Home

Directeur Artsen zonder Grenzen: ‘Israël is bezig met een gecoördineerde campagne om ons zwart te maken’

Hulpverlening Directeur Karel Hendriks van Artsen zonder Grenzen spreekt zich uit over de Israëlische campagne tegen zijn organisatie. „Toegang voor hulpverleners tot conflictgebieden is geen gunst, maar een recht. Dat blijven wij benadrukken.”

Directeur Karel Hendriks van Artsen zonder Grenzen.

Het liefst zou Karel Hendriks er helemaal niet mee in de publiciteit treden. Want aandacht voor de lastercampagne tegen de organisatie waarvan hij directeur is, de Nederlandse tak van hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG), geeft die laster zuurstof. Maar het is ook belangrijk, zegt Hendriks, om te vertellen wat er gebeurt als zijn organisatie, net als 34 andere ngo’s, niet meer actief mag zijn in bezet Palestijns gebied (Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem), waar ze sinds 1988 opereert.

Cv Karel Hendriks

1986

Geboren in Amsterdam

2010

Studeerde culturele antropologie (bachelor) en internationale betrekkingen (master) aan de Universiteit van Amsterdam

2011

Onderzoeker bij VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR

2012

Master internationale ontwikkeling, Radboud Universiteit Nijmegen

2014

Coördinator ASKV, vluchtelingenorganisatie die zich inzet voor ongedocumenteerden, Amsterdam

2017

Medewerker Artsen zonder Grenzen in onder meer Irak, Jordanië, Nigeria, Bangladesh, Maleisië, Myanmar

2024

Directeur Artsen zonder Grenzen Nederland en adjunct-directeur Médecins sans Frontières

Israël kondigde in maart 2025 nieuwe regels aan voor de registratie van hulpverleningsinstanties. Zij worden onder meer verplicht om gedetailleerde informatie over hun medewerkers aan te leveren. Dit gaat vooral over Palestijnen: net als elders op de wereld werkt AzG in Gaza met 90 procent lokale hulpverleners. 

Deze registratie-eis duwt de organisaties in een onmogelijke spagaat. Voldoen ze aan die eisen, dan brengen ze mogelijk hun personeel in gevaar. Weigeren ze, dan riskeren ze dat ze niet langer levensreddende hulp aan Palestijnen kunnen verstrekken. Israël heeft de herregistratieaanvraag van AzG als ‘incompleet’ beoordeeld, officieel omdat de organisatie niet de gevraagde persoonsgegevens van haar medewerkers overhandigt. 

Waarom hebben jullie besloten om deze gegevens niet te verstrekken? 

„Onze belangrijkste vereisten zijn de veiligheid van onze medewerkers en het voortzetten van onze hulpverlening. Ervaring uit de praktijk van andere organisaties die gegevens hebben gedeeld is dat dit kan leiden tot socialemediachecks, het opvragen van kentekengegevens en onderzoek naar familieleden. We kunnen niet uitsluiten dat het in de toekomst een rol kan spelen bij targeting, zeker in het licht van het enorme geweld tegen hulpverleners in Gaza.”

Sinds 7 oktober 2023 zijn er vijftien hulpverleners van de organisatie in Gaza gedood. In totaal doodde Israël in Gaza volgens VN-experts meer dan vijfhonderd humanitaire werkers en vijftienhonderd gezondheidswerkers. Volgens 7amleh, een ngo die zich inzet voor de digitale rechten van Palestijnen, heeft Israël in dezelfde periode ruim veertienhonderd Palestijnen opgepakt vanwege uitlatingen op sociale media.

Hendriks vervolgt: „In Nederland heeft de Autoriteit Persoonsgegevens gezegd dat deze registratie-eis de Europese privacywetgeving schendt. En wat is het precedent als strijdende partijen om persoonsgegevens vragen? Moeten we de Russen straks ook informatie geven over onze Oekraïense zorgverleners?”

Sociale media van de Israëlische autoriteiten

AzG is ook onderwerp van verdachtmakingen op de sociale media van de Israëlische autoriteiten. De Israëlische overheid kocht ook advertentieruimte bij Google om de organisatie in de zoekresultaten aan terrorisme te liëren.

Tijd voor een reactie, vindt Hendriks. „Ik voel ook een grote aandrang om dit verhaal te vertellen omdat dit type handelen, het behandelen van humanitaire hulp als een speelbal in geopolitieke ontwikkelingen, in hard tempo normaal aan het worden is. Het fundamentele principe van onze neutrale, onpartijdige werkwijze als artsen moeten we bevechten.”

Als jullie niet meer in Gaza actief kunnen zijn, kun je schetsen wat er dan verloren gaat aan hulp?

„We zijn een van de grotere hulpverleners ter plaatse. Een op de vijf ziekenhuisbedden wordt door ons verzorgd. Een op de drie bevallingen vindt plaats onder begeleiding van ons personeel. We voorzien honderdduizenden mensen van water, op een bevolking van twee miljoen. Ook bieden we specialistische zorg die niet makkelijk over te nemen is, zoals reconstructieve chirurgie na ernstige verwondingen en fysieke rehabilitatie door fysiotherapie en begeleiding, waardoor mensen bijvoorbeeld weer opnieuw kunnen lopen. Dus het gaat niet alleen om levensreddende hulp, maar ook om de menswaardigheid van het opnieuw kunnen opbouwen van een leven.

„Onze zorg is niet alleen direct levensreddend. Wij willen voorkomen dat het zorgsysteem instort. Als we dat niet doen, sterven er dadelijk meer mensen aan vermijdbare kwalen als luchtweginfecties, cholera, diarree en diabetes dan aan kogels of bommen.”

AzG heeft nog wel voorraden in Gaza

Paradoxaal genoeg heeft AzG afgelopen december relatief veel hulpgoederen binnen weten te krijgen in Gaza ten opzichte van daarvoor, terwijl juist op dat moment de onlineaantijgingen tegen de organisatie een hoogtepunt bereikten, zo blijkt uit interne rapportage die NRC heeft ingezien. Deze bevoorrading betekent dat AzG nog wel even door kan, zegt Hendriks.  

Sinds 1 januari laat Israël geen goederen en medewerkers van AzG meer in Gaza toe, en worden routes of nieuwe locaties voor hulpverlening niet langer met Israël afgestemd. „De dreiging dat onze medewerkers collateral damage worden, neemt hierdoor enorm toe”, aldus Hendriks.

In april 2024 heeft het Internationaal Gerechtshof aan Israël opgedragen, als onderdeel van de door Zuid-Afrika aangespannen genocidezaak, om „onmiddellijk alle doeltreffende maatregelen [te] nemen om de onbelemmerde toegang tot Gaza te waarborgen en te vergemakkelijken voor […] functionarissen die betrokken zijn bij het verlenen van humanitaire hulp en bijstand aan de bevolking van Gaza”. Ook als bezettingsmacht heeft Israël de plicht om humanitaire hulp door te laten.

Israël beschuldigt AzG van „terrorisme” en een „doelbewuste campagne om de legitimiteit van de staat Israël te ondermijnen” in een rapport van het ministerie van Diasporazaken en Antisemitismebestrijding. Als voorbeeld gaf het ministerie onder meer dat AzG van genocide, etnische zuivering en doelbewuste uithongering door Israël in Gaza sprak. 

Hendriks: „Wij doen aan ‘témoignage’: het afleggen van getuigenissen door te vertellen wat onze patiënten overkomt. Dat is geen politieke stellingname: een onderkoelde baby is geen mening. Als onze patiënten stelselmatig het slachtoffer zijn van misdaden, dan publiceren we daar een rapport over. Dat heeft niks te maken met het delegitimeren van Israël. Het is absurd dat de daders van deze misdaden ons beschuldigen van het feit dat we ze wereldkundig maken.”

De band met de Israëlische overheid verslechterde nadat AzG in augustus vorig jaar een rapport had gepubliceerd over de Gaza Humanitarian Foundation (GHF), met als titel This is not aid. This is orchestrated killing  (‘Dit is geen hulp. Dit is georkestreerde moord’). Israël hield hulp van neutrale organisaties tegen en richtte in plaats daarvan gemilitariseerde hulpposten op waarbij honderden wachtende Palestijnen werden doodgeschoten.

„In onze rapporten rondom het GHF tonen we aan wat er gebeurt als je de hulpverlening volledig militariseert. Dat is een zorgwekkende trend. Als zorgverleners niet langer neutraal zijn, bedreigt dat het hele fundament waarop de wereldwijde hulpverlening in noodsituaties gebouwd is. Medische hulp lever je onpartijdig, zonder te bepalen wie wel recht heeft op hulp en wie niet. Iedereen, ongeacht hun politieke signatuur, heeft recht op toegang tot die zorg. Dat doe je niet terwijl je in de loop van een pistool kijkt.”

Hoe verliep het contact met de Israëlische autoriteiten sinds oktober vorig jaar?

„Na 7 oktober 2023 hebben wij aan Israël gevraagd: kunnen we jullie helpen bij het verzorgen van jullie doden en gewonden? We hebben dat aanbod herhaald toen er Iraanse raketten landden in verschillende delen van Israël. Ze hebben ons vriendelijk bedankt en gezegd dat hun zorgsysteem het aankon. Dat is natuurlijk prima, maar goed, dan willen we wel graag aan de andere kant van de frontlinie actief kunnen blijven.

„Ik zou heel graag regelmatig een dialoog willen hebben met Israëlische ambtenaren die hoog genoeg in de organisatie zitten, maar die ruimte krijgen we helaas niet. Als Israël zorgen heeft over de veiligheid, dan willen wij praten over hoe wij tegemoet kunnen komen aan die zorgen. Net als alle andere hulporganisaties letten we er goed op wie we aannemen. We hebben een heldere gedragscode, die niet toestaat dat medewerkers militair actief zijn. Het is van het grootste belang dat we afstand houden van de strijdende partijen. In elke AzG-kliniek hangt een bord met een wapenverbod.”

Israël beschuldigde, maar leverde geen bewijs

Israël, zegt Hendriks, heeft twee Palestijnse medewerkers van AzG gedood en daarna als terrorist aangemerkt, zonder ooit bewijs te leveren. „En zelfs al zou het kloppen, dan nog hebben wij ruim 1.400 anderen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem die mogelijk ook geen hulp meer mogen leveren. Daarvan worden honderdduizenden Palestijnen het slachtoffer.”  

Het „draaiboek van desinformatie” is eerder gevolgd, zegt Hendriks: Israël ontmantelde de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) nadat enkele medewerkers waren beschuldigd van banden met Hamas. „Maanden later bleek uit een onafhankelijk rapport dat de aantijgingen niet bewezen konden worden. Maar toen was het leed al geleden.” Donorlanden, inclusief Nederland, hadden hun financiering van UNRWA opgeschort.

Israël besmeurt humanitaire organisaties die een belangrijke rol vervullen voor het welzijn en het overleven van het Palestijnse volk, om daarmee de weg te effenen voor een later verbod, zegt Hendriks. „Dat is wat we zien gebeuren bij Artsen zonder Grenzen. Het is een gecoördineerde campagne om ons dusdanig zwart te maken dat het acceptabel wordt om ons te gaan verbieden. Dit is een vorm van het voortzetten van geweld tegen een burgerbevolking, op het moment dat er minder tolerantie is voor geweld met kogels en bommen.”

„Uiteindelijk is de grootste bedreiging voor de vorm van hulp die wij bieden dat de rest van de wereld gaat denken dat je hulpverleners voor een karretje kan spannen. Daar moeten wij ons tegen blijven verzetten, en daarom zijn we zo uitgesproken.” 

Voorzitter Autoriteit Persoonsgegevens „Het gaat niet alleen om privacy, maar primair om veiligheid”

Israël dwingt hulporganisaties in een „onmogelijke spagaat”, zegt voorzitter Aleid Wolfsen van de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens. Tegemoetkomen aan de vergaande registratie-eisen betekent niet alleen het overtreden van Europese privacywetgeving, maar kan ook medewerkers en hun families in gevaar brengen, aldus Wolfsen in een opiniestuk in Trouw deze week. 

Als de gevraagde gegevens vanuit Europa naar Israël gaan, dan gelden Europese privacyregels, en mag er niet méér informatie worden opgevraagd dan strikt noodzakelijk en met een helder doel voor ogen, legt Wolfsen desgevraagd telefonisch uit. Israël beschikt over een ‘EU-adequaatheidsbesluit’ van de Europese Commissie, wat betekent dat het algemene beschermingsniveau van persoonsgegevens vergelijkbaar wordt geacht met dat binnen de EU. Daar zit wel een ‘maar’ bij, zegt Wolfsen. „Dat men zich houdt aan de normen zoals die ook in Europa gelden. Daar hebben wij daar – onder deze omstandigheden – serieuze vraagtekens bij.” 

„In conflictgebieden moet je extra voorzichtig omgaan met persoonsgegevens”, aldus Wolfsen. De EU dient volgens de AP-voorzitter een „indringend gesprek” te voeren met Israël om te voorkomen dat deze gegevens worden opgevraagd en gebruikt, „bijvoorbeeld om mensen te intimideren, af te schrikken of te volgen. Het gaat hier niet alleen om privacy, maar primair om veiligheid.” 

Uit contact tussen Wolfsen en zijn Israëlische ambtgenoot, die hij contacteerde om zijn zorgen te uiten, blijkt dat deze nog geen toestemming heeft gegeven voor de verwerking van de persoonsgegevens in Israël. Maar, benadrukt Wolfsen, „de druk moet vanuit Europa opgevoerd worden” om Israël ertoe te bewegen de registratie-eisen te laten vervallen. De AP heeft contact over de kwestie met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, de Europese Commissie en Europese privacytoezichthouders. „Die gesprekken lopen nog.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next