Voortplantingsmarkt Kritiek op de snelgroeiende voortplantingsmarkt wordt al snel gekaapt voor een anti-lhbti+-agenda. Maar het onderwerp verdient ook aandacht van progressieven. Want uitbuiting ligt op de loer, en het belang van het kind krijgt te weinig aandacht, ziet Sophie van Gool.
Een Spaanse eiceldonor, een Deense zaaddonor, een Canadese draagmoeder, en dan opgroeien bij Nederlandse ouders: het is mogelijk dankzij een groeiende internationale voortplantingsmarkt.
Eén op de zes volwassenen wereldwijd lijdt aan medische onvruchtbaarheid. Daarnaast zijn er steeds meer mensen die kampen met ‘sociale onvruchtbaarheid’, zoals lhbti+-stellen en alleenstaanden.
Op de zogenoemde voortplantingsmarkt wordt gehandeld in zaad- en eicellen, bemiddeld in commerciële draagmoeders en, tot het in 2024 verboden werd, in internationale adoptie.
Sophie van Gool is econoom. Recent verscheen van haar Je kind is een goudmijn – waarom iedereen verdient aan je kind behalve jij.
Deze markt zorgt voor groot geluk als er baby’s worden geboren. Maar er is ook een keerzijde. Commerciële klinieken, sperma- en eicelbanken en bemiddelingsbureaus verkopen een oplossing aan mensen die wanhopig verlangen naar een kind. Het zijn bedrijven die zoveel mogelijk willen verdienen. Hun financiële belang weegt daarbij zwaarder dan het belang van het kind, of dat van de wensouder.
In Nederland is commercieel draagmoederschap aan banden gelegd. Sperma doneren mag daarnaast niet anoniem, en aan maximaal twaalf vrouwen. Voor eiceldonatie moet een vrouw bij voorkeur zelf geen kinderwens hebben, of een ‘voltooid gezin‘.
Nederlandse wensouders die het kunnen betalen, zoeken steeds vaker in het buitenland naar manieren om hun kinderwens te vervullen en gebruik te maken van opties die hier niet zijn toegestaan. De Nederlandse overheid heeft hiervoor nog amper beleid.
Kritiek op de snelgroeiende voortplantingsmarkt komt vooral van conservatieve partijen, die er hun anti-lhbti+-standpunten mee willen staven. Maar de voortplantingsmarkt verdient ook aandacht van progressieve partijen. Omdat de markt kwetsbaar is voor uitbuiting, de kloof tussen arm en rijk vergroot, en omdat het belang van het kind er te weinig aandacht krijgt.
Robby is 1,95 meter en weegt 118 kilo. Hij heeft schoenmaat 46 en een lichte huidskleur, bloedgroep O+ en een bachelordiploma in sports science. Hij werkt in de beveiliging en omschrijft zichzelf als geduldig, behulpzaam en kalm.
Ik ken Robby niet, maar scrol met een proefaccount door de database van Cryos International, de grootste spermabank van de wereld, met een geschatte omzet van tientallen miljoenen euro’s.
De website ziet eruit als een datingapp, met filters voor etniciteit, haarkleur, oogkleur, lengte en gewicht. Want „een donor vinden zou zoveel mogelijk moeten lijken op het vinden van een natuurlijke partner”, vertelde oprichter Ole Schou jaren geleden aan The Economist. De site werkt als elke webwinkel: je voegt het zaad toe aan je winkelmandje, rekent af met iDeal en laat het bij een Nederlandse kliniek bezorgen. Twee derde van de Nederlandse donorkinderen wordt inmiddels geboren uit een Deense donor. Anders dan hier zijn daar geen wachtlijsten.
Bedrijven als Cryos zijn ervan overtuigd dat spermadonatie aan een gezonde vrouw geen medisch vraagstuk is. Daar zit wat in: het is meer een ethisch vraagstuk. Wat vind je ervan dat je toekomstige kind zeker tot zijn zestiende geen contact kan zoeken met zijn biologische vader, zoals is vastgelegd in de voorwaarden? Hoe is het voor een kind om mogelijk honderden halfbroers en -zussen te hebben? Cryos zegt dat het zich aan nationale regels houdt, maar gaat daarbij in elk land tot het maximum. Zo kan een donor in Nederland aan twaalf vrouwen doneren, in Duitsland aan vijftien gezinnen, in Frankrijk aan tien: in heel Europa kan hij dus toch al gauw tientallen kinderen verwekken.
Het Amerikaanse bedrijf Donor Concierge biedt eicellen aan van vrouwen met een diploma van een prestigieuze universiteit, een doctoraat op zak of een afstudeercijfer van 7 of hoger. Ook een bepaald artistiek talent of een religieuze achtergrond kunnen geregeld worden. De klant betaalt tussen de 23.000 en 63.000 dollar (omgerekend tussen de 19.000 en 54.000 euro). Uit onderzoek blijkt dat huidskleur, afkomst en opleiding de prijs van een eicel beïnvloeden. Witte, jonge, westerse vrouwen krijgen voor hun genetisch materiaal tot wel honderd keer meer betaald dan vrouwen uit India, Mexico, Oekraïne of Georgië.
Reproductieve arbeid wordt in ‘wereldwijde vruchtbaarheidketens’ uitbesteed aan vrouwen in sociaaleconomisch kwetsbare posities in andere delen van de wereld. Net zoals dat gebeurt bij andere vormen van arbeid, via fabrieken in lagelonenlanden. Draagmoeders zijn er het meest schrijnende voorbeeld van.
Een draagmoeder draagt en baart een kind voor iemand anders, waarbij van tevoren wordt afgesproken dat zij het kind na de geboorte zal afstaan aan de wensouders. Dit kan ofwel uit haar eigen eicel (‘laagtechnologisch’), ofwel ‘hoogtechnologisch’, waarbij de draagmoeder een embryo draagt dat genetisch niet van haarzelf is. Draagmoederschap mag in Nederland alleen altruïstisch, tegen een onkostenvergoeding. In sommige andere landen gebeurt het tegen betaling.
De vraag naar draagmoeders groeit. In 2023 bedroeg de omzet op de wereldwijde markt naar schatting zo’n 15 miljard dollar, en zal naar verwachting flink blijven groeien.
Ook D66-leider en kandidaat-premier Rob Jetten overweegt een draagmoeder te zoeken. „Voor draagmoederschap beland je als homostel al snel in het buitenland. In de Verenigde Staten ben je zo 150.000 dollar kwijt om een draagmoeder te vinden, dat vind ik echt een bizar bedrag”, zei de politicus begin vorig jaar in talkshow Casa di Beau.
Wensouders zoeken draagmoeders over de grens omdat het in Nederland nu „best slecht geregeld” is, vindt Jetten. Je mag niet kenbaar maken dat je een draagmoeder zoekt of op sociale media adverteren dat je voor iemand een kind zou willen dragen. Een bemiddelingsbureau beginnen is ook niet toegestaan.
Hier zijn redenen voor: de Nederlandse overheid wil uitbuiting tegengaan, en wil voorkomen dat vrouwen uit geldnood draagmoeder worden. Je mag alleen in eigen kring een altruïstische draagmoeder vinden, en haar vervolgens niet meer betalen dan een onkostenvergoeding.
De Nederlandse wet is effectief in het tegengaan van commercieel draagmoederschap. Het nadeel is dat er amper draagmoeders te vinden zijn. Als je er niet voor betaald krijgt, zijn er maar weinig vrouwen die dit willen doen: in Nederland zo’n dertig tot vijftig per jaar, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden.
Nederlandse wensouders wijken daarom steeds vaker uit naar landen waar commercieel draagmoederschap wel is toegestaan. Oekraïne is een populaire bestemming voor heterostellen. De kosten liggen veel lager dan in de VS en wensouders worden vanaf de geboorte juridisch ouders van een kind – in de meeste andere landen zijn daar lange procedures voor nodig.
Na de Russische invasie zaten tientallen draagmoeders in schuilkelders vast met hun baby’s. Ook tijdens de covidlockdowns moesten veel draagmoeders na de bevalling voor de baby blijven zorgen.
In landen waar draagmoederschap wordt gezien als een zakelijke transactie, zoals onder meer Oekraïne en de VS, moet de draagmoeder een overeenkomst ondertekenen die de wensouders vrijwel volledige controle geeft over haar leven en lichaam gedurende de hele zwangerschap. Zij belooft bijvoorbeeld vitaminen te slikken, gezond te eten en regelmatig de dokter te bezoeken.
In veel contracten wordt geëist dat de draagmoeder vooraf afstand doet van haar recht om haar eigen medische beslissingen te nemen. Dat is behoorlijk griezelig. Als de foetus bijvoorbeeld een afwijking blijkt te hebben, mogen de wensouders beslissen of de zwangerschap wordt afgebroken. Dat is niet juridisch afdwingbaar: een draagmoeder heeft het recht op lichamelijke integriteit, en zij mag over haar eigen zwangerschap beslissen.
Toch zit zij in een penibele positie. Wat moet ze doen als ze de zwangerschap wél voldraagt, en de wensouders het kind niet willen hebben? Ze is financieel én fysiek van hen afhankelijk. Andersom zijn ook wensouders kwetsbaar: wat als de draagmoeder het kind na de geboorte toch wil houden? En welke prijs betaalt het kind?
Vanwege de groeiende vraag naar draagmoeders en de vele misstanden dienden toenmalig ministers Weerwind en Dijkgraaf (D66) in 2023 een wetsvoorstel in voor ‘verantwoord draagmoederschap‘. Hierin wordt onder andere het bemiddelings- en advertentieverbod opgeheven. Ook is het de bedoeling dat er een Nederlandse draagmoederbank komt, en dat het makkelijker wordt voor Nederlandse wensouders om een draagmoeder te vinden in Canada en de VS. Onder meer D66, VVD, Volt en GL-PvdA zijn voorstander van zo’n wet.
Maar meerdere experts, waaronder de Raad van State, zijn kritisch. Het wetsvoorstel meet met twee maten: in Nederland mag draagmoederschap onder de nieuwe wet nog steeds alleen maar altruïstisch. Tegelijkertijd wordt commercieel draagmoederschap mogelijk gemaakt voor bepaalde landen waarvan Nederland dénkt dat er geen misstanden zullen plaatsvinden.
Het roept de vraag op wier belang precies beschermd wordt: waarom wil de Nederlandse overheid niet dat vrouwen hier betaald krijgen om draagmoeder te zijn, maar mogen Nederlanders wel naar het buitenland om draagmoeders te betalen?
En principiëler: is het überhaupt mogelijk om zoiets complex als het dragen, baren en overdragen van een kind, met allerlei tegengestelde belangen, wettelijk goed te regelen? Als je hier een wet voor opstelt, is er ook een kans dat je juist een markt creëert. En is er niet iets mis met een wereld waarin alles te koop is?
Er zijn twee belangrijke bezwaren tegen marktwerking, stelt Harvard-filosoof Michael Sandel. Het eerste is de ongelijkheid die ontstaat wanneer mensen dingen verkopen uit economische noodzaak. Zou een commerciële draagmoeder, als ze het geld niet nodig had, ook een kind dragen voor een onbekende? En in hoeverre maken donoren die genetisch materiaal weggeven om hun studie te bekostigen een echt vrije keuze?
Ook ontstaat er ongelijkheid tússen wensouders: wie genoeg geld heeft, gaat de grens over en komt terug met een baby. Wie dat niet kan betalen, blijft ongewenst kinderloos achter.
Daarnaast is er een moreel en intrinsiek bezwaar: het idee dat je sommige dingen niet moet verhandelen, ongeacht de omstandigheden van degene die het verkoopt. Marktwerking corrumpeert, stelt Sandel: wie kinderen als handelswaar beschouwt, gebruikt hen als instrumenten om winst te maken, en ziet ze niet als mensen die liefde en zorg nodig hebben. Zelfs als er geen vrees is voor armoede of ongelijkheid, zou je dat niet moeten willen.
Tegenwoordig ís bijna alles te koop. Niet alleen babykleertjes, maar ook zaadcellen kun je online bestellen. Niet alleen bakfietsen, ook baarmoeders kun je huren. Maar tegen welke prijs?
Source: NRC