Al twintig jaar trekt filosoof en polarisatie-expert Bart Brandsma het land door om wij-zijdenken te doorbreken. Toch begint zelfs bij hem de twijfel toe te slaan.
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Hij kent iemand die tussen twee vuren zit, vertelt filosoof en polarisatie-expert Bart Brandsma: familie in Israël, maar ook pro-Palestijnse vrienden hier. ‘Zelf zat ze in het midden, ze vertelde me: ik wil niet de ene kant op, en ook niet de andere. Maar wat ik in dat midden vooral voel, is uitputting.’
Mijmerend: ‘Want dat is het aparte. Als mensen die op de polen zitten het internet op gaan, krijgen ze energie. Ze worden gevoed, met filmpjes, memes, medestanders. Terwijl het midden er alleen voor staat.’
Bart Brandsma opzoeken in tijden van polarisatie, het is haast zoiets als te rade gaan bij een wijze, ergens op de top van een berg. De snelweg af, het platteland op, de waterlinies langs. Daar, onder aan een dijk, kun je hem vinden, in een knus huis met veel ongeverfd hout en een keukentafel waarop zijn vrouw Josette een thermoskan koffie neerzet.
En dan ís hij nog wijsgeer ook. Sociale en politieke filosofie, studeerde hij ooit. Maar het beroep filosoof trok hem nooit echt, vertelt hij. Te theoretisch, te abstract voor dagelijks gebruik. Dus werd hij journalist, voor Filosofie Magazine, en documentairemaker voor Amnesty en de Nederlandse Moslim Omroep. De wereld over, samen met zijn broer Thijs, destijds cameraman en regisseur.
Tot die noodlottige dag waarop aan gindse zijde van de oceaan twee vliegtuigen de Twin Towers binnenvlogen en ook zijn leven een ander beloop kreeg. In de golf van verwijdering die volgde, werd hij opeens de niet-moslim, daar bij de moslimomroep. Het wekte de filosoof in hem: ‘Wat ís dat eigenlijk, een niet-moslim? Ik heb er niet voor gekozen, ik heb er niets voor gedaan. En toch wás ik dat ineens. De wereld werd verdeeld in twee typen: moslims en niet-moslims.’
Een oud gevoel weekte het in hem los. Het onveilige gevoel van het schoolplein, uit zijn jeugd op het Overijsselse platteland. En hoe makkelijk mensen meegaan in maalstromen van gejoel en gejouw. ‘Ik werd niet gepest, zorgde altijd wel dat ik buiten schot bleef’, vertelt hij erover. ‘Maar ik heb toen wel geproefd wat groepsdynamiek is. Ik heb geleerd dat groepen mensen heel dom kunnen doen.’
De niet-moslim schreef er een boek over, De hel, dat is de ander. En raakte vanaf dat moment in de greep van het onderwerp dat nu, een kwarteeuw later, iedereen op de lippen bestorven ligt. Want wat ís toch die mysterieuze kracht die mensen uit elkaar drijft, ze naar polen duwt, en maakt dat ze elkaar verwrongen gaan zien, als kampen, als identiteiten – en niet meer als mensen?
Polarisatie, dus.
Zoals Brandsma het ziet, in een notendop: bij polarisatie verdeelt de mensenmenigte zich in polen, aangejaagd door ‘pushers’, en versterkt door de meelopers, die hij ‘joiners’ noemt. En wie niet kiest, zit al snel in het minder uitgesproken midden (‘the silent’, noemt Brandsma dat, in zijn managementachtige jargon). Een midden waar steeds sterkere ‘polarisatiedruk’ is vanaf de polen: kies nou eens positie!
‘De tegenpolen bestrijden elkaar, maar niet om elkaar te overtuigen’, verduidelijkt hij. ‘Ze hebben het stille midden op de korrel: dat is de doelgroep. Polarisatie draait dus niet om de polen. Het stille midden is de cruciale speler.’
Het is een schema dat hij twintig jaar geleden voor het eerst in grove vorm uittekende, ‘gewoon op een avond, aan mijn bureau, op zolder’, en waarmee hij sindsdien langs bestuurlijk, besturend en maatschappelijk Nederland trekt. Om aan burgemeesters, ambtenaren, wetenschappers, journalisten of politieagenten uit te leggen hoe deze vork in de steel zit. En hoe je je daar als ‘beroepsneutrale’ professional toe kunt verhouden en kunt proberen ‘de dynamiek van wij-zijdenken’ te doorbreken – onderwerp van zijn nieuwe boek Meesterschap in polarisatie.
In de media zien we u niet veel. Een bewuste keus?
‘Als je mijn model serieus neemt, dan zie je dat zichtbaarheid vooral iets van de polen is. Zo’n tien jaar geleden heb ik bedacht: als ik beweer dat het in het stille midden moet gebeuren, moet ik daar ook zijn, náást de mensen die daar staan. Dus ik kies mijn mediaoptredens met zorg.’
U heeft ook wind mee. Polarisatie is het gesprek van de dag.
‘Vaak hoor ik: tijdens corona is het zoveel erger geworden. Maar omdat ik al zo lang bezig ben, ben ik al veel eerder doordrongen geraakt van wat zich aan het aftekenen was. De periode rond 2015 bijvoorbeeld was in mijn ogen ook een belangrijk punt in de polarisatiedynamiek: het jaar van de aanslagen in Parijs, de tijd van IS.’
Wat opvalt, is dat er sinds de coronatijd twee elkaar wederzijds uitsluitende kampen beginnen te ontstaan. Zuilen bijna: de linkse mensen maken zich druk over klimaat, inclusiviteit en de opkomst van radicaal rechts, en trekken weg naar Signal en BlueSky. Het andere kamp maakt zich druk om immigratie en ‘woke’ en keert de reguliere media de rug toe.
‘Dat klopt. Maar de dominante wij-zij die daaronder zit, zou ik niet links-rechts noemen. Eerder elite-volk. Die is manifest geworden tijdens de coronacrisis, maar ik zag hem tien jaar geleden ook al.
‘De mensen die jij ‘links’ noemt, vaak bestuurders en leden van de cultureel-maatschappelijke bovenlaag, hebben absoluut niet het idee dat ze in een polarisatieschema op een pool staan. Ze hebben het idee: wij zijn weldenkend, dus wij staan in het midden. Maar intussen waren ze, met allerlei goede bedoelingen, alleen maar bezig hele groepen van zich te vervreemden. Door over lhbti te beginnen. Over klimaat, over… nou ja, eigenlijk alles wat tegenwoordig onder ‘woke’ valt.
‘Tel daarbij op de wolf, Zwarte Piet, vuurwerk, de verhoogde gasprijs, en het is: dit is wat ons wordt aangedaan. Er is veel voedingsbodem voor de elite-volkdynamiek, die zo is ontstaan. Gevaarlijk, want de geschiedenis laat zien: als de dynamiek elite-volk tevoorschijn komt, komen we in de gevarenzone.’
Hoezo?
‘Het volk en de elite leidt al snel tot een vocabulaire waarin er wordt gesproken over bloed en bodem, over eigenheid en Heimat, geboortegrond. Bij elite-volk worden al snel groepen op de korrel genomen die niet bereid zijn te denken in termen van patriottisme. Intellectuelen bijvoorbeeld, omdat die zeggen: ik ben niet trouw aan een land, maar aan ons intellectuele erfgoed, aan de ratio. Of Joden, die niet trouw zijn aan een land maar aan hun traditie of geloofsgrond.’
Het is nu net of progressief Nederland iets fout heeft gedaan. In een moderne, geëmancipeerde samenleving is het toch logisch dat we, bijvoorbeeld, het klimaat serieus nemen en minderheden de ruimte gunnen?
‘Ik beschrijf wat er gebeurt. Logisch of niet, moreel juist of niet. En dit is inderdaad het grote dilemma voor bestuurders. Wat moet je met je morele overtuiging, als je daarmee een groep die je ook mee moet krijgen van je verwijdert? De opdracht is dan in elk geval om méér te doen dan je morele gelijk uit te dragen.’
In essentie is uw antwoord: richt je op het midden, waar de polarisatie nog niet zo heeft toegeslagen.
‘Als je wilt depolariseren, ja. Voor mij is dat geen must. Polarisatie kan ook nuttig zijn. Sterke overtuigingen hebben we nodig om in beweging te komen, om ons te blijven ontwikkelen. Je moet vanaf een pool de status quo kunnen uitdagen, of je nu Extinction Rebellion bent of Farmers Defence Force.
‘Maar als je in die sterke overtuiging liefdeloos wordt of hardvochtig, dan gaat polarisatie schaden. Ik denk dat we daar allemaal wel een antennetje voor hebben. Soms hoor ik mensen met zoveel woorden zeggen: ik merk dat ik aan het radicaliseren ben.’
Wat geeft u het vertrouwen dat de koers ‘richt je op het midden’ ongewenste polarisatie kan tegengaan?
‘Ik zie in de praktijk dat mensen er gevoelig voor zijn. We kennen allemaal het fenomeen dat als mensen ingegraven zijn in hun stellingen, ze het idee hebben: wij worden niet gehoord. Als er dan iemand is die wel echt luistert, verdwijnt dat gevoel vaak naar de achtergrond. De dilemma’s van het midden benoemen werkt bijna bevrijdend.’
Dat klinkt nogal vaag. Heeft u een voorbeeld?
‘Ik denk dan aan 2022, toen Johan Remkes adviseerde over de impasse tussen boeren en overheid over stikstof. Remkes zei: ik wil jullie vertellen wat ik heb aangetroffen toen ik ging praten met de boerenwereld. Hij heeft toen het zinnetje uitgesproken: ik ben geschrokken van de wanhoop in de ogen van alleszins redelijk denkende mensen. Daarmee heeft hij echt iets verwoord dat voor die boerenwereld cruciaal is: val ons niet af, zie wie we zijn! Woorden geven aan wat mensen beleven, werkt bevrijdend.’
Kún je als bestuurder wel geloofwaardig zijn voor het midden? Een bestuurder vertegenwoordigt immers wel gewoon de macht.
‘Dat klopt. Het is lastig. Neem de coronatijd. Op de persconferenties destijds zag je dat zowel Hugo de Jonge als Mark Rutte op de positie van bruggenbouwer probeerde te gaan staan: heel rationeel uitleg geven, met instructies. Maar wat ze niet in de gaten hadden, was dat ze vanuit het standpunt van ondernemers helemaal niet het midden vertegenwoordigden. De zorg werd in hun ogen overbelicht, hun wereld juist ónderbelicht.
‘Wat ze ook hadden kunnen doen, was bewuster kijken naar: welke rolverdeling past hier? Rutte had meer leiderschap over het midden kunnen nemen, door ook de dilemma’s van het bedrijfsleven en andere sectoren in zijn verhaal mee te nemen.’
Hoe?
‘Een goed voorbeeld, waar ik ook zelf van leerde, is dat van de burgemeester van Etten-Leur, Miranda de Vries. Ze ging naar de horecaondernemers toe en vroeg: hoe staat het ervoor? Wat raakt jullie? En dan gewoon luisteren. Ze hoorde: mevrouw de burgemeester, weet u wat ons het meeste raakt? Dat iedereen denkt dat we er wel doorheen komen en schadeloos worden gesteld, terwijl mijn pensioen in deze crisis is verdampt.
Wat die burgemeester níét kon, was het voor ze oplossen, want extra geld had ze niet. Maar ze voelde wel aan: ik kan dit verhaal vertellen, laten zien wat voor offer deze mensen hebben gebracht. Zij hebben echt wel begrip voor hoe de zorg ervoor staat. Maar als het alleen gaat over de ic-capaciteit, dan gaan mensen voelen: mijn dilemma wordt niet gezien.’
U noemde eerder een andere splijtzwam: de wolf. Daar zijn alle kanten van de zaak denk ik uitentreuren belicht en besproken. Waarom is dit dan toch nog zo’n hete aardappel?
‘Omdat dit eigenlijk helemaal niet over de wolf gaat. Dit gaat weer over: elite-volk. Die gevoelsdynamiek houdt ons in haar greep.
‘Het leuke is: voor mijn praktijk ben ik afgelopen jaar in Slowakije geweest en in Tanzania. En daar zie je precies dezelfde dynamiek als hier. Alleen spitst het zich in Slowakije toe op de beer en in Tanzania op de olifant. In Tanzania heb je aan de ene kant de natuurbeschermers, de donoren en de buitenlandse ambassades, en aan de andere kant de plaatselijke bevolking die niet is gesteld op zo’n gewas etende olifant in je tuin. En in Slowakije draait het om de beer en is het: wij in onze regio Banská Bystrica tegen die Bratislava-cafémensen – daarmee bedoelen ze de havermelkcappuccino-elite.
‘Ik vind dat fascinerend. Het is kennelijk iets wat wereldwijd speelt.’
Benoemt u eens: wat zit erachter?
‘Nou, de elite wil toe naar een wereld die minder kunstmatig is, waar je in natuur kunt verkeren die nog écht de natuur is. En de volkse logica is: zelfbehoud, economische wetten. Ik moet hier mijn bedrijf runnen. En als ik een wolf tegenkom, schiet ik hem omver.’
Brandsma gebaart naar buiten en vertelt een anekdote, over hoe hij rond zijn huis een keer een ringslang zag. ‘Zo’n soort vinger die omhoogstak uit het water. Geweldig, zeg je vanuit natuurperspectief. Maar niet per se als je er wóónt. Ik ben geen held met dieren.’
Hoe kun je de polarisatie in de hand houden, rond zo’n emotioneel thema?
‘Ook hier denk ik dat het heel erg kan helpen om op zoek te gaan naar de dilemma’s van het midden. Wat staat hier nou echt op het spel? Je kunt natuur belangrijk vinden, maar hoe zit het intussen met mijn eigen veiligheid en die van mijn kinderen, als je een wolf kunt tegenkomen?’
‘Los je het dilemma op door dat te benoemen? Nee. Maar misschien kunnen we het wel beter hanteren.’
Nadeel van uw zoektocht naar het midden is dat de polen buiten schot blijven. Volkskrant-columnist Sander Schimmelpenninck betoogt vaak dat het juist ‘van levensbelang’ is dat het midden zich actief verzet tegen wat hij ziet als fascisme op de rechterpool.
‘Ik erger me aan mensen die zeggen: dat midden is slappe hap. Wat dat betreft heeft (de Roemeense schrijver en Holocaustoverlevende, red.) Elie Wiesel ons geen goede dienst bewezen, door na de Tweede Wereldoorlog te stellen: het ergste is onverschilligheid. Het is waar wat hij zegt en het klopt: in het midden zitten de onverschilligen. Maar er zitten ook heel betrokken mensen, die nu worden weggezet als onverschillig en van wie wordt gezegd: wie zwijgt, stemt toe.
‘Dit is weer dat fenomeen polarisatiedruk. Die polen vinden het heerlijk om het midden onverschillig te noemen. In het midden ben je schuldig! In het midden sta je aan de verkeerde kant van de geschiedenis! Die retoriek tettert ons tegemoet.
‘En als ik mijn persoonlijke voorkeur uitspreek: het is niet moeilijk om inktzwart te schrijven. Maar ik zoek in deze tijd liever naar mensen die perspectieven bieden, die hoop geven.’
Hoe moet het wat u betreft wél, aan de polen staan?
‘Neem activisten zoals Jerry Afriyie (voorman van Kick Out Zwarte Piet, red.). Die heeft een veel intelligentere aanpak. Hij heeft zijn tegenpool uitgedaagd, maar ook ontzettend veel gedaan om, vaak in de onzichtbaarheid, het gesprek te bevorderen, bijvoorbeeld door middelbare scholen te bezoeken. Zo heeft hij zowel het midden als doelgroep genomen als Nederland uitgedaagd.
‘En zijn slogan was ook niet: ‘Nederland is racistisch’ of zoiets, al was dat natuurlijk wel de impliciete boodschap. Hij zei: Nederland kan beter. In elk geval is Jerry uiterst succesvol geweest.’
Het huidige Amerika geldt als afschrikwekkend voorbeeld van volledig doorgeschoten polarisatie. Is daar nog iets aan te doen, denkt u?
‘Mijn model beschrijft precies was er gebeurt in de VS, inclusief een krimpend midden, en het aanwijzen van zondebokken. Wat daar gebeurt, is niet meer democratisch. De hele samenleving kantelt daar naar een stadium in polarisatie waarin iedereen instinctief, reflexmatig en uiteindelijk agressief op elkaar reageert. Daar ben ik wel beducht voor. Alles moet erop gericht zijn om daarbuiten te blijven. Ik zeg altijd gekscherend: als we in díé situatie komen, moet je mij niet bellen, dan weet ik het niet. Dan weet niemand het meer.’
Hoe gaat het verder nu het elite-volkdenken zich ook in Nederland heeft genesteld, denkt u?
‘Als ik eerlijk ben, kan ik daar wel somber van worden. Dit mechanisme is zelfversterkend, haast autonoom. Dat is eigenlijk waar we in zitten.’
Zijn er historische voorbeelden waarbij het weer wegebt?
‘Nee. De polarisatie gaan we niet oplossen. Maar je kunt dit wel hanteerbaar houden met elkaar, het kan weer minder scherp komen te liggen. Zolang je maar voldoende aandacht schenkt aan die verwaarloosde groep in het midden, en niet alleen aan de vijandbeelden van de ander. Als we dát maar doen, dan… zijn we er weer.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant