Van Ibrahimovic tot Van der Vaart en Steijn, Van Persie en Van den Belt. Zonen van profs treden uit de schaduw van hun vader. Of niet.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Als Maximilian Ibrahimovic (19) op maandag 19 januari zijn debuut maakt als prof bij Ajax, pakweg 25 jaar na zijn legendarische vader Zlatan, gebeurt er iets op de tribunes. Sommige toeschouwers zijn speciaal voor hem naar Jong Ajax – Roda JC gekomen.
Wat kan hij? Stel: hij wordt net zo beroemd als zijn vader. Dan zijn de mensen hier op De Toekomst bij zijn debuut geweest. Alleen al de naam maakt nieuwsgierig. Ibrahimovic. Sommige toeschouwers lachen als hij eenmaal voetbalt. Hij is niet bovenmatig snel en sommige aannames van de bal zijn wat ongelukkig. Hij krijgt de gele kaart. Ploeggenoten vinden hem niet zo makkelijk in combinaties.
Hij werkt hard, dat zeker. En een kwartier is ook te kort voor een oordeel. Kijk naar Zlatan zelf: die had het ook moeilijk in het begin bij Ajax, al liet hij met bepaalde acties wel meteen zien welk onwaarschijnlijk talent in dat lange lijf school.
Of dat niet vervelend is, altijd Ibrahimovic zijn, met hetzelfde beroep als vader? ‘Ik ben hier om mij te zijn’, zegt Maximilian bijna filosofisch tegen ESPN, in een glazen hokje voor interviews, in de hoek naast het veld. Tegenover de Volkskrant benadrukt hij die zienswijze. Hij lacht, met zachte trekken.
Zlatan was de Bosnisch-Kroatische straatjongen uit de moeilijke wijk Rosengard in Malmö met het uit duizenden herkenbare accent uit een gangsterfilm. Voetbal was zijn reddingsboei. Maximilian is de in weelde opgegroeide zoon, meer gelijkend op zijn moeder, fotomodel Helena Seger, wier naam eerder op zijn shirt prijkte. Hij is ook kleiner dan zijn pa (‘11 centimeter’), die ondanks zijn slungelige lengte een wonderlijke techniek had.
Hij krijgt applaus en een extra stevige hand van trainer Willem Weijs na zijn invalbeurt. Hij zegt: ‘Ik ben Maximilian. Nee, de naam Ibrahimovic geeft geen extra druk. Het is ook mijn naam.’ Hij wil plezier maken en genieten van Amsterdam, en hard werken. Hij is een rechtsbenige linksbuiten, ‘maar ik ben niet bang om links te gebruiken. Ik val aan. Een aanvaller moet goals maken en assists geven. Ik wil me ontwikkelen en mijn best doen.’
Hij wil vooral zichzelf zijn, maar bij Ajax is dat lastig. De media-afdeling geeft hem een speciale behandeling. Alleen al door zijn naam is hij in commercieel opzicht interessanter dan menig andere voetballer van Jong Ajax, een voordeel dat wegvalt als blijkt dat hij de benodigde kwaliteiten mist.
Tal van media plaatsten al foto’s, van Rafael van der Vaart en Zlatan Ibrahimovic, met hun jonge koppies van toen, gecombineerd met hun zonen Damian en Maximilian. Op het eerste gezicht hebben de zonen minder talent, maar ja, de vaders waren ook wel heel goed. Zij maakten ruzie met elkaar in hun jeugd. Dat is nu sowieso anders. Trainer Weijs: ‘Ze gaan juist goed met elkaar om. Ze trekken naar elkaar toe.’ Ja, ook Damian van der Vaart speelt bij Jong Ajax.
Weijs is benieuwd. Maximilian is voor altijd gekoppeld aan de naam Ibrahimovic. Weijs: ‘Wij willen ons heel graag vastklampen aan een verleden dat goed was. De zonen zijn ook een verwijzing naar een mythisch, romantisch gevoel. Vlinders in de buik en verwachtingen. Geweldig voetbal.’ Maar hij zegt ook: ‘Vergelijkingen helpen deze jongens niet. Het liefst schrijven ze hun eigen verhaal.’
Natuurlijk, ze genoten hun opvoeding in een omgeving van topsport. Ze weten wat ze te wachten staat. Ze kregen misschien eerder een kans in een jeugdafdeling van een topclub dan een kind zonder beroemde voetbalvader. Weijs: ‘Ze hebben dingen gezien die ze helpen om op dit niveau te komen. En de vader houdt meestal van zijn zoon. Op zo’n moment is één plus één twee.’
Maar dan, als het talent zijn neus aan het venster drukt, verdwijnt het voordeel. Dan kan het soms een nadeel zijn. Dan komen de vergelijkingen. De zoon is beter. Nee, ben je gek? Vader was veel beter. Dat geldt voor tal van zonen, van Mark van Bommel, Patrick Kluivert, Andwélé Slory, Joris Mathijsen, Joseph Oosting, Ruben Schaken, Martijn Meerdink, Pierre van Hooijdonk of Robin van Persie. Zelfs bij Ronald Koeman junior, een doelman, trekken ze vergelijkingen met zijn vader, al is het maar om de gave traptechniek.
Het publiek in De Kuip floot van afkeuring toen vader Van Persie vorige week zijn zoon Shaqueel liet invallen, thuis tegen Sparta, bij de stand 0-2. Topschutter Ayase Ueda was niet helemaal fit, Casper Tengstedt bewees opnieuw een matige spits te zijn en Feyenoord had dringend doelpunten nodig. Ach gut, nu brengt hij zijn zoon om zichzelf te redden, was de stemming in het stadion. Pathetisch.
Maar zie: Van Persie maakte onder deze druk twee goals, eentje achter het standbeen langs en een fenomenale omhaal. Wie zulke doelpunten kan maken, is sowieso een goede voetballer. Normaliter was dit hét verhaal van de week geweest, maar omdat Sparta alsnog won, kwamen de beschouwingen over de doelpunten er bekaaid vanaf.
Vader zei wel: ‘Het waren twee mooie goals. Ik was blij voor mijn zoon. Ik heb hem die omhaal vaker zien maken. Heel erg verrast was ik niet. Hier droomt een jonge speler van, scoren in De Kuip. Hier hebben we het ook heel vaak over gehad samen.’
Maar ja. Sparta won. Trainer Maurice Steijn van Sparta versloeg zoon Sem van Feyenoord, in de alomtegenwoordigheid van vaders en zonen in het voetbal. Skye Vink, zoon van oud-prof Marciano, voetbalde maandag ook met Jong Ajax tegen Roda.
Sparta huurde afgelopen week de 19-jarige Jaden de Guzmán van PSV, in principe voor de Jong-ploeg. Het zou theoretisch kunnen dat hij binnenkort in één elftal speelt met zijn vader, al wil de 38-jarige Jonathan daarover nu niet praten, omdat hij zich eerst wil concentreren op volledige fitheid.
Het vrouwenvoetbal is nog te jong voor heroïsche verhalen over moeder en dochter, maar bij de mannen is de bijzonderheid al bijna niet meer speciaal. Danny Blind was eens bondscoach toen zoon Daley een blunder beging in Turkije en Nederland de kansen op plaatsing voor het WK van 2018 zag vervagen. Later gaf Danny toe dat hij de zichtbaar aangeslagen Daley misschien had moeten wisselen. Hij deed het niet. Vader was daarentegen ongekend trots na de geweldige pass van junior tegen Spanje, op het WK van 2014, waaruit Robin van Persie zijn wonderlijke doelpunt met het hoofd maakte.
De vader heeft het beste voor met zijn zoon, en andersom ook meestal. Gerald van den Belt, vroeger rechtsbuiten bij PEC Zwolle en later actief in tal van directiefuncties in het voetbal, zag snel dat zijn zoon meer talent had dan hijzelf. Maar toch. Thomas was 19 en zijn contract bij PEC Zwolle liep af. Het was de vraag of hij ging doorbreken.
‘Misschien moet je toch eens aan een opleiding denken’, adviseerde Gerald hem. ‘Maar Thomas zei dat hij het gevoel had dat zijn doorbraak dichtbij was. Kort daarna belde trainer Dick Schreuder, met de mededeling dat Dean Huiberts corona had en Thomas moest spelen tegen Willem II. PEC won, Thomas scoorde twee keer. Anderhalf jaar later ging hij naar Feyenoord.’ Nu speelt hij bij FC Twente.
Wat Van den Belt wil zeggen: al die adviezen zijn welgemeend, maar er komt ook geluk bij kijken, en het karakter van het kind. Als het dan gaat lopen, is het geweldig en romantisch, en schrijven verhalen zich vanzelf. Schrijver en oud-prof Jan Mulder weet nog dat hij op Kaalheide in Kerkrade achter het doel stond, toen zoon Youri zijn eerste doelpunt maakte voor FC Twente.
‘Van Bussum naar Kaalheide gereden. Het stadion zag er wat haveloos uit, maar opeens werd de avond wonderschoon. Ik stond bijna alleen, achter het doel. Youri kopte de bal geweldig in de bovenhoek.’ Nog steeds is het lastig voor Jan om het geluksgevoel van toen te omschrijven.
Mulder had geen vader die goed kon voetballen. Zijn pa was druk, vroeger in Winschoten. Hij werkte nog op zaterdagochtend, tijdens het jeugdvoetbal van Jan. ‘Mijn moeder was mijn publiek bij WVV. Zij had er ook verstand van.’
Mulder genoot later intens van het voetbal van zijn zoon. Het was ook een leerschool. ‘Wat je als ouder moet leren is om niet meteen na de wedstrijd kritisch te zijn. Youri zat dan gewassen en gekamd in de auto en dan stelde ik zo’n vraag als: waarom gaf je die bal niet?’ En dan, in de aanloop naar een bulderende lach: ‘Maar wie wil uiteindelijk nou niet de zoon zijn van Ibrahimovic, Van der Vaart, of van Jan Mulder?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant