DEN HAAG - Inmiddels ontvangt Kooman's Poppentheater in Den Haag de vierde generatie kinderen. Al sinds de jaren 60 worden in een woonhuis in het Statenkwartier en op locatie voorstellingen gegeven. Dat maakt het theater 65 jaar oud, maar ze gaan er zeker niet met pensioen. Sterker nog, er is net flink wat geld opgehaald voor een nieuwe voorstelling, die volgende maand in première gaat.
'Er is hier inmiddels iemand die met haar achterkleinkinderen komt en hier zelf als klein meisje al voorstellingen bezocht', vertelt Arjan Kooman (58) trots aan Omroep West.
'Zo zijn er veel meer. Ze kunnen zich dan ook nog vaak dingen herinneren van vroeger, dat is hartstikke leuk.' Het theater speelt ook voor volwassenen, maar richt zich toch vooral op de jeugd van vijf tot elf jaar.
Zijn vader Frank begon vlak na de Tweede Wereldoorlog als poppenspeler en opende in 1960 zijn eigen theater, eerst in de Galileïstraat en later aan de Frankenstraat.
'Ik woonde met mijn ouders en mijn broer Joost boven het theater, dus ik ken het pand op mijn duimpje', zegt hij. Het theater biedt ongeveer plek aan honderd mensen.
'Het is een heel intiem theater en erg kleinschalig. Daar ligt ook onze kracht.' Het betekent ook dat Arjan eigenlijk een manusje van alles is, vertelt hij.
Naast directeur is hij ook poppenspeler, decorbouwer, de man die limonade inschenkt in de pauze en degene die zelf aan nieuwe poppen en verhalen werkt.
'Er gaan heel veel uren in zitten en ook heel veel vrije tijd, ja. Je moet echt wel gek op dit vak zijn. Als je niet gepassioneerd bent, lukt dit niet.'
Die passie kreeg hij mee via zijn vader, al werd er geen enkele druk op hem uitgeoefend om het theater over te nemen. 'Dat ging eigenlijk vanzelf, heel organisch.'
'Omdat wij erboven woonden, was ik er wel heel erg bij betrokken. Als kind zat ik altijd achter de schermen en ik mocht ook meekijken als mijn vader muziek ging opnemen of nieuwe poppen aan het maken was. Mijn broer Joost was er ook altijd bij, hij componeert inmiddels de muziek bij mijn voorstellingen.'
Arjan wist niet wat hij wilde worden en ging journalistiek studeren. 'Ik heb een tijdje als freelance journalist gewerkt, maar ben uiteindelijk toch poppenspeler geworden. Ik wist het eigenlijk al wel, maar zat er gewoon te dicht op om het te kunnen beseffen', zegt hij in retrospectief. 'Dus in 1995 ben ik alsnog poppenspeler geworden.'
Toen zijn vader in 2011 overleed - hij speelde bijna tot zijn dood door - nam Arjan het poppentheater over. 'Daar heb ik nooit spijt van gehad.'
Wat er zo leuk aan is? 'Zoals wij het doen, is het heel afwisselend qua werkzaamheden. Het ene moment speel je een voorstelling, dan maak je decors en poppen en een ander moment ben je weer bezig met de techniek.'
Dat is nog niet alles. 'Ik ontvang ook het publiek en maak met iedereen een praatje. Wilt u een kussentje, kunnen de kinderen het goed zien, vraag ik dan.'
Een man van 58 die met poppen speelt, dat klinkt misschien gek voor sommige mensen. 'Daar ben ik inmiddels wel aan gewend hoor. En trouwens, er zijn vreemdere beroepen, toch?' Kooman heeft het na al die jaren nog steeds naar zijn zin in het theater.
'We hebben klein team, je moet overal een klein beetje verstand van hebben. Dat is af en toe hectisch, maar tegelijkertijd ook het leuke eraan.'
Er zijn meestal drie poppenspelers. 'Ik ben de vaste poppenspeler en dan zijn er nog twee assistenten die rouleren. Soms de een, soms de ander. Nu staat er een vacature open.'
Dat klinkt interessant, wat moet je daarvoor kunnen? 'Nou, mensen denken vaak: oh leuk, poppenkast spelen. Een beetje met die poppen zwaaien, dat kan iedereen wel. Maar er komt echt meer bij kijken.'
'Je moet een rol met verve kunnen spelen. Je hebt ook muzikaal gevoel nodig. Je hoeft geen virtuoze muzikant te zijn, maar je moet 'het' wel in je lijf hebben.'
Want als poppenspeler doe je ook allerlei bewegingen. 'We gaan vaak op reis met het theater en hebben geen technicus of roadie. Dus we moeten met die kleine ploeg zelf het hele theater opbouwen, de techniek aansluiten en het is ook sjouwen.'
Hij vervolgt: 'Maar het belangrijkste is dat je echt wel iets met poppen of met theater hebt. Dit is niet hetzelfde als in de horeca werken of bij een supermarkt, het is minder vrijblijvend.'
Je moet natuurlijk ook goed kunnen omgaan met kinderen. 'Ik vind zelf natuurlijk ook niet alle kinderen leuk, maar wel het spontane. Ze zeggen soms hele rake en wijze dingen. Andere keren lopen ze heel hard te schreeuwen, dat gebeurt hier ook weleens.'
'Tja, dan moet je alle trukendozen opendoen om het in goede banen te leiden. Maar de meeste kinderen reageren heel primair, dat is juist heel leuk. Ze nemen alles aan', glimlacht Arjan.
Volgens hem wordt het lastig een kandidaat te vinden. Maar hij hoopt er misschien eentje te vinden tussen de 'kinderen van toen'. Kooman: 'Ja, voor hen heeft het destijds soms toch wel wat betekend, misschien zit daar nog een kandidaat tussen.'
'Dat is ook het mooie, dat je in kindergeheugens iets plant. Maar dat doe ik niet bewust, hoor. We maken iets wat we zelf leuk en mooi vinden en doen we heel erg ons best voor.'
Kinderen kunnen dat ook wel echt waarderen, zegt de poppenspeler. 'Die zijn niet op zoek naar diepe boodschappen. We hoeven ook niets steeds te vernieuwen of moderner te worden. Dat doen we wel, maar dat is niet ons grootste doel. We maken vrij simpele verhalen die toch blijven hangen bij kinderen.'
Wasco de wasbeer is daarin steeds wel de hoofdfiguur. 'Die heb ik gemaakt rond 2000. Alweer 25 jaar geleden. Eigenlijk was hij niet bedoeld als hoofdfiguur. Hij speelde lekker voor ons en sloeg aan bij het publiek.'
Dat is eigenlijk altijd de werkwijze, vertelt Kooman. 'Het is niet zo dat we van tevoren dingen bedenken en het doorzetten. Het is meer trial and error, op alle gebieden. Zowel met het verhaal als met de karakters.'
Inmiddels zijn er wel honderd verschillende poppen en twaalf voorstellingen, allemaal met hun eigen verhaal en karakters.
'Daar hebben we ook allemaal poppen van, die staan in de opslag. Elke voorstelling heeft twee koffers, daar kunnen we alles zo uithalen en weer terugzetten. Mijn vader had ook nog een stuk of twintig voorstellingen, maar die zitten eigenlijk allemaal nog opgeborgen. Die heb ik niet meer gespeeld.'
Is dat misschien te confronterend? 'Nee, maar het is toch iets heel eigens. Mijn vader sprak ook alle stemmen van die poppen.'
'Dus als je daar iets mee wilt, moet je gaan zitten morrelen aan al die karakters en die op jezelf betrekken, iets van jou meegeven. Ik heb zoveel bewondering voor wat hij gemaakt heeft, daar moet ik niet mee gaan zitten knoeien.'
Toch wordt er nog veel naar gevraagd. 'Wanneer gaat u Slik de Slak weer eens spelen? Of Egeltje Punaise? Dat waren wel hele leuke voorstellingen ja, daar blijven ze altijd naar vragen', lacht hij.
Maar nu is het dus vooral Wasco de Wasbeer die in het volle licht staat. En die speelt Arjan altijd hoogstpersoonlijk.
'Of hij op mij lijkt? Nou, in elke pop zit wel iets van jezelf. Wasco is een beetje avontuurlijk en een beetje stout. Maar hij helpt ook wel heel braaf andere dieren. Dat avontuurlijke herken ik wel in mijzelf.'
'Ik hoef niet naar het andere eind van de wereld, maar wil toch wel toch steeds weer nieuwe dingen proberen en niet al te serieus door het leven gaan.'
Maar toch moet het soms, bijvoorbeeld als er geld moet komen voor een nieuwe voorstelling. 'Het theater loopt altijd wel goed en we redden het altijd al zonder structurele subsidie, maar een nieuwe voorstelling maken kost wel veel geld.'
'Ik moet er zelf veel tijd insteken, je kunt in die periode dat je bezig bent ook geen voorstellingen spelen en is er een heel team van creatieve mensen bij betrokken.'
'De oudste is 80, de jongste is 18 en zij moeten allemaal worden betaald. Gelukkig hebben we een projectsubsidie gekregen van de gemeente Den Haag en van een paar fondsen.'
Ook werd er online een crowdfunding gehouden. 'We hadden 5000 euro gevraagd, voor de opnames van de muziek en we zitten al over de 6500 euro, dat is hartstikke leuk. Daar betalen we de musici van, die de muziek gaan inspelen.'
De nieuwe voorstelling heet De wandelende hoed. Kooman: 'Kinderen zeggen dan niet: een hoed kan niet wandelen. Een olifant kan in het poppentheater net zo groot zijn als een muis, dat is het leuke eraan. Op zo'n nieuwe voorstelling broed ik altijd heel lang. Dat duurt soms wel anderhalf jaar. Langzaamaan ontstaat dan het verhaal.'
Waar gaat dat met die hoed over? 'Ik wilde al heel lang iets doen met familie van Wasco de Wasbeer. Toen dacht ik: een neef van hem gaat trouwen. Dus we zien een hele wasberenfamilie die naar een trouwfeest toegaat.'
'Die hoed hoort bij de bruidegom. Het is een helpende hoed. Hij beschermt iemand of brengt een dier tot een inzicht, of geeft zelfvertrouwen.'
Nieuwe voorstelling of niet, voor Kooman komt het pensioen toch wel voorzichtig in zicht. Blijft het poppentheater ook in de toekomst open, misschien zelfs als familiebedrijf?
'Ik heb drie kinderen, die zijn nu op een leeftijd dat ze zelf ook nog niet weten wat ze willen. Twee studeren, eentje zit op de middelbare school. Bij mij was het ook zo dat ik toen met hele andere dingen bezig was, dat is ook goed.'
Maar toch zou het hem niks verbazen als één van de drie de boel overneemt. 'Maar misschien gebeurt dat wel niet. Daar ben ik vrij nuchter in, maar ik zou het wel jammer vinden als het zou eindigen. Maar ik zou er niet enorm van balen. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar.'
'Ik kwam onlangs weer eens terug in Utrecht, waar ik jaren heb geleden een tijdje heb gewoond. Daar zijn ook allemaal kleine eenmanszaakjes verdwenen, ontdekte ik. Dat is nou eenmaal gewoon de realiteit.'
Source: Omroep West Den Haag