Girlhood In de populaire cultuur is meisje zijn iets zoets, puurs en magisch. Maar het is óók een dwingend ideaal waar vrouwen van alle leeftijden nauwelijks aan kunnen ontsnappen, ziet Kelli van der Waals.
Eimear Lynch, Girls’ Night, 2023.
In de zomer bevind ik me vaak op een Italiaans strand, waar ik gefascineerd het jaarlijkse schouwspel van de lokale tienermeisjes aanzie, dat geheel samenhangt met hun unieke, tijdelijke vorm. Ze hebben al wel de boezem en de billen die in onze cultuur worden verafgood, maar nog niet de vollere buik en ledematen die aan dat ideaal afdoen. Hun mannelijke leeftijdgenoten denken dat ze er voor altijd zo uit zullen zien, en misschien hebben ze die indruk zelf ook. Er zit iets van macht in die vorm, en die moet gezien worden.
Dus bewegen ze zich opzichtig over het strand, in groepjes. Ze schreeuwen en schateren, dartelen gespeeld hulpeloos door zee, trekken hun bikini omstandig recht, positioneren zich gedrieën op één handdoek. De jongens voegen zich ernaar, al hun bewegingen verhouden zich tot die meisjes. Een enkele volwassen man kijkt gretig (en ietwat ongepast) mee. Zo ontstaat een soort krachtenveld waarmee de meisjes het hele strand overnemen. Pas als ze kakelend, poserend, lachend via de branding het strand verlaten, keert de rust terug.
Margaret Atwood vroeg eens aan vrouwelijke studenten waar ze het bangst voor waren, als het op mannen aankwam. „Dat ze ons vermoorden”, zeiden ze. Toen ze dezelfde vraag stelde aan een mannelijke vriend over vrouwen, was het antwoord: „Dat ze ons uitlachen.”
De gedachte aan die Italiaanse strandmeisjes diende zich aan bij het zien van ‘Meisjes met witte kousen’, een schilderij uit 1912 van de Vlaming Léon Spilliaert. Een groepje van vijf meisjes, op de rug bezien. Witte kousen onder hun jurken, strikjes in hun lange haren. Je kan ze bijna horen fluisteren, giechelen, over dingen die alleen zij begrijpen. Hun onuitgesproken verbond is iets waar de kijker niet bij mag, het is alleen van een afstand te aanschouwen.
Ze zijn anders dan de adolescenten op het Italiaanse strand: liever, jonger en veel zachter. Maar ook hier zit er iets krachtigs in dat samenklitten – iets wat je door dat kleine, gezichtsloze voorkomen bijna over het hoofd zou zien. De populaire cultuur richt zich nu eenmaal liever op de strikjes en de kousjes, en (later) de boezem en de billen. Om van een afstandje te bekijken en geld aan te verdienen.
Spilliaerts schilderij maakt deel uit van een tentoonstelling die juist dichtbij wil komen en de ervaring van meisjes centraal stelt: GIRLS in het Antwerpse MoMu, over de verbeelding van ‘girlhood’ en de invloed van het idee van ‘het meisje’ op de beeldcultuur. Daarin zijn meisjes steeds in groepjes te zien. In de Parijse banlieues (Céline Sciamma’s film Bande de filles); Ierse tienerkamers vol make-upspullen (op foto’s van Eimear Lynch); Britse schoolgangen en winkelstraten (foto’s van Nancy Honey) en aan de randen van de Braziliaanse samenleving (door de lens van Leticia Valverdes).
En de zusjes Lisbon uit Sofia Coppola’s verfilming van The Virgin Suicides (Jeffrey Eugenides, 1993), voor wie een hoofdrol in de Antwerpse tentoonstelling is weggelegd. Coppola’s dromerige film – ik keek hem nog even terug – zit vol blote meisjesbenen die tegen elkaar leunen en met posters behangen slaapkamers waar boekjes, cosmetica, en een enkel stuk speelgoed rondslingeren.
Het sfeertje van Coppola zie ik momenteel gespiegeld in mijn eigen huis, waar een zesjarig meisje woont. Dankzij haar kan ik in real life aanschouwen hoe zoet en rauw en creatief het meisjeszijn is, hoe aanbiddelijk. Opeens vallen me alle dingen op die speciaal voor meisjes gemaakt zijn, de stukjes wereld die voor hen zijn uitgehouwen. De kleren, schoenen, vlechten, de diertjes, dansjes, naar elkaar geschreven briefjes. De opwinding en de woede, de ennui. De ogen waarmee ze naar anderen kijkt, en anderen naar haar. Hoe ze in de spiegel ook graag naar zichzelf kijkt – naar haar gave huid, bruine ogen en roze mond – maar de adoratie niet helemaal onvoorwaardelijk is. Soms zijn er zaken die haar niet bevallen.
Voor de meeste vrouwen is het een moeizaam proces om het meisjeszijn achter zich te laten. ‘Vrouw’ zeggen, over mezelf of leeftijdsgenoten, is iets wat ik mezelf echt heb moeten opleggen, oefenen. Ik was toen al een dertiger. Bespottelijk natuurlijk, maar we leven ook wel in een wereld die nogal gehecht is aan meisjes. Zie alleen al de afgelopen jaren, waarin consumptie-aanwakkerende microtrends ons aanmoedigden om ons steeds als een ander meisje voor te doen. Op TikTok en Instagram ging het bijvoorbeeld over de ‘brat girl’, de ‘tomato girl’, de ‘vanilla girl’; over ‘barbiecore’, ‘bimbocore’ en ‘mermaidcore’ en was er recent sprake van een behoorlijke obsessie met strikjes.
Micaiah Carter, Adeline in Barrettes, 2018.
Onder die vlugge hypes ligt een langdurige culturele meisjesfetisj, met wortels in allerlei tijdperken. De vroege jaren 2010, bijvoorbeeld, toen opeens allemaal series verschenen met het woord ‘girl’ in de titel, over millennials die worstelden met opgroeien.
Of spoel wat verder terug, naar eind jaren tachtig. Op de drempel van de derde feministische golf, toen eetstoornissen onder meisjes hun lichamen verhinderden verder te groeien, zoals de Amerikaanse feministische schrijfster Naomi Wolf in 1991 beschreef in The Beauty Myth, over de sociale druk van het schoonheidsideaal. Meisjesachtige kleding met franjes en tierlantijnen waren de mode. Kort erna zouden de atletische, ongelofelijk goedbetaalde supermodellen van weleer worden ingewisseld voor de ielige minderjarige meisjes met wie de ‘heroin chic’-look werd gepopulariseerd.
Die fetisj heeft een nogal dwingende uitwerking op vrouwen. „Er is maar één norm voor vrouwelijke schoonheid toegestaan: het meisje”, schreef Susan Sontag al in 1972. „Waar mannen mooi worden gevonden als jongen en als man, en voor zichzelf een zwaardere, ruwere schoonheidsnorm kunnen accepteren, dienen vrouwen gaaf en klein te blijven om voor mooi door te kunnen gaan.”
De norm werd alleen maar strenger naarmate vrouwen verder kwamen in hun gelijkheidsstrijd. De mode van extreem dunne lijven en uiterst girly kleding zijn voorbeelden van wat de derdegolf-feministen de ‘backlash’ noemden: als reactie op nieuwe verworvenheden voor vrouwen, werden op andere vlakken de teugels juist aangehaald. Vrouwen deden daar zelf niet altijd even moeilijk over, dankzij de postfeministische gedachte dat de vrouwenstrijd gestreden was en ze nu konden gaan doen wat ze leuk vonden.
Veel van hen zijn toen in hun badkamers beland, hard aan het werk om zichzelf naar die norm te kneden. Met antirimpelcrèmes, make-up, haarverf en gewichtsverliesproducten. Ze lijden honger, laten in zich snijden en prikken. Steken enorme hoeveelheden tijd, geld, energie en aandacht in er zoveel mogelijk uitzien als een meisje – arbeid waar door de schoonheidsindustrie miljarden aan wordt verdiend, en die het toch al ongelijke speelveld tussen mannen en vrouwen nog verder kantelt. Meer nog voor vrouwen van kleur, want het meisje van de norm heeft een lichte huid.
Door al dat harde werk blijft er weinig tijd over om samen te klitten, anderen uit te lachen. Vrouwen maken zichzelf tot meisjes zoals die eeuwenlang deel uitmaakten van de westerse kunstgeschiedenis: braaf, passief, machteloos. „In tijden van backlash zijn de muren van de populaire cultuur behangen met plaatjes van ingeperkte vrouwen”, aldus Susan Faludi in haar feministische standaardwerk Backlash.
Rond het millennium werd nog een extra dimensie aan dat keurslijf toegevoegd: seks. De mode liep hierin voorop (iets waar de MoMu-tentoonstelling overigens niet echt op ingaat). In 1990 brak de toen zestienjarige Kate Moss door als model dankzij een covershoot waarin ze naakt en topless verscheen. Twee jaar later was ze wederom topless te zien, in een inmiddels beroemde Calvin Klein-campagne met Moss en acteur Mark Wahlberg. Het maakte haar een breekbaar jong icoon van een nieuw soort vrouwelijkheid, schrijft de Britse criticus Sophie Gilbert in haar recentelijk verschenen boek Girl on Girl, over hoe deze jaren beïnvloedden hoe vrouwen naar zichzelf en elkaar keken.
De seksualisering van meisjes werd hierna snel de standaard, en ingezet om mode, kunst, spullen en muziek te verkopen – ook aan de meisjes zelf.
Zo kwam het dat ik als veertienjarige voor het eerst Britney Spears zag, op de ochtend van een slaapfeestje. De videoclip van ‘Baby One More Time’ was net uitgekomen, TMF kon er geen genoeg van krijgen. Met een groepje meisjes zaten we in slaapzakken op de grond van de woonkamer, high van de slapeloosheid, en bekeken keer op keer hoe Spears (toen zestien) haar heupen bewoog alsof ze in een stripclub werkte. Pippi Langkous-vlechtjes en een pruillip, een bruine, platte buik en een duidelijk zichtbare bh. Een meisje verkleed als een vrouw verkleed als een meisje – maar zo zagen we dat toen niet. We hadden ook geen besef dat hier de lat werd geponeerd waarlangs we als meisjes onze waarde zouden afmeten.
Britney luidde het tijdperk in van blote buiken en whale tails (strings die als walvisstaarten boven de lage heupbroeken van vrouwen uitstaken); van massaal gevolgde cursussen paaldansen (nadat Moss paaldanste in een videoclip van de White Stripes); van wat de Amerikaanse journaliste Ariel Levy in 2005 ‘raunch culture’ doopte in haar boek Female Chauvinist Pigs. Female, want de vrouwen deden er zelf aan mee.
De Brazilian wax kwam op: de volledige verwijdering van schaamhaar, zodat vrouwen vulva’s kregen als meisjes. De populaire cultuur draaide schaamteloos om beeldschone, ongepast jonge, sexy meisjes – in films, liedjes, mode en magazines. In het jaarlijkse ‘Women We Love’-nummer van Esquire was standaard een lijstje opgenomen van kindsterren, onder de kop ‘Vrouwen op wie we bereid zijn te wachten’. Onder andere Kirsten Dunst, ster van The Virgin Suicides, kreeg als dertienjarige deze twijfelachtige eer.
Het kwam allemaal voort uit de mogelijkheden die in de jaren negentig waren geschapen, schrijft Gilbert, „om vrouwelijke seksualiteit te commercialiseren voor winst”. Porno was hierbij de inspiratie en de leidraad.
Pas halverwege de jaren 2010 begon deze status quo te wankelen. MeToo maakte de enorme schaal van seksueel grensoverschrijdend gedrag zichtbaar, en stelde de heersende seksuele mores aan de kaak. Ook de bodypositivity-beweging kreeg momentum: in de populaire cultuur, sociale media voorop, was soms iets anders te zien dan kleine, dunne, witte meisjes.
Toch is de afgelopen jaren de norm van het meisje alleen maar dwingender geworden – er is een nieuwe, straffe culturele wind gaan waaien. Gilbert schreef haar boek omdat ze zag hoe, met het terugdraaien van het abortusrecht in de VS, de opkomst van de tradwife, Andrew Tate, en het opnieuw seksualiseren van vrouwen, de boel wel weer erg op de jaren rond 2000 was gaan lijken.
Tegelijk worden vrouwen voortdurend handvatten aangereikt, om niet te zeggen opgedrongen, om zich tot meisje te maken. Make-uptutorials helpen hen zich leeftijdslozer te schminken. Influencers die als goede vrienden voelen, adviseren technieken en producten die verjonging zouden brengen. En cosmetische chirurgie wordt normaler gevonden en is makkelijker bereikbaar dan ooit. De grote steden zijn gevuld met knusse pandjes waar je vroeger een pedicure liet doen, maar nu ook even gauw een paar botoxinjecties kan laten zetten. Vrouwen van eind twintig zien zich gesteld voor de kwestie ‘babybotox’: wel of geen preventief prikje laten zetten?
Vanuit Amerika horen we ondertussen over de uiterst geavanceerde facelifts van de rich and famous, aan wie steeds lastiger te zien is wat aan hun gezicht is gedaan. De kosten zijn ongeveer een ton – voldoen aan het ideaal van eeuwig meisjesschap is altijd een kwestie van privilege geweest.
Ook achter de ode aan het meisjesschap op sociale media gaat een dwingend keurslijf schuil, daar hoef je niet eens heel goed voor te kijken. De mediterrane jarenvijftig-esthetiek van de tomato girl was voorbehouden aan jonge, witte, superslanke vrouwen met een zongebruinde huid. De vanilla girl was een variant van hetzelfde, in een winterse, beige setting. Bimbocore was gewoon een herhaling van de ‘raunch’ van de jaren 2000. Met deze meisjesmicrotrends wordt niet alleen veel troep en fast fashion afgezet, maar vooral ook dezelfde ideologie verkocht waar de schoonheidsindustrie al decennialang zijn miljarden uit haalt.
Op dezelfde socials worden de meisjes van vroeger hard beoordeeld, nu ze ouder zijn. Claire Danes, die beroemd werd als übermeisje Juliet in de film Romeo + Juliet (Baz Luhrmann, 1997), speelt nu als veertiger een fenomenale rol in de Netflix-serie The Beast in Me. Maar op TikTok richt het gesprek over Danes zich op de vraag of er voor haar een Snapchat-filter is gebruikt dat je er ouder uit doet zien. Zo ontwend zijn we rimpels en gezichtsuitdrukkingen op het natuurlijk ouder geworden gezicht van een 46-jarige.
Ondertussen worden meisjes op grote schaal uitgekleed met behulp van AI-programma’s en groeit de populariteit van AI-vriendinnetjes en seksbots, die zijn gemodelleerd naar minderjarige vrouwen en gewillig doen wat hun gebruiker wil. Zonder tegenspraak, zonder samenklitten, zonder uitlachen.
Jim Britt, Sisters, 1976.
Mijn dochters meisjesschap vult me met bewondering, maar ook met zorgen. De wereld heeft zich op veel vlakken geopend voor meisjes, en is tegelijk op een geniepige manier beperkend geworden. Dat is terug te zien in onderzoeken waaruit blijkt dat bijna de helft van de meisjes angstig of ongelukkig is, en veel piekert. De eetstoornissen en zelfverwondingen nemen toe, en de sterke daling van mentale gezondheid onder jongeren de afgelopen twintig jaar is bij meisjes veel groter dan bij jongens.
Daarvoor worden uiteenlopende oorzaken genoemd, maar de term ‘sociale media’ klinkt bijna altijd. De nieuwe, geïntensiveerde manieren van kijken en vergelijken die daarmee werden geïntroduceerd, hebben het meisjeszijn grondig veranderd.
Het is als een korset dat steeds strakker wordt aangetrokken, niet in de laatste plaats door partijen die er goed geld aan verdienen. Zo hadden we het twee jaar geleden opeens over ‘Sephora kids’: prepubers die zich, aangespoord op TikTok, naar de parfumerie haastten om huidverzorgingsproducten aan te schaffen voor hun ‘skincare routine’. Vorig jaar verscheen in de VS een huidproducten-merk dat zich richtte op meisjes vanaf 7. „Start young”, stond op de dozen waarin hun producten werden verstuurd. Afgelopen november was er controverse rond actrice Shay Mitchell, die een kinder-huidverzorgingslijn had gelanceerd: gezichtsmaskertjes verrijkt met vitamine B12, te gebruiken bij kinderen vanaf 3 jaar.
Je kan niet vroeg genoeg beginnen met het afwenden van de ramp die het einde van je meisjeszijn betekent, zeggen deze producten. Maar dat haalt wel meteen alle plezier eruit, en de onbevangenheid zonder welke er geen echt meisjesschap is.
In de kerstvakantie passeerde ik zo’n mani-pedicurezaak waar ze ook botox doen. Naast de ingang stond een uitklapbord waarop het ‘Curated for Christmas Menu’ werd aangeprezen: „Moisturizing Lip Filler € 250; Brow Lift € 230; Forehead & Frown € 219”. Achter het raam zat een meisje van een jaar of tien met beide handen op een tafeltje, haar voeten raakten maar net de grond. Een vrouw in wit uniform lakte haar nagels.
Heel gezellig en onschuldig, maar je zag het ook al uitgestippeld: het pad van hier naar duur betaalde onzekerheid, waarop je nooit klein, jong en sexy genoeg bent – behalve misschien een enkele zomer op het strand.
Het is mooi en o zo nodig dat het MoMu de ervaring van meisjes centraal stelt, serieus neemt en de kracht en de magie ervan laat zien. De meisjestijd is veelzeggend en van belang, zowel op individueel als sociaal vlak. De vraag die blijft hangen is: welk verhaal komt erna? Want de magie van het meisje bestaat bij de gratie van haar tijdelijkheid. De belofte van het meisjeszijn, is dat je eruit mag groeien.
De tentoonstelling GIRLS. Over verveling, rebellie en opgroeien is tot 1 februari te zien in het MoMu in Antwerpen.
Source: NRC