Home

Opera ‘Het sluwe vosje’ wekt een prachtige dierenwereld tot leven, die ook voor kinderen goed te volgen is

Opera Het sluwe vosje van Janácek is bij de Nederlandse Reisopera een genot om te zien. Én prima te volgen, ook voor kinderen: toneelschrijver Jibbe Willems maakte een aanstekelijke nieuwe vertaling van het tijdloze dierenverhaal. De cast is uitstekend, met een geweldige Laetitia Gerards in de titelrol.

Laetitia Gerards als het sluwe vosje.

Opera

Het sluwe vosje van Janácek door Nederlandse Reisopera & Phion. Regie: Rennik-Jan Neggers. Muzikale leiding: Pieter-Jelle de Boer. Gehoord: 24/1 Amare Den Haag; tournee t/m 14/2. Info: reisopera.nl

Wat wordt er toch volop gecopuleerd in de natuur! „Lekker smerig,” watertandt het Vosje nog voordat ze zelf van de liefde heeft geproefd. Iedereen doet het, seks is de as waar de kringloop van het leven om draait, dat steken ze niet onder stoelen of banken in Leos Janáceks Het sluwe vosje. De productie door de Nederlandse Reisopera, speciaal hertaald door Jibbe Willems, ging donderdag in Enschede in première, de tweede uitvoering was zaterdag in Den Haag.

Er is in Het sluwe vosje nauwelijks sprake van de gebruikelijke opera-intrige. Het vosje (Laetitia Gerards) wordt gevangengenomen door de boswachter (Jasper Leever), ze ontsnapt, trouwt met vos Goudpels (Polly Leech), krijgt héél veel kleine vosjes en wordt doodgeschoten door een stroper. Waarna nieuwe generaties vosjes en kikkers en muggen hun moment in de zon beleven. Het is een dierenverhaal waarin de dieren nu eens geen slechtvermomde mensen zijn, maar dieren, ongebonden door onze ideeën over moraal, verraad en permanent smachten.

In de regie van Rennik-Jan Neggers, met decor van Sebastian Hannak en kostuums van Sarah Mittenbühler, is de dierenwereld een lust voor het oog: zeer gestileerd en toch speels. Tijdens het voorspel van de eerste akte maken alle dieren even hun opwachting, alsof ze willen laten zien hoe mooi ze zijn, en hoe treffend ze bewegen (‘bewegingsregisseur’ Virág Dezsö verdient een pluim). Alles heeft z’n eigen tijd, zoemend, schuifelend, springend. Het vosje is het vlaggenschip van de parade: kont naar achter, kopje naar links, naar rechts, en weg is ze.

In de eerste akte blijft de vloer verder leeg, later zakt er een woud van kale stammen omlaag. Het effectieve lichtplan (Alex Brok) zorgt voor de rest: dag en nacht, het verglijden van de seizoenen. Het contrast met de detaillering in de kostuums zorgt voor een kraakhelder podiumbeeld.

Toch een écht operaplotje

Extra leuk: in deze uitvergrote dierenwereld wordt Nederlands gesproken. Dat maakt de opera ook voor kinderen te volgen, al blijft een incidentele blik op de boventitels noodzakelijk. Voor Jibbe Willems geendroge letterlijkheid, hij spreekt een wendbaar Nederlands, dat even origineel als geloofwaardig alledaags klinkt. De hond, over zijn sombere aard: „Daarom werd ik kunstenaar.” Of de mug, stekend: „Gadverdamme, dat is zalig!”

Het Vosje spant de kroon, wanneer ze het kippenkoor aanspoort toch eens op te staan tegen die onverzadigbare ellendeling van een haan. „Sisterhood! Baas in eigen cloaca!” Er wordt wat verdwaasd gekakeld, maar dan knauwt het Vosje de hanenstrot al door. Op haar vlucht bijt ze ook nog wat hennetjes dood. Dit Vosje wil best even spreekbuis zijn voor menselijke idealen en akkefietjes, maar daarna vreet ze wel gewoon de kippen op. Tot woede van de boswachter, die een obsessie met haar ontwikkelt.

Het zeer gestileerde en toch speelse decor van Sebastian Hannak is een lust voor het oog.

Janáceks melodieën zijn dicht op de spraak geschreven en veel ruimte om een mooie klank te maken krijgen de zangers niet. Maar voordracht en spel van de omvangrijke solistencast zijn veelal uitstekend, met Huub Claessens in een glansrol als stroper. Het koor van kleine vosjes (Reisopera Kinderkoor) is vertederend. Orkest Phion begeleidt verdienstelijk, al verlang je soms naar een wat donkerdere laag of, zoals bij de korte treurmuziek voor het Vosje, een mystieke gloed.

Stiekem zit er tóch ook een echt operaplotje in het stuk verstopt. De treurige schoolmeester (Mark Omvlee), neurotisch slokjes nemend van zijn bier, is hopeloos verliefd op de vrijgevochten Terynka. Net als de totaal geblokkeerde pastoor (Martijn Sanders) trouwens. Én de boswachter. Terynka, die we niet te zien krijgen, is een menselijk vosje, beeldschoon en ongrijpbaar. De drinksessies van de mannen in het woud zijn vanuit het perspectief van de dieren lachwekkend. Uiteindelijk gaat de stroper er met de trofee vandoor: hij schiet het overmoedige Vosje af en geeft de pels aan Terynka, die hem draagt tijdens hun huwelijk. Ziedaar hoe het de vrijheid vergaat: gedood of in ketens. En de natuur haalt glorieus haar schouders op.

De dierenkostuums van Sarah Mittenbühler zijn prachtig. En onder leiding van ‘bewegingsregisseur’ Virág Dezsö bewegen de dieren zeer treffend.

Het Vosje maant het verrukkelijke kippenkoor in opstand te komen tegen de haan.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next