twee tot drie jaarsalarissen – betalen, of documenten ondertekenen waarin staat dat hun kind lid was van de Basiji, de paramilitaire organisatie van de Islamitische Republiek. Zo wil het totalitaire bewind de moorden verhullen en ervoor zorgen dat het volk de doden niet als helden kan eren.

Bloedende tulpen

Dat kapen van het narratief doet het regime al bijna vijf decennia lang, sinds de Islamitische Republiek werd opgericht na de revolutie van 1979. Sjah Mohammad Reza Pahlavi regeerde daarvoor met harde hand, waardoor Iraniërs uit onvrede de straat op gingen. Sommigen van deze veelal jonge mensen hadden religieuze of politieke ideologieën, anderen verlangden slechts naar een betere toekomst. Maar allemaal streden ze voor vrijheid.

Als jongeman behoorde mijn vader (nu 67) ook tot de demonstranten. Op 8 september 1978 bevond hij zich tussen duizenden andere demonstranten op Meydane Jhaleh, een plein in Teheran. Daar zag hij hoe de soldaten van de sjah hun wapens op de menigte richtten en begonnen te schieten – slechts enkele meters van hem vandaan vielen mensen neer. Voor zover bekend zijn er die dag zestig tot honderd mensen vermoord, en raakten er zo’n driehonderd gewond.

Na de revolutie, waarbij Ruhollah Khomeini zichzelf als geestelijk leider positioneerde, verdraaide het nieuwe islamitische regime de gebeurtenissen. Ayatollah Khomeini beweerde dat de slachtoffers van die 8ste september eensgezind achter een islamitische revolutie stonden en dat dat voor de sjah reden was om hen te vermoorden. Hun dood was niet nutteloos geweest, zei de recent geïnstalleerde geestelijk leider, maar stond in dienst van de nieuwe koers van het land. Op dat plein waren zielen heengegaan die hun leven hadden gegeven voor een islamitische staat. Voortaan zou dat plein Meydane Shohada, het Martelaarsplein, heten.

Vanaf die tijd gebruikte het nieuwe bewind rode tulpen als symbool voor martelaren, vanwege de eeuwenoude betekenis die die bloemen in zich dragen. De dichter Ferdowsi schreef in de 10de eeuw het epische gedicht de Shahnameh, waar een verhaal in staat over de held Siavash. Tijdens een gevecht werd hij gedood en daar waar zijn bloed de grond raakte, groeiden er tulpen vanuit de aarde omhoog.

Eeuwen later, tijdens de Constitutionele Revolutie, tussen 1905 en 1911, schreef muzikant Aref Qazvini een lied waarvan een van de regels luidt:

از خون جوانان وطن لاله دمیده
‘Uit het bloed van de jongeren van het thuisland ontspruiten tulpen’

Tijdens die revolutie werd de monarchie vervangen door een constitutionele staat, wat door de tegenwerking van de toenmalige sjah moeizaam en bloederig verliep. Qazvini schreef het lied ter nagedachtenis aan de jongemannen die in die periode werden vermoord terwijl ze vochten voor een eerlijker, geëmancipeerder politiek systeem waarin zij meer zeggenschap hadden.

Martelaarschap

Het lied is sindsdien door allerlei muzikanten uitgevoerd. Decennialang zongen artiesten hun versie van het nummer en brachten zo de revolutionaire geest ervan tot uiting. Vanaf de jaren zestig weerde de sjah het lied, dat uit gruwelijkheden schoonheid laat bloeien, van de radio en televisie en werd het alleen in besloten kring gezongen. Desondanks kende bijna elke Iraniër het uit het hoofd.

Na de revolutie van 1979 eigende het nieuwe regime zich het lied over de tulpen toe. Ze lieten hun versies door de tv of door luidsprekers bij bijeenkomsten schallen, en herdachten zo ‘hun’ slachtoffers, van de revolutie of van de Irak-Iranoorlog (1980-1988).

Ook maakte het regime posters met de beroemde zin uit het lied erop om het martelaarschap te verheerlijken. Rode tulpen waren overal op propagandabeelden op straat of op tv te vinden. Zelfs het nationale embleem van de Islamitische Republiek Iran is een tulp: vier sikkels stellen de bloemblaadjes voor en verwijzen naar Allah, de rechte lijn in het midden stelt een zwaard voor – Allah is voor hen machtig en gewelddadig.

Op het Martelaarsplein prijkt nog steeds een groot standbeeld van een rode tulp. Sinds mijn 6de wonen mijn ouders, zus en ik in Nederland, maar tijdens mijn bezoeken aan Iran ben ik regelmatig langs deze tulp gelopen.

Hoezeer het regime ook trachtte het verhaal naar zich toe te trekken, mijn vader weigerde daar net als veel anderen in mee te gaan. Als hij het lied hoorde, herdacht hij degenen naast wie hij had gevochten, die voor hem niet de martelaren van het regime waren, maar helden die voor vrijheid streden.

Een denkbeeldig concert

Nu, na bijna vijf decennia onderdrukking, verzetten mensen zich steeds krachtiger tegen de totalitaire beeldvorming van de staat. Nooit hebben ze zich de symboliek van tulpen uit handen laten nemen.

Een jaar geleden nog bekeken miljoenen mensen binnen en buiten Iran een onlineoptreden van muzikant Parastoo Ahmadi, die, net zomin als elke andere vrouw in Iran, niet in het openbaar mag zingen. Maar in de video staan zij en haar band voor een karavanserai, een oude overnachtingsplaats voor karavanen, op een groot Perzisch tapijt opgesteld. Ahmadi’s onbedekte haren wapperen in de wind en haar elegante jurk met spaghettibandjes accentueert haar blote armen en schouders – ze tart het regime door de zedigheidsregels voor vrouwen te overtreden.

‘Concerte farzi’, zo noemt Ahmadi dit evenement, een denkbeeldig concert. Alsof ze voor zich ziet hoe er een menigte voor haar staat en ons aanmoedigt ons dat ook in te beelden. Het is de eerste keer in haar leven dat ze een optreden geeft, zegt ze in de video.

De band speelt een halfuur lang een aantal nummers, en sluit af met het lied van Aref Qazvini over de bloedende tulpen van het thuisland. Hoewel ze het niet expliciet benoemt, voelt iedere Iraniër die deze video ziet dat Ahmadi het zingt voor de ruim vijfhonderd slachtoffers van de ‘Vrouw Leven Vrijheid’-protesten uit 2022. Massa’s mensen gingen toen de straat op nadat de 22-jarige Jina Mahsa Amini om het leven was gekomen door geweld van de moraliteitspolitie.

Parastoo Ahmadi werd enkele dagen na haar optreden opgepakt, maar kwam vrij door internationale ophef en door een geldsom te betalen.

De echo van pijn

De afgelopen weken is er een ongekende hoeveelheid bloed vergoten op de straten van Iran. Weer zijn de jongeren van het thuisland doorboord met kogels. Degenen die het staatsgeweld overleven zullen zich, net als mijn vader, misschien decennia later nog herinneren hoe hun kameraden stierven.

Onder video’s van de protesten of van de slachtoffers is regelmatig Ahmadi’s versie van het lied over de tulpen te horen, als eerbetoon aan diegenen die niet hadden mogen sterven. Filmmaker Reza Salsany schreef onder zo’n video: ‘Het geluid van dit lied is de echo van de pijn van de verbrande generatie die overeind blijft staan.’

Hoezeer het regime ook de duizenden slachtoffers als terroristen wil aanmerken, het volk ziet ze als de helden die ze waren: mensen die de straat op gingen voor hun eigen vrijheid en die van hun landgenoten. Hun onvrijwillige offer zal altijd de schoonheid van een ontluikende bloem in zich dragen.

En nog steeds zijn mensen bereid te demonstreren, al weten ze dat ze het misschien niet zullen overleven. Hoe lang het onrechtvaardige geweld van het regime zal voortduren is niet te zeggen, maar uit het bloed van de jongeren die sterven zullen tulpen blijven ontspruiten.

De zangvogel

De Iraans-Nederlandse Mina Etemad (38) kwam op haar 6de met haar ouders naar Nederland. Ze werkt als journalist en podcastmaker en is theater- en dansjournalist voor de Volkskrant. Dit is een bewerkte passage uit haar boek De zangvogel - Over Iran, ontheemding en een schuldgevoel dat nooit verdwijnt, dat op 17/2 verschijnt bij uitgeverij Thomas Rap.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next