Jan Nico Scholten (1932-2026), politicus en oud-voorzitter Vluchtelingenwerk Rondom Scholten ontstond altijd gedoe. Voor het CDA werd hij een luis in de pels, wat tot afsplitsing leidde. Afgelopen woensdag, 21 januari, overleed hij op 93-jarige leeftijd.
Jan Nico Scholten interrumpeert tijdens het Kruisraketten-debat in de Tweede Kamer
Ophef. Een begrip dat zat vastgeklonken aan Jan Nico Scholten. Net als het woord gedreven trouwens. Stil was het in elk geval nooit rond zijn persoon. Niet toen hij in 1964 met zijn 31 jaar in de Brabantse gemeenten Andel, Giessen en Rijswijk de op dat moment de jongste burgemeester van Nederland was en adhesiedemonstraties van de bevolking voor hem zelf wist te organiseren. Niet toen hij als Tweede Kamerlid zijn CDA-fractiegenoten met zijn moralisme tot het uiterste wist te tergen. Niet toen hij zeer aanwezig voorzitter was van de groep West Europese Parlementariërs tegen apartheid en zich in Washington omwille van de publicitaire aandacht liet arresteren.
Telkens gedoe. „Zijn manifeste geldingsdrang verduistert steeds de geloofwaardigheid van zijn ideële motieven”, schreef NRC Handelsblad-redacteur Kees van der Malen in 1993 naar aanleiding van Scholtens autobiografie die van hem zo niet mocht worden genoemd maar het wel was. Scholten – op zijn werkkamer aan het Binnenhof hingen talloze foto’s van hem met groten der aarde – wist dat hij een bepaald imago bezat en nam er kennis van. „Ik sta altijd weer op en vecht terug”, aldus één van zijn lijfspreuken. Of die andere: „Ik ben uit hardhout gesneden.”
Hij overleed afgelopen woensdag, 21 januari, op 93 jarige leeftijd. Hij wist zijn tegenstanders – en dat waren er veel – keer op keer te voeden. Altijd dat dwepen met zijn morele gelijk, klaagden ze.
Jan Nico Scholten en Stef Dijkman tijdens een politieke bijeenkomst van de beweging Voor Vrede en Solidariteit.
Jan Nico Scholten, oorlogskind, gepokt en gemazeld in de Anti Revolutionaire Partij – hij trouwde met de dochter van oud-fractievoorzitter Sieuwert Bruins Slot – was ontegenzeggelijk de meest aanwezige in de groep ‘loyalisten’ die de 49-koppige CDA-fractie vanaf 1977 kende. Deze ontstond toen de partij onder leiding van Dries van Agt een coalitie ging vormde met de VVD. De groep van zes Tweede Kamerleden (later werden het er zeven) wezen het regeerakkoord af, maar waren desondanks bereid het centrumrechtse kabinet „loyaal” tegemoet te treden.
Meestal gebeurde dat ook, maar bij twee kwesties – de oproep tot een olieboycot van Zuid-Afrika en een motie tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland – leidde de dissidente stem van de loyalisten bijna tot de val van het kabinet. In beide gevallen was Jan Nico Scholten de vertolker van het afwijkende geluid. En inderdaad: met een flinke dosis moralisme. „Eén land moet de moed hebben het eerste te zijn”, zei hij toen het in de Tweede Kamer ging over een olieboycot van Zuid-Afrika vanwege de apartheidspolitiek in dat land.
De veelal behoudende achterban van het CDA nam hem die kritische houding niet in dank af. Partijafdelingen dreigden de dissident te straffen met een lagere plaats op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer-verkiezingen. Voor Scholten aanleiding zich plotseling op te werpen als pleitbezorger voor vervolgde christenen in de Sovjet-Unie. „Het was in feite ontwapenend dat hij zo bij het plaatselijk kader een goede beurt dacht te maken”, schreef zijn oud-fractiegenoot Sytze Faber jaren later in weekblad de Tijd: „De lokale opinieleiders met hun doorgaans goed ontwikkelde politieke intuïtie hadden het opzetje van Scholten meestal meteen door. En ze raakten er nog vaster van overtuigd, dat hij een uitermate glibberig politicus was.” Toch was Scholten volgens Faber wel degelijk een principieel iemand die zijn „diepere beginselen” herhaaldelijk liet „prevaleren boven de loyaliteit aan zijn partij en aan zijn politieke carrière.”
Eind 1983 – de christendemocratische premier Ruud Lubbers voerde zijn strenge no-nonsense beleid – had de CDA-fractie het wel gehad met de immer dwarsliggende Scholten die fractiegenoot Stef Dijkman in zijn kielzog meetrok. Afwijkende standpunten innemen mochten zij, maar telkens het officiële standpunt van de CDA-fractie met verhevenheid als ondeugdelijk kwalificeren kon niet. Hen werd het woordvoerderschap ontnomen. Kort daarop besloten beide dissidenten de fractie te verlaten.
Ze bleven als afgescheiden groep in de Tweede Kamer maar pogingen om een nieuwe politieke partij te beginnen, mislukten. Dijkman stapte in 1985 over naar de PPR (de partij die in 1990 opging in GroenLinks) en Scholten bleef alleen over. Vanaf 1983 combineerde hij zijn werk in de Kamer met het voorzitterschap van de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland. Een functie die hij vijftien jaar zou blijven uitoefenen. „In de vreemdeling ontmoet je een om sympathie vragende medemens. Ik ervaar dit werk als een vorm van geloofsbeleving”, schreef hij in 1990. Als voorzitter was hij overigens minder begaan met zijn eigen medewerkers, binnen Vluchtelingenwerk beschouwden velen hem als een autoritair bestuurder.
Na de verkiezingen van 1986 was het bij gebrek aan een partij gedaan met Scholtens Tweede Kamerlidmaatschap. Hij bekeerde zich tot de PvdA. Voor die partij wilde hij een jaar later op een verkiesbare plaats voor de Eerste Kamer komen. Hij reisde stad en land af om zijn kandidatuur te bepleiten maar de PvdA-leden gaven hem onvoldoende steun. Zij bleken gevoelig voor termen als „politiek dwaallicht” en „politieke zwalker”. Dat wil zeggen: toen. In 1995 belandde Scholten alsnog op een lage plek op de kandidatenlijst. Na vertrek van een andere senator kon hij in 1998 gaan ‘zetelen’.
Niet voor lang. Bij de verkiezingen van 1999 ontbrak hij op de kandidatenlijst. Scholten was besmet na een zeer kritisch onderzoeksrapport over het bestuur en financieel beheer van enkele Afrika-stichtingen waarvan hij oprichter en tevens voorzitter van was en zijn hoofdinkomen uit betrok. Scholten vertrok als voorzitter van AWEPA, the Association of European Parlementarians with Africa, maar bleef in diens adviesraad. In 2017 kwam deze organisatie opnieuw in opspraak nadat 1,6 miljoen uit de kas weg was.
Jan Nico Scholten was toen al in de tachtig. Deed nog wel het een en ander. Zo bemiddelde hij op verzoek van de Nederlandse regering dankzij zijn Afrikaanse contacten met succes voor financiële compensatie voor illegaal onteigende Nederlandse boeren in Zimbabwe. Geheel tegen Scholtens natuur in gebeurde dit in alle stilte.
Jan Nico Scholten richt zich tot een groep vrouwen van de Gereformeerde Vrouwenbond. Zij hielden een solidariteitsdemonstratie voor de ‘Dwaze Moeders’ van het Plaza di Mayo in Buenos Aires.
Begin de dag met de belangrijkste politieke ontwikkelingen uit Den Haag
Source: NRC