Met knappe crisisdiplomatie ontzenuwde Navo-chef Rutte de Groenlandcrisis. Maar er zijn diepe wonden geslagen door de confrontatie tussen Trump en Europa.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Hoon en plaatsvervangende schaamte vallen de secretaris-generaal van de Navo regelmatig ten deel vanwege zijn Trump-vleierij. Maar daar was hij woensdag weer, Mark Rutte, als diplomatiek oliemannetje die een grote interne crisis tot bedaren bracht. Terwijl Europa zichzelf nu op de borst klopt over de ‘toverformule’ die kan helpen om Trump in te tomen – geloofwaardig dreigen met tegenmacht – zegt Rutte hardop wat Europeanen in hun hoofd wel weten, maar met hun hart niet willen erkennen: dat ze op dit moment nog niet zonder Amerika kunnen.
Het laat onverlet dat er blijvende gevolgen zullen zijn van de Groenlandcrisis. De Navo heeft eerder in haar geschiedenis felle interne tegenstellingen gekend; denk aan de coalitie van Chirac, Schröder en Poetin tegen de Amerikaanse aanval op Irak in 2003. Maar de recente crisis – die trouwens in de onderhandelingen tussen Washington, Kopenhagen en Nuuk opnieuw zou kunnen ontsporen – is van een ander niveau.
Zelfs als de kwestie Groenland goed wordt opgelost, is het kwaad al geschied. De regering-Trump zette de logica van de alliantie – een voor allen, allen voor een – totaal op z’n kop. De schok die dat teweeg heeft gebracht, blijft hangen: de botte Amerikaanse intimidatie tegen een kleine maar zeer loyale bondgenoot is het einde van de politieke vriendenclub die de Navo ook was. Dit verraad aan de beginselen van de alliantie laat blijvend sporen na.
Hoewel Rutte, onze Haagse Hansje Brinker, de situatie weer heeft gered door met zijn vinger het gat in de dijk te dichten, blijven Europa en Canada achter in de stellige overtuiging dat er maar één weg vooruit is: dijkversterking, en snel een beetje. Wel met vege tekenen aan de wand: de beste ‘Europese’ toespraak in Davos kwam van een Canadees. En Oekraïne, de grootste ontvanger van Europese hulp, hield de Europeanen juist Amerikaanse daadkracht als voorbeeld voor.
De Canadese premier Mark Carney zette de toon met een citaat uit De Peloponnesische Oorlog van de Griekse historicus Thucydides: ‘De sterken doen wat zij kunnen, de zwakken ondergaan wat zij moeten.’ Carney verzet zich ertegen dat dit de ‘natuurlijke logica’ is van internationale betrekkingen: ‘Er is een sterke tendens te hopen dat je met meebuigen veiligheid kunt kopen, maar dat is niet zo.’
Het veelgebruikte citaat is voor tweeërlei uitleg vatbaar. Athene verlangt de onderwerping van het neutrale Melos, dat een keus krijgt: onderwerping of vernietiging. De Meliërs voeren onder meer aan dat als Athene bruut geweld gebruikt dat behalve onrechtvaardig ook onpraktisch is, andere neutrale spelers vijandiger zullen worden tegen Athene. De Meliërs buigen niet en worden afgeslacht. Maar uiteindelijk breken overal in het Atheense rijk opstanden uit. Dus je kunt beargumenteren dat Athenes hoogmoed en immorele gedrag zijn val inleiden.
Carneys vaststelling dat de internationale orde niet in transitie is, maar gebroken, en zijn agenda voor hoe middenmachten overeind moeten blijven in zo’n wereld, oogstten applaus in Davos. ‘De machtigen hebben hun macht. Maar wij hebben ook iets: de mogelijkheid om te stoppen met doen alsof, om de realiteit te benoemen, in eigen huis kracht op te bouwen en samen (met andere ‘middenmachten’, red.) op te treden.’
Mooie woorden, die mensen liever horen dan Ruttes gevlei. Maar kan de ene aanpak het op dit moment stellen zonder de andere? Zelfs als de Navo geen anker meer is waarvan je op aan kunt, maar een schip met een onbetrouwbare kapitein, weten Europa en Canada dat ze nog geen nieuw schip hebben gebouwd om op over te stappen. En als Europeanen nu al zien hoe hogere defensieuitgaven concurreren met andere overheidsbestedingen, zoals voor zorg en onderwijs, zijn ze dan klaar voor de vele miljarden extra investeringen – boven op de 5 procent die is afgesproken in Den Haag – die nodig zijn om alle cruciale Amerikaanse militaire én technologische middelen te vervangen? En voor de inzet van die middelen?
De discussie is niet abstract, want er woedt een grote oorlog in Europa waarin de Europeanen zelfs de middelen die ze wél hebben niet durven inzetten, zoals de Taurus langeafstandsraketten waarmee Oekraïne de fabrieken zou kunnen uitschakelen die de drones en raketten produceren waarmee het land wordt bestookt.
Frustratie daarover verklaart de kritiek van president Volodymyr Zelensky in Davos op zijn Europese benefactors. Hoe vaak heeft hij dit al niet aan de orde gesteld tijdens dit soort chique conferenties – om te moeten afdruipen met weinig anders dan goedwillende schouderklopjes? ‘Europa is een grootmacht, maar het schort aan de moed dat te erkennen’, zei een adviseur van Zelensky daarover.
Trump bevordert, 35 jaar na de Koude Oorlog, het besef onder bondgenoten dat ze hun eigen boontjes moeten doppen. Maar in het denken over veiligheid telt niet de emotie van de dag, maar de koude calculatie van wat de Sovjets vroeger de ‘correlatie van krachten’ noemden. En die is nu niet zo gunstig dat de oude bondgenoten afscheid van elkaar kunnen nemen. Dat besef leeft blijkbaar ook nog in de Amerikaanse politiek. Ook daar stuitte Trumps Groenlandfantasie op verzet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant