Na de recente aanhouding van een Chinese topcrimineel lopen de beruchte scamcentra in Cambodja leeg. Duizenden buitenlanders die daar werden gedwongen tot digitale oplichting zwerven nu door Cambodja op zoek naar hulp.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Volgens hulpverleners, mensenrechtenorganisatie Amnesty International en internationale experts op het gebied van de vorm van cybercriminaliteit zijn mogelijk tienduizenden Afrikanen en Aziaten ontsnapt aan criminele organisaties en in Cambodja op drift geraakt. Een deel van hen verzamelt zich in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh in de hoop met consulaire bijstand terug naar huis te kunnen.
Al enkele jaren verdwijnen mensen van allerlei nationaliteiten in Myanmar, Cambodja en Thailand. Ze reageren op betrouwbaar overkomende personeelsadvertenties, maar komen terecht in scamcentra. Volgens de Verenigde Naties werken alleen al in Cambodja zo’n honderdduizend mensen in dergelijke centra, waar ze met grof geweld en zelfs marteling worden gedwongen wereldwijd slachtoffers digitaal op te lichten. Daarmee wordt in Cambodja 12,5 miljard dollar per jaar verdiend.
Bij invallen zijn al duizenden kleine oplichters gearresteerd, die zelf ook slachtoffer zijn van de overwegend Chinese criminele organisaties. Na verhoogde druk van zowel China als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk werd begin januari in Cambodja een vermeend kopstuk gearresteerd en uitgeleverd aan Beijing.
Deze Chen Zhi, een 37-jarige tot Cambodjaan genaturaliseerde Chinees met een Brits paspoort, wordt er al langer van beschuldigd de drijvende kracht te zijn achter een tiental Cambodjaanse scamcentra. Zijn conglomeraat Prince Group, dat zich in ruim dertig landen bezighoudt met vastgoed, zou als dekmantel fungeren voor een scala aan criminele activiteiten.
Aanvankelijk durfden de geronselde ‘werknemers’ niet te vluchten uit de aan Prince Group gelieerde scamcentra. Maar toen na Chens arrestatie de bewaking van de streng beveiligde gebouwen niet langer kwam opdagen, namen ze alsnog de benen, vertelde een in Phnom Penh rondzwervende Oegandees tegen de Japanse zakenkrant Nikkei Asia. Hij zei dat hij twee weken eerder was gevlucht uit een casino annex scamcentrum aan de Vietnamees-Cambodjaanse grens.
Deze Oegandees is slechts een van de vele slachtoffers die in Phnom Penh bijstand zoeken. De Indonesische ambassade heeft de afgelopen vijf dagen hulpverzoeken ontvangen van 1.440 staatsburgers, en bij de Chinese ambassade wacht een vergelijk aantal mensen.
Een extra complicatie voor mensen die aan scamcentra zijn ontkomen, is een nieuw decreet van de Cambodjaanse regering om hoge boetes op te leggen aan hotels en kamerverhuurders die onderdak bieden aan buitenlanders die betrokken zijn bij criminele activiteiten. Vluchtelingen uit scamcentra worden daarom al gauw geweerd, want de meesten hebben een verlopen Cambodjaans visum of zitten zonder paspoort omdat ze hun identiteitsbewijs aan de baas van het scamcentrum hebben moeten afgeven.
Om het land te kunnen verlaten, moeten deze mensen zich volgens het Cambodjaanse ministerie van Binnenlandse Zaken eerst melden bij hun eigen ambassade en daarna bij de Cambodjaanse vreemdelingendienst. Dat is vooral voor Afrikanen lastig, omdat de meeste Afrikaanse ambassades niet in Cambodja gevestigd zijn maar in Maleisië en China. Afrikanen gaan daarom naar de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Phnom Penh, maar dat kantoor was de afgelopen week om onbekende redenen dicht.
Volgens hulpverleners zit het enige officiële opvangcentrum voor slachtoffers van scamcentra overvol, dus slapen de meeste ontsnapte mensen noodgedwongen op straat. Zonder geld of gelegenheid om terug naar huis te gaan, zijn ze een gemakkelijke prooi voor criminele organisaties. Het fenomeen van de scamcentra is zo wijd verspreid in Zuidoost-Azië dat andere criminelen in het gat springen dat door de arrestatie van Chen Zhi is ontstaan. Dat gebeurde ook na eerdere arrestaties van maffiabazen in bijvoorbeeld Myanmar.
De Cambodjaanse autoriteiten hopen op buitenlandse financiële steun om tijdelijke accommodatie voor slachtoffers op te zetten, aldus een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Cambodja staat onder internationale druk om deze criminaliteit harder aan te pakken, maar dat werd tot dusver bemoeilijkt door de verstrengeling van veelal Chinese maffiakopstukken en de Cambodjaanse politieke en zakelijke elite. De aan China uitgeleverde Chen Zhi was lang een naaste adviseur van oud-premier Hun Sen, die is opgevolgd door zijn zoon Hun Manet.
Jaarlijks gaat er wereldwijd zo’n 37 miljard dollar in deze cyberfraude om, volgens schattingen van de Verenigde Naties. Deze vorm van criminaliteit is rond 2016 ontstaan in China en na de coronapandemie uitgewaaierd over Zuidoost-Azië. In oktober legden de Britse en Amerikaanse autoriteiten financiële sancties op aan Chen, omdat hij als hoofd van de Prince Group tienduizenden mensen als moderne slaven in Cambodjaanse scamcentra te werk zou hebben gesteld.
De Verenigde Staten hebben beslag gelegd op 15 miljard dollar aan cryptogeld, volgens de Amerikaanse openbare aanklager winst uit criminele praktijken van de Prince Group. Het is de grootste inbeslagname van cryptogeld in de Amerikaanse geschiedenis. De Britse politie heeft negentien Londense woningen en kantoorgebouwen geconfisqueerd. Met de aankoop van deze panden, waarvan er één al een waarde heeft van 133 miljoen dollar, zou de Prince Group criminele winsten hebben witgewassen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant