Home

Ravage na inbraak Zilvermuseum Doesburg: ‘Deze collectie krijgen we nooit meer terug’

Bij een inbraak in het Zilvermuseum in Doesburg namen dieven woensdagnacht vrijwel de hele collectie mee. Na kunstroven in het Drents Museum en het Louvre vestigt de inbraak wederom de aandacht op de soms zwakke beveiliging van musea. In Doesburg willen ze in elk geval door. ‘Je moet je niet klein laten krijgen.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Op het eerste oog lijkt conservator Martin de Kleijn van het Zilvermuseum in Doesburg niet uit het veld geslagen. Met museumvoorzitter Ernst Boesveld maakt hij vrijdagochtend in het met glasscherven bezaaide museumzaaltje in de Grote Martinikerk de balans op. Maar zijn uiterlijke kalmte verhult een groot verlies. ‘Dit was mijn levenswerk’, zegt de 85-jarige De Kleijn. ‘Achter elk stuk zat een verhaal. Dat is nu weg.’

De politie heeft de ruimte net vrijgegeven. Sinds de inbraak zijn De Kleijn en Boesveld nog niet binnen geweest. Samen lopen ze naar een vitrine in de hoek van de kleine ruimte. ‘Hier stond een echt topstuk’, wijst Boesveld. ‘Een Doesburgse mosterdpot, geïnspireerd op de meanderende IJssel, met bijbehorende lepel’, vult De Kleijn aan. ‘Speciaal ontworpen voor de opening van het museum in 2021 en hier onthuld door Pieter van Vollenhoven.’

Dinsdagnacht rond 3.00 uur weten dieven met een koevoet een deur aan de zijkant van de Martinikerk te forceren. De gang erachter leidt naar een toren richting het carillon in de top van de kerk. Via die gang bereiken ze het Zilvermuseum, waarvan ze de deur forceren. In zo’n anderhalf uur klaren ze de klus: ze ontmantelen de bewakingscamera, slaan het glas van vrijwel alle vitrines in en nemen nagenoeg de hele zilvercollectie mee.

Zwarte markt

‘Niemand heeft wat gehoord’, zegt Job van Melle, beheerder van de Martinikerk. Hij woont zelf naast het historische pand, maar niet aan de kant waar de dieven naar binnen gingen. Pas nadat de beiaardier woensdagochtend de opengebroken zijdeur had aangetroffen, hoorde Van Melle van de inbraak. ‘Het is een drama, in de eerste plaats voor het museum, maar ook voor de kerk. Dit is toch wel de trots van Doesburg.’

De vrees is dat de inbrekers het gestolen zilver zo snel mogelijk zullen proberen om te smelten, om het op de zwarte markt te kunnen verkopen. De prijs van het edelmetaal is deze maand gestegen tot een recordhoogte van meer dan 80 euro per troy ounce (31,1 gram). In een jaar tijd is de zilverprijs grofweg verdrievoudigd.

De verzekeraars moeten de exacte materiële schade nog vaststellen, maar vaststaat dat er voor duizenden euro’s is ontvreemd. Alhoewel het politieonderzoek volop gaande is, maakt zowel De Kleijn als Boesveld zich geen illusies: ‘Deze collectie krijgen we nooit meer terug.’

Eigen verzameling

Dat raakt De Kleijn ook persoonlijk. Het meeste werk uit het museum komt uit zijn eigen verzameling en was nog altijd zijn bezit. Zo’n twintig jaar geleden begon De Kleijn met het sparen van antiek zilveren mosterdpotjes, passend bij Doesburg als mosterdstad. Als hobby breidde hij zijn collectie uit met onder meer zilveren lepeltjes en zogeheten cruets, tafelstelletjes voor olie en azijn. Hij bekostigde alles zelf. Toen er bij de Martinikerk de mogelijkheid ontstond om zijn collectie om te toveren tot een museum, kwam in zijn woorden een ‘jongensdroom’ uit.

De kunstroof in Doesburg volgt op de diefstal van enkele zeldzame kunstschatten uit het Drents Museum in januari vorig jaar. In oktober wisten inbrekers met een verhuislift het beroemde Louvre in Parijs binnen te dringen, waar zij meerdere kroonjuwelen buitmaakten. In beide gevallen ontbreekt van het gestolen werk nog elk spoor. Het roept de vraag op of zulke spraakmakende diefstallen bij andere musea aanleiding zijn tot extra beveiligingsmaatregelen.

‘Het afwegen van beveiligingsmaatregelen blijft lastig voor musea’, zegt Renate van Leijen, specialist veilig erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. ‘Het kost tijd en geld. Daar ontbreekt het zeker kleine musea toch vaak aan.’

Boesveld dacht dat het bij het Zilvermuseum goed geregeld was. Na een eerdere inbraakpoging bij de kerk waren enkele deuren extra vergrendeld. De vitrines waren bovendien van hard glas. Maar het kleine museum heeft geen bewakers. En slechts enkele bestuursleden, allen vrijwilligers, krijgen een melding van alarm, dat in dit geval vanwege het vroege tijdstip aan hen voorbij ging.

Chinees porselein

In het licht van de gestegen prijzen van edelmetalen is het volgens Van Leijen toch zaak om als museum goed na te denken over het tentoonstellen van waardevolle kunst. ‘Je kunt denken aan vitrinekasten met speciaal glas waarbij het veel langer duurt om het kapot te krijgen, of het weghalen van bepaalde waardevolle objecten na sluitingstijd. Je kunt ook overwegen een beveiligingsmaatregel te bekostigen door voor een lagere, of misschien wel geen verzekeringspremie te kiezen.’

Hoe dan ook staat één ding vast voor het museum: ze gaan door. Maar hoe moet dat, met een gedecimeerde collectie?

Allereerst is niet alles verloren. Het Chinese porselein hebben de dieven bijvoorbeeld laten staan. Het meest verbazen de twee zich nog over het achterblijven van een zilverbaar van een gezonken VOC-schip uit de 17de eeuw. ‘Als je iets als eerste zou meenemen, dan is dit het’, zegt Boesveld met een kleine glimlach. ‘Dit is 100 procent zilver. Je mag het gerust een geluk bij een ongeluk noemen dat we dat nog hebben.’

Het kenmerkt de positieve instelling die beiden toch proberen vast te houden. Boesveld hoopt onder meer op een uitkering van de verzekering, samen met een crowdfundingsactie die het museum op poten wil zetten. Er zijn ook berichten binnengekomen van mensen die zelf nog mosterdpotjes hebben liggen en mogelijk beschikbaar zouden willen stellen.

‘Ik zeg altijd: je moet je niet klein laten krijgen’, zegt De Kleijn. ‘Je moet niet opzij gaan voor mensen met geen geweten. We halen dit gebroken glas zo weg en dan zijn we er weer klaar voor.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next