De accijns op benzine is sinds 1 januari verder omhooggegaan en ligt nu op 84,5 cent per liter. Dat is 5,6 cent meer dan eind vorig jaar en 2,1 cent meer dan begin 2022, vlak voor de energiecrisis. Opvallend is dat de tijdelijke korting op de benzineaccijns officieel nog steeds geldt, maar dat automobilisten in de praktijk toch al meer accijns betalen dan vóór de crisis. Zonder die korting zou de accijns zelfs nog 15,5 cent per liter hoger liggen.
Volgens ANWB-woordvoerder Jasmijn Dielesen komt dit door het Nederlandse systeem van automatische indexatie. Nederland is het enige Europese land waar de overheid de brandstofaccijns elk jaar koppelt aan inflatie. Daardoor stijgt de accijns vanzelf mee met de prijzen, zelfs als er politiek geen extra verhoging wordt besloten. De afgelopen tweeënhalf jaar had de accijns stap voor stap omhoog moeten gaan, maar die verhogingen zijn als het ware opgeslokt door de tijdelijke korting. In theorie had de accijns per 1 januari ongeveer 21 cent per liter hoger moeten liggen dan op het oude niveau.
De tijdelijke korting werd ingevoerd in april 2022, kort na de inval van Rusland in Oekraïne. De energieprijzen schoten toen omhoog en de regering greep in om tanken iets minder duur te maken. De accijns op benzine ging toen met 17,3 cent omlaag, naar 65,1 cent per liter. Omdat er over de prijs inclusief accijns ook nog btw wordt gerekend, daalde de pompprijs in de praktijk met ruim 20 cent per liter. Halverwege 2023 werd een eerste deel van die korting alweer teruggedraaid: in juli ging de accijns op benzine met 13,8 cent omhoog naar 78,9 cent per liter, wat door de btw doorwerkte als ongeveer 17 cent extra aan de pomp.
Het kabinet wilde de korting op benzine en diesel eigenlijk nog een jaar laten staan, maar dat bleek duur. Als de korting volledig behouden bleef, zou de staat zo’n 1,7 miljard euro aan inkomsten mislopen. Na Prinsjesdag volgde daarom alsnog een koerswijziging en werd besloten de korting verder af te bouwen. Per 1 januari ging de accijns op benzine met 5,6 cent per liter omhoog. Door het btw-effect kwam daar nog een paar cent bovenop en werd tanken aan het begin van dit jaar ongeveer 7 cent per liter duurder. Diesel en lpg werden ook geraakt, met accijnsverhogingen van respectievelijk 3,5 en 1,5 cent per liter. Het ministerie rekent voor dit jaar op zo’n 448 miljoen euro extra aan accijnsopbrengsten.
Toch is de korting nog niet volledig weg, en dat is geen toeval, zegt hoogleraar belastingen en openbare financiën Arjan Lejour van Tilburg University. Hij ziet dat er veel weerstand is tegen hogere brandstofprijzen, zeker omdat tanken in Nederland al duur is in vergelijking met buurlanden. De politiek kijkt daarom scherp naar de verschillen met België en Duitsland. Elke extra verhoging maakt tanken in Nederland minder aantrekkelijk voor mensen die makkelijk de grens over kunnen.
Dat effect is nu al duidelijk zichtbaar. Door de verhoging in januari liep het prijsverschil tussen Nederland en België verder op. Waar het eind vorig jaar nog rond de 36 cent per liter lag, is benzine in België nu gemiddeld zo’n 47 cent per liter goedkoper. Volgens Erik de Vries, directeur van branchevereniging NOVE, tanken Nederlanders daardoor steeds vaker over de grens. "Recent onderzoek laat zien dat al zo'n 13 procent van alle tankbeurten in het buitenland plaatsvinden. Daar hebben vooral tankstations in de grensstreek last van", zegt hij. Voor die ondernemers betekent elk cent verschil direct minder klanten.
De Vries noemt de brandstofaccijns "de Haagse honingpot". De inkomsten zijn zo groot geworden dat de overheid ze volgens hem niet zomaar kan missen of vervangen met een andere belasting. Tegelijk daalde de hoeveelheid getankte benzine in Nederland afgelopen jaar met ongeveer 6 procent. Dat komt deels doordat meer automobilisten in het buitenland tanken, maar ook doordat er steeds meer elektrische auto’s op de weg zijn, die helemaal geen benzine meer nodig hebben.
Volgens Lejour houdt het ministerie van Financiën er wel rekening mee dat hogere accijnzen ook nadelen hebben. Als de accijns stijgt, verschuift een deel van de tankbeurten naar het buitenland, waardoor de opbrengst minder hard stijgt dan het tarief zelf. Toch blijft de balans voor de staat positief, benadrukt De Vries. Hij schat dat de overheid door het weglekken van tankbeurten naar het buitenland weliswaar zo’n 50 miljoen euro aan accijns misloopt, maar dat de recente verhogingen per saldo nog altijd rond de 450 miljoen euro extra in de schatkist brengen. Voor de tankstations aan de grens is het beeld heel anders: zij zien hun klanten vertrekken en krijgen daar niets voor terug.
Source: Fok frontpage